<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:2938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:41:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8880093 \ CV EXPL  20-3241</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2021-1023</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2021-1023</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:2938">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:2938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-12T13:47:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:2938 Rechtbank Overijssel , 20-07-2021 / 8880093 \ CV EXPL  20-3241</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:2938:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Tussenvonnis. Loonvordering wegens vermeende verkeerde inschaling. Gedaagde </para>
        <para>wordt in de gelegenheid gesteld om op de stellingen en verweren van eiseres in te gaan.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:2938:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 8880093 \ CV EXPL  20-3241 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 20 juli 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.S.M. van Dijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.P.A. Feijen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 23 februari 2021,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling gehouden via Skype op 22 april 2021, waarbij [eiseres] is verschenen, bijgestaan door mr. C.S.M. van Dijk, en waarbij [gedaagde] is verschenen, bijgestaan door mr. J.P.A. Feijen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken,</para>
      <para>- de akte van [gedaagde] van 25 mei 2021,</para>
      <para>- de akte van [eiseres] van 22 juni 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] drijft een eenmanszaak onder de naam Fa. Urker Vishandel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] werkt sinds 13 februari 2003 bij Fa. Urker Vishandel.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <bridgehead role="italic">De vordering</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>voor recht verklaart dat zij vanaf 2007 ingedeeld dient te zijn in de hoogste trede van functiegroep II van de cao voor de Visdetailhandel en dienovereenkomstig betaald dient te worden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>voor recht verklaart dat haar salaris vanaf 15 mei 2019 € 10,96 per uur bedraagt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] veroordeelt om aan haar een bedrag van € 4.638,38 bruto aan achterstallig loon te betalen, vermeerderd met de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente tot aan de dag van volledige betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] veroordeelt om aan haar het verschil aan toekomstig achterstallig loon te betalen, vermeerderd met de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente tot aan de dag van volledige betaling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat ze al gedurende langere tijd niet op de juiste wijze wordt ingeschaald. [eiseres] stelt dat zij onder functiegroep II valt zoals beschreven in artikel 4 van de cao Visdetailhandel en dat haar uurloon € 10,96 bedraagt. [eiseres] stelt dat zij al jaren te weinig loon heeft ontvangen en dat zij vanaf november 2014 een loonvordering van € 4.648,38 op [gedaagde] heeft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verweer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent dat [eiseres] onder functiegroep II valt zoals beschreven in artikel 4 van de cao Visdetailhandel, maar voert verweer tegen de hoogte van de loonvordering. Volgens [gedaagde] is er slechts een bedrag van € 1.397,18 te weinig betaald. Daarnaast is in november 2018 een bedrag van € 394,93 nabetaald, omdat de nieuwe geïndexeerde loonschalen pas laat bekend werden. Dit bedrag dient volgens [gedaagde] in mindering te komen op de vordering. Hij erkent dan ook een vordering van € 1.002,25 bruto. Voor het overige is hij van mening dat er geen vorderingen meer openstaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Bij akte van 25 mei 2021 brengt [gedaagde] overzichten in van de tussen 2014 en 2020 volgens de cao voor de Visdetailhandel geldende lonen. [gedaagde] stelt dat in de conclusie van antwoord foutief benoemde bruto uurlonen staan en dat de uurlonen moeten zijn:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>van 17 mei 2014 tot 1 mei 2015: € 9,73</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 mei 2017 tot 1 juni 2018: € 9,86</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 juni 2018 tot 1 november 2018: € 10,28</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 november 2018 tot 1 januari 2019: € 10,40</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 juli 2019 tot 1 juli 2020: € 10,72</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 juli 2020 tot 1 juli 2021: € 10,96</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Volgens de (nieuwe) berekeningen van [gedaagde] heeft [eiseres] een bedrag van € 1.900,47 te weinig ontvangen aan reguliere loonbetalingen. Hij stelt echter dat [eiseres] gedurende de gehele periode waarop de vordering betrekking heeft, een maandelijkse persoonlijke toeslag heeft ontvangen van € 53,59 bruto per maand. Volgens [gedaagde] is deze toeslag geïntroduceerd om het verschil tussen het basisloon dat [eiseres] ontving en het basisloon dat zij had moeten ontvangen, te compenseren. [gedaagde] stelt dat deze toeslag meegewogen moet worden en dat [eiseres] in dat geval een bedrag van € 1.314,93 bruto te véél aan loon heeft ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Bij akte van 22 juni 2021 voert [eiseres] aan dat de in de akte van [gedaagde] genoemde bedragen (zoals opgenomen onder 4.1) niet volledig corresponderen met de cao-overzichten die hij overlegt. De juiste uurlonen zijn volgens [eiseres] :</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>van 17 mei 2014 tot en met 31 december 2014: € 9,78</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015: € 9,91</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016: € 10,06</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017: € 10,26</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018: € 10,38</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019: € 10,72</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020: € 10,96</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van 1 januari 2021 tot en met heden: … (in te vullen na afronding uitgestelde cao-onderhandelingen).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt dat zij op grond van deze bedragen tot en met 31 december 2020 in totaal € 2.478,46 bruto te weinig aan loon heeft ontvangen. Daarnaast wenst [eiseres] de loonsverhoging over 2021 met terugwerkende kracht te ontvangen zodra deze bekend is, aangezien zij nog steeds een foutief uurloon van € 10,92 ontvangt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] voert aan dat de door [gedaagde] genoemde persoonlijke toeslag geen cao-compensatie is, maar dat dit de afkoop van haar ATV-rechten betreft. Volgens [eiseres] gebeurt dit bij al haar collega’s op dezelfde wijze en bestaat hier geen persoonlijke keuze in. Zij houdt dan ook vast aan haar loonvordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft nog geen gelegenheid gehad om op de genoemde stellingen en verweren van [eiseres] te reageren. De kantonrechter zal [gedaagde] hiertoe in de gelegenheid stellen. De kantonrechter houdt iedere verder beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>stelt [gedaagde] ter rolzitting van <emphasis role="bold">17 augustus 2021</emphasis> in de gelegenheid om zich bij akte uit te laten over de stellingen en verweren van [eiseres] in haar akte van 22 juni 2021 met betrekking tot de hoogte van de uurlonen en met betrekking tot de persoonlijke toeslag,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2021. </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>