<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:2860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-16T12:00:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9114460 \ CV EXPL  21-1495</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:2860">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:2860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-15T12:15:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:2860 Rechtbank Overijssel , 13-07-2021 / 9114460 \ CV EXPL  21-1495</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:2860:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Vordering tot (terug)betaling van een geleende geldsom wordt als onweersproken toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:2860:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 9114460 \ CV EXPL  21-1495 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 13 juli 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: B. Rentrop (Inkassier)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 20 april 2021 heeft de kantonrechter in deze zaak een tussenvonnis gewezen en bepaald dat een mondelinge behandeling zou worden gehouden. Op 21 juni 2021 heeft [eiser] een akte met aanvullende producties overgelegd. Op 27 juni 2021 heeft [gedaagde] een pleitnota overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 juni 2021 via Skype. [eiser] en zijn gemachtigde, B. Rentrop van Inkassier, zijn verschenen. [gedaagde] is niet verschenen. Van de mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt. De kantonrechter heeft bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat deze zaak over?</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft een aantal keer geld geleend van [eiser] . Deze zaak gaat om het bedrag van € 1.000,00 dat [gedaagde] op 18 januari 2016 van [eiser] heeft geleend. Daarvan heeft [gedaagde] in 2016 € 280,00 aan [eiser] terugbetaald. Het resterende bedrag heeft zij, ondanks sommaties van [eiser] , niet terugbetaald. Daarom is [eiser] deze procedure begonnen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat wil [eiser] ? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] wil dat [gedaagde] het restant van het geleende bedrag aan hem terugbetaalt, plus rente en kosten. Op 24 juni 2021 heeft [gedaagde] nog een bedrag van € 75,00 aan [eiser] betaald. Daarom heeft [eiser] ter zitting zijn eis met € 75,00 verminderd. [eiser] vordert nu dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 843,17 (bestaande uit de hoofdsom van € 645,00, de wettelijke rente tot 16 maart 2021 van € 67,49 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 130,68), te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 720,00 vanaf 16 maart 2021 tot de dag van volledige betaling, de proceskosten en de nakosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vindt [gedaagde] ?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord aangevoerd dat zij haar kerstbonus van € 272,00 niet heeft geaccepteerd en niet al haar gewerkte uren (ad € 528,00) heeft laten uitbetalen. Op die manier zou zij [eiser] hebben terugbetaald. In de pleitnota, die [gedaagde] voor de zitting heeft ingediend, heeft zij laten weten haar verweer te willen intrekken. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Wat vindt de kantonrechter van de zaak?</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Nu [gedaagde] niet langer verweer heeft gevoerd en niet bij de mondelinge behandeling is verschenen, komen de stellingen van [eiser] als onbetwist vast te staan. De hoofdsom van € 645,00 zal worden toegewezen, net als de wettelijke rente zoals hierna onder de beslissing vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. [eiser] heeft op 6 november 2020 een 14-dagenbrief naar [gedaagde] gestuurd. In de brief is echter niet het juiste wettelijke tarief aan buitengerechtelijke kosten vermeld, waardoor deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt in deze procedure grotendeels in het ongelijk gesteld. Zij moet daarom de proceskosten betalen. Deze kosten bestaan uit € 108,22 aan dagvaardingskosten, € 240,00 aan griffierecht dat [eiser] aan de rechtbank heeft betaald en € 248,00 aan salaris voor de gemachtigde van [eiser] (2 punten x tarief € 124,00). Dat is in totaal € 596,22.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De nakosten, waarvan [eiser] betaling heeft gevorderd, worden begroot op € 62,00 (½ punt van het liquidatietarief).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 712,49, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 720,00 vanaf 16 maart 2021 tot 24 juni 2021 en over een bedrag van € 645,00 vanaf 24 juni 2021 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op € 596,22;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de nakosten, begroot op € 62,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2021.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>