<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-07T15:58:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.115997.18 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:802">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-07T15:58:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:802 Rechtbank Overijssel , 07-03-2019 / 08.115997.18 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:802:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 44-jarige vrouw tot een taakstraf van 240 uren voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval op de weg tussen Hellendoorn en Daarle. Naast de taakstraf legt de rechtbank de vrouw een ontzegging van de rijbevoegdheid op voor de periode van 1 jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:802:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer:  08.115997.18 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 7 maart 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 februari 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. E. Agelink en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. J.H. Rump, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte als bestuurder van een personenauto schuldig is aan het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval, dan wel dat verdachte het verkeer in gevaar heeft gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>primair</para>
      <para>zij op of omstreeks 27 december 2017 te Hellendoorn in de gemeente Hellendoorn, in elk geval in Nederland , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig<?linebreak?>(personenauto), komende uit de richting Hellendoorn en/of gaande in de richting van de<?linebreak?>kruising van de wegen, de Piksenweg en de Meester Werkmanstraat, daarmede rijdende over de weg, de Piksenweg, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl direct voor die kruising op het wegdek van die weg (de Piksenweg), haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of voor die kruising een in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende:<?linebreak?>"Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst en/of terwijl zij,<?linebreak?>verdachte bekend was met die verkeerssituatie/dat kruispunt, niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken naar het op die kruisende (voorrangs)weg (de Meester<?linebreak?>Werkmanstraat) , gezien haar, verdachtes rijrichting, van rechts naderende verkeer en/of die<?linebreak?>kruising/ kruisende weg (de Meesster Werkmanstraat) is opgereden en/of in strijd met voormeld bord en/of het gestelde in artikel 80 van voormeld reglement geen voorrang heeft verleend aan een over die kruisende (voorrangs)weg (de Meester Werkmanstraat) rijdende, toen haar, verdachte dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een ander motorrijtuig (motorfiets) en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die over die kruisende (voorrangs)weg (de Meester Werkmanstraat) rijdende, toen dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (motorfiets) en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan laatstgenoemde bestuurder ten val is gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood en/of welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat zij, verdachte geen voorrang heeft verleend; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen<?linebreak?>leiden:<?linebreak?>zij op of omstreeks 27 december 2017 te Hellendoorn in de gemeente Hellendoorn, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting Hellendoorn en/of gaande in de richting van de kruising van de wegen, de Piksenweg en de Meester Werkmanstraat, daarmede heeft gereden over de weg, de Piksenweg en terwijl direct voor die kruising op het wegdek van die weg (de Piksenweg), haaientanden als bedoeld in 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of voor die kruising een in haar, verdachtes, rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst, die kruising/ kruisende weg (de Meesster Werkmanstraat) is opgereden en/of in strijd met voormeld bord en/of het gestelde in artikel 80 van voormeld reglement geen voorrang heeft verleend aan een over die kruisende (voorrangs)weg (de Meester Werkmanstraat) rijdende, toen haar, verdachte dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een ander motorrijtuig (motorfiets) en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die over die kruisende (voorrangs) weg (de Meester Werkmanstraat) rijdende, toen dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (motorfiets) en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan laatstgenoemde bestuurder ten val is gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994<?linebreak?>betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat het primair tenlastegelegde is bewezen, nu verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden ten gevolge waarvan een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een dodelijk slachtoffer te betreuren valt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde omdat de onoplettendheid van verdachte niet kan worden aangemerkt als aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. De raadsvrouw heeft het standpunt ingenomen dat het subsidiair ten laste gelegde bewezen verklaard kan worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- de redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De onderstaande feiten volgen rechtstreeks uit de bewijsmiddelen en hebben bij de behandeling van de zaak niet ter discussie gestaan. Het vaststellen van deze feiten behoeft daarom geen andere motivering door de rechtbank dan een verwijzing naar de betreffende bewijsmiddelen.<footnote-ref linkend="_815e03a0-60f7-4707-9bf7-4ca85f067dbd" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 27 december 2017 reed verdachte met haar personenauto over de Piksenweg in Hellendoorn, gemeente Hellendoorn. Verdachte kwam uit de richting Hellendoorn en reed in de richting van de Kolonieweg. Bij de kruising van de Piksenweg met de Meester Werkmanstraat, een haar bekende kruising, was verdachte voornemens die kruising rechtdoor over te steken. De Meester Werkmanstraat is een voorrangsweg, hetgeen met haaientanden en een verkeersbord op de Piksenweg is aangegeven. De Meester Werkmanstraat is voorzien van een bomenrij aan een zijde van de weg. </para>
        <para>
          [slachtoffer] reed op zijn motorfiets op de Meester Werkmanstraat komende uit de richting van de G.H. Kappertstraat en gaande in de richting van de Hellendoornseweg.  Bij de kruising Meester Werkmanstraat met Piksenweg was [slachtoffer] voornemens die kruising rechtdoor over te steken.<footnote-ref linkend="_fe8a72ca-479d-4a9d-b1ac-878ed0f19109" /> Verdachte heeft de motorrijder, [slachtoffer] , niet gezien.<footnote-ref linkend="_4a2f90cc-782f-47de-a511-02fa5c2ccd3a" /> Verdachte heeft geen voorrang verleend aan [slachtoffer] en is met de voorzijde van haar personenauto tegen de haar kruisende motorrijder, [slachtoffer] , aangereden. Ten gevolge van de aanrijding is [slachtoffer] met zijn motor ten val gekomen en overleden.<footnote-ref linkend="_7697dd30-ce35-4997-8874-13a82b35daa7" /> Verdachte reed kort voorafgaand aan het ongeval met een snelheid van ongeveer 46 km/uur en [slachtoffer] reed kort voorafgaand aan het ongeval ongeveer 94 km/uur.<footnote-ref linkend="_1d454d2a-9a92-4635-be27-a170a3fc84e7" /> Ter plaatse zijn van de personenauto van verdachte geen zichtbare remsporen aangetroffen.<footnote-ref linkend="_e5230356-8028-4fd6-bb06-0902a4639a20" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- het primair tenlastegelegde</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor bewezen verklaring van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) moet sprake zijn van schuld met betrekking tot het verkeersongeval. Of er sprake is van schuld in de zin van dit artikel hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.<footnote-ref linkend="_6d1f6e31-0ebd-40cf-ac3f-704cdbdeaf64" /> Van schuld in de zin van dit artikel is pas sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft naar eigen zeggen geen herinnering aan haar gedragingen ten tijde van het naderen en oprijden van de voorrangskruising. Aldus kan niet worden vastgesteld of verdachte bij het naderen van de kruising bewust vaart heeft geminderd tot het bereiken van de snelheid van ongeveer 46 km/uur of dat zij reeds met deze snelheid over de Piksenweg heeft gereden. Ook kan niet worden vastgesteld of verdachte bewust in beide richtingen de Meester Werkmanstraat op heeft gekeken om te bezien of aldaar naderend verkeer aanwezig was. Slechts staat vast dat verdachte de voorrangskruising met een snelheid van ongeveer 46 km/uur is opgereden en dat ter plaatse geen zichtbare remsporen zijn aangetroffen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Iedere verkeersdeelnemer heeft naar het oordeel van de rechtbank de bijzondere zorgplicht te anticiperen op komende verkeerssituaties en zich te vergewissen van de eventuele aanwezigheid van ander verkeer waaraan al dan niet voorrang moet worden verleend. Nu in de huidige verkeerssituatie bij het naderen van de voorrangskruising tevens het zicht van verdachte door de aldaar aanwezige bomenrij wordt belemmerd, is extra voorzichtigheid geboden. Verdachte heeft zich onvoldoende vergewist van de mogelijke aanwezigheid van verkeersdeelnemers op de voorrangsweg. De rechtbank weegt hierbij mee dat verdachte bekend was met de verkeerssituatie ter plaatse en aldus ook met het gevaar dat zich bij het oversteken van deze voorrangskruising kan voordoen. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank niet de bijzondere zorgplicht in acht genomen die van een verkeersdeelnemer in deze situatie mag worden verwacht. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat ten aanzien van verdachtes handelen sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid en dat zij schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot bewezen verklaring van het primair tenlastegelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>primair</para>
        <para>zij op 27 december 2017 te Hellendoorn in de gemeente Hellendoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting Hellendoorn en gaande in de richting van de kruising van de wegen, de Piksenweg en de Meester Werkmanstraat, daarmede rijdende over de weg, de Piksenweg, aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl direct voor die kruising op het wegdek van die weg (de Piksenweg), haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en voor die kruising een in haar, verdachtes, rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst en terwijl zij, verdachte bekend was met die verkeerssituatie/dat kruispunt, niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en is blijven kijken naar het op die kruisende voorrangsweg (de Meester Werkmanstraat), gezien haar, verdachtes rijrichting, van rechts naderende verkeer en die kruising/kruisende weg (de Meester Werkmanstraat) is opgereden en in strijd met voormeld bord en het gestelde in artikel 80 van voormeld reglement geen voorrang heeft verleend aan een over die kruisende voorrangsweg (de Meester Werkmanstraat) rijdende, toen haar, verdachte dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een ander motorrijtuig (motorfiets) en is gebotst tegen die over die kruisende voorrangsweg (de Meester Werkmanstraat) rijdende, toen dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan laatstgenoemde bestuurder ten val is gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander genaamd [slachtoffer] werd gedood en welk feit is veroorzaakt, doordat zij, verdachte geen voorrang heeft verleend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezen verklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 175 WVW. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">7. De op te leggen straf of maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft oplegging gevorderd van een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor een jaar. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft oplegging van een geldboete bepleit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft als bestuurster van een personenauto een aan haar schuld te wijten aanrijding veroorzaakt, als gevolg waarvan een motorrijder is overleden. Verdachte is met haar personenauto een voorrangskruising opgereden, zonder daarbij voorrang te verlenen aan [slachtoffer] , die met zijn motor op deze voorrangsweg eveneens de kruising naderde. Door de hieropvolgende aanrijding is [slachtoffer] ten val gekomen en aan zijn opgelopen verwondingen overleden. </para>
        <para>Van iedere verkeersdeelnemer mag worden verwacht dat hij of zij op de hoogte is van de gevaren in het verkeer, hierop anticipeert en het eigen verkeersgedrag daaraan aanpast. Verdachte is hierin tekort geschoten. Dit rekent de rechtbank verdachte aan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onomkeerbare gevolg van het overlijden van [slachtoffer] heeft onherstelbaar leed en verdriet toegebracht aan zijn nabestaanden, zoals ook door de dochter van [slachtoffer] in de door haar opgestelde en ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring is verwoord. De rechtbank is zich ervan bewust dat strafoplegging in welke vorm dan ook dat leed nimmer ongedaan zal kunnen maken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt bij het bepalen van de straftoemeting rekening met de ernst van het bewezenverklaarde feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. In dit verband heeft de rechtbank bij haar overwegingen ook het voor dit feit vastgestelde landelijk oriëntatiepunt straftoemeting betrokken. Dit geeft als uitgangspunt voor het, in geval van aanmerkelijke schuld, veroorzaken van een verkeersongeval met de dood van een slachtoffer als gevolg, een taakstraf voor de duur van 240 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden. De in deze zaak bewezen verklaarde schuld in de zin van artikel 6 WVW betreft eveneens aanmerkelijke schuld, zijnde de minst zware vorm van schuld binnen dit kader. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank neemt in aanmerking dat de wetenschap dat ten gevolge van haar handelen een ander mens is komen te overlijden ook op verdachte een behoorlijke impact heeft, zoals verdachte ter zitting ook te kennen heeft gegeven. Daarnaast acht de rechtbank van belang dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak geen andere straf dan een taakstraf op zijn plaats is. Nu geen bijzondere strafverzwarende, dan wel straf verminderende omstandigheden aanwezig zijn, zal de rechtbank de in voornoemde oriëntatiepunten genoemde taakstraf als straf opleggen. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte daarnaast de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen moet worden ontzegd voor de duur van een jaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c, 22d Sr en artikel 179 WVW.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt haar daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>	het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezen verklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">240 (tweehonderdveertig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">120 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bijkomende straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>-	<emphasis role="bold">ontzegt</emphasis> verdachte <emphasis role="bold">de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen</emphasis> voor de tijd van </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Rikken, voorzitter, mr. H. Stam en mr. E.J.M. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. Stam is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_815e03a0-60f7-4707-9bf7-4ca85f067dbd" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met nummer [nummer] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fe8a72ca-479d-4a9d-b1ac-878ed0f19109" label="2">
    <para> Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse van 6 juni 2018, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , pagina 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a2f90cc-782f-47de-a511-02fa5c2ccd3a" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 februari 2019, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7697dd30-ce35-4997-8874-13a82b35daa7" label="4">
    <para> Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse van 6 juni 2018, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , pagina 34 - 35.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d454d2a-9a92-4635-be27-a170a3fc84e7" label="5">
    <para> Het proces-verbaal inhoudende onderzoek naar de snelheid van de motorfiets en auto voorafgaand aan het ongeval, met nummer 2413.2017.0991 van 25 april 2018 opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , pagina 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5230356-8028-4fd6-bb06-0902a4639a20" label="6">
    <para> Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse van 6 juni 2018, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , pagina 10.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d1f6e31-0ebd-40cf-ac3f-704cdbdeaf64" label="7">
    <para>HR 5 april 2011, NJ 2011/172.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>