<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:5062</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-18T17:04:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">237823 FT RK 817/19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:5062">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:5062</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-18T17:02:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:5062 Rechtbank Overijssel , 18-11-2019 / 237823 FT RK 817/19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:5062:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WSNP. Verzoek tot toelating tot de schuldsanering afgewezen: verzoekster heft niet aannemelijk gemaakt te goeder trouw te zijn geweest ten aanzien van o.a. ontstaan schulden aan belastingdienst inzake kinderopvangtoeslag en aan het CJIB. Evenmin aannemelijk gemaakt verplichtingen te kunnen en zullen nakomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:5062:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Team Toezicht</para>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer:		237823 FT RK 817/19  </para>
      <para>uitspraakdatum: 		18 november 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster] ,</bridgehead>
    <para>geboren [1988] te [geboorteplaats] , Duitsland,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] , [adres] ,</para>
      <para>verder [verzoekster] te noemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] heeft een verzoekschrift ingediend de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken. Het verzoek is behandeld ter zitting van 4 november 2019, waarvan aantekeningen zijn gemaakt. Ter zitting is [verzoekster] verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] is samenwonend en heeft drie inwonende minderjarige kinderen. De Gemeentelijke Krediet Bank (GKB) te Assen, die het minnelijk traject voor [verzoekster] heeft beproefd en het verzoekschrift wettelijke schuldsanering heeft opgesteld, heeft in een begeleidend schrijven bij het verzoekschrift gemeld dat er twijfel bestaat of de financiële situatie stabiel is. Het budgetbeheer dat ook door de GKB werd uitgevoerd, is in juni 2019 geëindigd, omdat er sprake was van een structureel instabiele situatie. Er kwam volgens de GKB te weinig geld binnen en de afdeling inkomensbeheer kon niet met [verzoekster] in contact komen. Volgens de GKB reageerde [verzoekster] niet op brieven en emails. De vaste lasten worden van de bankrekening van de partner van [verzoekster] voldaan. [gemeente] heeft [verzoekster] in het kader van het project ‘Vroegsignalering’ bezocht en [verzoekster] geadviseerd contact op te nemen met de afdeling inkomensbeheer van de GKB, maar de GKB heeft niets meer van [verzoekster] vernomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] is vanaf maart 2019 werkzaam bij [X] en werkt gedurende 6 uren per week bij Schoonmaakbedrijf [Y]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De totale schuldenlast bedraagt € 55.064,38, waaronder:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>CJIB ad € 2.999,--, drie WHAV-boetes, 2013, 2015 en 2016;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>belastingdienst ad € 20.961,34, onderverdeeld in:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>o € 14.477,--, kinderopvangtoeslag 2015, 2016 en 2018;</para>
      <para>o € 3.666,34,  motorrijtuigenbelasting 2014 tot en met 2018.</para>
      <para>De kinderopvangtoeslagschuld van € 14.477,-- bestaat uit de volgende bedragen:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> € 1.359,--, 2015</para>
      <para> € 7.797,--, 2016</para>
      <para> € 5.321,--, 2018.</para>
    </parablock>
    <para>De belastingdienst heeft niet ingestemd met het aanbod in het minnelijk traject, omdat de terugvordering van de kinderopvangtoeslag het gevolg is van het door [verzoekster] niet (tijdig) verstrekken van de juiste gegevens die van belang zijn voor het vaststellen van het recht. Het is volgens de belastingdienst onvoldoende aannemelijk dat [verzoekster] te goeder trouw heeft gehandeld ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De behandeling ter zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] heeft verklaard dat ze gedurende 20 uren per week werkzaam is bij [X]. Volgens [verzoekster] is onlangs vastgesteld dat ze een burnout heeft. [verzoekster] is doorverwezen naar de POH GGZ van haar huisarts, waarmee ze inmiddels één keer heeft gesproken. [verzoekster] heeft verklaard dat er in de beginperiode bij [X] sprake was van wisselende inkomsten, omdat ze nog geen vaste cliënten te verzorgen had. Volgens [verzoekster] is haar partner ‘bijgesprongen’, maar ging het in de communicatie met de GKB niet goed. Volgens [verzoekster] heeft ze wel gereageerd op brieven van de GKB. [verzoekster] heeft verklaard dat ze graag ondersteuning wil in de nakoming van de inlichtingenplicht. Volgens [verzoekster] heeft de medewerker van het project ‘Vroegsignalering’ die haar thuis heeft bezocht, haar niet geadviseerd contact op te nemen met de afdeling inkomensbeheer van de GKB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de terugvorderingen van kinderopvangtoeslag heeft [verzoekster] verklaard dat de kinderen in die jaren gebruik hebben gemaakt van kinderopvang, maar dat ze vermoed dat ze een te hoge uurprijs van de kinderopvang in het formulier van de belastingdienst heeft ingevuld. Volgens de belastingdienst heeft ze teveel kinderopvangtoeslag ontvangen. [verzoekster] heeft verklaard geen bezwaar te hebben gemaakt bij de belastingdienst tegen de terugvorderingen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De motorrijtuigenbelastingschuld is volgens [verzoekster] veroorzaakt met een Peugeot, die uiteindelijk in beslag is genomen door de belastingdienst. Volgens [verzoekster] hadden zij en haar partner één auto, die nodig was voor woonwerkverkeer van haar partner. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De overwegingen van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van [verzoekster] moet worden afgewezen en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank is van oordeel dat [verzoekster] niet aannemelijk heeft gemaakt te goeder trouw te zijn geweest ten aanzien van in ieder geval het ontstaan en onbetaald laten van de kinderopvangtoeslagschulden en de schulden aan het CJIB. De schulden aan het CJIB zijn naar hun aard reeds niet te goeder trouw ontstaan en de kinderopvangtoeslagschulden zijn ontstaan door onjuiste gegevens te verstrekken aan de belastingdienst. [verzoekster] heeft verklaard dat ze er vanuit gaat dat ze een te hoge uurprijs van de kinderopvang aan de belastingdienst heeft opgegeven, maar weet het niet zeker en heeft hierover ook geen navraag gedaan bij de belastingdienst. Ook heeft ze geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van een bezwaarschrift waardoor de teruggevorderde bedragen wellicht naar beneden zouden zijn bijgesteld. De rechtbank is van oordeel dat dit [verzoekster] moet worden verweten. Ook moet [verzoekster] naar het oordeel van de rechtbank worden verweten dat er, nadat er over 2015 en 2016 al kinderopvangtoeslag was teruggevorderd, over 2018 opnieuw een fors bedrag aan kinderopvangtoeslag door de belastingdienst is teruggevorderd. Het had naar het oordeel van de rechtbank op de weg van [verzoekster] gelegen om na de terugvorderingen over 2015 en 2016, die eind april 2017 reeds € 3.233,-- bedroegen, uit te zoeken wat ze moest ondernemen om terugvordering van de kinderopvangtoeslag in de toekomst te voorkomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] heeft naar het oordeel tevens niet aannemelijk gemaakt de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren te zullen nakomen, nu recent nog het budgetbeheer door de GKB is geëindigd omdat er sprake was van een structueel instabiele (inkomens)situatie en de GKB niet in contact kon komen met [verzoekster] . De rechtbank acht op grond hiervan gegegronde vrees aanwezig dat [verzoekster] de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal nakomen. De verklaring van [verzoekster] dat zij wel heeft gereageerd op verzoeken om contact op te nemen met de GKB acht de rechtbank niet aannemelijk, nu de GKB niet over de spreekwoordelijke één nacht ijs zal zijn gegaan voordat zij overging tot beëindiging van het budgetbeheer van [verzoekster] . Bovendien heeft [verzoekster] wel erkend dat de communicatie niet goed is verlopen en dat zij hulp nodig heeft bij het nakomen van de inlichtingenplicht. [verzoekster] heeft die hulp echter nog niet gezocht.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op vorenstaande wijst de rechtbank het verzoek van [verzoekster] af op grond van artikel 288 lid 1 aanhef en onder b en c Faillissementswet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	wijst het verzoek af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen door mr. M.L.J. Koopmans, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare  terechtzitting van 18 november 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>