<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2020:2475</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-21T13:36:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/250015 / KG ZA 20-125</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2020:2475">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2020:2475</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-21T13:21:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2020:2475 Rechtbank Overijssel , 15-07-2020 / C/08/250015 / KG ZA 20-125</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2020:2475:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Eiser vordert,  gedaagde te gebieden de te verkopen woning te verlaten onder gelijktijdige afgifte van de sleutels op straffe van een dwangsom .</para>
        <para>De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde de woning te verlaten.</para>
        <para>De gevorderde dwangsom wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2020:2475:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer	: C/08/250015 / KG ZA 20-125 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 15 juli 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen [eiser] ,</para>
      <para>advocaat: mr. H. Versluis te Enschede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde ]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde ] ,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:<?linebreak?>- de dagvaarding van 24 juni 2020 met productie 1 tot en met 9,<?linebreak?>- de aanvullende productie 10,<?linebreak?>- de mondelinge behandeling via skype op 8 juli 2020,<?linebreak?>- het tegen [gedaagde ] verleende verstek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is bij [gedaagde ] in loondienst werkzaam geweest. Uit hoofde van die rechtsverhouding heeft deze rechtbank bij vonnis van 1 oktober 2019 [gedaagde ] bij verstek veroordeeld in onder andere (loon)vorderingen van [eiser] . <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij vaststellingsovereenkomst van 23 december 2019 zijn partijen tot een minnelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gekomen per 1 mei 2020, waarbij aan [eiser] een beëindigingsvergoeding is toegekend van bruto € 43.992,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ter zake de afwikkeling van de op [gedaagde ] rustende financiële verplichtingen jegens [eiser] , zijn partijen overeengekomen dat er een hypotheekrecht wordt gevestigd op de woning van [gedaagde ] ten behoeve van [eiser] voor een inschrijvingsbedrag van <?linebreak?>€ 175.000,00, aan welke afspraak uitvoering is gegeven. Tevens is er op 16 januari 2020 een onherroepelijke volmacht strekkende tot onderhandse verkoop van de woning van [gedaagde ] overeengekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij brief van 17 januari 2020 heeft de advocaat van [eiser] [gedaagde ] meegedeeld:<?linebreak?>‘<emphasis role="italic">(…) Onder gebruikmaking van die volmacht zal mijn cliënt binnenkort makelaardij Thoma Post te Hengelo opdracht geven voor de verkoop van de woning. Client vertrouwt erop dat u conform de inhoud van de verkoopvolmacht daaraan uw medewerking zal verlenen.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)’</emphasis>.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij e-mail van 29 mei 2020 heeft [A] ), werkzaam bij Thoma Post Makelaars aan [eiser] voor zover van belang het volgende meegedeeld:<?linebreak?><emphasis role="italic">‘(…) </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Ongeveer een kwartier voor de bezichtiging was ik aanwezig bij de woning om te kijken of de woning presenteerbaar was voor de kijker. Helaas heeft de [gedaagde ] mij geen toegang gegeven om de woning te bekijken, aangezien ik geen mondkapje droeg. De [gedaagde ] heb ik aangegeven, dat het dragen van een mondkapje enkel verplicht is in het openbaar vervoer vanaf 1-6-2020 (…) Tevens vragen wij hem telkens niet aanwezig te zijn bij bezichtiging, maar zonder resultaat (…) Afgelopen dinsdag zouden wij al eerder kijken met deze mensen, helaas heeft de heer [gedaagde ] de afspraak maandagmiddag afgezegd wegens omstandigheden. Op deze wijze maakt de bewoner/eigenaar het ons echter onmogelijk om ons werk normaal uit te voeren en met een kijker tot een koop te komen. Waarmee ik betwijfel of de artikelen 6 en 11 uit de volmacht, die u ons hebt overhandigd, nog worden nageleefd. De eerste weken moet ik zeggen dat de woning er netjes bijstond qua schoonmaak, echter was het de laatste keer 1,5 maand geleden niet heel schoon en fris in de woning (…)’</emphasis>. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij (aangetekende) brief van 29 mei 2020 heeft de advocaat van [eiser] voor zover van belang aan [gedaagde ] bericht:<?linebreak?><emphasis role="italic">‘(…) Van mijn client, de heer [eiser] en de verkopende makelaar, de heer [A] van Thoma Post, begrijp ik dat u onvoldoende meewerkt aan de verkoop van uw woning, hoewel u daartoe op basis van de door u aan mijn cliënt gegeven onherroepelijke volmacht wel gehouden bent (…) Gesteld kan inmiddels worden dat u de verkoop van de woning tegenwerkt, wat in ieder geval niet in het belang van mijn cliënt is, immers is er daardoor geen zicht op (spoedige) inlossing van de schuld die u aan mijn cliënt heeft (…) Ik sommeer u om </emphasis><emphasis role="bold italic">binnen nu en 1 week</emphasis><emphasis role="italic"> mij </emphasis><emphasis role="bold italic">schriftelijk</emphasis><emphasis role="italic"> te bevestigen dat u onvoorwaardelijk zal meewerken aan de verkoop van de woning (…) Wanneer u aan deze sommatie geen gehoor geeft of wanneer u wel toezegt maar in de praktijk niet uitvoert, dan zal cliënt rechtsmaatregelen tegen u nemen (…)’</emphasis>.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De e-mail van 1 juli 2020 van [A] aan de advocaat van [eiser] houdt het volgende in: <?linebreak?><emphasis role="italic">‘(…) In overleg met de familie [eiser] hebben wij </emphasis>(....)<emphasis role="italic"> de woning aan [het adres] </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic"> inderdaad niet meer op Funda zichtbaar gemaakt en het bord tijdelijk uit de tuin gehaald. Dit heb ik voorgesteld, aangezien wij geen bezichtigingen bij meneer [gedaagde ] kunnen uitvoeren </emphasis>(…)<emphasis role="italic">’</emphasis>. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert -samengevat- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">primair:</emphasis>
          <?linebreak?>
          [gedaagde ] te gebieden de woning, gelegen aan [het adres] te [woonplaats] , binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, te verlaten en verlaten te houden, onder gelijktijdige afgifte van de sleutels aan [eiser] , op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag met een maximum van € 50.000,00;<?linebreak?><emphasis role="bold">subsidiair:</emphasis><?linebreak?>- [gedaagde ] te veroordelen tot afgifte van de toegangssleutel van de woning aan [het adres] te [woonplaats] aan één van de makelaars van Thomas Post te [woonplaats] ;<?linebreak?>- te bepalen dat [gedaagde ] zijn medewerking dient te verlenen aan het in de woning toelaten van de makelaar en eventuele kopers voor een bezichtiging;<?linebreak?>- [gedaagde ] te verbieden om bij de bezoeken van de makelaar in de woning aanwezig te zijn en [gedaagde ] te veroordelen om, bij verkoop aan een derde, uiterlijk op de dag voordat de verkoopakte bij de notaris wordt verleden, de woning te ontruimen en de sleutels af te geven;<?linebreak?>- [gedaagde ] te veroordelen om een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor elke keer dat hij niet aan een of meer van de bovenstaande veroordelingen c.q. bepalingen c.q. ge- en verboden voldoet, tot een maximum van € 25.000,00;<?linebreak?><emphasis role="bold">zowel primair als subsidiair:</emphasis><?linebreak?>[gedaagde ] te veroordelen in de proceskosten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt voormelde door partijen gemaakte afspraken alsmede de ondertekende volmacht van 16 januari 2020 aan zijn  vorderingen ten grondslag. [gedaagde ] handelt volgens [eiser] in strijd met de gemaakte afspraken en werkt niet mee aan de verkoop van de woning. Door toedoen van [gedaagde ] kan de verkoop van de woning niet worden vervolgd en wordt [eiser] niet afgelost door [gedaagde ] . [gedaagde ] handelt daarmee onrechtmatig, aldus [eiser] . </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Bij de kort geding dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een ingrijpende en meestal onomkeerbare maatregel is. Gezien de ernst van de gevolgen voor de betrokken persoon kan daarom een ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening slechts worden uitgesproken, indien het voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter (wanneer zijn oordeel wordt gevraagd) de betrokken persoon tot ontruiming zal veroordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vordering is door [gedaagde ] niet weersproken. De vordering van [eiser] komt de voorzieningenrechter vooralsnog niet onrechtmatig of ongegrond voor. De door [eiser] ingenomen stellingen in de dagvaarding vinden steun in de bij de dagvaarding overgelegde producties. De voorzieningenrechter zal het gevorderde dan ook toewijzen, behoudens het navolgende. </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De door [eiser] gevorderde dwangsom van € 5.000,00 per dag, tot een maximum € 50.000,00 zal worden afgewezen. Immers, nu [eiser] onderhavig ontruimingsvonnis in handen heeft, is het opleggen van een dergelijke dwangsom als prikkel tot nakoming en ontruiming van de woning aan de zijde van [gedaagde ] niet aan de orde. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Nu de primaire vordering van [eiser] zal worden toegewezen, komt de voorzieningenrechter aan de subsidiaire vordering niet toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde ] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:</para>
        <para>-griffierecht	€	304,00</para>
        <para>-kosten dagvaarding	€	102,96</para>
        <para>-salaris advocaat	€<emphasis role="underline">	633,00</emphasis></para>
        <para>Totaal	€	1.039,96</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde ] om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de woning aan [het adres] te [woonplaats] te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden onder gelijktijdige afgifte van alle bij de woning behorende sleutels aan [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde ] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.039,96, waaronder € 633,00 aan salaris voor de advocaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.J. Koopmans en in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>15 juli 2020.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>