<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:4392</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-26T17:05:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8116905 \ CV EXPL  19-3693</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:4392">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:4392</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-26T17:03:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:4392 Rechtbank Overijssel , 14-11-2019 / 8116905 \ CV EXPL  19-3693</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:4392:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kantonrechter oordeelt in kort geding dat een rijwielhandelaar door een huurachterstand de bedrijfsruimte moet verlaten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:4392:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 8116905 \ CV EXPL  19-3693 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 14 november 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de commanditaire vennootschap <emphasis role="bold">HOLLAND IMMO GROUP XVI/WINKELFONDS CV</emphasis>,<?linebreak?>gevestigd en kantoorhoudende te Eindhoven,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen Holland Immo Group,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.A. van Emden, werkzaam bij Janssen en Janssen Gerechtsdeurwaarders te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de besloten vennootschap [bedrijf/gedaagde] B.V.,<?linebreak?>gevestigd en kantoorhoudende te Vriezenveen,</title>
    <para>gedaagde sub 1,</para>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde 1]</emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>gedaagde sub 2, bestuurder van gedaagde sub 1,</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <parablock>
      <para>gedaagde sub 3, bestuurder van gedaagde sub 1,</para>
      <para>gedaagde partijen, hierna gezamenlijk te noemen [gedaagden] ,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van Holland Immo Group van 25 oktober 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van gedaagden van 4 november 2019 met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van Holland Immo Group van 5 november 2019 met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling ter zitting van 7 november 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tegen de niet verschenen [gedaagden] verleende verstek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het vonnis is bepaald op 14 november 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen gedaagde sub 1. en Holland Immo Group bestaat per 15 januari 2018 een huurovereenkomst bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7:290 van het Burgerlijk Wetboek. Het gehuurde is gelegen te [adres] en is bestemd te worden gebruikt als winkelruimte ten behoeve van de verkoop en reparatie van fietsen en bromfietsen. </para>
        <para>De huurprijs bedraagt € 2.700,00 per maand, te vermeerderen met omzetbelasting.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Gedaagden sub 2. en 3. hebben zich eind oktober 2018 in privé garant gesteld voor de betaling van de huurachterstand tot en met 15 december 2018 van gedaagde sub 1. tot een bedrag van maximaal € 19.000,00.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Holland Immo Group heeft bij dagvaarding gevorderd:</para>
      <para />
      <para>1. gedaagde sub 1. te veroordelen om de bedrijfsruimte met verdere aanhorigheden, staande en gelegen te [adres] , binnen drie dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis met alle zich daarin bevindende personen en zaken te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort ter vrije en algehele beschikking te stellen van eiseres, met machtiging van eiseres om die ontruiming zonodig zelf te doen bewerkstelligen op kosten van gedaagde sub 1;</para>
      <para />
      <para>2. gedaagde sub 1. te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te voldoen:</para>
      <para />
      <para>a.	een bedrag van € 41.445,41 ten titel van huur, rente en incassokosten zoals in het lichaam van de dagvaarding is omschreven, te vermeerderen met de rente ad 24,00% per jaar over een bedrag van € 30.644,49, berekend na 19 oktober 2019 tot de dag der voldoening;</para>
      <para />
      <para>b.	ter zake van huur een bedrag van € 3.086,48 per maand voor de bedrijfsruimte met verdere aanhorigheden, voor elke maand of gedeelte daarvan dat gedaagde sub 1. in gebreke blijft het gehuurde te ontruimen en ter beschikking van eiseres te stellen, zulks ingaande op 1 november 2019;</para>
      <para />
      <para>3. gedaagde sub 2. en 3. ieder hoofdelijk en voor het geheel, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te voldoen een bedrag van € 16.355,00 conform de garantstelling, zijnde de huurachterstand</para>
      <para>tot en met 15 december 2018;</para>
      <para />
      <para>4. [gedaagden] te veroordelen in de kosten van deze procedure,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>een en ander bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Holland Immo Group legt aan haar vordering, samengevat, ten grondslag dat sprake is van een zeer grote huurachterstand en dat er geen uitzicht op bestaat dat gedaagden aan hun betalingsverplichtingen zullen voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>	De inhoud van de dagvaarding geldt als hier ingelast en herhaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat gelet op de huurachterstand, het uitermate aannemelijk is dat de rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat de gevorderde ontruiming dient te worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en behoort daarom te worden toegewezen behoudens en met inachtneming van het navolgende. Ter zitting heeft Holland Immo Group haar vordering en het door haar overgelegde overzicht van de verschuldigde en betaalde bedragen nader toegelicht en verklaard dat de huurachterstand tot en met oktober 2019 € 30.644,49 bedraagt, de incassokosten € 5.561,97 en de boeterente € 5.671,51, samen opgeteld € 41.877,97, maar dat zij in totaal vordert een bedrag van € 41.445,41. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Holland Immo Group heeft daarnaast verklaard dat zij niet beoogt dat het bedrag van € 16.355,00 jegens gedaagden sub 2. en 3. wordt toegewezen naast het bedrag van </para>
        <para>€ 41.445,41, dat zij van gedaagde sub 1. vordert.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter zal gedaagden sub 1., 2. en 3. hoofdelijk veroordelen tot betaling van € 16.355,00 en daarnaast gedaagde sub 1. veroordelen tot betaling van € 25.100,41 (dat is € 41.445,41 minus € 16.355,00). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter acht een ontruimingstermijn van vier weken na betekening van dit vonnis aangewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [gedaagden] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde sub 1. om de bedrijfsruimte met verdere aanhorigheden, staande en gelegen te [adres] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis met alle zich daarin bevindende personen en zaken te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort ter vrije en algehele beschikking te stellen van Holland Immo Group, met machtiging van Holland Immo Group om die ontruiming zo nodig zelf te doen bewerkstelligen op kosten van gedaagde sub 1;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des dat de een betaalde hebbend de anderen zullen zijn bevrijd, om aan Holland Immo Group te voldoen een bedrag van € 16.355,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde sub 1. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Holland Immo Group te voldoen:</para>
      <para />
      <para>a.	een bedrag van € 25.100,41, te vermeerderen met de rente ad 24% per jaar over een bedrag van € 30.644,49 berekend na 19 oktober 2019 tot aan de dag der voldoening;</para>
      <para />
      <para>b.	ter zake van huur een bedrag van € 3.086,48 per maand voor de bedrijfsruimte met verdere aanhorigheden, voor elke maand of gedeelte daarvan dat gedaagde sub 1. in gebreke blijft het gehuurde te ontruimen en ter beschikking van eiseres te stellen, zulks ingaande op 1 november 2019;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des dat de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Holland Immo Group begroot op </para>
        <para>€ 1.551,01, waaronder € 480,00 wegens het salaris van de gemachtigde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. K.J. Haarhuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2019. (HK(O)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>