<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:3445</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-01T14:09:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/996095-15 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:3445">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:3445</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-01T14:08:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:3445 Rechtbank Overijssel , 01-10-2019 / 08/996095-15 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:3445:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 59-jarige man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur. De man heeft zich als bestuurder en directeur van de apotheek schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van een grote hoeveelheid declaraties. De apotheek diende de valse declaraties vervolgens  in bij zorgverzekeraars, die vervolgens dit aan de apotheek uitkeerden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:3445:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 08/996095-15 (P)</para>
      <para>Datum vonnis	: 1 oktober 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1960 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende in [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van </para>
      <para>10 december 2018 en 5 september 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. A.E.M. Doedens en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. M. Hendriks, advocaat in Nijmegen, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 5 september 2019, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis>	alleen of met een ander opdracht of feitelijke leiding heeft gegeven tot/aan het door [apotheek 1] BV (mede-)plegen van valsheid in geschrift, door onterecht vergoedingen voor dagleveringen te declareren, dan wel dat hij dit strafbare feit in persoon heeft (mede-)gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis>  	alleen of met een ander opdracht of feitelijke leiding heeft gegeven tot/aan het door [apotheek 1] BV (mede-)plegen van valsheid in geschrift, door onterecht vergoedingen voor medicatiecassettes te declareren, dan wel dat hij dit strafbare feit in persoon heeft (mede-)gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(primair)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [apotheek 1] BV op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 8 mei 2011, te Veessen in de gemeente Heerde en/of Vaassen in de gemeente Epe en/of de gemeente Eindhoven en/of de gemeente Houten en/of de gemeente Amersfoort en/of de gemeente Enschede en/of de gemeente Tilburg en/of de gemeente Leiden en/of de gemeente Arnhem, althans (elders) in Nederland, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met één of meer andere rechtspersonen en/of één of meer natuurlijke personen, althans alleen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">meermalen, althans eenmaal, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">één of meer bij [zorgverzekeraar 1] N.V. en/of [zorgverzekeraar 2] N.V. en/of [zorgverzekeraar 3] N.V en/of [zorgverzekeraar 4] en/of één of meer (andere) zorgverzekeraar(s) ingediende declaratie(s) voor dagleveringen en/of standaardterhandstelling met als totaal declaratiebedrag ruim Euro 443.000,--, althans enig geldbedrag, waaronder de declaratie(s) met betrekking tot </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 18 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-041, p. 235 en A-076, p. 857)), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 7 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-042, p. 237 en A-077, p. 862), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 12 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-043, p. 239 en A-078, p. 890), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 32 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-044, p. 241 en A-079, p. 896)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (elk) zijnde (een) geschrift(en) die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen of laten opmaken en/of heeft doen of laten vervalsen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft zij, [apotheek 1] BV, en/of één of meer van haar mededader(s), (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid in één of meer van de vorengenoemde declaraties een vergoeding opgenomen en/of vermeld voor dagleveringen en/of standaardterhandstelling(en), terwijl die/deze niet per dag was/waren geleverd en/of ter hand was/waren gesteld en/of terwijl deze per week was/waren geleverd, waardoor zij, [apotheek 1] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> BV, en/of één of meer van haar mededader(s) (telkens) meerdere keren ten onrechte de verstrekkingsvergoeding heeft/hebben gedeclareerd bij één of meer vorengenoemde zorgverzekeraar(s), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat (samenstel van) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet samen met één of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en)</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(subsidiair)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 8 mei 2011, te Veessen in de gemeente Heerde en/of Vaassen in de gemeente Epe en/of de gemeente Eindhoven en/of de gemeente Houten en/of de gemeente Amersfoort en/of de gemeente Enschede en/of de gemeente Tilburg en/of de gemeente Leiden en/of de gemeente Arnhem, althans (elders) in Nederland, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met één of meer rechtspersonen en/of één of meer natuurlijke personen, althans alleen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">meermalen, althans eenmaal, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">één of meer bij [zorgverzekeraar 1] N.V. en/of [zorgverzekeraar 2] N.V. en/of [zorgverzekeraar 3] N.V en/of [zorgverzekeraar 4] en/of één of meer (andere) zorgverzekeraar(s) ingediende declaratie(s) voor dagleveringen en/of standaardterhandstelling met als totaal declaratiebedrag ruim Euro 443.000,--, althans enig geldbedrag, waaronder de declaratie(s) met betrekking tot </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 18 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-041, p. 235 en A-076, p. 857)), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 7 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-042, p. 237 en A-077, p. 862), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 12 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-043, p. 239 en A-078, p. 890), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 32 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-044, p. 241 en A-079, p. 896)</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- elk zijnde geschriften die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen -</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen of laten opmaken en/of heeft doen of laten vervalsen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededaders, (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid in één of meer van de vorengenoemde declaraties een vergoeding opgenomen en/of vermeld voor dagleveringen en/of standaardterhandstelling(en), terwijl </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">die/deze niet per dag was/waren geleverd en/of ter hand was/waren gesteld en/of terwijl deze per week was/waren geleverd, waardoor zij, [apotheek 1] BV, en/of één of meer van haar mededader(s) (telkens) meerdere keren ten onrechte de verstrekkingsvergoeding heeft/hebben gedeclareerd bij één of meer vorengenoemde zorgverzekeraar(s), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat (samenstel van) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(primair)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [apotheek 1] BV op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 21 december 2009, te Veessen in de gemeente Heerde en/of Vaassen in de gemeente Epe en/of de gemeente Eindhoven en/of de gemeente Houten en/of de gemeente Amersfoort en/of de gemeente Enschede en/of de gemeente Tilburg en/of de gemeente Leiden en/of de gemeente Arnhem, althans (elders) in Nederland, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen met één of meer andere rechtspersonen en/of één of meer natuurlijke personen, althans alleen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">meermalen, althans eenmaal, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">één of meer bij [zorgverzekeraar 1] N.V. ingediende declaratie(s) voor (een) medicatiecassette(s), waaronder de declaratie(s) met betrekking tot </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 3 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-035, p. 223 en A-080, p. 901)), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 9 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-036, p. 225 en A-081, p. 902), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 25 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-037, p. 227 en A-082, p. 903), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 22 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-038, p. 229 en A-083, p. 904), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 43 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-039, p. 231 en A-084, p. 905), </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">met als totaal declaratiebedrag ruim Euro 277.000,--, althans enig geldsbedrag, </bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (elk) zijnde (een) geschrift(en) die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - , </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen of laten opmaken en/of heeft doen of laten vervalsen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft [apotheek 1] BV en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-in die (elektronische) declaratie(s) aangegeven en/of vermeld dat één of meer medicatiecassette(s) was/waren verstrekt, terwijl in werkelijkheid deze medicatiecassette(s) niet was/waren verstrekt, en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-in die (elektronische) declaratie(s) één of meer geldbedragen aangegeven, terwijl in werkelijkheid voornoemde geldbedragen niet was/waren besteed, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet samen met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en)</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(subsidiair)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 21 december 2009, te Veessen in de gemeente Heerde en/of Vaassen in de gemeente Epe en/of de gemeente Eindhoven en/of de gemeente Houten en/of de gemeente Amersfoort en/of de gemeente Enschede en/of de gemeente Tilburg en/of de gemeente Leiden en/of de gemeente Arnhem, althans (elders) in Nederland, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen met één of meer rechtspersonen en/of één of meer natuurlijke personen, althans alleen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">meermalen, althans eenmaal, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(telkens) één of meer bij [zorgverzekeraar 1] N.V. ingediende declaratie(s) voor (een) medicatiecassette(s), (waaronder de declaratie(s) met betrekking tot</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 3 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-035, p. 223 en A-080, p. 901)), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 9 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-036, p. 225 en A-081, p. 902), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 25 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-037, p. 227 en A-082, p. 903), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 22 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-038, p. 229 en A-083, p. 904), en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 43 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-039, p. 231 en A-084, p. 905), </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">met als totaal declaratiebedrag ruim Euro 277.000,--, althans enig geldsbedrag, </bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (elk) zijnde (een) geschrift(en) die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - ,</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen of laten opmaken en/of heeft doen of laten vervalsen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-in die (elektronische) declaratie(s) aangegeven en/of vermeld dat één of meer </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">medicatiecassette(s) was/waren verstrekt, terwijl in werkelijkheid deze medicatiecassette(s) niet was/waren verstrekt, en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-in die (elektronische) declaratie(s) één of meer geldbedragen aangegeven en/of vermeld, terwijl in werkelijkheid voornoemde geldbedragen niet was/waren besteed, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3a. Aanhoudingsverzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3a.1 Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft naar voren gebracht dat in februari 2011 het Convenant aanpak verzekeringsfraude is overeengekomen. Getuige [getuige 2] (hierna: [getuige 2] ), coördinator fraudebeheersing bij [zorgverzekeraar 2] NV, heeft verklaard dat het hem logisch lijkt dat de aangifte tegen verdachte voortkomt uit de afspraken in het convenant. Verder heeft hij verklaard dat het Openbaar Ministerie en de FIOD overleg hebben gehad over de onderhavige zaak. Hij weet niet of van deze overleggen verslagen zijn opgemaakt. De raadsman heeft verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden, zodat deze verslagen aan het dossier kunnen worden toegevoegd. Volgens de raadsman zou uit deze verslagen mogelijk blijken dat het Openbaar Ministerie er bij de benadeelde verzekeraars op heeft aangedrongen aangifte tegen verdachte te doen. Ook zou uit deze verslagen mogelijk blijken dat de belastende verklaringen die verdachte onder dwang van de verzekeraars in de civiele procedure heeft afgelegd, mede de basis zijn geweest voor de strafrechtelijke vervolging. Dit zou de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie raken, aldus de raadsman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3a.2 Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aanhoudingsverzoek van de raadsman moet worden afgewezen. Zij heeft daartoe allereerst aangevoerd dat als uit de verslagen zou blijken dat het Openbaar Ministerie de benadeelde verzekeraars heeft gevraagd om aangifte tegen verdachte te doen, daar geen rechtsregel aan in de weg staat. Daarnaast heeft de officier van justitie aangevoerd dat niet de – ontkennende – verklaringen van verdachte, maar de vermoedens van de verzekeraars dat fraude is gepleegd, aanleiding zijn geweest voor het Openbaar Ministerie om een onderzoek naar verdachte te starten. Bovendien was verdachte in de civiele procedures niet verplicht tot antwoorden en heeft hij zichzelf in deze procedures niet geïncrimineerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3a.3 Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek van de raadsman om verslagen aan het dossier toe te voegen, moet worden getoetst aan het noodzaakcriterium, als bedoeld in artikel 315 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover uit de verslagen, als die er al zijn, zou blijken dat het Openbaar Ministerie er bij de benadeelde verzekeraars op heeft aangedrongen aangifte van de door hen vermoede fraude te doen, overweegt de rechtbank dat dit niet raakt aan de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Verder overweegt de rechtbank dat de raadsman geen concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd waaruit volgt dat de verklaringen van verdachte in de civielrechtelijke procedures mede de basis zijn geweest voor de strafrechtelijke vervolging. In dat kader acht de rechtbank van belang dat verdachte in die procedures uitsluitend ontkennend, en dus niet voor zichzelf belastend heeft verklaard, zoals door de verdediging wordt gesteld, zodat niet valt in te zien hoe de strafrechtelijke vervolging op deze verklaringen zou kunnen berusten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit leidt tot het oordeel dat niet is gebleken van de noodzaak om de verslagen aan het dossier toe te voegen. Het verzoek van de verdediging om de behandeling van de zaak aan te houden om de verslagen aan het dossier toe te voegen, wijst de rechtbank daarom af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3b. De voorvragen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3b.1 Geldigheid van de dagvaarding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3b.2 Bevoegdheid van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3b.3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3b.3.1 Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vervolging. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat in strijd met het gelijkheidsbeginsel is gehandeld door verdachte wel en [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ) niet te vervolgen, terwijl de ten laste gelegde feiten (ook) onder haar leiding en verantwoordelijkheid hebben plaatsgevonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3b.3.2 Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden, omdat geen sprake is van gelijke gevallen. De officier van justitie heeft dan ook verzocht het verweer van de raadsman te verwerpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3b.3.3 Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat – gelet op het opportuniteitsbeginsel als bedoeld in artikel 167 Sv – de officier van justitie ‘dominus litis’ is. Het is dus de officier van justitie die de beslissing neemt om al dan niet tot vervolging over te gaan. Deze bevoegdheid wordt beperkt door de werking van beginselen van een goede procesorde, zoals het gelijkheidsbeginsel. </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat de vervolging van verdachte in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Daartoe overweegt zij dat uit de bewijsmiddelen, die hieronder zijn weergegeven en die hier als ingelast moeten worden beschouwd, blijkt dat de rol die verdachte bij de ten laste gelegde feiten heeft gehad niet gelijk is te stellen aan de rol van [getuige 1] . Op belangrijke punten als het nemen van het initiatief tot de dagverstrekkingen, het initiëren van aanpassingen in de software om het declareren te vergemakkelijken, het geven van instructies aan de assistenten en het financieel belang van verdachte bij de te hoge declaraties, als bestuurder en (middellijk) aandeelhouder van [apotheek 1] , verschilt de positie van verdachte wezenlijk van die van [getuige 1] . Dat de verzekeraars [getuige 1] civielrechtelijk (mede)verantwoordelijk houden voor het indienen van valse declaraties, is niet noodzakelijkerwijs een doorslaggevende factor bij de beoordeling van de strafrechtelijke verwijtbaarheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwerpt om die reden het beroep van de raadsman op schending van het gelijkheidsbeginsel en stelt vast dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3b.4 Schorsing van de vervolging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">4. De bewijsoverwegingen</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_901142dc-2ec4-47ce-8ecd-ba4992cb91d8" />
    </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 31 december 1999 is [apotheek 1] BV opgericht. [apotheek 1] BV exploiteerde twee apotheken, namelijk een apotheek in Vaassen (hierna: [apotheek 1] ) en een apotheek in Eindhoven (hierna: [apotheek 2] ). Verdachte is sinds de oprichtingsdatum bestuurder cq. directeur van [apotheek 1] BV. [bedrijf 1] BV (hierna: [bedrijf 1] ) is daarvan enig aandeelhouder.<footnote-ref linkend="_5981d56d-ecb6-4853-9bba-871d47cd3863" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [bedrijf 1] is tevens enig aandeelhouder van [apotheek 3] BV (hierna: [apotheek 3] ). Verdachte en zijn vrouw, [naam 1] (hierna: [naam 1] ), zijn bestuurder cq. directeur van [apotheek 3] .<footnote-ref linkend="_8e8d50f8-f875-4e2c-98eb-8840eeb0598d" /> [apotheek 3] en [getuige 1] zijn samen de vennoten van [apotheek 3] VOF.<footnote-ref linkend="_925adb8f-4a6b-4a9f-92cf-9bade58bcb78" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [bedrijf 1] wordt bestuurd door [naam 1] en [bedrijf 2] BV (hierna: [bedrijf 2] ). [bedrijf 2] , wordt bestuurd door verdachte<footnote-ref linkend="_d0a32d76-ac73-4f14-a7f3-47766b614f77" />, en [bedrijf 2] is tevens enig aandeelhouder van [bedrijf 1] .<footnote-ref linkend="_ad5c9655-c72a-452f-ab27-63a1c82d0b05" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Aanleiding onderzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [apotheek 1] BV is met zorgverzekeraars [zorgverzekeraar 1] NV, [zorgverzekeraar 2] NV, [zorgverzekeraar 3] NV en [zorgverzekeraar 4] (hierna: [zorgverzekeraar 1] , [zorgverzekeraar 2] , [zorgverzekeraar 3] en [zorgverzekeraar 4] ) overeenkomsten aangegaan op grond waarvan [apotheek 1] BV rechtstreeks declaraties kon indienen voor geneesmiddelen die werden verstrekt aan verzekerden van die zorgverzekeraars. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de tenlastegelegde periode zijn door [apotheek 1] BV declaraties ingediend bij [zorgverzekeraar 1]<footnote-ref linkend="_91ae7db0-c772-4c75-a263-968f87c7e186" />, [zorgverzekeraar 2]<footnote-ref linkend="_136b02f3-a470-4ce8-a8d7-6d03c3a826d1" />, [zorgverzekeraar 3]<footnote-ref linkend="_f6f79617-cb3c-4673-a065-0903b4b7a58f" /> en [zorgverzekeraar 4]<footnote-ref linkend="_d8a44563-e8dd-4860-9806-5bca3ff412db" />. Deze strafzaak heeft betrekking op de declaraties die zijn ingediend bij [zorgverzekeraar 2] , [zorgverzekeraar 3] , [zorgverzekeraar 1] en [zorgverzekeraar 4] die zagen op het per dag leveren van medicatie aan verzekerden en op de declaraties die zijn ingediend bij [zorgverzekeraar 1] die betrekking hadden op het verstrekken van medicatiecassettes.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [zorgverzekeraar 1] , [zorgverzekeraar 2] en [zorgverzekeraar 3]<footnote-ref linkend="_e903061d-2112-441d-a656-f0b7764e89d2" /> hebben gezamenlijk en [zorgverzekeraar 4]<footnote-ref linkend="_be8308d6-af8f-4aef-8f84-61fb9945b1a0" /> heeft zelfstandig aangifte gedaan tegen verdachte, omdat zij, naar aanleiding van een onderzoek naar de ontvangen declaraties, het vermoeden hadden dat verdachte fraudeerde. In de aangiften staat met betrekking tot de dagleveringen dat [zorgverzekeraar 1] het schadebedrag heeft berekend op € 161.770, 17, [zorgverzekeraar 2] op </para>
        <para>€ 41.430,36, [zorgverzekeraar 3] op € 209.630,27 en [zorgverzekeraar 4] op € 30.825,67. In totaal is er ter zake van de dagleveringen dus € 443.656,47 ten onrechte aan declaraties betaald aan [apotheek 1] BV. </para>
        <para>Voor zover het gaat om de medicatiecassettes heeft [zorgverzekeraar 1] berekend dat € 277.496,81 ten onrechte aan declaraties is betaald aan [apotheek 1] BV. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens is het strafrechtelijk onderzoek naar verdachte gestart. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend </para>
        <para>bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2, primair, ten laste gelegde feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. </para>
        <para>Hij heeft daartoe, voor zover het feit 1 betreft, aangevoerd dat verdachte in de overtuiging verkeerde dat het per dag verpakken, maar per week opsturen, van medicijnen naar verzekerden viel onder het begrip daglevering en hij daarom overeenkomstig de Tariefbeschikking aanspraak kon maken op een dagvergoeding. Weliswaar is in de civiele procedure vastgesteld dat verdachte de Tariefbeschikking hiermee verkeerd interpreteerde, maar volgens de raadsman was dit een pleitbaar standpunt. Niemand binnen [apotheek 1] BV was zich bewust was van de onjuiste wijze van declareren. Net als in fiscale procedures dient dit volgens de raadsman te leiden tot de vaststelling dat het opzet ontbreekt. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat de declaraties met betrekking tot de medicatiecassettes valselijk zijn opgemaakt, nu er naar alle waarschijnlijkheid sprake is geweest van een fout in de automatisering. Binnen [apotheek 1] is niemand zich hiervan bewust geweest. De gevolgen van die fout zijn dan ook niet willens en wetens door [apotheek 1] BV aanvaard, zodat van opzet geen sprake is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor beide feiten is bepleit dat de verklaringen van getuigen [getuige 1] , [getuige 3] (hierna: [getuige 3] ) en [getuige 4] (hierna: [getuige 4] ) dienen te worden uitgesloten van het bewijs. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Subsidiair, dus in het geval de rechtbank de tenlastegelegde feiten bewezen acht, heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte hieraan niet opzettelijk feitelijke leiding heeft gegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Overwegingen met betrekking tot het beroep op bewijsuitsluiting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de raadsman is aangevoerd dat de verklaringen van getuige [getuige 1] veel onjuistheden en inconsistenties bevatten. Volgens de raadsman is getuige [getuige 3] beïnvloed door [getuige 1] , als gevolg waarvan [getuige 3] een valse verklaring heeft afgelegd bij de rechter-commissaris. Getuige [getuige 4] heeft onjuist verklaard over wie de beherend apotheker was in [apotheek 1] . De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van deze getuigen dan ook niet mogen bijdragen tot het bewijs in deze zaak.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat [apotheek 1] uit een relatief kleine groep werknemers bestond, onder wie de getuigen [getuige 1] , [getuige 3] en [getuige 4] . Zij, en andere werknemers, spraken elkaar ongetwijfeld geregeld, ook na werktijd of na het einde van het dienstverband, en mogelijk ook over de onderhavige zaak. Er valt niet uit te sluiten, ook vanwege de onderlinge verhoudingen, dat voornoemde getuigen hun redenen hebben gehad om op een bepaalde manier te verklaren. Voor [getuige 1] geldt dat waarschijnlijk des te meer, nu zij gedurende (een deel van) de ten laste gelegde periode beherend apotheker van [apotheek 1] was. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet hierop zal de rechtbank de verklaringen van getuigen [getuige 1] , [getuige 3] en [getuige 4] met extra behoedzaamheid beoordelen en slechts gebruiken voor het bewijs als zij op essentiële punten worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om de verklaringen op voorhand in het geheel van het bewijs uit te sluiten.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Overwegingen met betrekking tot het pleitbaar standpunt</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan de raadsman heeft betoogd, leidt het innemen van een pleitbaar standpunt in een strafrechtelijke procedure niet zonder meer tot de conclusie dat het opzet ontbreekt. Per feit zal de rechtbank het opzet verder bespreken.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">feit 1</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Valse declaraties</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [zorgverzekeraar 1] , [zorgverzekeraar 2] , [zorgverzekeraar 3] en [zorgverzekeraar 4] hebben naar 34, 2, 64 respectievelijk 16 verzekerden een enquête gestuurd met vragen over het per dag leveren van medicatie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>27 verzekerden van [zorgverzekeraar 1] hebben de enquête ingevuld en teruggestuurd. Hieruit blijkt dat aan alle 27 verzekerden geen daglevering heeft plaatsgevonden.<footnote-ref linkend="_0782c553-f112-4ed9-9714-91cadbaabdb7" /> Uit de enquêtes die [zorgverzekeraar 2] heeft terugontvangen komt naar voren dat door [apotheek 1] aan beide verzekerden niet dagelijks medicatie is geleverd.<footnote-ref linkend="_bd26fe23-9017-4b50-9fb8-eb04f2a22d84" /> Aan minimaal 38 verzekerden van [zorgverzekeraar 3] heeft geen enkele daglevering plaatsgevonden.<footnote-ref linkend="_12ceb8d9-5ed2-43dc-974e-7b7c69181912" /> Uit de enquêtes die [zorgverzekeraar 4] heeft terugontvangen blijkt dat aan 15 verzekerden geen enkele daglevering heeft plaatsgevonden.<footnote-ref linkend="_c4da588b-7b6a-4cef-b30b-4c6215331159" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens hebben [zorgverzekeraar 1]<footnote-ref linkend="_8a7e0239-7acb-43a7-9f0e-058ad3830b8b" />, [zorgverzekeraar 2]<footnote-ref linkend="_845ecf06-a50c-4a8d-ab77-51e5b611909b" />, [zorgverzekeraar 3]<footnote-ref linkend="_1fa266ce-b639-4d97-8a14-e675530ddbc2" /> en [zorgverzekeraar 4]<footnote-ref linkend="_4bf048a3-fff1-4658-950b-a4b66a7b2f8b" /> (een deel van) de terugontvangen enquêtes vergeleken met de door [apotheek 1] ingediende declaraties. Hieruit blijkt telkens dat de ingevulde enquêtes niet overeenkomen met de ingediende declaraties. Er hebben, blijkens de ingevulde enquêtes, geen dagleveringen plaatsgevonden, waardoor er door [apotheek 1] ten onrechte is gedeclareerd ter zake van dagleveringen bij [zorgverzekeraar 2] , [zorgverzekeraar 1] , [zorgverzekeraar 3] en [zorgverzekeraar 4] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van deze bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat in de declaraties, die door [apotheek 1] zijn ingediend bij zorgverzekeraars [zorgverzekeraar 1] , [zorgverzekeraar 2] , [zorgverzekeraar 3] en [zorgverzekeraar 4] , telkens valselijk en in strijd met de waarheid een vergoeding is opgenomen voor dagleveringen, terwijl niet per dag was geleverd. Verdachte heeft naar voren gebracht dat de medicatie per dag werd klaargemaakt en dat [apotheek 1] uit dien hoofde wel degelijk aanspraak kon maken op een vergoeding voor dagleveringen, welke vergoeding hoger is dan de vergoeding voor weekterhandstellingen. In dit verband verwijst de rechtbank naar verschillende civiele procedures, waarin door de civiele rechters – kort samengevat – is beslist dat de wijze waarop [apotheek 1] medicatie verstrekte niet als een dagelijkse standaardterhandstelling (met andere woorden: daglevering) als bedoeld in de NZa-beleidsregels kon worden aangemerkt. [apotheek 1] had slechts recht op de vergoeding voor een weekterhandstelling.<footnote-ref linkend="_dc5e5518-b214-4a7e-986c-8d70890e6d9c" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht dan ook bewezen dat de declaraties naar hun inhoud vals zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzet</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of er bij verdachte opzet was op deze valsheid. Zij overweegt daartoe als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [getuige 4] heeft verklaard dat [apotheek 1] de medicijnen binnenkreeg in baxterrollen. De baxterrollen werden per dag afgescheurd en per dag in een doosje gedaan. De zeven doosjes gingen in één envelop, die één keer per week werd verzonden aan de patiënten. [getuige 4] heeft verder verklaard dat verdachte deze werkwijze had bedacht.<footnote-ref linkend="_e052fdfa-f43b-4bd7-8ac0-87515f08ebb5" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [getuige 5] (hierna: [getuige 5] ) was eveneens werkzaam bij [apotheek 1] en heeft verklaard dat daar de baxterrollen in zeven losse zakjes gesplitst moesten worden. Deze losse zakjes moesten in doosjes worden gedaan. Deze doosjes werden in een enveloppe gedaan en per week naar de patiënt gestuurd. De instructie dat dit zo gedaan moest worden, kwam volgens [getuige 5] van verdachte.<footnote-ref linkend="_0102f1cc-b3cf-4d33-972c-4ef72117526d" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [getuige 6] (hierna: [getuige 6] ), werkzaam bij softwareleverancier [bedrijf 3] BV, heeft verklaard dat [bedrijf 3] BV de software leverde voor [apotheek 1] . Op enig moment vertelde verdachte aan [getuige 6] dat hij per dag een recept had voor een patiënt en dus per dag wilde declareren. Met de software van [bedrijf 3] kon dit echter niet. Op verzoek van verdachte is door [getuige 6] de software zodanig aangepast dat verdachte wel dagelijks kon declareren.<footnote-ref linkend="_f9b8a2af-750b-4fac-84d4-1e5eacbc536f" /> Uit een e-mail van [getuige 6] aan [getuige 1] blijkt dat [getuige 6] verdachte er nog op heeft gewezen dat hij niet de fout in moest gaan met het ‘knippen’ van een recept.<footnote-ref linkend="_dfc03405-f461-4e55-a035-e20e20d72925" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [getuige 1] heeft verklaard dat zij verdachte heeft gevraagd of het wekelijks opsturen van zeven doosjes met medicatie, maar het dagelijks declareren daarvan, wel kon. De medicatie werd immers niet dagelijks verstrekt. Volgens verdachte kon dit. Hij had dit juridisch afgestemd. Volgens verdachte was het recept leidend. Als je maar een recept had per dag dan kon er ook per dag gedeclareerd worden. [getuige 1] heeft verder verklaard dat zij er anders over dacht, maar dat verdachte hierover besliste.<footnote-ref linkend="_ca6d438f-5dcd-43e8-b3e1-3d9339bfce21" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van deze verklaringen stelt de rechtbank vast dat verdachte zijn werknemers instrueerde om de medicatie per dag in een doosje te doen en de zeven doosjes één keer per week naar patiënten te sturen. De wekelijks verstrekte medicatie werd vervolgens met, op verzoek van verdachte, aangepaste software per dag gedeclareerd. [apotheek 1] had hier op grond van de NZa-beleidsregels echter geen recht op. Zij had slechts recht op de (lagere) vergoeding voor een weekterhandstelling. Een apotheker, zoals verdachte, hoort met deze regelgeving bekend te zijn. Als verdachte dat al niet was dan geldt dat [getuige 6] en [getuige 1] hem daar op enig moment op hebben gewezen. Desalniettemin ging verdachte, zonder over de juistheid daarvan navraag te doen bij de betrokken verzekeraars, door met het per dag declareren van wekelijks verstrekte medicatie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit deze gang van zaken volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte opzettelijk, dat wil zeggen willens en wetens, valse declaraties heeft opgemaakt. Die valse declaraties werden ten aanzien van de zorgverzekeraars gebruikt met de bedoeling om betaling te krijgen van de daarop vermelde dagleveringen, terwijl de medicatie feitelijk niet dagelijks maar eens per week werd verstrekt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gedragingen van verdachte, die hebben geleid tot voornoemde wijze van declareren, hebben naar het oordeel van de rechtbank plaatsgevonden in de sfeer van [apotheek 1] , nu verdachte werkzaam was bij [apotheek 1] , het declareren van verstrekte medicatie paste in de normale bedrijfsuitvoering van [apotheek 1] en de gedragingen van verdachte [apotheek 1] dienstig zijn geweest, omdat de zorgverzekeraars [apotheek 1] een hogere vergoeding uitkeerden dan waar zij recht op had. </para>
        <para>Het opzettelijk handelen van verdachte kan daarom aan [apotheek 1] worden toegerekend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">feit 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Valse declaraties</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [zorgverzekeraar 1] heeft naar 45 verzekerden een enquête gestuurd met vragen over medicatiecassettes. </para>
      </parablock>
      <para>34 verzekerden van [zorgverzekeraar 1] hebben de enquête ingevuld en teruggestuurd. Hieruit blijkt dat aan minimaal 30 van de 34 verzekerden geen levering van medicatiecassettes heeft plaatsgevonden. Minimaal 33 van de 34 verzekerden hadden geen beschikking over een pomp en kregen geen medicatie via een medicatiecassette toegediend.<footnote-ref linkend="_16f1c264-1838-4896-b365-c17c95b33c00" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens heeft [zorgverzekeraar 1] (een deel van) de terugontvangen enquêtes vergeleken met de door [apotheek 1] ingediende declaraties. Hieruit blijkt dat de ingevulde enquêtes niet overeenkomen met de ingediende declaraties. Verzekerden hebben, blijkens de ingevulde enquêtes, geen medicatiecassettes ontvangen en zij hadden geen beschikking over een pomp, waardoor er door [apotheek 1] ten onrechte bij [zorgverzekeraar 1] is gedeclareerd voor de aflevering van medicatiecassettes.<footnote-ref linkend="_930e4d12-d82c-40fb-8812-c0d22788a7b8" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van deze bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat in de declaraties, die door [apotheek 1] zijn ingediend bij zorgverzekeraar [zorgverzekeraar 1] , telkens valselijk en in strijd met de waarheid is aangegeven dat medicatiecassettes waren verstrekt, terwijl deze in werkelijkheid niet waren verstrekt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht dan ook bewezen dat de declaraties naar hun inhoud vals zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzet</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of er opzet was op deze valsheid. Zij overweegt daartoe als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [getuige 7] (hierna: [getuige 7] ), fraudespecialist bij [zorgverzekeraar 1] , heeft verklaard dat [apotheek 1] de medicatiecassettes heeft gedeclareerd, terwijl dezelfde medicijnen door [apotheek 3] in pilvorm zijn gedeclareerd.<footnote-ref linkend="_1d58be74-fb87-4c37-a615-16c3c2c31e38" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam 2] (hierna: [naam 2] ), eigenaar van softwareleverancier [bedrijf 3] BV, heeft verklaard dat hij in 2007 een apotheekinformatiesysteem (hierna: AIS) heeft geleverd aan [apotheek 1] . Als een recept wordt aangeboden, dan wordt dit recept in het AIS verwerkt onder het kenmerk van de aangeboden apotheek. De declaratie wordt eveneens aangemaakt in het AIS van de aangeboden apotheek. Dat kan hier zowel Vaassen als Epe zijn. Een aangeboden recept kan maar in één systeem voorkomen. Als je voor een patiënt een medicatiecassette, oplosmiddel, geneesmiddel en magistrale bereiding wilt declareren, dan kan dit volgens [naam 2] worden ingevoerd als medicatiecassette of de medicatiecassette wordt ingevoerd met subregels waarin de exacte samenstelling is opgenomen.<footnote-ref linkend="_fc5f4c09-38c6-42a5-b9f1-e9dc475d1de2" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Regionaal Tuchtcollege heeft onderschreven dat naast de namen van de patiënten nog diverse andere gegevens moeten worden ingevuld om de medicatiecassettes te kunnen declareren en dat zulks dus mensenwerk is geweest en niet automatisch kan zijn geschied.<footnote-ref linkend="_7a63c15f-7e4a-472f-8c8b-5ae8d92f0b2b" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 2 februari 2009 heeft [getuige 1] verdachte gemaild: <emphasis role="italic">‘(…), over de invoer van de cassettes: je hebt eerder aangegeven dat het door de niet regelmatige invoer van de cassettes kwam dat er bij sommige mensen in een keer veel cassettes gedeclareerd werden. Ik </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ben aan het tellen gegaan bij een aantal mensen en kom op een jaargemiddelde van 60 cassettes (a gemiddeld 50 euro), de kosten voor een Baxterrol gemiddeld 14,50 per maand. Ik wil echt wel creatief met je meedenken, maar dit gaat me te ver. Er komen mensen aan de balie die ik uit moet leggen waarom we voor honderden euro’s aan verpakkingsmateriaal declareren op naam van [apotheek 1] . Ik denk niet dat dit de naam van de apotheek ten goede komt.’</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_d3977d67-19a8-4df9-86b4-37166ad76a22" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [getuige 4] heeft verklaard dat zij de door de verzekeraars afgekeurde declaraties voor [apotheek 1] deed. Bij de afkeuringen heeft zij wel eens afgekeurde declaraties gezien die betrekking hadden op medicatiecassettes. [getuige 4] vroeg verdachte vervolgens wat zij met die afgekeurde declaraties moest doen, waarna verdachte haar vertelde dat zij daar niets mee hoefde te doen. [getuige 4] kon het laten zoals het was en dat deed zij dan ook. Deze gang van zaken vond [getuige 4] wel raar, want met alle andere afkeuringen kon ze wel zelf aan de slag.<footnote-ref linkend="_a7afd4af-030f-47ef-a3cf-27caba1522de" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen, in het bijzonder de verklaring van [naam 2] en de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, stelt de rechtbank vast dat de declaraties van niet verstrekte medicatiecassettes bewust door mensenhanden in het AIS van [apotheek 1] zijn ingevoerd. Uit de geciteerde verklaringen blijkt bovendien dat verdachte daarbij de regie had. De niet nader onderbouwde stelling van verdachte dat mogelijk sprake is geweest van een fout in de automatisering is hiermee afdoende weerlegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de vraag wie de medicatiecassettes heeft ingevoerd, overweegt de rechtbank dat niet aannemelijk is geworden dat een apothekersassistente of [getuige 1] dat heeft gedaan. Verdachte daarentegen had, als bestuurder en directeur van [apotheek 1] , op elk tijdstip toegang tot alle systemen. Daarbij komt dat hij als enige financieel gezien beter werd van de ten onrechte gedeclareerde bedragen. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank in voldoende mate vast dat verdachte degene is geweest die de declaraties van de niet verstrekte medicatiecassettes heeft ingevoerd in het AIS. [getuige 1] heeft verdachte, net als bij de dagleveringen, gewezen op zijn gedragingen. Toch ging verdachte gewoon door met het declareren van medicatiecassettes, terwijl die niet door [apotheek 1] waren verstrekt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit leidt er naar het oordeel van de rechtbank toe dat is bewezen dat verdachte met opzet valse declaraties opmaakte. Die valse declaraties werden tegenover de zorgverzekeraars gebruikt met de bedoeling om betaling te krijgen van de daarop vermelde, maar niet verstrekte medicatiecassettes. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gedragingen van verdachte die hebben geleid tot voornoemde wijze van declareren, hebben naar het oordeel van de rechtbank plaatsgevonden in de sfeer van [apotheek 1] , nu verdachte werkzaam was bij [apotheek 1] , het declareren van verstrekte medicatie paste in de normale bedrijfsuitvoering van [apotheek 1] en de gedragingen van verdachte [apotheek 1] dienstig zijn geweest, omdat zorgverzekeraar [zorgverzekeraar 1] [apotheek 1] vergoedingen uitkeerde waar zij geen recht op had. Het opzettelijk handelen van verdachte kan daarom aan [apotheek 1] worden toegerekend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">feiten 1 en 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Medeplegen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat [apotheek 1] , in de persoon van verdachte, de tenlastegelegde feiten in een nauwe en bewuste samenwerking met een ander, waarmee [getuige 1] wordt bedoeld, heeft begaan, zodat zij verdachte zal vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feitelijk leidinggeven</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tot slot ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verdachte als feitelijk leidinggever kan worden aangemerkt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In dat kader acht de rechtbank van belang dat verdachte de bestuurder en directeur van [apotheek 1] was. Hij heeft bovendien actief gehandeld door, voor zover het de dagleveringen betreft, zijn werknemers de instructies te geven voor het ‘ompakken’ van de medicatie. Daarnaast is het verdachte geweest die aan [getuige 6] heeft verzocht om de software van [apotheek 1] zodanig aan te passen dat per dag kon worden gedeclareerd. Voor zover het de medicatiecassettes betreft, heeft verdachte die in het AIS van [apotheek 1] ingevoerd. De rechtbank ziet verdachte dan ook telkens als degene die het initiatief nam tot de onjuiste wijze van declareren, en/of daarbij de regie voerde en/of zelf de declaraties invoerde in het AIS. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat in voldoende mate is komen vast te staan dat verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de door [apotheek 1] BV begane strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">feit 1, primair</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [apotheek 1] BV in de periode van 1 januari 2009 tot en met 8 mei 2011, in Nederland, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">meermalen, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bij [zorgverzekeraar 1] N.V. en [zorgverzekeraar 2] N.V. en [zorgverzekeraar 3] N.V en [zorgverzekeraar 4] ingediende declaraties voor dagleveringen met als totaal declaratiebedrag ruim Euro 443.000,--, waaronder de declaraties met betrekking tot </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 18 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-041, p. 235 en A-076, p. 857), en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 7 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-042, p. 237 en A-077, p. 862), en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 12 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-043, p. 239 en A-078, p. 890), en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 32 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-044, p. 241 en A-079, p. 896)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - </emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">telkens valselijk heeft opgemaakt, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">immers heeft zij, [apotheek 1] BV, telkens valselijk en in strijd met de waarheid in vorengenoemde declaraties een vergoeding opgenomen voor dagleveringen, terwijl niet per dag was geleverd, waardoor zij, [apotheek 1] BV, telkens meerdere keren ten onrechte de verstrekkingsvergoeding heeft gedeclareerd bij vorengenoemde zorgverzekeraars, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zulks terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen</emphasis>; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">feit 2, primair</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [apotheek 1] BV in de periode van 1 juli 2008 tot en met 21 december 2009, in Nederland, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">meermalen, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bij [zorgverzekeraar 1] N.V. ingediende declaraties voor medicatiecassettes, waaronder de declaraties met betrekking tot </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 3 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-035, p. 223 en A-080, p. 901), en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 9 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-036, p. 225 en A-081, p. 902), en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 25 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-037, p. 227 en A-082, p. 903), en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 22 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-038, p. 229 en A-083, p. 904), en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- verzekerde nummer 43 van [zorgverzekeraar 1] (zie AMB-039, p. 231 en A-084, p. 905), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met als totaal declaratiebedrag ruim Euro 277.000,--, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - , </emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">telkens valselijk heeft opgemaakt, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">immers heeft [apotheek 1] BV telkens valselijk en in strijd met de waarheid </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- in die declaraties aangegeven dat medicatiecassettes waren verstrekt, terwijl in werkelijkheid deze medicatiecassettes niet waren verstrekt, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zulks terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen</emphasis>.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 51 en 225 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feiten 1 en 2, primair, telkens:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf:<emphasis role="bold"> valsheid in geschrift, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl verdachte daaraan feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht bij de strafbepaling rekening te houden met de civiele procedures die hebben plaatsgevonden. Deze procedures hebben geleid tot een vonnis, waarin verdachte is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de verzekeraar, of een schikking. Verdachte heeft de schadevergoeding, conform vonnis of schikking, al grotendeels terugbetaald. Volgens de raadsman moet verder rekening worden gehouden met de handelwijze van het Openbaar Ministerie, zoals die is beschreven onder punt 3a, en de diepe impact die de zaak heeft (gehad) op verdachte. Zo heeft hij enorme financiële schade geleden, is hij door de tuchtrechter geschrapt, waardoor hij zijn beroep niet meer kan uitoefenen, en is er telkens veel, voor verdachte negatieve, media-aandacht voor de zaak, waarbij het Openbaar Ministerie een actieve rol heeft (gehad). Tot slot heeft de raadsman benoemd dat de zaak tegen verdachte niet binnen redelijke termijn, want pas na 4,5 jaar, wordt berecht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [apotheek 1] heeft zich schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van een grote hoeveelheid declaraties. In de declaraties nam [apotheek 1] dagleveringen op, terwijl door haar niet per dag was geleverd. Daarnaast gaf [apotheek 1] in de declaraties aan dat medicatiecassettes waren verstrekt, terwijl deze niet door haar waren verstrekt. [apotheek 1] diende de valse declaraties daarna in bij zorgverzekeraars [zorgverzekeraar 1] , [zorgverzekeraar 2] , [zorgverzekeraar 3] en [zorgverzekeraar 4] . Deze zorgverzekeraars keerden [apotheek 1] vervolgens het gedeclareerde uit. Verdachte heeft feitelijke leiding gegeven aan deze strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus ontstond een patroon van valse declaraties. Waarschuwingen van [getuige 6] en [getuige 1] sloeg verdachte in de wind. Verdachte ging gewoon door met het opmaken en indienen van de valse declaraties en heeft de zorgverzekeraars daarmee in een periode van bijna drie jaar voor een bedrag van € 721.153,38 (€ 443.656,47 + € 277.496,91) aan schade berokkend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft met het opmaken en indienen van de valse declaraties schaamteloos  misbruik gemaakt van het zorgstelsel. Hij heeft zichzelf bevoordeeld ten koste van de maatschappij en het vertrouwen geschaad dat de maatschappij, en de zorgsector in het bijzonder, moet kunnen stellen in de juistheid van de declaraties van een apotheker. Hij heeft zich geen moment rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen en kennelijk slechts zijn eigen financiële gewin voor ogen gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit alles neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk, vooral omdat van verdachte, die als apotheker een bijzondere positie in de samenleving innam, een hoge mate van integriteit mocht worden verwacht.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De ernst en de omvang van het bewezenverklaarde, rekening houdend met de oriëntatiepunten die de gerechten voor dergelijke feiten hanteren, rechtvaardigt in beginsel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van minstens twee jaar wordt opgelegd. De rechtbank zal daartoe echter niet overgaan, omdat zij in het voordeel van verdachte de volgende omstandigheden meeweegt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om te beginnen houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop in deze zaak. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van een zaak ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van verdachte en zijn advocaat op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld (vgl. ECLI:NL:HR:2008:BD2578). De redelijke termijn is aangevangen op 13 mei 2015, de dag waarop verdachte voor het eerst werd verhoord. Omdat het eindvonnis op 1 oktober 2019 wordt gewezen en de rechtbank van oordeel is dat deze overschrijding niet aan verdachte valt toe te rekenen of anderszins is gebleken van bijzondere omstandigheden, is sprake van een zeer aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn met bijna 2,5 jaar.  </para>
        <para>Verder houdt de rechtbank rekening met de civielrechtelijke veroordelingen van verdachte en de schikkingen die hij heeft getroffen met de zorgverzekeraars. Hij moet [zorgverzekeraar 2] een bedrag van € 400.000,00 betalen, [zorgverzekeraar 1] € 635.000,00 en [zorgverzekeraar 3] € 209.630,27, waarmee de uiteindelijke financiële schade voor een substantieel deel wordt gecompenseerd.</para>
        <para>Daarnaast houdt de rechtbank er uiteraard rekening mee dat de tuchtrechter heeft beslist dat verdachte zijn beroep als apotheker niet meer mag uitoefenen. </para>
        <para>Tot slot heeft de rechtbank geconstateerd dat verdachte een blanco strafblad heeft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte, tot op de dag van de terechtzitting, geen (volledige) verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen, maar juist een rookgordijn optrekt om zijn frauduleuze activiteiten te verdoezelen, en de schuld probeert af te schuiven op anderen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vanwege voormelde omstandigheden zal de rechtbank aan verdachte niet een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar een taakstraf opleggen. Om recht te doen aan de ernst en de omvang van het bewezenverklaarde en omdat verdachte nog steeds moeite heeft de onjuistheid van zijn handelen in te zien, zal de rechtbank verdachte daarenboven een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. </para>
        <para>Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren, en een onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis, indien deze niet naar behoren wordt verricht, passend is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2, primair, ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feiten 1 en 2, primair, telkens:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">valsheid in geschrift, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl verdachte daaraan feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 2 (twee) jaren</emphasis> de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte:</para>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">240 (tweehonderd en veertig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">120 dagen</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns- Schipper , voorzitter, mr. M. Melaard en mr. drs. H.M. Braam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_901142dc-2ec4-47ce-8ecd-ba4992cb91d8" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van Belastingdienst en FIOD met documentcode OPV en onderzoeksnummer 54231. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5981d56d-ecb6-4853-9bba-871d47cd3863" label="2">
    <para> Een geschrift, zijnde een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 10 februari 2015, p. 529-530 (DOC-002C).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e8d50f8-f875-4e2c-98eb-8840eeb0598d" label="3">
    <para> Een geschrift, zijnde een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 10 februari 2015, p. 532-533 (DOC-002E).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_925adb8f-4a6b-4a9f-92cf-9bade58bcb78" label="4">
    <para> Een geschrift, zijnde een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 10 februari 2015, p. 529-530 (DOC-002F).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0a32d76-ac73-4f14-a7f3-47766b614f77" label="5">
    <para>Een geschrift, zijnde een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 10 februari 2015, p. 525-526 (DOC-002A).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad5c9655-c72a-452f-ab27-63a1c82d0b05" label="6">
    <para> Een geschrift, zijnde een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 10 februari 2015, p. 527-528 (DOC-002B).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_91ae7db0-c772-4c75-a263-968f87c7e186" label="7">
    <para> Geschriften, zijnde uittreksels declaratieoverzichten dagleveringen en medicatiecassettes, p. 857-905 (A-076-A-084).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_136b02f3-a470-4ce8-a8d7-6d03c3a826d1" label="8">
    <para> Een geschrift, zijnde een gezamenlijke aangifteverklaring van 24 februari 2014, p. 513-524 (DOC-001), en proces-verbaal ontvangst gegevens [zorgverzekeraar 2] van 9 november 2016, p. 263 (AMB-050b) en een geschrift, zijnde een Excelbestand inzake dagleveringen, op een DVD (0-021).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f6f79617-cb3c-4673-a065-0903b4b7a58f" label="9">
    <para> Geschriften, zijnde uittreksels declaratieoverzichten dagleveringen, p. 1136-1170 + p. 1173-1216 (M-043-M-044 + M-047-M-051).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d8a44563-e8dd-4860-9806-5bca3ff412db" label="10">
    <para> Geschriften, zijnde uittreksels declaratieoverzichten dagleveringen, p. 1024 + p. 1026-1036 (C-017 + C-019-C-022).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e903061d-2112-441d-a656-f0b7764e89d2" label="11">
    <para> Een geschrift, zijnde een gezamenlijke aangifteverklaring van 24 februari 2014, p. 513-524 (DOC-001).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be8308d6-af8f-4aef-8f84-61fb9945b1a0" label="12">
    <para> Een geschrift, zijnde een aangifteverklaring van 19 januari 2016, p. 536-540 (DOC-003).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0782c553-f112-4ed9-9714-91cadbaabdb7" label="13">
    <para> Geschriften, zijnde door verzekerden van [zorgverzekeraar 1] ingevulde enquêtes, p. 727-776 (A-038-A-062) en een proces-verbaal analyse onderzoek enquêtes [zorgverzekeraar 1] van 26 mei 2016, p. 216-217 (AMB-033).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd26fe23-9017-4b50-9fb8-eb04f2a22d84" label="14">
    <para> Geschriften, zijnde door verzekerden van [zorgverzekeraar 2] ingevulde enquêtes, p. 1336-1337 (O-010-O-011) en een proces-verbaal inzake enquête dagleveringen [zorgverzekeraar 2] van 5 oktober 2018, p. 281 (AMB-054).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_12ceb8d9-5ed2-43dc-974e-7b7c69181912" label="15">
    <para> Geschriften, zijnde door verzekerden van [zorgverzekeraar 3] ingevulde enquêtes, p. 1053-1135 (M-002-M-042) en een proces-verbaal analyse onderzoek enquêtes [zorgverzekeraar 3] van 29 maart 2016, p. 151-152 (AMB-011).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4da588b-7b6a-4cef-b30b-4c6215331159" label="16">
    <para> Geschriften, zijnde door verzekerden van [zorgverzekeraar 4] ingevulde enquêtes, p. 969-1023 (C-001-C-016) en een proces-verbaal analyse onderzoek enquêtes [zorgverzekeraar 4] van 22 maart 2016, p. 148-149 (AMB-010).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8a7e0239-7acb-43a7-9f0e-058ad3830b8b" label="17">
    <para> Processen-verbaal analyse declaratie dagleveringen verzekerden [zorgverzekeraar 1] , verzekerden 21, 18, 7, 12 en 32, van 9 juni 2016 en 8 augustus 2016, p. 233-242 (AMB-040-AMB-044).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_845ecf06-a50c-4a8d-ab77-51e5b611909b" label="18">
    <para> Processen-verbaal analyse declaratie dagleveringen verzekerden [zorgverzekeraar 2] , verzekerden B en C, van 14 december 2016 en 11 januari 2017, p. 303-304 + p. 306-307 (AMB-061-AMB-062).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1fa266ce-b639-4d97-8a14-e675530ddbc2" label="19">
    <para> Processen-verbaal analyse declaratie verzekerden [zorgverzekeraar 3] van 11 april 2016 en 22 juli 2016, p. 157-162 + p. 165-170 (AMB-013-AMB-015 + AMB-017-AMB-019).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4bf048a3-fff1-4658-950b-a4b66a7b2f8b" label="20">
    <para> Processen-verbaal analyse declaratie verzekerden [zorgverzekeraar 4] van 14 juli 2016, 3 augustus 2016, p. 190-199 (AMB-025-AMB-029).</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_dc5e5518-b214-4a7e-986c-8d70890e6d9c" label="21">
    <para> Vonnis van de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, van 30 april 2014, p. 683, ro. 4.21-4.23 (A-002) en andere soortgelijke vonnissen. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e052fdfa-f43b-4bd7-8ac0-87515f08ebb5" label="22">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] van 13 februari 2017, p. 489 (G-009-01).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0102f1cc-b3cf-4d33-972c-4ef72117526d" label="23">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] van 3 januari 2017, p. 475 (G-006-01).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9b8a2af-750b-4fac-84d4-1e5eacbc536f" label="24">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] van 27 maart 2017, p. 499 (G-012-01).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dfc03405-f461-4e55-a035-e20e20d72925" label="25">
    <para> Een geschrift, zijnde een e-mail van [getuige 6] aan [getuige 1] van 17 maart 2017 om 09:44 uur, p. 331-332 (AMB-067, bijlage 4).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca6d438f-5dcd-43e8-b3e1-3d9339bfce21" label="26">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 3 januari 2017, p. 440 (G-005-02).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_16f1c264-1838-4896-b365-c17c95b33c00" label="27">
    <para> Geschriften, zijnde door verzekerden van [zorgverzekeraar 1] ingevulde enquêtes, p. 694-726 (A-005-A-037) en een proces-verbaal analyse onderzoek enquêtes [zorgverzekeraar 1] van 26 mei 2016, p. 184-185 (AMB-023).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_930e4d12-d82c-40fb-8812-c0d22788a7b8" label="28">
    <para> Processen-verbaal analyse declaratie medicatiecassettes verzekerden [zorgverzekeraar 1] , persoonsnummers 3, 9, 25 22 en 43, van 12 oktober 2016, p. 223-232 (AMB-035-AMB-039).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d58be74-fb87-4c37-a615-16c3c2c31e38" label="29">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] van 3 maart 2015, p. 428 (G-003-01).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc5f4c09-38c6-42a5-b9f1-e9dc475d1de2" label="30">
    <para> Proces-verbaal van voortzetting getuigenverhoor van 3 september 2015, p. 778-780 (A-063).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7a63c15f-7e4a-472f-8c8b-5ae8d92f0b2b" label="31">
    <para> Beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle van 25 november 2016, p. 543 (DOC-004).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d3977d67-19a8-4df9-86b4-37166ad76a22" label="32">
    <para> Een geschrift, zijnde een e-mail van [getuige 1] aan [verdachte] van 2 februari 2009 om 18:29 uur, </para>
    <para>p. 651 (DOC-011).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a7afd4af-030f-47ef-a3cf-27caba1522de" label="33">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] van 13 februari 2017, p. 489 (G-009-01).</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>