<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:3885</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T14:42:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8068666 \ CV EXPL  19-3401</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JHV 2019/33 met annotatie van Briedé, D.</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:3885">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:3885</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-24T11:29:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:3885 Rechtbank Overijssel , 18-10-2019 / 8068666 \ CV EXPL  19-3401</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:3885:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gevorderde ontruiming van de woning in verband met huurachterstand. gedaagde sub 1 is niet verschenen, gedaagde sub 2 wel. Met gedaagde sub 2 is een regeling getroffen. De regeling is opgenomen in het vonnis. De vordering tot ontruiming ten aanzien van gedaagde sub 1 is toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:3885:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 8068666 \ CV EXPL  19-3401 (sd)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 18 oktober 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen [eiser] ,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,<?linebreak?>gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,<?linebreak?>gemachtigde: mr. A. aan het Rot,<?linebreak?></bridgehead>
    <bridgehead role="bold">2 [gedaagde sub 2] ,</bridgehead>
    <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde sub 2] ,<?linebreak?>niet verschenen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 2 oktober 2019,</para>
      <para>- het faxbericht van [gedaagde sub 1] van 10 oktober 2019 met een kopie van de huurovereenkomst,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 11 oktober 2019,</para>
      <para>- de pleitnota van [gedaagde sub 1] ,<?linebreak?>- het tegen [gedaagde sub 2] verleende verstek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op 15 februari 2019 een huurovereenkomst gesloten, ingaande op 6 maart 2019 en lopende tot en met 5 maart 2021 met betrekking tot de woning met aanhorigheden aan [het adres] te [woonplaats] (hierna: de woning). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Thans is er een huurachterstand van circa € 1.600,-. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert -  samengevat - [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 13.764,00 (bestaande uit € 1.588,- aan achterstallige huur en € 12.176,- aan toekomstige maandelijkse huurtermijnen) en hen te veroordelen de woning per omgaande te verlaten. [eiser] vordert daarnaast een bedrag van € 200,- ter zake kosten van de dagvaarding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] voert verweer. [gedaagde sub 2] is niet verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>	[gedaagde sub 1] en [eiser] zijn bij gelegenheid van de mondelinge behandeling tot overeenstemming gekomen. De tussen [eiser] en [gedaagde sub 1] gemaakte afspraken houden het volgende in:<?linebreak?>- de huurovereenkomst eindigt op 30 november 2019.<?linebreak?>- de achterstallige huur tot en met oktober 2019 wordt verrekend met de door [gedaagde sub 1] / [gedaagde sub 2] betaalde waarborgsom.<?linebreak?>- [gedaagde sub 1] lost de huur voor de maand november 2019 van € 750,- in termijnen van </para>
        <para>€ 50,- per maand af. De eerste betaling vindt uiterlijk eind december 2019 plaats. <?linebreak?>- [eiser] en [gedaagde sub 1] dragen ieder de eigen proceskosten.<?linebreak?>- [eiser] en [gedaagde sub 1] verlenen elkaar na betaling van het bedrag van € 750,- over en weer finale kwijting aangaande dit geschil en hebben dan niets meer van elkaar te vorderen. </para>
        <para>De kantonrechter zal deze overeenstemming aanmerken als gewijzigde eis van [eiser] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter zal vonnis wijzen conform de door [gedaagde sub 1] en [eiser] ter zitting gemaakte afspraken. De afspraken worden opgenomen in de beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 2] is niet ter zitting verschenen. De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een ingrijpende en meestal onomkeerbare maatregel is. Gezien de ernst van de gevolgen voor de betrokken huurder kan daarom een ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening slechts worden uitgesproken, indien het voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter (wanneer zijn oordeel wordt gevraagd) de huurder tot ontruiming zal veroordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat dat het geval is. [gedaagde sub 2] bewoont de woning al een aantal maanden niet en betaalt geen huur meer. Gelet hierop komt de vordering tot ontruiming de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal die dan ook worden toegewezen. De vordering ter zake van de achterstallige huur ad € 66,- tot en met augustus 2019 zal worden toegewezen, de vordering ter zake van de huur voor de maanden september en oktober 2019 zal worden afgewezen, nu deze huur is verrekend met de waarborgsom, en [gedaagde sub 2] zal worden veroordeeld tot betaling van de huur voor november 2019 ad € 750,- als na te melden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Omdat niet duidelijk is of en wanneer het gehuurde opnieuw verhuurd zal worden en tegen welke prijs, kan de omvang van de schade per 1 december 2019 op dit moment niet worden begroot. </para>
        <para>De kantonrechter acht gelet daarop geen termen aanwezig om [gedaagde sub 2] in het kader van dit kort geding te veroordelen tot betaling van een bedrag gelijk aan de huur bij wijze van schadevergoeding wegens voortijdige ontruiming van het gehuurde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 2] wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de gevorderde explootkosten van € 103,10.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing </title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ten aanzien van <emphasis role="underline">[gedaagde sub 1]</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>bepaalt op grond van de tussen partijen bereikte overeenstemming dat:</para>
      <para>- de huurovereenkomst eindigt op 30 november 2019;</para>
      <para>- de achterstallige huur tot en met oktober 2019 wordt verrekend met de aan [eiser] betaalde waarborgsom;</para>
      <para>- [gedaagde sub 1] de huur voor de maand november 2019 van € 750,- aflost in termijnen van </para>
      <para>€ 50,- per maand, waarbij de eerste betaling uiterlijk eind december 2019 plaatsvindt;</para>
      <para>- [eiser] en [gedaagde sub 1] ieder de eigen proceskosten dragen;</para>
      <para>- [eiser] en [gedaagde sub 1] elkaar na voormelde verrekening en betaling over en weer finale kwijting aangaande dit geschil en hebben niets meer van elkaar te vorderen;  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>ten aanzien van <emphasis role="underline">[gedaagde sub 2]</emphasis>:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 2] om binnen drie dagen na betekening van het vonnis de woning met aanhorigheden aan [het adres] te [woonplaats] te ontruimen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 2] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 66,-, dit zijnde de huurachterstand tot en met augustus 2019;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 2] tot betaling aan [eiser] van € 750,- zijnde de huur over de maand november 2019, met dien verstande dat hij hiervan zal zijn bevrijd indien en voor zover [gedaagde sub 1] voormeld bedrag aan [eiser] zal hebben betaald;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 2] in de kosten van het exploot van € 103,10,<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2019.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>