<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:3010</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-17T15:19:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.010511.21 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:3010">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:3010</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-17T15:19:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:3010 Rechtbank Overijssel , 27-07-2021 / 08.010511.21 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:3010:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 50-jarige man tot een gevangenisstraf van 548 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar voor brandstichting. De man stak op 2 januari 2021 zijn appartement in Deventer in de brand. Hij goot een brandbare stof over de bank, sneed de gasleiding door en stak het vervolgens aan. Er ontstond een grote brand en door het doorsnijden van de gasleiding was er ook explosiegevaar ontstaan., waardoor buren en hulpverleners ernstig gewond hadden kunnen raken of zelfs hadden kunnen overlijden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:3010:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08.010511.21 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 27 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven en verblijvende in de PI [locatie 1],</para>
      <para>op datum vonnis verblijvende in de FPA [locatie 2].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 29 april 2021 en van 13 juli 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. M.H. de Weert en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. P.L. Hellinga, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op </para>
      <para>2 januari 2021 brand heeft gesticht in zijn appartement waardoor gevaar voor personen en goederen te duchten was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 2 januari 2021, te Deventer, in een woning op de begane grond van een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">appartementencomplex aan [adres] , althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een hoeveelheid brandbaar gas en/of een hoeveelheid brandstof, althans met een of meerdere brandbare stof(fen), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een bank in de voornoemde woning overgoten met</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een hoeveelheid brandstof en/of vervolgens in de keuken van voornoemde woning, de gasslang doorgesneden en/of vernield en/of vervolgens alle ventilatiemogelijkheden en/of deuropeningen afgedicht/gesloten, zodat het gas zich zou ophopen waarna verdachte vervolgens deze gasslang heeft aangestoken met een aansteker, zodoende het gas in aanraking te brengen met open vuur, waarna verdachte vervolgens voornoemde bank heeft aangestoken met een aansteker, zodoende de brandstof in aanraking te brengen met open vuur, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten gevolge waarvan de woning/het appartement en/of zich daarin bevindende goederen geheel of gedeeltelijk is/zijn verband, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de overige goederen in de woning/het appartement van verdachte en/of in de aangrenzende woningen van andere bewoners van dat appartementencomplex, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van de aangrenzende woningen in dat appartementencomplex en/of hulpverleners, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsmotivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd over de brandstichting. Ten aanzien van het onderdeel van de tenlastelegging dat verdachte de ventilatiemogelijkheden en deuropening heeft afgedicht moet verdachte worden vrijgesproken. Dit blijkt onvoldoende uit de rapportages en de deuren zijn altijd dicht. Tevens was volgens de raadsvrouw geen sprake van gevaar voor bewoners van de aangrenzende woningen, omdat zij niet thuis waren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - omdat verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_25095b08-f07f-4f64-ad22-c899c0adcf1a" />:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van verhoor verdachte van 14 januari 2021, p. 56-62;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van bevindingen van 2 januari 2021, p.11.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres]), inclusief foto’s, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p.16-33.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gevaarzetting</emphasis>
        </para>
        <para>Hoewel uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte de ventilatiemogelijkheden heeft afgesloten, volgt hieruit wel dat de deuren gesloten waren. De voordeur was afgesloten met een sleutel en de boven- en onderknip. </para>
        <para>Uit de bewijsmiddelen volgt ook dat sprake is geweest van gevaar voor andere bewoners van het appartementencomplex. Toen de voordeur open ging, kwam er zuurstof in de woning. Wanneer er zuurstof bij dikke verbrandingsgassen samen komt, kan er groot gevaar ontstaan. Door aanwakkering van vlammen kan er een plotselinge explosie van de verbrandingsgassen ontstaan met een grote brand als gevolg. Zonder inzet van hulpdiensten, in het bijzonder de brandweer, had de brand zich verder kunnen ontwikkelen, dan wel had er een explosie kunnen plaats vinden waarbij grotere schade aan de woning van de verdachte en de daaromheen liggende woningen te verwachten was geweest. Tevens was er levensgevaar voor personen of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen, te weten de bewoners van het appartementencomplex en politie- en brandweerpersoneel, te duchten als bedoeld in artikel 157 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).<footnote-ref linkend="_a20bfa37-c80d-48dc-adbf-50a3ca66c421" /> Anders dan de raadsvrouw stelt volgt niet uit het dossier dat vast staat dat alle bewoners van het appartementencomplex niet thuis waren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op 2 januari 2021, te Deventer, in een woning op de begane grond van een </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">appartementencomplex aan [adres] , opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een hoeveelheid brandbaar gas en een hoeveelheid brandstof, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een bank in de voornoemde woning overgoten met een hoeveelheid brandstof en vervolgens in de keuken van voornoemde woning, de gasslang doorgesneden en/of vernield en vervolgens alle deuropeningen gesloten, zodat het gas zich zou ophopen waarna verdachte vervolgens deze gasslang heeft aangestoken met een aansteker, zodoende het gas in aanraking te brengen met open vuur, waarna verdachte vervolgens voornoemde bank heeft aangestoken met een aansteker, zodoende de brandstof in aanraking te brengen met open vuur, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten gevolge waarvan de woning/het appartement en zich daarin bevindende goederen geheel of gedeeltelijk zijn verband, en daarvan gemeen gevaar voor de overige goederen in de woning/het appartement van verdachte en in de aangrenzende woningen van andere bewoners van dat appartementencomplex, en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van de aangrenzende woningen in dat appartementencomplex en hulpverleners te duchten was</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 157 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>eendaadse samenloop van:</para>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="italic">opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en;</emphasis></para>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="italic">opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 17 maanden voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een proeftijd van drie jaren. Aan de proeftijd dienen de bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld zoals door de reclassering geadviseerd. De officier van justitie heeft bij haar eis rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft bepleit een gevangenisstraf van 18 maanden op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft brand gesticht in zijn woning die onderdeel was van een wooncomplex. Hij heeft daarbij een brandbare stof over de bank gegoten en de gasleiding doorgesneden en vervolgens aangestoken. Hierdoor is een grote brand ontstaan waarbij alles in de woonkamer zwart is aangeslagen of gesmolten. Bovendien was door het doorsnijden van de gasleiding explosiegevaar ontstaan, waardoor omwonenden en hulpverleners ernstig gewond hadden kunnen raken of zelfs hadden kunnen overlijden. Verdachte wilde door brand te stichten een einde aan zijn leven maken en heeft daarbij ook zijn buren in gevaar gebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafblad van verdachte van 30 maart 2021 blijkt dat hij niet (recent) is veroordeeld voor strafbare feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Over verdachte is een pro Justitia rapportage opgemaakt op 10 mei 2021 door M. Stevelink, GZ-psycholoog onder supervisie van M. de Groot, GZ-psycholoog. De psychologen hebben geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een zwakbegaafd intelligentieniveau, een autismespectrumstoornis en een recidiverende depressieve stoornis in ernstige mate (thans gedeeltelijk in remissie). Vanuit zijn zwakbegaafde intelligentieniveau en autismespectrumstoornis heeft hij moeite de wereld om hem heen te begrijpen. Hij heeft moeite de gevolgen van zijn gedrag te overzien en informatie op een normale snelheid te verwerken. Door deze beperking raakt hij snel overprikkeld, verliest hij het overzicht en krijgt hij een kort lontje. Dit maakt hem kwetsbaar voor spanning en stress welke hij niet adequaat weet te reguleren. Daarnaast is er bij verdachte sprake van een onvermogen tot een passende sociale afstemming met anderen, met als gevolg een toename van gevoelens van onbegrip, frustratie en eenzaamheid. Kenmerken als rigiditeit en vasthoudendheid maken dat hij moeilijk los kan komen van de problemen die speelden, waardoor hij toenemend gepreoccupeerd raakte met zijn problemen en deze zijn leven (vrijwel) volledig gingen beheersen. Door deze jarenlange stress en oplopende gevoelens van frustratie en eenzaamheid heeft verdachte ernstige depressieve klachten ontwikkeld. Gevoelens van uitzichtloosheid, hulpeloosheid en suïcidaliteit kwamen op de voorgrond te staan, beheersten zijn leven en leken tot uiting te komen in een agressieve impulsdoorbraak welke op hem zelf gericht leek. Gezien de hierboven omschreven doorwerking van het zwakbegaafde intelligentieniveau, van de autismespectrumstoornis en de depressieve stoornis in ernstige mate (ten tijde van het ten laste gelegde), adviseren de psychologen om hem het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen. Geadviseerd wordt om de hierboven omschreven klinische behandeling bij een forensisch psychiatrische afdeling en in navolging daarvan een ambulante behandeling door een FACT-team op te leggen als een bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De reclassering heeft over verdachte gerapporteerd op 21 januari, 22 april en 7 juli 2021. De reclassering heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een complex psychiatrisch beeld en dat hij al langere tijd zeer ontevreden is over zijn woonsituatie. Ondanks diverse pogingen en ondersteuning vanuit de hulpverlening lukt het niet deze voor hem onleefbare woonsituatie te veranderen waardoor zijn toekomst steeds uitzichtlozer werd. Dit lijkt dermate veel invloed te hebben gehad op zijn leven (het beheerste zijn leven) en psychisch </para>
        <para>functioneren waardoor hij zelf het heft in handen heeft genomen en is overgegaan tot het plegen van het delict. Volgens de reclassering zijn er ook indirecte criminogene factoren aanwezig zoals het gebrek aan een steunend netwerk (sociaal isolement) en het niet hebben van een dagbesteding (dat voor afleiding en positieve gedachtes kan zorgen). Beschermende factoren zijn vooral gelegen in de hulpverleners (Stichting Goed Geregeld en Transfore) die reeds betrokken zijn en waarvoor verdachte ook open staat. De reclassering sluit zich aan bij de bevindingen van de psychologen van het NIFP.</para>
        <para>De reclassering heeft betrokkene aangemeld bij IFZ en kort voor het onderzoek ter terechtzitting bleek dat de FPA Almelo op 15 juli 2021 een plek beschikbaar had voor verdachte. De reclassering heeft geadviseerd een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en opname in voornoemde FPA dan wel een vergelijkbare instelling. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt verder rekening met het gegeven dat verdachte en de benadeelde, [benadeelde] , in een mediationtraject overeenstemming is bereikt over de door verdachte aan benadeelde te betalen schadevergoeding. De rechtbank heeft er kennis van genomen dat de benadeelde haar vordering tot schadevergoeding, welke was ingediend, heeft ingetrokken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst van het gepleegde feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank neemt de conclusies van de psychologen over en oordeelt dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht voor het bewezenverklaarde. Dat betekent volgens de rechtbank dat het onvoorwaardelijke deel van de straf gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht tot 15 juli 2021. De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis per die datum geschorst bij afzonderlijke beslissing van 13 juli 2021 ten behoeve van de opname in de FPA [locatie 2]. </para>
        <para>De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 548 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. Aan de proeftijd verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, behalve de verplichting tot het innemen van medicijnen, gelet op het bepaalde in artikel 14c Sr.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c en 55 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>eendaadse samenloop van:</para>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="italic">opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en;</emphasis></para>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="italic">opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">548 (vijfhonderdachtenveertig) dagen</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 365<emphasis role="bold"> (driehonderdvijfenzestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 3 (drie) jaren</emphasis> de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat de verdachte:</para>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis> dat verdachte:</para>
    <para>- zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;</para>
    <para>- zich laat behandelen in de FPA Almelo of een soortgelijke instelling, te bepalen door het IFZ en ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van de kliniek zullen worden gegeven; Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt betrokkene mee aan de indicatiestelling en plaatsing.</para>
    <para>daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:</para>
    <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    <para>- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;</para>
    <para>- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. C.A. Peterzon en </para>
      <para>mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Bakker, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. C.A. Peterzon is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_25095b08-f07f-4f64-ad22-c899c0adcf1a" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2021003389. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_a20bfa37-c80d-48dc-adbf-50a3ca66c421" label="2">
    <para>Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres]), inclusief foto’s, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , p.16-33.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>