<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2020:4841</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-16T10:39:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/214412 / HA RK 18-42</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2020:4841">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2020:4841</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-16T10:38:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2020:4841 Rechtbank Overijssel , 25-03-2020 / C/08/214412 / HA RK 18-42</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2020:4841:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank bepaalt dat een verbeterende correctie zal worden uitgevoerd in de rechtsoverweging. Het te betalen bedrag van het griffierecht was niet correct vermeld in de rechtsoverweging 2.9 van de op 4 maart 2020 gewezen beschikking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2020:4841:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: C/08/214412 / HA RK 18-42 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Herstelbeschikking van 25 maart 2020 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat mr. N.E. Koelemaij te Assen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke bestuurscommissie ex artikel 81 van de Provinciewet</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITVOERINGSCOMMISSIE ENTER,</emphasis>
      </para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>zetelende te Zwolle,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2 [belanghebbende 1] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>3.	<emphasis role="bold">[belanghebbende 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 3] ,</para>
      <para>belanghebbenden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Uitvoeringscommissie en de [verzoeker] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van mr. H. Postma van de Provincie Overijssel, gemachtigde van de Uitvoeringscommissie, van 10 maart 2020 is namens de Uitvoeringscommissie de rechtbank verzocht om verbetering van de op 4 maart 2020 in deze zaak gewezen beschikking, in die zin dat in de begroting van de proceskosten wat betreft  het door de Uitvoeringscommissie betaalde griffierecht in plaats van het vermelde bedrag van € 291,00 voor griffierecht het bedrag van € 613,00 wordt opgenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft [verzoeker] bij e-mailbericht van de griffier van 11 maart 2020 in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.</para>
        <para>Bij brief van 19 maart 2020 heeft mr. N.E. Koelemaij namens [verzoeker] aan de rechtbank verzocht het ertoe te leiden dat aan de Uitvoeringscommissie het teveel betaalde griffierechtbericht wordt gerestitueerd zodat [verzoeker] niet met een hoger bedrag aan griffierecht wordt belast. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	De beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat in de beschikking van 4 maart 2020 sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. In de beschikking is abusievelijk uitgegaan van een door de Uitvoeringscommissie betaald bedrag van € 291,00 aan griffierecht. Dit  bedrag is echter niet het wettelijk juiste bedrag voor een verweerschrift in een zaak met een verzoek van onbepaalde waarde als deze, ingediend door een niet-natuurlijk persoon. Voor een natuurlijk persoon, zoals [verzoeker] , bedraagt het griffierecht € 291,00. </para>
        <para>Conform het geldende tarief is de Uitvoeringscommissie het bedrag van € 626,00 in rekening gebracht, welk bedrag ook is voldaan, derhalve nog een ander bedrag dan door de Uitvoeringscommissie in haar verzoek is aangegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Voor restitutie van griffierecht aan de Uitvoeringscommissie ziet de rechtbank geen  reden. Aan de Uitvoeringscommissie is op correcte wijze griffierecht in rekening gebracht en dat is voldaan.  De kennelijke fout is er in gelegen dat in de beschikking van 4 maart 2020 per abuis niet het juiste door de Uitvoeringscommissie betaalde bedrag in de kostenveroordeling is vermeld. Deze fout kan op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden gecorrigeerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat</para>
      <para>- in rechtsoverweging 2.9  van de op 4 maart 2020 tussen de Uitvoeringscommissie en [verzoeker] gewezen beschikking, waar achter “-griffierecht” staat vermeld “€ 291,00”, dit bedrag wordt vervangen door “€ 626,00”, en waar in de laatste regel “€ 2.711,00” staat vermeld, dit bedrag wordt vervangen door “€ 3.046,00”, alsmede dat</para>
      <para>- in de beslissing sub 3.3, waar staat “€ 2.711,00”, dit bedrag wordt vervangen door </para>
      <para>“€ 3.046,00”,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 25 maart 2020 wordt vermeld op de minuut van de beschikking van 4 maart 2020.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. H. van Bottenberg-Van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2020.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>