<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:1885</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-04T22:58:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8789429 \ CV EXPL 20-4117 en 8789448 \ CV EXPL 20-4118</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2021, afl. 4, p. 177</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:1885">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:1885</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-10T12:37:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:1885 Rechtbank Overijssel , 04-05-2021 / 8789429 \ CV EXPL 20-4117 en 8789448 \ CV EXPL 20-4118</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:1885:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser mocht afgaan op de (schijn van) vertegenwoordigingsbevoegdheid van een medewerker van gedaagde. Gedaagde is dus gebonden aan de verzekeringsovereenkomsten die deze medewerker namens gedaagde heeft afgesloten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:1885:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: 	8789429 \ CV EXPL 20-4117</para>
      <para>8789448 \ CV EXPL 20-4118 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 4 mei 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak met zaaknummer 8789429 van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">[A]</emphasis>,<?linebreak?>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. N.A. de Jonge</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">[X] ,</emphasis></para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] en kantoorhoudende in [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde 1] ,</para>
      <para>gemachtigde: de heer [Z]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en in de zaak met zaaknummer 8789448 van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">[A]</emphasis>,<?linebreak?>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. N.A. de Jonge</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">[Y]</emphasis>,<?linebreak?>gevestigd in [vestigingsplaats] en kantoorhoudende in [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde 2]</para>
      <para>gemachtigde: de heer [Z] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagden worden hierna ook tezamen [gedaagde 1] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In deze twee zaken is een tussenvonnis gewezen op 19 januari 2021, waarin is bepaald dat een gelijktijdige mondelinge behandeling zal worden gehouden. [eiseres] heeft ten behoeve van de mondelinge behandeling voor beide zaken een akte met aanvullende producties ingediend. [gedaagde 1] heeft op 31 maart 2021 ten behoeve van beide zaken een e-mail gestuurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 april 2021 via online verbinding (Skype). De griffier heeft hiervan aantekeningen gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat deze zaak over?</title>
    <bridgehead role="italic">De vaststaande feiten</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De heer [Z] is bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde 2] . [gedaagde 2] is bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde 1] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] is een verzekeringstussenpersoon. Via [eiseres] zijn een aantal verzekeringen afgesloten op naam van [gedaagde 1] en op naam van [gedaagde 2] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het pakket verzekeringen dat op naam staat van [gedaagde 1] bestaat onder andere uit verzekeringen voor het wagenpark, werkmaterieel, twee auto’s, diverse aanhangers en trailers en een boot.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De verzekeringen op naam van [gedaagde 2] bestaan onder andere uit verzekeringen voor milieuschade, voor bestuurders van motorrijtuigen, ziekteverzuim, bedrijfsaansprakelijkheid (hierna: AVB) en arbeidsongeschiktheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] incasseert de verzekeringspremies via rekening-courant. Zowel bij [gedaagde 1] als bij [gedaagde 2] is een achterstand in de premiebetalingen ontstaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>In 2013 is op de AVB van [gedaagde 2] een schade-uitkering gedaan. [eiseres] heeft het eigen risico van € 5.000,00 aan de verzekeraar betaald en het bedrag bij [gedaagde 2] in rekening gebracht. [gedaagde 2] heeft dit bedrag niet aan [eiseres] betaald.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat [eiseres] wil</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [eiseres] wil dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de verschuldigde verzekeringspremies en het voorgeschoten eigen risico betalen, plus rente en incassokosten, omdat de bedragen te laat zijn betaald en [eiseres] de vordering uit handen heeft moeten geven aan haar incassogemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij [gedaagde 1] bedraagt de premieachterstand € 11.851,78. Na creditering van een aantal bedragen dat [eiseres] voor eigen rekening neemt, vordert [eiseres] van [gedaagde 1] een bedrag van € 5.514,70 aan achterstallige premies. De gevorderde rente bedraagt € 267,58 tot 15 september 2020. [eiseres] vordert daarnaast € 650,74 aan buitengerechtelijke incassokosten.</para>
        <para>Daarom vordert [eiseres] dat [gedaagde 1] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 6.433,02, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 5.514,70 vanaf 15 september 2020 tot de dag van volledige betaling en met veroordeling van [gedaagde 1] in de proceskosten en de nakosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij [gedaagde 2] bedraagt de betalingsachterstand € 25.072,74. Na creditering van een deel van dit bedrag vordert [eiseres] van [gedaagde 2] nog een bedrag van € 18.975,22 aan achterstallige premies en voorgeschoten eigen risico. Daarbij komen nog de gevorderde rente tot 15 september 2020 van € 1.158,61 en de buitengerechtelijke kosten van € 964,75.</para>
        <para>
          [eiseres] vordert daarom dat [gedaagde 2] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 21.098,58 aan [eiseres] , te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 18.975,22 vanaf 15 september 2020 tot de dag van volledige betaling en met veroordeling van [gedaagde 2] in de proceskosten en in de nakosten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De reactie van [gedaagde 1]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] heeft betwist dat de verzekeringsovereenkomsten tussen [eiseres] en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot stand zijn gekomen. [gedaagde 1] voert aan dat de heer [W] de verzekeringen heeft afgesloten. [W] werkte weliswaar bij [gedaagde 1] , maar hij was niet bevoegd om overeenkomsten te sluiten. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn dus niet gebonden aan de verzekeringsovereenkomsten die [W] heeft afgesloten, aldus [gedaagde 1] .</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat de hoogte van de gefactureerde bedragen niet in geschil is. In geschil is enkel of [eiseres] een overeenkomst heeft met de [gedaagde 1] vennootschappen, omdat [W] naar stellingen van [gedaagde 1] onbevoegd zou zijn geweest om de overeenkomsten aan te gaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bevoegdheid van [W]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt dat de verzekeringsovereenkomsten met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. De eerste overeenkomsten met beide bedrijven werden al in 2001 gesloten. Het contact verliep altijd met [W] . Aanvraagformulieren werden door [W] ingevuld en wijzigingen werden door hem doorgegeven. Eens in het jaar werden de verzekeringen doorgenomen. Ook dat gebeurde samen met [W] . De premies van de verzekeringen zijn – met uitzondering van de huidige achterstand – altijd betaald. Door [gedaagde 1] is daarover nooit geklaagd. Er zijn ook schades uitbetaald aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Naar mening van [eiseres] was [W] dan ook bevoegd om de overeenkomsten namens de [gedaagde 1] vennootschappen aan te gaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] betwist dat [W] bevoegd was om de verzekeringsovereenkomsten te sluiten. Ter onderbouwing heeft [gedaagde 1] uittreksels van het Handelsregister overgelegd. Daarin staat dat [Z] bestuurder en enig aandeelhouder is van [gedaagde 2] en dat hij alleen en zelfstandig bevoegd is om [gedaagde 2] te binden. Bij [gedaagde 1] is [gedaagde 2] bestuurder en enig aandeelhouder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat, omdat [eiseres] zich beroept op het bestaan van rechtsgeldig overeengekomen overeenkomsten met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , het aan [eiseres] is om te stellen en (bij voldoende betwisting) te bewijzen dat [W] bevoegd was om de overeenkomsten te sluiten. Uit het Handelsregister is gebleken dat [W] niet als bestuurder of als gevolmachtigde staat ingeschreven. Aangenomen wordt dat hij dus niet statutair bevoegd was om namens de vennootschappen te handelen. [eiseres] heeft feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan een (mondelinge, of eventueel stilzwijgende) volmacht zou kunnen bestaan. Er is volgens [eiseres] in 2018 namelijk een gesprek met [Z] (wel statutair bevoegd) gevoerd over het eigen risico dat nog betaald moest worden. In dat gesprek zou [Z] hebben gezegd dat [eiseres] daarover contact met [W] moest opnemen. Ook heeft er volgens [eiseres] een gesprek met [Z] plaatsgevonden, waarin werd afgesproken dat [eiseres] een eindafrekening zou maken, zodat daarover afspraken gemaakt konden worden. Hieruit kan worden afgeleid dat [W] intern gevolmachtigd was om namens [gedaagde 1] overeenkomsten aan te gaan omtrent het afsluiten van verzekeringen. [gedaagde 1] betwist evenwel dat deze gesprekken hebben plaatsgevonden. [eiseres] zou haar stellingen daarom dienen te bewijzen. Tot het leveren van bewijs hoeft echter niet te worden overgegaan, gelet op het volgende.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Uit de door [eiseres] aangevoerde stellingen kan een beroep worden afgeleid op het bestaan van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van [W] . Als dat het geval is, zijn de [gedaagde 1] vennootschappen gebonden aan de verzekeringsovereenkomsten met [eiseres] . [eiseres] stelt namelijk dat zij ervan uitging dat [W] bevoegd was om namens de [gedaagde 1] vennootschappen te handelen. Dat leidde zij af uit het feit dat [W] een medewerker was van [gedaagde 1] , als zodanig contact met haar had opgenomen voor het afsluiten van verzekeringen en de omstandigheid dat meerdere jaren facturen van haar zijn voldaan door [gedaagde 1] waarmee [gedaagde 1] de overeenkomsten bekrachtigde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid is sprake indien [eiseres] op grond van een verklaring of gedraging van [gedaagde 1] heeft aangenomen of redelijkerwijs mocht aannemen dat [W] bevoegd was om overeenkomsten te sluiten namens [gedaagde 1] . [gedaagde 1] kan zich dan niet op de onbevoegdheid van [W] beroepen en is gebonden aan de overeenkomsten (artikel 3:61 lid 2 BW). Op grond van geldende rechtspraak kan ook plaats zijn voor toerekening van de schijn van volmachtverlening aan een onbevoegd vertegenwoordigde rechtspersoon, indien de derde ( [eiseres] ) gerechtvaardigd heeft vertrouwd dat een toereikende volmacht was verleend op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de onbevoegd vertegenwoordigde partij ( [gedaagde 1] ) komen en waaruit naar verkeersopvattingen de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid.<footnote-ref linkend="_535d2ed3-b321-4fbf-a9e0-ac3f62f7fa28" /> De stelplicht (en bewijslast) daarvan rusten op [eiseres] . De schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan, afhankelijk van de verdere omstandigheden van het geval, ook door een niet-doen worden gewekt, waarbij het niet ter zake doet of een gedeelte van de omstandigheden waarop de schijn van bevoegdheid berust, zich heeft voorgedaan na de totstandkoming van de overeenkomst.<footnote-ref linkend="_80d43bdb-a25b-4cee-9a73-6edcc058867f" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend. </para>
        <para>
          [W] was ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten werkzaam bij [gedaagde 1] . De overeenkomsten lopen al jarenlang. De verschuldigde premies zijn jarenlang betaald vanaf de bankrekeningen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Er zijn ten behoeve van beide bedrijven schades uitgekeerd. Van die uitkeringen werden bevestigingen gestuurd naar de postadressen van [gedaagde 1] . Daarop is geen enkele reactie van [gedaagde 1] ontvangen. Ook een (voorstel voor een) betalingsregeling is naar het e-mailadres van [gedaagde 1] gestuurd en in het licht van deze procedure heeft [Z] een betalingsregeling voorgesteld. Gelet op deze omstandigheden kan [gedaagde 1] zich niet (achteraf) op de onbevoegdheid van [W] beroepen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toewijzing van de vorderingen  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Omdat het verweer van [gedaagde 1] niet opgaat, zijn de vorderingen van [eiseres] toewijsbaar. Zowel de vordering tot betaling van de hoofdsom van € 5.514,70 door [gedaagde 1] als de vordering tot betaling van de hoofdsom van € 18.975,22 door [gedaagde 2] zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Nu daartegen geen verweer is gevoerd, zullen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ook de wettelijke (handels)rente over de openstaande bedragen moeten betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten ook de buitengerechtelijke incassokosten betalen. [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Er zijn sommaties verstuurd en er is gepoogd een betalingsregeling tot stand te brengen. Op de vorderingen van [eiseres] is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De buitengerechtelijke incassokosten in de zaak tegen [gedaagde 1] zullen conform het Besluit voor een bedrag van € 650,74 worden toegewezen. In de zaak tegen [gedaagde 2] zal conform het Besluit een bedrag van € 964,75 worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <parablock>
        <para>Omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in het ongelijk worden gesteld, moeten zij de kosten van deze procedure aan de zijde van [eiseres] betalen. In de procedure tegen [gedaagde 1] worden de proceskosten aan de zijde van [eiseres] begroot op € 1.208,99, bestaande uit € 87,99 aan betekeningskosten, € 499,00 aan griffierecht en € 622,00 aan salaris voor de gemachtigde van [eiseres] (2 punten x tarief € 311,00).</para>
        <para>In de procedure tegen [gedaagde 2] worden de proceskosten aan de zijde van [eiseres] begroot op € 2.096,94, waarvan € 104,94 aan betekeningskosten, € 996,00 aan griffierecht en € 996,00 aan salaris voor de gemachtigde van [eiseres] (2 punten x tarief € 498,00).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>De nakosten, waarvan [eiseres] betaling vordert, zullen in beide zaken worden begroot op het maximale tarief van € 124,00.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak met zaaknummer 8789429 \ CV EXPL 20-4117</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling van een bedrag van € 6.433,02</para>
        <para>aan [eiseres] , te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom van € 5.514,70 vanaf 15 september 2020 tot de dag van volledige betaling;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op € 1.208,99;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] in de nakosten, begroot op € 124,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de zaak met zaaknummer 8789448 \ CV EXPL 20-4118</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 2] tot betaling van een bedrag van € 21.098,58 aan [eiseres] , te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 18.975,22 vanaf 15 september 2020 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 2] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op € 2.096,94;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 2] in de nakosten, begroot op € 124,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Rozeboom, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2021. (SB)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_535d2ed3-b321-4fbf-a9e0-ac3f62f7fa28" label="1">
    <para> HR 19 februari 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BK7671) (ING/Bera).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_80d43bdb-a25b-4cee-9a73-6edcc058867f" label="2">
    <para> HR 12 januari 2001 (ECLI:NL:HR:2001:AA9429) (Kuipers/Wijnveen).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>