<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2020:3711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-10T11:05:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/255482 / KG ZA 20-225</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2020:3711">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2020:3711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-10T11:02:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2020:3711 Rechtbank Overijssel , 13-10-2020 / C/08/255482 / KG ZA 20-225</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2020:3711:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dagvaarding nietig</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2020:3711:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer	: C/08/255482 / KG ZA 20-225 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 13 oktober 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen de broer,</para>
      <para>advocaat: mr. J. Engels te Vroomshoop,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING ZIJ AAN ZIJ Q.Q.</emphasis>, in haar hoedanigheid van mentor van <?linebreak?><emphasis role="bold">[gedaagde]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Ommen respectievelijk wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen de Stichting respectievelijk de zus,</para>
      <para>advocaat: mr. S.L. Geeraths te Haaksbergen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure laat zich als volgt duiden. De broer heeft gesteld en gevorderd zoals is te lezen in de dagvaarding van 9 oktober 2020 met producties. De behandeling ter terechtzitting van 13 oktober 2020 heeft via Skype plaatsgevonden. Daar zijn verschenen de broer bijgestaan door mr. Engels, alsmede namens de Stichting mevrouw [A] , bijgestaan door mr. Geeraths. Door mr. Geeraths is meteen bij aanvang van de zitting de nietigheid van de inleidende dagvaarding bepleit. Gedaagde is niet bereid gebleken alsnog vrijwillig te verschijnen. Nadat partijen hierover hebben gedebatteerd, heeft de voorzieningenrechter na een korte onderbreking aanstonds ten overstaan van genoemde personen via Skype dit vonnis uitgesproken met mededeling dat het alsnog op schrift zal worden gesteld.  </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het opgeworpen preliminaire verweer  </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Meteen bij aanvang van de behandeling ter terechtzitting is namens de Stichting bij wijze van verweer aangevoerd dat de inleidende dagvaarding nietig moet worden verklaard omdat deze dagvaarding niet vermeldt dat door de voorzieningenrechter een verkorte dagvaardingstermijn is toegestaan. De Stichting verwijst in dit kader naar </para>
        <para>artikel 117 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Van een inhoudelijke behandeling van de zaak in kort geding kan volgens de Stichting dan ook geen sprake zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat de Stichting verschenen is, betekent niet dat de nietigheid van de dagvaarding daardoor is gedekt. De Stichting is namelijk verschenen vanwege de andere zaak tussen partijen (255515 KG ZA 20/227) die gelijktijdig, immers eveneens op 13 oktober 2020 om 15.30 uur wordt behandeld. De Stichting verzoekt om deze dagvaarding in kort geding nietig te verklaren. De Stichting wenst in dit kort geding niet alsnog vrijwillig te verschijnen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De broer kan zich niet vinden in het preliminaire verweer van de Stichting en stelt zich op het standpunt dat de dagvaarding niet nietig is. Volgens de broer is richting <?linebreak?>de (advocaat van) de Stichting gecommuniceerd dat er op verkorte termijn gedagvaard zou gaan worden. Volgens de broer was de Stichting met de verkorte termijn bekend. Er is geen reden om de dagvaarding nietig te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat voormeld verweer van de Stichting terecht is opgeworpen. Op 9 oktober 2020 heeft de voorzieningenrechter aan de (advocaat van de) broer verlof verleend om op verkorte termijn te mogen dagvaarden. Ingevolge <?linebreak?>artikel 117 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient de verleende beschikking verkorte termijn te worden vermeld in het hoofd van het dagvaardingsexploot. Dat is niet gebeurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De nietigheid wordt niet gedekt nu de Stichting uitdrukkelijk naar voren heeft gebracht enkel te zijn verschenen vanwege de andere zaak met kenmerk 255515 KG ZA 20/227, en niet vrijwillig wenst te verschijnen in dit kort geding. Aan een inhoudelijke beoordeling van dit geschil komt de voorzieningenrechter dan ook niet toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Gelet op de familierechtelijke band van broer en zus, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 	</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter rechtdoende in kort geding:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart de op 9 oktober 2020 uitgebrachte dagvaarding nietig;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>compenseert de kosten van deze procedure aldus dat iedere partij de eigen kosten 	draagt.<?linebreak?></para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.J. Koopmans en in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>13 oktober 2020 in aanwezigheid van partijen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>