<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:2536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-13T10:16:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-952287-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:2536">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:2536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-24T14:09:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:2536 Rechtbank Overijssel , 24-06-2021 / 08-952287-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:2536:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank oordeelt dat een 35-jarige man 107.113 euro aan illegaal verdiend geld moet afstaan aan de Staat. De man verdiende geld met de handel in harddrugs.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:2536:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08-952287-19</para>
      <para>Datum vonnis: 24 juni 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van                    € 113.795,--.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 10 juni 2021. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat in Arnhem, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting van 10 juni 2021 heeft de officier van justitie mr. C.P. Dronkers zijn vordering gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering moet worden afgewezen, omdat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 2 tenlastegelegde feit ‘witwassen’ en hierdoor de samenhang met de ontnemingsvordering ontbreekt. </para>
      <para>De raadsman heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 24 juni 2021 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1, </emphasis>het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 2, </emphasis>het misdrijf: gewoontewitwassen;</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 3, </emphasis>het misdrijf: een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van art. 10, voorbereiden of bevorderen, door stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is bij de berekening van het wederrechtelijk voordeel uitgegaan van het veroordelend vonnis, de in de bijlage bij dit vonnis opgenomen bewijsmiddelen en de uit deze bewijsmiddelen voortvloeiende – als aannemelijk aan te merken – gegevens waarop het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling, BVH nummer  2019109235, documentcode [documentcode] , onderzoek WASBEER/ ON23019001, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant] , en gesloten op 18 februari 2020 is gebaseerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uitgaande van gewoontewitwassen in de periode van 1 januari 2017 tot en met 15 oktober 2019 berekent de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aankoop Bitcoins 					€    9.000,--</para>
        <para>Stortingen bankrekeningen 				€  73.120,--</para>
        <para>Aankoop Volvo C 30 					€    7.150,--</para>
        <para>Aankoop caravan / chalet 				€    8.500,--</para>
        <para>Aankoop caravan / chalet 				€    5.000,--</para>
        <para>Kampgeld [camping] 				€    1.145,--</para>
        <para>Huishoudelijke uitgaven volgens de Nibud norm	<emphasis role="underline">€  10.160,--</emphasis></para>
        <para>Totaal							€ 114.075,--</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Van dit totaal wordt afgetrokken een bedrag van € 40,-- legale inkomsten en twee bedragen contant geld die bij de doorzoeking in de woning van [verdachte] zijn aangetroffen, te weten            € 200,-- in een portemonnee en € 120,-- in een glazen pot. Het totaal van de berekening is na aftrek van deze drie bedragen  € 113.795,--.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Volvo C30 is bij vonnis van 24 juni 2021 door de rechtbank verbeurdverklaard omdat sprake is van een voorwerp dat aan verdachte toebehoort en dat door middel van of uit de baten van het strafbare feit is verkregen. Om die reden dient de opbrengst van het voertuig in mindering te worden gebracht worden op de betalingsverplichting van het wettelijk verkregen voordeel (zie bijv. ECLI:NL:HR:2018:1768). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal bij de vaststelling van de betalingsverplichting rekening houden met de verbeurdverklaring van de auto en de waarde daarvan op de datum van inbeslagneming van          € 6.682,--, zoals blijkt uit de beslaglijst.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het hiervoor overwogene stelt de rechtbank op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 113.795,--.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van €  107.113,--.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op <emphasis role="bold">€ 113.795,--</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van <emphasis role="bold">€  107.113,--</emphasis> aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1.080 dagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en <?linebreak?>mr. C.E. Vording, rechters, in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Leeswijzer</emphasis>
      </para>
      <para>Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland, onderzoek ON23019001/Wasbeer, procesverbaalnummers PL0600-2019460842, PL0600-2019109235, PL0600-2019459045, gesloten op 23 januari 2020. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para>Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling d.d. 18 februari 2020 (pag. 179 tot en met 188), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onderzoeksperiode is vastgesteld van 1 januari 2017 tot en met 15 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de analyse van de bankrekeningen van [verdachte] blijkt dat er in de eerste twee maanden voorafgaande aan de onderzoeksperiode van zijn bankrekening geen contante geldbedragen zijn opgenomen. Het beginsaldo van 1-1-2017 wordt op € 0,-- gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 juni 2017 is € 40,-- contant opgenomen.</para>
      <para>
        [verdachte] heeft in de onderzoeksperiode een ZW-uitkering van het UWV en een WW-uitkering van de gemeente Hengelo ontvangen. Geen van deze twee uitkeringen is contant uitbetaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bovenstaande informatie geeft een totaal bedrag van legale contante ontvangsten van € 40,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bitcoins</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het PV restinformatie van het onderzoek Bentley blijkt dat [verdachte] in 2017 voor € 9.000,-- aan Bitcoins contant heeft aangekocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de opgevraagde gegevens bij de Belastingdienst kan worden opgemaakt dat: </para>
    </parablock>
    <para>a. Er in de periode 2017/2018 geen bron van inkomsten bekend is bij de Belastingdienst. </para>
    <para>b. Er niets is dat wijst op het legaal bezit van enig vermogen dat de aankoop van € 9.000 aan </para>
    <para>Bitcoins ( zie tabel 1) bij de verdachte [naam] kan verklaren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tabel 1: overzicht van de transactiegegevens</para>
      <para>Naam 		Transacties</para>
      <para>
        [verdachte]	datum		hoeveelheid BTC		hoeveelheid in EUR</para>
      <para>16-12-2017  	0,2143727  			€ 4.000,00 </para>
      <para>11-11-2017  	0,6567551  			€ 4.000,00 </para>
      <para>24-08-2017  	0,2129064  			€ 1.000,00</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Contante bankstortingen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het opstellen van deze eenvoudige kasopstellingen is van de verdachte [verdachte] onderstaande bankrekeningen en bankmutaties in de opgevraagde onderzoeksperiode opgevraagd en geanalyseerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de gevorderde gegevens bij de ABN AMRO Bank van rekeningnummer                                    [rekeningnummer 2] t.n.v. [verdachte] blijkt onder andere het volgende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van 01-02-2017 tot 19-12-2017 	€  18.060,--</para>
      <para>Van 08-01-2018 tot 31-12-2018 	€  36.620,-- </para>
      <para>Van 13-01-2019 tot 05-08-2019 	€  18.440,-- </para>
      <para>Totaal 					€  73.120,-- </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aankoop Volvo C 30 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit RDW gegevens en gegevens van de Belastingdienst bleek dat [verdachte] een Volvo C30 met het kenteken [kenteken] op zijn naam heeft staan. Volgens het RDW was de vorige eigenaar [bedrijf] . Uit gevorderde gegevens bij [bedrijf] blijkt dat er door [verdachte] € 7.150,-- contant is betaald voor de aanschaf van deze Volvo. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aankoop twee caravans/chalets </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In 2019 heeft [verdachte] twee caravans / chalets gekocht op [camping] . De eerste caravan staat op veld 14 plek 12 en is door hem in augustus 2019 gekocht voor € 8.500,--. De tweede caravan staat op veld 14 plek 17 en is door hem in maart 2019 gekocht voor € 5.000,--. Beide bedragen zijn contant betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Betaling kampgeld [camping]</emphasis>  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de caravan op veld 14 plek 17 heeft [verdachte] kampgeld contant betaald ten bedrage van € 1.145,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eindsaldo contant geld </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de doorzoeking aan de [adres] , de woning van [verdachte] , is inbeslaggenomen: </para>
      <para>In de portemonnee 	€ 200,-- </para>
      <para>In een glazen pot 	€ 120,--</para>
      <para>In een eenvoudige kasopstelling wordt op grond van vorenstaande rekening gehouden met een eindsaldo contant geld van € 320,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Recapitulatie wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beginsaldo					€          0,--</para>
      <para>Legale inkomsten				€        40,--   +</para>
      <para>Contant						<emphasis role="underline">€      320,--</emphasis>   -/-</para>
      <para>Beschikbaar voor het doen van uitgaven		€      280,--   -/-	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feitelijke contante uitgaven</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aankoop Bitcoins 				€     9.000,--</para>
      <para>Stortingen bankrekeningen 			€   73.120,--</para>
      <para>Aankoop Volvo C 30 				€     7.150,--</para>
      <para>Aankoop caravan / chalet 			€     8.500,--</para>
      <para>Aankoop caravan / chalet 			€     5.000,--</para>
      <para>Kampgeld [camping]			<emphasis role="underline">€     1.145,--</emphasis></para>
      <para>Totaal						€ 103.915,--</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel 		<emphasis role="bold">€ 103.635,--</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. </para>
    <para>Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek Wasbeer, opgemaakt door verbalisant               [verbalisant] en gedateerd 6 februari 2020, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] ten name van [verdachte] zijn geen uitgaven gedaan die betrekking hebben op huishoudelijke uitgaven.</para>
      <para>Er zijn in de onderzoeksperiode geen uitgaven voor voeding, was- en schoonmaakmiddelen, persoonlijke verzorging en huisdieren (twee katten) afgeschreven. Deze kosten zullen naar alle waarschijnlijkheid contant betaald zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter informatie: [verdachte] bezit twee katten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een éénpersoonshuishoudens heeft Nibud de volgende bedragen vastgesteld:</para>
      <para>(…)</para>
      <para>Afgerond <emphasis role="bold">€ 10.160,--</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bron:</para>
      <para>Budgethandboek Nibud 2017</para>
      <para>Budgethandboek Nibud 2018</para>
      <para>Budgethandboek Nibud 2019</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>