<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2021:1779</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-29T14:00:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/760058-19 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:1779">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2021:1779</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-29T13:36:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:1779 Rechtbank Overijssel , 29-04-2021 / 08/760058-19 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2021:1779:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 33-jarige man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden met een proeftijd van 3 jaar voor brandstichting in een woning en een poging daartoe in Zwolle. Hiermee bracht hij de bewoners en zijn honden in gevaar. Een van de honden raakte hierbij blind en overleed aan de gevolgen van de brandstichting. Naast de voorwaardelijke gevangenisstraf moet hij een schadevergoeding betalen van bijna 9.000 euro.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2021:1779:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/760058-19 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 29 april 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>thans verblijvende en ingeschreven in FPC (Forensisch Psychiatrisch Centrum) Dr. S. van Mesdag, Helperplein 2 te 9722 AZ Groningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 19 november 2020 en 15 april 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie <?linebreak?>mr. M.E.B. Rasing en van wat  verdachte en zijn raadsman mr. H.J. Voors, advocaat te Zwolle, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte, al dan niet samen met een ander of anderen bij twee woningen molotovcocktails (brandbommen) heeft aangestoken en door de ruit heeft gegooid of geprobeerd heeft te gooien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="italic">1. </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 29 maart 2019 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht, in/aan een pand </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(woning), gelegen aan de [adres 1] , </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">een molotovcocktail, althans een of meer flessen gevuld met een brandbare </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vloeistof/brandbaar gas, aangestoken, althans in aanraking gebracht met open </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vuur, en/of </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(vervolgens) die molotovcocktail, althans een of meer flessen gevuld met een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">brandbare vloeistof/brandbaar gas, door de ruit(en) voor voornoemd pand </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gegooid, althans naar/in de richting van het pand gegooid </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten gevolge waarvan een of meer ruiten en/of een of meer muren en/of een of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer meubels in de woning en/of een hond geheel of gedeeltelijk is/zijn </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verbrand, in elk geval brand is ontstaan, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en daarvan gemeen gevaar voor de in voornoemde woning aanwezige goederen, in </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">elk geval gemeen gevaar voor een of meer goederen, te duchten was </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">levensgevaar voor een of meer personen welke woonachtig waren in </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">nabijgelegen/aangrenzende panden/woningen, in elk geval gevaar voor zwaar </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">lichamelijk letsel voor (een) ander(en), te duchten was; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="italic">2. </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 30 maart 2019 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk in/aan een pand (woning), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gelegen aan de [adres 2] , </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen, met dat opzet </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">een of meer stenen, althans een of meer harde voorwerpen, door de ruiten van </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voornoemd pand heeft gegooid en/of (vervolgens) een molotovcocktail, althans </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een of meer flessen gevuld met een brandbare vloeistof/brandbaar gas, heeft </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aangestoken, althans in aanraking heeft gebracht met open vuur, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen op/aan dat perceel, in elk </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">geval gemeen gevaar voor goederen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">levensgevaar voor een of meer personen welke woonachtig waren in voornoemd </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">pand en/of nabijgelegen/aangrenzende panden/woningen, in elk geval </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">levensgevaar voor een ander of anderen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer personen welke </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">woonachtig waren in voornoemd pand en/of nabijgelegen/aangrenzende </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">panden/woningen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ander of anderen, te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">misdrijf niet is voltooid.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. De verdediging heeft daartoe - kort samengevat - aangevoerd dat het bewijs tegen verdachte in de kern bestaat uit de verklaringen van drie personen, waarop wat betreft de betrouwbaarheid veel valt af te dingen, terwijl enig technisch bewijs tegen verdachte ontbreekt. Volgens de verdediging kan uit de vermeende rol van verdachte ook niet worden afgeleid dat sprake is geweest van  medeplegen, omdat het bewijs voor een gezamenlijke uitvoering ontbreekt, terwijl ook niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking op grond van een materiële en/of intellectuele bijdrage van verdachte die van voldoende gewicht is geweest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_44c11a44-5f4c-4816-8b99-08f61b35dacb" />
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Vast staat dat in de avond van 29 maart 2019 omstreeks 23.30 uur  brand is gesticht in en bij de woning van [aangever 1] aan de [adres 1] . Er zijn  eerst stenen en vervolgens brandende molotovcocktails (brandbommen) door of tegen de ruit(en)  van die woning gegooid. Ook staat vast  dat in de daaropvolgende avond van 30 maart 2019 omstreeks 20.55 uur een poging is gedaan om  brand te stichten in of bij de woning van [aangever 2] aan de [adres 2] . Ook daar zijn eerst stenen naar de woning gegooid. Daarna zijn molotovcocktails aangestoken. De dader heeft één van de brandende molotovcocktails op de oprit van die woning gegooid, in de richting van mensen die op hem kwamen afgerend.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Tijdens het opsporingsonderzoek is de verdenking gerezen dat verdachte betrokken is geweest bij deze feiten. Verdachte heeft elke betrokkenheid ontkend en heeft zich steeds beroepen op zijn zwijgrecht. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en de inhoudelijke behandeling van de zaak de navolgende feiten en omstandigheden vast.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aangiftes van [aangever 1] (feit 1) en [aangever 2] (feit 2)</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [aangever 1] heeft op 29 maart 2019 en 31 maart 2019 aangifte gedaan van de brandstichting in zijn woning aan de [adres 1] op 29 maart 2019 omstreeks 23.30 uur, waarbij aanzienlijke materiële schade is ontstaan en waarbij één van zijn honden brandwonden heeft opgelopen en blind is geworden.<footnote-ref linkend="_16118e0e-fdb1-4188-9f55-f96ba2ff6ed4" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [aangever 2] (de vader van [aangever 1] ) heeft op 30 maart 2019 aangifte gedaan van (poging tot) brandstichting in zijn woning aan de [adres 2] . Hij hoorde op 30 maart 2019 omstreeks 20.55 uur een doffe klap bij/tegen het raam aan de voorzijde van zijn op de eerste verdieping gelegen woning. Nadat aangever de trap was afgelopen en de voordeur had geopend, zag hij dat de oprit vóór de woning in brand stond. Hij zag meerdere brandhaarden en ook op straat waren meerdere brandhaarden.<footnote-ref linkend="_26bfbc1e-2d32-43c2-946a-78d26ee3f3da" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Forensisch onderzoek en gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Brandstichting woning [adres 1]</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het forensisch onderzoeksrapport volgt dat de brand in de woning aan de [adres 1] is ontstaan doordat in ieder geval één brandende molotovcocktail op de overloop was beland, nadat de ruiten van de voorgevel waren ingegooid met keien. Daarnaast was brand ontstaan bij de voorgevel en op het balkon van de woning. Zonder optreden van de brandweer had de brand zich kunnen uitbreiden naar de daarachter gelegen slaapkamers. Ten tijde van de brand lag de bewoonster van de aangrenzende woning op nummer [huisnummer] in bed. Er was bij de brand dus levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten als bedoeld in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De brand heeft schade veroorzaakt aan het in- en exterieur van de woning. Zonder inzet van de hulpdiensten had de brand zich verder kunnen ontwikkelen, waarbij grotere schade aan de woning en de naastgelegen woningen te verwachten was geweest. Er was dus ook gemeen gevaar voor goederen te duchten als bedoeld in artikel 157 Sr.<footnote-ref linkend="_d4adf707-2bd6-49b9-a9f5-c2a15392b7e5" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Poging brandstichting woning [adres 2]</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de verklaringen van aangevers [aangever 3] , [aangever 4] en [aangever 5] volgt onder meer dat zij hebben gezien dat een man twee of drie stenen tegen de woning van de [adres 2] heeft gegooid en dat diezelfde man daarna twee brandende flessen oppakte. Nadat zij naar hem hadden geschreeuwd en op hem afrenden gooide diezelfde man de twee brandende flessen in hun richting, waarop de flessen vlak voor hen op de grond stukvielen en er een vuur ontstond.<footnote-ref linkend="_2468dc07-ac2b-4455-a81a-615b69f7d5fd" /></para>
          <para>Medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) heeft daarover verklaard dat hij de brandende flessen op de grond gooide om ervoor te zorgen dat ze niet achter hem aan kwamen.<footnote-ref linkend="_d02c0cb5-dcbf-4670-b578-358e628978f4" /></para>
          <para>Uit het verrichte forensisch onderzoek blijkt dat de vloeistof, die in een op <?linebreak?>30 maart 2019 op het trottoir ter hoogte van de woning [adres 2] aangetroffen (nog intacte) fles zat, een ontbrandbare vloeistof is die hoofdzakelijk bestaat uit motorbenzine.<footnote-ref linkend="_cd360a76-bb1a-458e-9457-b3775d23051c" /></para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.4</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verklaring medeverdachte [medeverdachte] </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para> heeft tegenover de politie erkend dat hij betrokken is geweest bij beide brandstichtingen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van de brandstichting aan de [adres 1] (feit 1) heeft [medeverdachte] in zijn verhoor van 2 augustus 2019 onder meer verklaard dat hij voor een opdrachtgever, wiens naam hij niet wil noemen, drie molotovcocktails heeft gemaakt en dat hij die molotovcocktails daarna heeft afgeleverd bij de opdrachtgever. Voorafgaande aan die brandstichting was hij met de opdrachtgever langs de woning aan de [adres 1] gereden en had de opdrachtgever hem verteld wat hij van plan was. [medeverdachte] heeft geweigerd die brandstichting uit te voeren, omdat het om een heel huis ging. Van de opdrachtgever hoorde hij daarna telefonisch dat de opdrachtgever die brandstichting zelf had gedaan.<footnote-ref linkend="_5f9616dd-2537-4000-9ad8-d2fe4f98264c" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van de poging tot brandstichting aan de [adres 2] (feit 2) heeft [medeverdachte] onder meer verklaard dat hij op zaterdag 30 maart 2019 telefonisch opdracht had gekregen om vijf molotovcocktails te maken en brand te stichten. Toen [medeverdachte] dit weigerde, werd de opdrachtgever boos en kortaf en zei hij dat hij het adres zou doorsturen en dat het toen moest gebeuren. Hij zou [medeverdachte] bellen over hoe laat, om 21.00 uur. Een half uur van te voren kreeg [medeverdachte] de definitieve opdracht dat hij er echt naar toe moest gaan. [medeverdachte] is daarop richting de Aa-landen gefietst. Nadat [medeverdachte] tevergeefs heeft geprobeerd zijn opdrachtgever via snapchat te bellen werd hij teruggebeld en zei zijn opdrachtgever dat hij de molotovcocktails moest maken en een steen en een molotovcocktail door de ruiten van het huis naar binnen moest gooien. Zijn opdrachtgever schreeuwde dat het moest gebeuren en dat hij voor zichzelf een alibi had geregeld. [medeverdachte] heeft vervolgens achter een flat in de omgeving drie molotovcocktails gemaakt en is daarna naar de woning aan de [adres 2] gefietst. Daar heeft hij twee van de drie flessen aangestoken. Van zijn opdrachtgever moest hij een steen en een molotovcocktail door de ruiten van de woning naar binnen gooien. [medeverdachte] heeft twee van de drie molotovcocktails aangestoken, de stenen uit zijn vest gepakt en die stenen richting het raam van de woonkamer en de keuken gegooid, maar die misten hun doel door de kreten van mensen die naar buiten waren gekomen. Daarop heeft [medeverdachte] de twee brandende molotovcocktails op de grond gegooid richting de mensen, die inmiddels op hem kwamen afgerend.<footnote-ref linkend="_33d5aa17-0229-4a0b-9288-72ed640fa366" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [medeverdachte] heeft op 2 augustus 2019 tegenover de politie verklaard dat:</para>
        </parablock>
        <para>- hij op 30 maart 2019 telefonisch van de opdrachtgever had gehoord dat hij, de opdrachtgever, nu zelf niet mee kon, omdat hij op 29 maart al zelf brand had gesticht en het anders heel opvallend zou worden;</para>
        <para>- hij de opdrachtgever op vrijdag 29 maart 2019 rond 17.00 uur, terwijl ze bij zijn opdrachtgever thuis waren, drie molotovcocktails heeft gegeven en dat alleen de opdrachtgever daarbij aanwezig was;<footnote-ref linkend="_efee378e-625d-4e7c-ad30-18097da7717b" /></para>
        <para>- hij de stenen en de flessen bij de opdrachtgever had gebracht;<footnote-ref linkend="_e6573526-d7e6-484a-a35e-1ec6251be775" /></para>
        <para>- hij na de poging tot brandstichting aan de [adres 2] met zijn opdrachtgever heeft gebeld, heeft gezegd dat het was mislukt en dat hij opgehaald moest worden en dat opdrachtgever in reactie daarop iemand zou sturen;<footnote-ref linkend="_b199fd6b-305d-4724-bb5e-4a069a56d06d" /></para>
        <para>- hij na de poging tot brandstichting aan de [adres 2] is opgehaald met een auto en uiteindelijk naar het huis van zijn opdrachtgever is gegaan;<footnote-ref linkend="_9c6c6e98-4af5-4cde-bd45-bf1114c1c153" /></para>
        <para>- hij die avond van de tweede brandstichting om 21.30 uur is opgehaald door [naam 1] (hierna: [naam 1] );<footnote-ref linkend="_a2cb137c-479b-4373-87ca-a52a662d29e3" /></para>
        <parablock>
          <para>-hij niet wil zeggen dat verdachte [verdachte] (hierna: [verdachte] ) de opdrachtgever is, maar dat [naam 1] wel tussen hem en [verdachte] in zat (nadat door de politie aan [medeverdachte] is voorgehouden dat [getuige] (hierna: [getuige] ) heeft verklaard dat [naam 1] de contactpersoon was tussen hem en [verdachte] );<footnote-ref linkend="_d4eb73aa-57e2-4050-9aa6-e5da777d182a" /></para>
          <para>-hij (nadat aan hem door de politie was voorgehouden dat [getuige] had verklaard dat [verdachte] voor zich zichzelf bewust alibi’s zou hebben geregeld op de dagen van de brandstichtingen) heeft verklaard: “Bewust alibi’s, dat ik 30 maart inderdaad geweten.”;<footnote-ref linkend="_7f09a2b1-0760-488f-bbb5-a061ff1e27f0" /></para>
          <para>-dat hij niet weet waarom het zo was, maar dat het allemaal vanuit zijn kant kwam.<footnote-ref linkend="_cbc1a8e8-e8a6-477a-a179-69b088e19860" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.5</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verklaringen van [getuige] en [naam 1] </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [getuige] heeft op 17 mei 2019 tegenover de politie onder meer verklaard dat zij erachter kwam dat [medeverdachte] was aangehouden voor de twee brandstichtingen en aan [verdachte] heeft gevraagd hoe het zat, waarop [verdachte] haar vertelde dat hij aan [medeverdachte] de opdracht heeft gegeven om de twee brandstichtingen te plegen, en dat hij zelf een alibi had gecreëerd<emphasis role="italic">. </emphasis>Op 29 maart 2019 was [verdachte] rond het tijdstip van de brandstichting naar de ouders van [getuige] gegaan en op 30 maart 2019 was [verdachte] rond het tijdstip van de brandstichting geld gaan pinnen, terwijl [verdachte] nooit geld pint. </para>
          <para>Ze had het idee dat [naam 1] meer op de hoogte was, aangezien [naam 1] de tussenpersoon was van [medeverdachte] en [verdachte] . [verdachte] communiceerde bewust niet met [medeverdachte] , omdat hij weet hoe de politie te werk gaat.<footnote-ref linkend="_c0012147-c518-44c8-a19b-984d0a971448" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 19 juli 2019 is [getuige] nader gehoord door de politie en heeft zij voornoemde verklaring gehandhaafd. Aanvullend heeft zij verklaard dat ze al wel door had gehad, dat [verdachte] en [naam 1] plannen aan het maken waren om iets te doen, maar  niet wist wat ze precies gingen doen. Alles werd via de telefoon van [naam 1] geregeld. Achteraf was [medeverdachte] ook aanwezig bij het maken van deze plannen. [getuige] wist toen alleen niet hoe hij heette en wie hij precies was. [medeverdachte] kwam daar wel over de vloer, hij had ook in het huis geslapen. [medeverdachte] was de loopjongen van [verdachte] .<footnote-ref linkend="_fb4bb346-293b-4be0-b536-803ec6cc071e" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [naam 1] heeft op 2 augustus 2019 tegenover de politie onder meer verklaard dat zij op de dag van de eerste brandstichting door verdachte is gevraagd of zij [medeverdachte] wilde bellen of hij naar verdachte en [getuige] toe wilde komen. Later op de avond/nacht zei [getuige] tegen [naam 1] : “<emphasis role="italic">Moet je kijken op 112 Zwolle</emphasis>” waarop zij een artikel liet zien dat er een brandbom bij [aangever 1] naar binnen was gegooid. Direct daarna hoorde [naam 1] van [verdachte] dat [medeverdachte] de brandbom naar binnen heeft gegooid en dat [verdachte] de opdracht daarvoor aan [medeverdachte] heeft gegeven.</para>
          <para>
            [naam 1] heeft verder verklaard dat zij de volgende avond omstreeks 20:45 uur is gebeld door [verdachte] dat zij [medeverdachte] moest ophalen, die volgens [verdachte] ruzie had gehad en achterna werd gezeten. Nadat [naam 1] via Whatsapp van [verdachte] had gehoord waar zij [medeverdachte] moest ophalen, heeft zij [medeverdachte] met haar auto opgepikt in de Aa-landen. Zij rook bij [medeverdachte] een sterke benzinelucht, waarna [medeverdachte] haar vertelde dat hij een brandbom naar binnen had gegooid, maar dat dit was mislukt en dat hij door buren of zo achterna was gereden. [naam 1] heeft [medeverdachte] daarna afgezet bij [verdachte] en [getuige] thuis.</para>
          <para>
            [naam 1] heeft verder verklaard dat [verdachte] haar de opdracht heeft gegeven haar telefoon te resetten, omdat ze contact had gehad met [medeverdachte] . Ook moest ze van [verdachte] de telefoon wegmoffelen bij haar aanhouding. [naam 1] heeft de telefoon aan haar moeder gegeven, nadat de politie bij haar ouders aan de deur was geweest om [verdachte] aan te houden. [verdachte] was bang dat er dingen in stonden waar hij door in de problemen kon komen.<footnote-ref linkend="_9306a0dc-08b9-4037-8575-6d0584cdc4df" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.6</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrouwbaarheid van voornoemde verklaringen</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt vast dat voornoemde verklaringen van [medeverdachte] , [getuige] en [naam 1] overeenkomen op essentiële onderdelen, op elkaar aansluiten en ook elkaar aanvullen.</para>
          <para>De rechtbank heeft op grond daarvan en ook anderszins geen redenen om te twijfelen aan de brouwbaarheid van voornoemde verklaringen. Dat maakt naar het oordeel van de rechtbank dat deze verklaringen, anders dan door de verdediging is betoogd, als betrouwbaar zijn aan te merken. Dat [getuige] bij haar nader verhoor door de rechter-commissaris op 11 maart 2021 heeft verklaard dat zij niet meer weet wat zij eerder tegenover de politie heeft verklaard, doet aan de betrouwbaarheid van haar eerdere verklaring(en) niet af. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.7</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">De overige redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Telefonisch contact van verdachte met [aangever 1] op 30 maart 2019 om 14:27 en 14:32 uur</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 30 maart 2019 omstreeks 21:35 uur heeft [aangever 1] telefonisch aan de politie gemeld dat hij op 30 maart 2019 tussen 14:20 en 14:40 uur is gebeld door het nummer [telefoonnummer 1] , dat hij herkende als het telefoonnummer van [verdachte] . [verdachte] zou telefonisch de volgende bedreigingen hebben geuit: “<emphasis role="italic">Ik maak jou dood</emphasis>” en “<emphasis role="italic">Ik maak jouw vader dood</emphasis>”. De broer van [aangever 1] heeft aan verbalisant [verbalisant 1] vervolgens een door [aangever 1] doorgezonden app getoond met een screenshot van de telefoonoproep door het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .<footnote-ref linkend="_2c6a5b58-362b-4aea-94e2-a2155de7b0d7" /></para>
          <para>De oorzaak van het conflict met [verdachte] is volgens [aangever 1] dat [verdachte] samenwoont met de moeder van de dochter van [aangever 1] en dat [aangever 1] een melding heeft gedaan bij Veilig Thuis. [verdachte] was daar heel boos over, wat in grote lijnen is bevestigd door [naam 1]  haar verklaring op 2 augustus 2019. Daaruit volgt dat [verdachte] ook een motief had voor het veroorzaken van de branden.<footnote-ref linkend="_c17c822d-69d2-40e8-8465-9dfe77802a75" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bevindingen ten aanzien van de gebruikte flessen voor de molotovcocktails</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het opsporingsonderzoek volgt dat bij zowel de brandstichting in de woning aan de [adres 1] als de poging tot brandstichting aan de [adres 2] flessen zijn gebruikt van het merk Meestersap.<footnote-ref linkend="_cf7acce5-cdd0-4b88-820f-a9b89f416a51" /></para>
          <para>
            [medeverdachte] heeft daarover verklaard dat hij op 30 maart 2019 voor het maken van de molotovcocktails anderhalve literflesjes met een perengoedje erin heeft gekocht bij Albert Heijn. <footnote-ref linkend="_270e01e4-1e22-451d-afcd-284ac56381fc" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Onderzoek historische telefoongegevens</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Onderzoek mobiele telefoon [medeverdachte] :</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit onderzoek van de mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer 2] dat in gebruik was bij [medeverdachte] blijkt onder meer dat:</para>
        </parablock>
        <para>- dit telefoonnummer na de brandstichting aan de [adres 1] op 29 maart 2019 te 23:45:34 uur is gebeld door telefoonnummer [telefoonnummer 3] dat op naam staat van [naam 1] ;</para>
        <para>- dit nummer op 29 maart 2019 vlak daarna ook een sms-bericht heeft ontvangen van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] .<footnote-ref linkend="_439091a6-b79e-42f2-8a22-d28ddc0ddc39" /></para>
        <para>
          [medeverdachte] heeft verklaard de enige gebruiker te zijn van telefoonnummer [telefoonnummer 2] .<footnote-ref linkend="_2529948c-ccbc-4639-b430-2de9cd9dde2b" /></para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Onderzoek mobiele telefoon [naam 1] :</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit onderzoek van de mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer 3] dat in gebruik was bij [naam 1] blijkt onder meer dat:</para>
        </parablock>
        <para>- er op 29 maart 2019 rond 20:30 uur meerdere malen telefonisch is geweest met het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] , dat in gebruik was bij [verdachte] ;</para>
        <para>- de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] op 29 maart om 23:45:34 uur heeft gebeld met het mobiele nummer [telefoonnummer 2] op naam van [medeverdachte] en, nadat er niet werd opgenomen, een voicemailbericht heeft ingesproken en om 23:45:46 uur een sms-bericht heeft gezonden naar het telefoonnummer van [medeverdachte] ;</para>
        <para>- op 30 maart 2019 in de uren voorafgaande aan de poging tot brandstichting aan de [adres 2] meerdere malen telefonisch contact is geweest met het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] dat in gebruik was bij [verdachte] .</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Onderzoek mobiele telefoon [getuige] :</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit onderzoek van de mobiele telefoon van [getuige] (een onder haar op 20 mei 2019 </para>
          <para>inbeslaggenomen iPhone A1778) blijkt onder meer dat:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>
              [verdachte] (na eerdere chats met [getuige] over de brand bij [aangever 1] ) op 2 april 2019 in een chat zegt: <emphasis role="italic">“Maak je niet zo druk. We hebben allebei een alibi. Dus ze kunnen niks. Wij zijn daar niet geweest. Geen DNA. Niks.”</emphasis>;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>op 11 april 2019 sms-berichten over en weer worden gestuurd tussen [getuige] en [verdachte] , waarin [getuige] onder meer meedeelt: </para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Nu ga ik [medeverdachte] helpen” </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Ik heb alles van jou en [medeverdachte] aan screenshots sukkel”</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Ik ga ze alles van die kankerbrand laten lezen”;</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para>- in een op 2 april 2019 opgenomen geluidsbestand te horen is dat [verdachte] zegt: <emphasis role="italic">“Je weet toch ook wat die kankerkind verklaard heb? Dus ze gaan sowieso een link naar mij wijzen. Dat gaan ze nu zoeken en als jij die kankerfout maakt om op het bureau iets, iets en een andere ding te vertellen dan gaan ze mij pakken”</emphasis>.<footnote-ref linkend="_523027a5-13d0-45d4-b946-09013bf28cf0" /></para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Onderzoek mobiele telefoon [verdachte] :</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit onderzoek van de mobiele telefoon met het nummer [telefoonnummer 1] , die in gebruik is geweest bij verdachte, blijkt onder meer dat:</para>
        </parablock>
        <para>- </para>
        <para>- er op 30 maart 2019 om 11:36 uur, 13:45 uur, 14:37 uur, 16:58 uur, 17:15 uur en 19:29 uur en 03:12 uur contact is geweest met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] dat in gebruik was bij [naam 1] .</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Opgenomen telefoongesprek tussen [verdachte] en [naam 1] op 10 april 2019:</emphasis>
          </para>
          <para>Op 10 april 2019 omstreeks 10:27 uur, kort na de aanhouding van [medeverdachte] zegt [verdachte] in een telefoongesprek met [naam 1] tegen haar: “<emphasis role="italic">Dus hij zit sowieso vast. Dus dit wordt kankerhoofdpijn”</emphasis> en: <emphasis role="italic">“Je moet die kankertelefoon resetten want die kankermongool heeft zijn telefoon toch niet weggegooid?”</emphasis><footnote-ref linkend="_ed2731f4-209b-47f2-a7e0-794c8666bde2" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Wegmoffelen telefoon door [naam 1]  </emphasis>
          </para>
          <para>Uit de door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] bekeken camerabeelden van het Esso-tankstation aan de A-50 tussen Apeldoorn en Zwolle die zijn opgenomen op 23 juli 2019 blijkt onder meer dat een persoon die door verbalisanten is herkend als [naam 1] op 23 juli 2019 omstreeks 07:08 uur in het tankstation een witte mobiele telefoon toeschuift naar haar tevens in het tankstation aanwezige moeder.<footnote-ref linkend="_73dfbf0e-ec19-4b13-aa58-29fa90ba6c16" /></para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.8</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is op grond van al het voorgaande van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte degene is geweest die (mede) verantwoordelijk is voor beide brandstichtingen.  Uit de vastgestelde feiten en omstandigheden volgt een duidelijk plan om bij de woning van [aangever 1] - en nadien bij zijn vader- brand te stichten door middel van het gooien van molotovcocktails. Uit de verklaring van [medeverdachte] volgt dat verdachte, door [medeverdachte] telkens aangeduid als ‘de opdrachtgever’, hem met dat doel heeft benaderd. [medeverdachte] heeft met dat doel de bewuste molotovcocktails gemaakt. [medeverdachte] heeft vervolgens bekend de tweede brandstichting ook daadwerkelijk in opdracht van verdachte te hebben gepleegd.. Dat niet vastgesteld heeft kunnen worden of verdachte, dan wel iemand anders bij de eerste brandstichting de bewuste molotovcocktails heeft gegooid, doet aan de voor het medeplegen vereiste van een bewuste en nauwe samenwerking niet af. De rechtbank acht de intellectuele en sturende bijdrage van verdachte van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. </para>
          <para>De rechtbank wordt gesterkt in haar overtuiging dat verdachte de hem verweten feiten heeft gepleegd door de omstandigheid dat aangever [aangever 1] op 31 maart 2019 tegenover de politie heeft verklaard dat hij de dag ervoor om 14:32 uur en iets daarvoor door [verdachte] is gebeld en [verdachte] daarbij [aangever 1] en zijn vader met de dood heeft bedreigd. Uit de verklaring van [aangever 1] aangaande de oorzaak van het conflict met [verdachte] , waarover overeenkomstig is verklaard door [naam 1] , volgt dat verdachte ook een mogelijk motief had voor de brandstichtingen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op de onder 4.3.3. vermelde feiten en omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat zowel bij de brandstichting in de woning aan de [adres 1] als bij de poging tot brandstichting in de woning aan de [adres 2] levensgevaar voor één of meer personen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor één of meer anderen en gemeen gevaar voor goederen te duchten was als bedoeld in artikel 157 Sr. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Opzet </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het gooien met een brandende molotovcocktail door de ruit van een woning is naar het oordeel van de rechtbank naar de uiterlijke verschijningsvormen gericht op en geschikt voor het veroorzaken van brand. De kans op verdere uitbreiding van de brand in de woning aan [adres 1] was, zonder ingrijpen door de brandweer, naar algemene ervaringsregels zeer aanmerkelijk te achten. </para>
          <para>De rechtbank is ten aanzien van de poging tot brandstichting aan de [adres 2] van oordeel dat hier sprake is geweest van een begin van uitvoering, omdat de feitelijke gedragingen van [medeverdachte] naar hun uiterlijke verschijningsvorm dienen te worden beschouwd als reeds in voldoende concrete mate te zijn gericht op de voltooiing van de door hem voorgenomen brandstichting van de woning, temeer daar verdachte hem de opdracht had gegeven om eerst stenen door de ruiten van de woning te gooien en vervolgens de brandende molotovcocktails in de woning te gooien. Kenmerkend voor het gebruik van een molotovcocktail is bovendien het onvoorspelbare karakter van de brand die als gevolg van dat gebruik ontstaat. Onder deze omstandigheden heeft verdachte (en [medeverdachte] ) telkens in voorwaardelijke zin opzet gehad op brandstichting.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de hiervoor vermelde en in de voetnoten bedoelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">1. </emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op 29 maart 2019 te Zwolle tezamen en in vereniging opzettelijk brand heeft gesticht in een pand (woning), </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gelegen aan de [adres 1] , immers heeft verdachte of zijn mededader toen aldaar opzettelijk molotovcocktails aangestoken, en vervolgens die molotovcocktails, tegen en door de ruit </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van voornoemd pand gegooid, ten gevolge waarvan ruiten en muren en meubels in de woning en een hond geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">terwijl daarvan gemeen gevaar voor de in voornoemde woning aanwezige goederen te duchten was </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">levensgevaar voor een of meer personen, welke woonachtig waren in </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nabijgelegen/aangrenzende panden/woningen, in elk geval gevaar voor zwaar </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">lichamelijk letsel voor anderen, te duchten was; </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">2. </emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op 30 maart 2019 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk in/aan een pand (woning), </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gelegen aan de [adres 2] , brand te stichten, met dat opzet stenen, tegen voornoemd pand </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">heeft gegooid en vervolgens molotovcocktails heeft aangestoken, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen op/aan dat perceel, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">levensgevaar voor een of meer personen welke woonachtig waren in voornoemd </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">pand en/of nabijgelegen/aangrenzende panden/woningen, in elk geval levensgevaar voor </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">anderen </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer personen welke woonachtig waren</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in voornoemd pand en/of nabijgelegen/aangrenzende panden/woningen en voor anderen,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 157 juncto de artikelen 45 en 47 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>:</para>
      <para>het misdrijf: </para>
      <para>Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen </para>
      <para>te duchten is en</para>
      <para>Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar en zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>:</para>
      <para>het misdrijf: </para>
      <para>Medeplegen van poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is</para>
      <para>en</para>
      <para>Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met een proeftijd van 3 jaren. De officier van justitie heeft - kort samengevat - meegedeeld af te zien van het vorderen van een - op grond van de ernst van de feiten - aangewezen geachte langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf, om de huidige behandeling van verdachte in het kader van de uitvoering van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging niet te onderbreken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft bepleit om, ingeval de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen, de strafeis van de officier van justitie te volgen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan opzettelijke brandstichting in een woning en aan een poging tot opzettelijke brandstichting in een woning. Daardoor is telkens levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel van personen ontstaan, en  gemeen gevaar voor goederen, wat zich ook heeft verwezenlijkt in aanzienlijke schade in de woning aan de [adres 1] en de daar aanwezig inboedel. Ten gevolge van die brandstichting heeft één van de honden van [aangever 1] brandwonden opgelopen, is de hond blind geworden en is de hond korte tijd later aan de gevolgen van het opgelopen letsel overleden.</para>
        <para>De handelwijze van verdachte is zonder meer zeer kwalijk, temeer nu sprake lijkt te zijn geweest van een welbewuste actie van verdachte vanwege een vermeend conflict tussen hem en [aangever 1] . Verdachte is zeer berekend te werk gegaan en heeft de feitelijke voorbereiding en uitvoering van de brandstichtingen aan een ander opgedragen, die niet tegen de druk van verdachte bestand was. Ook heeft hij een vriendin ingeschakeld om de feitelijke brandstichter te helpen toen die op de vlucht was voor de politie. Op die manier heeft verdachte anderen vuile handen laten maken zodat hij zelf buiten het beeld van de politie bleef. </para>
        <para>Het behoeft geen toelichting dat opzettelijke brandstichting dan wel een poging daartoe in een woning grote schrik en onrust heeft veroorzaakt bij de bewoner maar ook schrik en onrust teweeg brengt in de directe omgeving. De rechtbank rekent verdachte zijn handelen dan ook zwaar aan. Zonder het daadkrachtig ingrijpen door de brandweer bij de brand in de woning aan de [adres 1] hadden de gevolgen veel ernstiger kunnen zijn. Dat geldt ook voor de poging tot brandstichting in de woning aan de [adres 2] , waar de gevolgen enkel en alleen beperkt zijn gebleven dankzij het ingrijpen door buren, waardoor [medeverdachte] belet werd om de brandstichting te voltooien.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij haar beslissing heeft de rechtbank acht geslagen op het de verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie van 17 maart 2021. Daaruit en uit de tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen informatie blijkt onder meer dat:</para>
      </parablock>
      <para>- bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 december 2015 aan verdachte een gevangenisstraf van 619 dagen, alsmede de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden is opgelegd, ter zake van poging tot doodslag;</para>
      <para>- bij beslissing van deze rechtbank van 14 november 2019 alsnog de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is bevolen;</para>
      <para>- bij beslissing van 21 januari 2021 de maatregel van terbeschikkingstelling is verlengd met twee jaar;</para>
      <para>- tegen voornoemde beslissing hoger beroep is ingesteld door verdachte.</para>
      <para>Verdachte verblijft in het kader van de uitvoering van voornoemde maatregel van terbeschikkingstelling thans in FPC Dr. S. van Mesdag te Groningen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht, gelet op de aard ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder die feiten zijn begaan, oplegging van een langdurige, onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder meer aangewezen. Bij brandstichting geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 24 maanden. </para>
        <para>De rechtbank dient in haar afwegingen  te betrekken dat de uitvoering van een langdurige gevangenisstraf het huidige behandeltraject van verdachte in het kader van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging zal onderbreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is, alles afwegende, met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat uitvoering van een langdurige gevangenisstraf onder de huidige omstandigheden niet in het belang van verdachte moet worden geacht en evenmin in het belang van de maatschappij. De rechtbank ziet daarin aanleiding om de gevangenisstraf die zij in dit geval passend en geboden acht, te weten een gevangenisstraf van 48 maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, op te leggen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De schade van benadeelden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de benadeelde partij [aangever 1] (feit 1)</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [aangever 1]
          </emphasis> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 8.681,76 (achtduizend zeshonderdéénentachtig euro en zevenenzestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:</para>
      </parablock>
      <para>- kosten dierenarts			€ 608,99;</para>
      <para>- kosten nieuwe hond			€ 865,00;</para>
      <para>- nieuwe vloer				€ 1.199,20;</para>
      <para>- inboedel				€ 1.250,00</para>
      <para>- matras					€ 649,00;</para>
      <para>- buitensirene				€ 99,00;</para>
      <para>- wasmachine				€ 510,57.</para>
      <para>Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 3.500,00 gevorderd.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en daarbij verzocht verdachte hoofdelijk te veroordelen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft op grond van de bepleite vrijspraak primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in zijn vordering.</para>
        <para>De raadsman heeft subsidiair - ingeval van een bewezenverklaring - geconcludeerd dat de vordering toewijsbaar is, waarbij hij zich  wat betreft de gevorderde materiële schade inzake de gevolgen van de brandstichting voor de (nadien overleden) hond heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
        </para>
        <para>De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk en niet betwist. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van <?linebreak?>€ 5.181,76, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
        </para>
        <para>Daarnaast is aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. De benadeelde partij heeft concreet onderbouwd aangevoerd dat de gebeurtenissen een grote impact hebben gehad op zijn persoonlijk leven. Ook dit is niet betwist. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte in dit geval het oogmerk heeft gehad om jegens de benadeelde partij ander nadeel dan vermogensschade toe te brengen in de zin van artikel 6:106, lid 1, aanhef en sub a van het Burgerlijk Wetboek. Verdachte heeft vanwege een onderling conflict met de benadeelde partij de woning van de benadeelde partij in brand gestoken. Als gevolg daarvan heeft één van zijn honden ernstige brandwonden opgelopen, waaraan het dier  later is overleden. De hond heeft veel voor de benadeelde partij betekend. De rechtbank zal het gevorderde bedrag van € 3.500,- aan de benadeelde partij toewijzen, omdat zij dat bedrag billijk acht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Motivering van de hoofdelijkheid</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is ambtshalve bekend met het vonnis van 3 december 2020 tegen [medeverdachte] . De rechtbank stelt vast dat verdachte deze strafbare feiten samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade. De verzochte hoofdelijkheid zal daarom worden toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.6</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht mede aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 ten laste gelegde feit is toegebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">het misdrijf: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen </emphasis>
        <emphasis role="italic">te duchten is en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar en zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">het misdrijf: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Medeplegen van poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic" />
      </para>
    </parablock>
    <para>:</para>
    <para>
      <emphasis role="italic" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">48 (achtenveertig) maanden</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 3 (drie) jaren</emphasis> de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte:</para>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 1] (feit 1) van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 8.681,76</emphasis> (achtduizend zeshonderdéénentachtig euro en zevenenzestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemd bedrag vanaf 29 maart 2019 tot aan de dag van volledige betaling, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 8.681,76 </emphasis>(achtduizend zeshonderdeenentachtig euro en zevenenzestig cent) te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemd bedrag vanaf 29 maart 2019 tot aan de dag van volledige betaling ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 78 dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Bruggen, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. J. Faber, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 29 april 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. S. Taalman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_44c11a44-5f4c-4816-8b99-08f61b35dacb" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van Politie Eenheid Oost-Nederland, Districtsrecherche IJsselland, onderzoek Bologna / ON1R019030, proces-verbaalnummer 2019176535 Z. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_16118e0e-fdb1-4188-9f55-f96ba2ff6ed4" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 30 maart 2019, pagina 1-2, en proces-verbaal van verhoor aangever [aangever 1] van 31 maart 2019, pagina 14</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26bfbc1e-2d32-43c2-946a-78d26ee3f3da" label="3">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , pagina 134</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d4adf707-2bd6-49b9-a9f5-c2a15392b7e5" label="4">
    <para> Proces-verbaal forensisch onderzoek PL0600-2019137524-12, pagina 61</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2468dc07-ac2b-4455-a81a-615b69f7d5fd" label="5">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [aangever 3] (pagina 136-137), [aangever 4] (pagina 138-139) en [aangever 5] (pagina 140-141)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d02c0cb5-dcbf-4670-b578-358e628978f4" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , Summ-it pv nr. 126, pagina 407, 5 en 6e alinea </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cd360a76-bb1a-458e-9457-b3775d23051c" label="7">
    <para> Proces-verbaal vooronderzoek lab van 2 april 2019, pagina 124-125, en Verkorte rapportage onderzoek naar ontbrandbare vloeistoffen, pagina 226-227</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f9616dd-2537-4000-9ad8-d2fe4f98264c" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , Summ-it pv nr. 126, pagina 401, voorlaatste en laatste alinea en pagina 402, 1e alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_33d5aa17-0229-4a0b-9288-72ed640fa366" label="9">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , Summ-it pv nr. 126, pagina 398-400</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_efee378e-625d-4e7c-ad30-18097da7717b" label="10">
    <para>Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , Summ-it pv nr. 126, pagina 401 laatste alinea, en pagina 402, eerste alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6573526-d7e6-484a-a35e-1ec6251be775" label="11">
    <para>Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , Summ-it pv nr. 126, pagina 402, 2e alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b199fd6b-305d-4724-bb5e-4a069a56d06d" label="12">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , Summ-it pv nr. 126, pagina 400</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c6c6e98-4af5-4cde-bd45-bf1114c1c153" label="13">
    <para>Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , Summ-it pv nr. 126, pagina 400, 3e alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a2cb137c-479b-4373-87ca-a52a662d29e3" label="14">
    <para>Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , Summ-it pv nr. 126, pagina 404</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d4eb73aa-57e2-4050-9aa6-e5da777d182a" label="15">
    <para>Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , Summ-it pv nr. 126, pagina 404</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7f09a2b1-0760-488f-bbb5-a061ff1e27f0" label="16">
    <para>Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , Summ-it pv nr. 126, pagina 404</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cbc1a8e8-e8a6-477a-a179-69b088e19860" label="17">
    <para>Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , Summ-it pv nr. 126, pagina 404</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c0012147-c518-44c8-a19b-984d0a971448" label="18">
    <para>Proces-verbaal van bevindingen nader verhoor getuige [getuige] , Summ-it pv nr. 91, pagina 413-414</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fb4bb346-293b-4be0-b536-803ec6cc071e" label="19">
    <para>Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , Summ-it pv nr. 114, pagina 417</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9306a0dc-08b9-4037-8575-6d0584cdc4df" label="20">
    <para>Proces-verbaal van verhoor [naam 1] , Summ-it pv nr. 127, pagina 523-525</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c6a5b58-362b-4aea-94e2-a2155de7b0d7" label="21">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen PL0600-2019138960-13, pagina 10</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c17c822d-69d2-40e8-8465-9dfe77802a75" label="22">
    <para> Proces-verbaal van (aanvullend) verhoor van aangever [aangever 1] , nr. 13, pagina 13-17</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf7acce5-cdd0-4b88-820f-a9b89f416a51" label="23">
    <para> Proces-verbaal dactyloscopisch vooronderzoek van 18 mei 2019, pagina 50 en het proces-verbaal vooronderzoek lab van 2 april 2019, pagina 124-125</para>
  </footnote>
  <footnote id="_270e01e4-1e22-451d-afcd-284ac56381fc" label="24">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , pagina 398</para>
  </footnote>
  <footnote id="_439091a6-b79e-42f2-8a22-d28ddc0ddc39" label="25">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen nr. 46, pagina 264</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2529948c-ccbc-4639-b430-2de9cd9dde2b" label="26">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , pagina 342, 8e alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_523027a5-13d0-45d4-b946-09013bf28cf0" label="27">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen nr. 78, pagina 282-289</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed2731f4-209b-47f2-a7e0-794c8666bde2" label="28">
    <para> Telefoontapjournaal gesprek 10-042019 10:27:35, pagina 505</para>
  </footnote>
  <footnote id="_73dfbf0e-ec19-4b13-aa58-29fa90ba6c16" label="29">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen PL0600-2019137524-48, pagina 481-482</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>