<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:1938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-17T12:24:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">264218 KG ZA 21-82</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:1938">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:1938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-17T12:24:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:1938 Rechtbank Overijssel , 06-05-2021 / 264218 KG ZA 21-82</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:1938:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot ontruiming tegen de gebruiker van een perceel vanwege de verkoop daarvan. Vordering toegewezen na ter zitting bereikte overeenstemming over de ontruimingsdatum.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:1938:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 264218 KG ZA 21-82 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 6 mei 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiseres] , </title>
    <parablock>
      <para>wonende in [woonplaats] , </para>
      <para>hierna genoemd: “<emphasis role="bold">[eiseres]</emphasis>”, </para>
      <para>2. <emphasis role="bold">[eiser]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] , </para>
      <para>hierna genoemd: “<emphasis role="bold">[eiser]</emphasis>”</para>
      <para>eisende partijen, </para>
      <para>advocaat: mr. J.W. Stegeman, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] , </para>
      <para>gedaagde partij, </para>
      <para>hierna genoemd: “<emphasis role="bold">[gedaagde]</emphasis>”, </para>
      <para>advocaat: mr. N.A.M. Kienhuis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [eiser] zijn tegen [gedaagde] een kort geding begonnen. Op 8 april 2021 heeft de deurwaarder een dagvaarding aan [gedaagde] overhandigd (met bijbehorende documenten). In de dagvaarding staat wat [eiseres] en [eiser] aan de rechter verzoeken.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De advocaat van [gedaagde] heeft op 30 april 2021 een pleitnotitie toegezonden met een reactie op de dagvaarding (inclusief bijbehorende documenten). De advocaat van [eiseres] en [eiser] heeft diezelfde dag een aantal aanvullende documenten toegezonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het kort geding is op 3 mei 2021 mondeling behandeld via een videobelverbinding (Skype). Daarbij was [eiser] aanwezig, bijgestaan door mr. Stegeman. Namens [gedaagde] zijn verschenen mr. Kienhuis en de heer [A], sociaal verpleegkundige van de GGD Twente. [gedaagde] en [eiseres] waren dus niet aanwezig. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>In dit vonnis staat wat de beslissing van de rechter is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De discussie</title>
    <bridgehead role="underline">De aanleiding van deze procedure </bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 7 juli 2018 is de moeder van [eiseres] , [eiser] en [gedaagde] overleden. [eiseres] , [eiser] en [gedaagde] zijn de erfgenamen van moeder. Tot de erfenis behoort een perceel aan de [adres] in [plaats], waarop de woning staat waarin moeder woonde. Het kadastrale kenmerk van dit perceel is ‘[kadasternummer]’. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] verblijft al vele jaren op dit perceel. Hij heeft daarop een caravan gestald waarin hij overnacht. Daarnaast heeft [gedaagde] spullen opgeslagen in een schuur op het perceel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In verband met de afwikkeling van de erfenis, hebben [eiseres] en [eiser] in juli 2020 aan de rechtbank toestemming gevraagd voor de verkoop van het perceel. [gedaagde] heeft toen aan de rechtbank bericht dat hij zal meewerken aan de verkoop. Op 28 september 2020 heeft de rechtbank toestemming voor de verkoop verleend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [eiser] hebben het perceel op 5 maart 2021 verkocht. In de koopovereenkomst staat dat het perceel op 1 juni 2021 moet worden geleverd aan de kopers. Verder volgt uit de koopovereenkomst dat als [gedaagde] op 1 juni 2021 nog op het perceel verblijft, of als er dan nog spullen van [gedaagde] aanwezig zijn, er een boete aan de kopers betaald moet worden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het verzoek van [eiseres] en [eiser]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [eiser] willen dat [gedaagde] het perceel ontruimt (wat betekent dat [gedaagde] het perceel moet verlaten en dat daar geen spullen van hem mogen achterblijven). [eiseres] en [eiser] willen dat [gedaagde] dat doet binnen 48 uur nadat de schriftelijke beslissing van de rechter door de deurwaarder aan hem is overhandigd. Verder willen [eiseres] en [eiser] dat [gedaagde] een dwangsom moet betalen als hij het perceel niet op tijd ontruimt. Daarnaast vragen [eiseres] en [eiser] toestemming om de ontruiming af te dwingen met behulp van de deurwaarder en de politie, als [gedaagde] het perceel niet op tijd ontruimt.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het verweer van [gedaagde]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wil het liefst dat de rechter het verzoek van [eiseres] en [eiser] volledig afwijst. Voor het geval hij het perceel wel moet ontruimen, wil [gedaagde] daarvoor de tijd krijgen tot 28 mei 2021. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechter is van oordeel dat het verzoek van [eiseres] en [eiser] voldoende spoed heeft om in dit kort geding te kunnen behandelen. Zij hebben de ontruiming namelijk verzocht omdat het perceel op 1 juni 2021 geleverd moet worden aan de kopers. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Dát [gedaagde] het perceel moet ontruimen staat naar het oordeel van de rechter vast. Zoals gezegd hebben [eiseres] en [eiser] op 28 september 2020 toestemming gekregen van de rechtbank om het perceel te verkopen, en [gedaagde] heeft toegezegd om aan de verkoop mee te werken. Om de verkoop uit te kunnen voeren is nodig dat [gedaagde] het perceel ontruimt. [gedaagde] ontkent ook niet dat hij het perceel moet ontruimen. Waar wel discussie over bestaat is op welke datum [gedaagde] het perceel ontruimd moet hebben.    </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling is overeenstemming bereikt over de datum waarop [gedaagde] het perceel ontruimd moet hebben. Daarbij is rekening gehouden met aan de ene kant het belang van [eiseres] en [eiser] en aan de andere kant het belang van [gedaagde] . Voor [eiseres] en [eiser] is het van belang dat er voldoende tijd zit tussen de dag waarop [gedaagde] het perceel ontruimd moet hebben en 1 juni 2021 (de afgesproken dag van levering), zodat zij nog maatregelen kunnen nemen als [gedaagde] niet op tijd aan zijn verplichting tot ontruiming voldoet. Voor [gedaagde] is het van belang dat hij langer de tijd krijgt om een nieuwe verblijfplaats te zoeken en zijn spullen van het perceel weg te halen. Op basis van de bereikte overeenstemming zal de rechter als volgt beslissen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [gedaagde] moet het perceel uiterlijk op 25 mei 2021 hebben ontruimd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De rechter zal bepalen dat <emphasis role="bold">[gedaagde] het perceel uiterlijk op 25 mei 2021 moet hebben ontruimd</emphasis>. Dat betekent dus dat [gedaagde] het perceel dan moet hebben verlaten en zijn spullen (inclusief caravan) dan moet hebben weggehaald.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Uit de wet volgt dat als [gedaagde] het perceel niet op tijd ontruimt, de ontruiming door [eiseres] en [eiser] kan worden afgedwongen met behulp van de deurwaarder en de politie (in overeenstemming met de regeling van artikel 555 e.v. Rv). Een afzonderlijke machtiging is hiervoor niet nodig en zal dus niet worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Er zal geen dwangsom worden toegewezen. Ook daarover is tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>In de dagvaarding is verder verzocht om te bepalen dat [gedaagde] na de ontruiming van het perceel, dit aan [eiseres] en [eiser] ‘ter vrije beschikking moet stellen’. [eiseres] en [eiser] hebben echter niet duidelijk gemaakt wat ze hiermee concreet bedoelen. De rechter volgt niet wat [gedaagde] naast de ontruiming nog meer zou moeten doen met het oog op de aanstaande levering van het perceel. Dit deel van het verzoek is dan ook niet toewijsbaar.    </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De kosten van deze procedure</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Er is geen overeenstemming bereikt over wie de kosten van deze procedure moet betalen. [eiseres] en [eiser] willen dat [gedaagde] hun proceskosten betaalt, terwijl [gedaagde] juist wil dat [eiseres] en [eiser] zijn proceskosten betalen. De rechter zal de proceskosten compenseren, wat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt. Aanleiding hiervoor is ten eerste de familierelatie van [eiseres] , [eiser] en [gedaagde] . Ten tweede berust de beslissing over de verzochte ontruiming op de hierover bereikte overeenstemming, waardoor de rechter het niet passend acht om te beoordelen welke partij in deze procedure gelijk heeft.  </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter: </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om het perceel (kadastraal bekend als [kadasternummer]) <emphasis role="bold">uiterlijk op 25 mei 2021 </emphasis>te hebben ontruimd en ontruimd te houden; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2021. (HJB)</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>