<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:2744</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-12T11:27:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9049528 \ CV EXPL  21-839</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:2744">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:2744</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-12T11:26:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:2744 Rechtbank Overijssel , 06-07-2021 / 9049528 \ CV EXPL  21-839</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:2744:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagden hebben onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij een rechtsverhouding met een derde partij hebben die voor deze partij aansprakelijkheid jegens gedaagden met zich mee zou kunnen brengen. De vordering tot oproeping in vrijwaring wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:2744:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 9049528 \ CV EXPL  21-839 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 6 juli 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] ,</emphasis>
        <?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, </para>
      <para>gemachtigde: mr. Y.J.H. van Griensven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de ontbonden vennootschap onder firma [X] V.O.F.,<?linebreak?>voorheen gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,</title>
    <parablock>
      <para>	gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident,</para>
      <para>gemachtigde: mr. Y.F. Helle,</para>
    </parablock>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <parablock>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, </para>
      <para>gemachtigde: mr. Y.F. Helle,</para>
      <para>toevoeging aangevraagd,</para>
    </parablock>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[gedaagde 3]</emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <parablock>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. van der Vinne, onttrokken bij bericht van 10 mei 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiseres] , [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 8 februari 2021;</para>
      <para>- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van de zijde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in het incident van de zijde van [eiseres] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde 3] heeft, hoewel behoorlijk in de gelegenheid gesteld, geen conclusie van antwoord in de hoofdzaak en geen conclusie van antwoord in het incident genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is bepaald dat in het incident vonnis zal worden gewezen.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [gedaagde 1] hebben een aantal overeenkomsten van aanneming gesloten ten behoeve van de verbouwing van de woning van [eiseres] . De verbouwingswerkzaamheden zijn niet afgerond en, naar de mening van [eiseres] , niet deugdelijk uitgevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert primair een verklaring voor recht dat zij de overeenkomsten gedeeltelijk heeft ontbonden, althans ontbinding van de overeenkomsten, en vordert terugbetaling van een bedrag van € 23.900,00. Subsidiair vordert [eiseres] een verklaring voor recht dat zij de overeenkomsten heeft opgezegd en terugbetaling van een bedrag van € 9.550,00. Daarnaast vordert [eiseres] betaling van de deskundigenkosten, de proceskosten en de nakosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vorderen dat hen wordt toegestaan de heer [A] , wonende aan de [adres] te [plaats] (hierna: [A] ), in vrijwaring op te roepen. Zij leggen hieraan ten grondslag dat [A] de overeenkomsten met [eiseres] heeft overgenomen. Hij zou de niet afgeronde werkzaamheden afmaken. [A] is sindsdien verantwoordelijk voor het deugdelijk uitvoeren van het werk en de gevolgen van eventuele gebreken, aldus [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiseres] betwist dat [A] de overeenkomsten, die tussen [eiseres] en [gedaagde 1] bestonden, heeft overgenomen. [A] heeft offertes uitgebracht namens [gedaagde 1] , hij was daar “de financiële man”. Hij heeft geen eigen aannemingsbedrijf. De overeenkomsten zijn met [gedaagde 1] gesloten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat een vordering tot vrijwaring in beginsel toewijsbaar is, indien voldoende concreet en gemotiveerd wordt gesteld dat de verzoeker tot vrijwaring in geval van een voor hem ongunstige afloop van de hoofdzaak, krachtens hun onderlinge rechtsverhouding een verhaalsrecht kan hebben op diegene die hij in vrijwaring wenst op te roepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gesteld en onderbouwd dat er een rechtsverhouding bestaat die voor [A] aansprakelijkheid jegens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] met zich meebrengt. Zelfs indien vast zou komen te staan dat [A] de overeenkomst met [eiseres] heeft overgenomen, is onvoldoende gesteld dat [A] in dat geval aansprakelijk zou zijn jegens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Het verweer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is daarmee een inhoudelijk verweer dat in de hoofdzaak gevoerd dient te worden. De vordering tot oproeping in vrijwaring zal worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden in het ongelijk gesteld. Zij worden daarom veroordeeld in de proceskosten van dit incident, aan de zijde van [eiseres] begroot op € 249,00 aan salaris gemachtigde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van <emphasis role="bold">dinsdag 3 augustus 2021</emphasis> voor het nemen van de conclusie van antwoord door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vordering tot oproeping in vrijwaring af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de proceskosten van dit incident, aan de zijde van [eiseres] begroot op € 249,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verwijst de procedure naar de civiele rolzitting van <emphasis role="bold">dinsdag 3 augustus 2021</emphasis>, teneinde [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in staat te stellen te concluderen voor antwoord;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2021. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>