<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2020:2601</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-06T14:00:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-208802-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2020:2601">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2020:2601</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-06T13:25:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2020:2601 Rechtbank Overijssel , 06-08-2020 / 08-208802-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2020:2601:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvordering. De rechtbank neemt als vaststaand feiten aan dat de veroordeelde betaald zou worden vanaf een tweede oogst, dat die tweede oogst vlak voor ontdekking door de politie van de kwekerij heeft plaatsgevonden en dat de veroordeelde geen betaling daarvoor heeft ontvangen.</para>
      <para />
      <para>De rechtbank oordeelt daarom, op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting, dat er niet voldoende aanwijzingen bestaan dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel uit het bewezenverklaarde feit of andere strafbare feiten heeft genoten. Om die reden zal de vordering van de officier van justitie worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zie ook:</para>
        <para>ECLI:NL:RBOVE:2020:2600</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2020:2601:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08-208802-18 </para>
      <para>Datum vonnis: 6 augustus 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres] , verder te noemen de veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 71.773,00.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 23 juli 2020. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. G.A.C. Beckers, advocaat te Maastricht, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. </para>
      <para>Op de terechtzitting heeft de officier van justitie mr. L. Grooters geconcludeerd dat de vordering dient te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich ook op het standpunt gesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat de veroordeelde enig financieel voordeel heeft gehad bij de hennepplantage en de diefstal van de elektriciteit, zodat de vordering moet worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 6 augustus 2020 veroordeeld, voor zover in de ontnemingszaak van belang, voor medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. </para>
      <para>In de ontnemingsrapportage wordt het wederrechtelijk verkregen voordeel van twee oogsten berekend. De rechtbank begrijpt dit aldus, dat het gaat om de oogst waarvoor de veroordeelde is veroordeeld en een daaraan voorafgaande oogst.</para>
      <para>De rechtbank neemt als vaststaand feiten aan dat de veroordeelde betaald zou worden vanaf een tweede oogst, dat die tweede oogst vlak voor ontdekking door de politie van de kwekerij heeft plaatsgevonden en dat de veroordeelde geen betaling daarvoor heeft ontvangen.</para>
      <para>De rechtbank oordeelt daarom, op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting, dat er niet voldoende aanwijzingen bestaan dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel uit het bewezenverklaarde feit of andere strafbare feiten heeft genoten. Om die reden zal de vordering van de officier van justitie worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst de vordering af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. M. van Berlo en mr. P.A.M. Miltenburg, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Van Berlo is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>