<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:5053</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-17T09:40:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">238277 / FT-RK 19/843</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:5053">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:5053</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-17T09:38:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:5053 Rechtbank Overijssel , 18-11-2019 / 238277 / FT-RK 19/843</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:5053:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WSNP. Afwijzing verzoek tot toelating schuldsanering. Schuldeiser heeft redelijke en haalbare betalingsregeling voorgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:5053:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Team Toezicht</para>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 	238277 / FT-RK 19/843</para>
      <para>datum vonnis: 	18 november 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] , [adres] , </para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>verder te noemen: [verzoekster] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] heeft een verzoekschrift ingediend de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit te spreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld ter terechtzitting van 11 november 2019. Ter zitting is [verzoekster] met haar beschermingsbewindvoerder, mevrouw [A] , en haar maatschappelijk hulpverlener, mevrouw [B] , verschenen. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 november 2019 is ter griffie een brief met bijlagen van de beschermingsbewindvoerder ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is bepaald op vandaag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] is een gescheiden vrouw van 48 jaar. [verzoekster] ontvangt een Participatiewet-uitkering van € 978,90 per maand.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schuldenlast van [verzoekster] omvat één schuldeiser, Hoist Finance, en bedraagt € 24.473,62.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De toelichting van [verzoekster]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> heeft ter zitting verklaard dat de schuld aan Hoist is ontstaan door haar ex-partner. Na de scheiding is de woning verkocht. De restschuld van de hypotheek is voldaan door de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Deze betaling wordt geregistreerd op de BKR, maar is geen openstaande schuld. Het tegenvoorstel van [C] , behandelend deurwaarder namens Hoist, is [verzoekster] en de beschermingsbewindvoerder niet bekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De overwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de bijlagen van het verzoekschrift is gebleken dat de enige schuldeiser een tegenvoorstel tegen finale kwijting heeft gedaan van € 75,- per maand voor een periode van 72 maanden. </para>
      <para>De beschermingsbewindvoerder heeft de schuldeiser aangeschreven of deze betalingsregeling nog mogelijk is. Uit de brief van 14 november 2019 is gebleken dat de schuldeiser nog steeds akkoord gaat met het tegenvoorstel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het budgetplan van de beschermingsbewindvoerder blijkt dat er € 86,88 ruimte in het financiële budget van [verzoekster] is. De rechtbank is, in tegenstelling tot hetgeen de beschermingsbewindvoerder heeft bericht, van oordeel dat het tegenvoorstel van Hoist redelijk is. De volledige schuld is binnen afzienbare tijd afgelost en de aflossing past in het budget.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit artikel 288 lid 1 sub a Fw volgt, dat indien onvoldoende aannemelijk is dat [verzoekster] niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden, het verzoek van [verzoekster] moet worden afgewezen. Nu uit het dossier is gebleken dat Hoist een redelijke betalingsregeling, waarmee de schuld binnen een afzienbare tijd is afgelost, tegen finale kwijting wil treffen is de rechtbank van oordeel dat thans onvoldoende aannemelijk is dat [verzoekster] niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek zal worden afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 sub a Faillissementswet (Fw.). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen door mr. M.C. Bosch, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>