<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:4140</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-11T14:39:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-730010-18 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:4140">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:4140</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-11T14:38:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:4140 Rechtbank Overijssel , 11-11-2019 / 08-730010-18 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:4140:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 49-jarige man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 1 jaar voor witwassen. De man heeft zich door het beschikbaar stellen van zijn bankrekening en betaalpas schuldig gemaakt aan het witwassen van geld dat van oplichting afkomstig was. Bovendien kreeg de man een vergoeding voor zijn diensten. Naast de voorwaardelijke gevangenisstraf legt de rechtbank de man een taakstraf op van 50 uren en moet hij een bedrag aan schadevergoeding van ruim 1900 euro betalen. Vrijspraak voor medeverdachte wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:4140:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer 08-730010-18 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 11 november 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 oktober 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie A.C. Waterman en van hetgeen door de benadeelde partijen [benadeelde 9] , [benadeelde 6] en [benadeelde 12] naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 17 augustus tot en met 3 november 2016 een bedrag van € 4.114,20 heeft witgewassen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op een of meer tijdstip(pen)in of omstreeks de periode van 17 augustus </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tot en met 3 november 2016 in een of meer plaatsen in Nederland, waaronder </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Almelo en/of Doesburg en/of Deventer en/of Enschede een geldbedrag van (in </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">totaal) (ongeveer) 4.114,20 euro, althans een geldbedrag, heeft verworven, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van dit geldbedrag </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vermoeden dat dit geldbedrag geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte opzet had op het witwassen en het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze staan vermeld in de voetnoten.<footnote-ref linkend="_439822a3-47d6-4da0-9481-96a64fb5b4dc" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de 25 aangiftes in het dossier komt naar voren dat de aangevers in de periode van 17 augustus 2016 tot en met 3 november 2016 aankopen via marktplaats hebben gedaan, geld op het rekeningnummer [rekeningnummer] hebben gestort en het aangekochte product nooit geleverd hebben gekregen.<footnote-ref linkend="_c01e4b26-13f6-46f4-8653-ab25390be7d0" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op de afschriften van bankrekeningnummer [rekeningnummer] in de periode van 17 augustus 2016 tot en met 22 augustus 2016 is te zien dat er bedragen worden bijgeschreven, met veelal een omschrijving van een product, en dat meermalen een opname met een betaalpas wordt gedaan.<footnote-ref linkend="_47dbca40-adff-40ec-8ae4-ba1512b1e926" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verdachte] heeft op 15 november 2017 bij de politie verklaard dat hij één tot anderhalf jaar geleden zijn nieuwe bankpas driemaal heeft uitgeleend. Twee jonge jongens hebben [verdachte] in de stad benaderd en vroegen of hij wat geld wilde verdienen. De jongens zeiden dat ze geld van anderen tegoed hadden en dat zij daarvoor een bankrekening nodig hadden. [verdachte] heeft verklaard dat hij hiervoor € 250,00 en € 100,00 heeft ontvangen. Daarnaast heeft hij verklaard: “<emphasis role="italic">Ik wist dat het niet helemaal zuiver koffie was dat ze mijn rekeningnummer nodig hadden, maar geld is geld en als je niks hebt doe je alles.”</emphasis><footnote-ref linkend="_b33a1e2a-dfd2-48d0-9834-1997475efef0" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op basis van de aangiftes (met de daarbij gevoegde betalingsbewijzen) en de afschriften van rekeningnummer [rekeningnummer] vast dat dit bankrekeningnummer werd gebruikt voor oplichting via marktplaats. Gelet op de verklaring van verdachte waaruit blijkt dat hij wist dat het beschikbaar stellen van zijn bankrekening en betaalpas niet klopte, is de rechtbank van oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn bankrekening en betaalpas voor criminele doeleinden werden gebruikt. Door het beschikbaar stellen van zijn bankrekening en betaalpas heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op tijdstippen in de periode van 17 augustus tot en met 3 november 2016 in Nederland een bedrag van ongeveer 4.114,20 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">witwassen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 50 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich, door het beschikbaar stellen van zijn bankrekening en betaalpas, schuldig gemaakt aan het witwassen van geld dat van oplichting afkomstig is. Verdachte heeft daarmee meegewerkt aan het veiligstellen van uit misdrijf afkomstig geld. </para>
        <para>Bovendien heeft verdachte een vergoeding gekregen voor zijn diensten. Het witwassen van crimineel geld vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aan. Het in omloop zijn van witgewassen geld heeft een corrumperende werking en faciliteert veelal ander strafbaar handelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de oriëntatiepunten van het Landelijk overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ten aanzien van fraude als uitgangspunt genomen en daarnaast gelet op de (hoogte van de) straffen die binnen de rechtspraak in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank gelet op uit het uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 24 september 2019, waaruit blijkt dat hij in het verleden herhaaldelijk voor vermogensdelicten is veroordeeld, maar de in die veroordeling gelegen waarschuwingen niet ter harte heeft genomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij het opleggen van de straf voorts rekening gehouden met artikel 63 Sr. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voort heeft de rechtbank meegewogen dat het gaat om een feit uit 2016.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 50 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van één jaar passend. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De schade van benadeelden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vorderingen van de benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 1]   </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om een materiële schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 428,60, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 2]   </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om een materiële schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 86,95, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 3]  </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 340,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De schadevergoeding bestaat voor € 90,00 aan materiële schade en voor € 250,00 aan immateriële schade omdat het vertrouwen in marktplaats is beschadigd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 4]   </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om een materiële schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 90,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 5]  </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 350,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De materiële schade bedraagt € 250,00 en de immateriële schade bedraagt € 100,00 (gelet op tijdderving en het verlies van vertrouwen in marktplaats).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 6]  </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om een materiële schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 155,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 7]  </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om een materiële schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 156,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 8] </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om een materiële schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>boxer V8 helm € 160,00;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>telefoonkosten € 40,00;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>aankoop tweedehands helm € 50,00.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 9]  </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert (na wijziging ter terechtzitting) verdachte te veroordelen om een materiële schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 228,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 10]  </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 263,60, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde schade bestaat uit de volgende posten:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>aankoop schuurmachine € 133,60;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>telefoon/bank/verzekering € 10,00;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tijdsderving € 120,00.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 11]   </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om een materiële schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 56,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 12]  </emphasis>
        </para>
        <para> heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 125,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Tevens heeft [benadeelde 12] vergoeding van de proceskosten gevorderd voor een bedrag van € 120,00 (bestaande uit twee uur arbeid voor het doen van aangifte à € 60,00 per uur). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële schade telkens toegewezen kan worden, voor zover de bedragen overeenkomen met de door de benadeelden genoemde bedragen in hun respectievelijke aangiftes. Tevens kunnen de posten die zien op telefoonkosten en tijdsverzuim worden toegewezen. De gevorderde immateriële schade, dient telkens niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat deze schade onvoldoende is onderbouwd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is t komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partijen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van de benadeelde partijen [benadeelde 2] , [benadeelde 4] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 9] , [benadeelde 11] en [benadeelde 12]</emphasis>
        </para>
        <para>De opgevoerde schadeposten van de benadeelde partijen [benadeelde 2] , [benadeelde 4] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 9] , [benadeelde 11] en [benadeelde 12] zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 1]
          </emphasis>
        </para>
        <para>De opgevoerde schadepost is tot een bedrag van € 400,00 voldoende onderbouwd en aannemelijk door middel van het betalingsbewijs bij de aangifte. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 400,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Het resterende bedrag van € 28,60 is niet onderbouwd en wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 3]  </emphasis>
        </para>
        <para>De opgevoerde schadepost is ten aanzien van de materiële schade van € 75,00 voldoende onderbouwd door middel van het betalingsbewijs bij de aangifte. De rechtbank wijst het gevorderde deels toe tot een bedrag van € 75,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De resterende € 15,00 aan materiële schade is evenals de immateriële schade van € 250,00 onvoldoende onderbouwd en wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 5]  </emphasis>
        </para>
        <para>De opgevoerde schadepost is tot een bedrag van € 210,00 voldoende onderbouwd en aannemelijk door middel van het betalingsbewijs bij de aangifte. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 210,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Het resterende bedrag aan materiële schade van € 40,00 is niet onderbouwd. Tevens is de immateriële schade van € 100,00 onvoldoende onderbouwd, waardoor de vordering voor een bedrag van € 140,00 niet-ontvankelijk wordt verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 8] </emphasis>
        </para>
        <para>De opgevoerde schadeposten ten aanzien van de helm en de telefoonkosten zijn tot een bedrag van € 200,00 voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 200,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De aankoop van een tweedehandshelm van € 50,00 is onvoldoende onderbouwd en wordt voor dit gedeelte niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">
            [benadeelde 10]  </emphasis>
        </para>
        <para>De opgevoerde schadeposten ten aanzien van de schuurmachine en telefoon-/ bank-/ verzekeringskosten zijn tot een bedrag van € 143,60 voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 143,60 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Het resterende bedrag van € 120,00 is onvoldoende onderbouwd, waardoor de vordering voor een bedrag van € 120,00 niet-ontvankelijk wordt verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">witwassen;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) weken</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 1 (één) jaar</emphasis> de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte:</para>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">50 (vijftig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">25 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 1]   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van een bedrag van € 400,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016);</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 400,00, </emphasis>te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 8 (acht) dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para>- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 28,60 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 2]   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van een bedrag van € 86,95 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2016);</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 86,95</emphasis>, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 1 (één) dag zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 3]  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 3] : van een bedrag van € 75,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2016)</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 75,00,</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 1 (één) dag zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para>- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 265,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 4]   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 4] , van een bedrag van € 90,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2019);</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 90,00,</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2019 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 1 (één) dag zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 5]  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 5] : van een bedrag van € 210,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2019)</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 210,00</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2019 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 4 (vier) dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para>- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 140,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 6]  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 6] : van een bedrag van € 155,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016);</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 155,00</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 3 (drie) dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 7]  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 7] : van een bedrag van € 156,50 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 augustus 2016);</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 156,50,</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 augustus 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 3 (drie) dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 8] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 8] : van een bedrag van € 200,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016);</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 200,00</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 4 (vier) dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para>- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 50,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 9]  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 9] : van een bedrag van € 228,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016)</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 228,00</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 4 (vier) dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 10]  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 10] : van een bedrag van € 143,60 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2016);</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 143,60,</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 2 (twee) dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para>- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 120,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 11]   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 11] : van een bedrag van € 56,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016)</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 56,00</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 1 (één) dag zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">
          [benadeelde 12]  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 12] , van een bedrag van € 125,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2016;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 120,00, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 125,00,</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 2 (twee) dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. H. Stam en mr. F.H.W. Teekman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mrs. H. Stam en F.H.W. Teekman zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_439822a3-47d6-4da0-9481-96a64fb5b4dc" label="1">
    <para>Wanneer in de voetnoten wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer] , onderzoek Brussel. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c01e4b26-13f6-46f4-8653-ab25390be7d0" label="2">
    <para>De processen-verbaal van aangifte van: [benadeelde 1] d.d. 25 augustus 2016, [benadeelde 13] d.d. 14 november 2016, [benadeelde 2] d.d. 25 augustus 2016, [benadeelde 3] d.d. 25 augustus 2016, [benadeelde 14] d.d. 23 augustus 2016, [benadeelde 15] d.d. 25 augustus 2016, [benadeelde 16] d.d. 23 augustus 2016, [benadeelde 17] d.d. 15 nov 2016, [benadeelde 18] d.d. 22 augustus 2016, [benadeelde 4] , [benadeelde 19] d.d. 30 augustus 2016, [benadeelde 20] d.d. 23 augustus 2016, [benadeelde 21] d.d. 29 augustus 2016, [benadeelde 22] d.d. 1 september 2016, [benadeelde 5] d.d. 25 augustus 2016, [benadeelde 6] d.d. 22 augustus 2016, [benadeelde 23] d.d. 22 augustus 2016, [benadeelde 7] d.d. 25 augustus 2016, [benadeelde 8] d.d. 23 augustus 2016, [benadeelde 9] d.d. 23 augustus 2016, [benadeelde 24] d.d. 30 augustus 2016, [benadeelde 10] d.d. 25 augustus 2016, [benadeelde 11] d.d. 22 augustus 2016, [benadeelde 12] d.d. 26 augustus 2016, [benadeelde 25] d.d. 23 augustus 2016, pagina’s 49 t/m 283.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_47dbca40-adff-40ec-8ae4-ba1512b1e926" label="3">
    <para> Een schriftelijk bescheid, te weten: afschriften bankrekening, pagina’s 42 , 43 en 44.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b33a1e2a-dfd2-48d0-9834-1997475efef0" label="4">
    <para>Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 15 november 2017, pagina 48, eerste alinea, regel 24 tot en met 27.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>