<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:3059</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-28T11:52:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/234328 / KG ZA 19-175</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:3059">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:3059</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-28T11:47:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:3059 Rechtbank Overijssel , 17-07-2019 / C/08/234328 / KG ZA 19-175</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:3059:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak. Kort geding inzake onenigheid tussen buren inzake verbouw c.q. aanbouw, erfdienstbaarheid en 'ladderrecht'. Vorderingen in zowel conventie en reconventie afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:3059:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/08/234328 / KG ZA 19-175</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de zitting, gehouden op 17 juli 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [A] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[B]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisers in conventie,</para>
      <para>verweerders in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk in mannelijk enkelvoud: [A] ,</para>
      <para>advocaat mw. mr. J.Th. Waterman te Zwolle,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [X] ,</title>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[Y]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagden in conventie,</para>
      <para>eisers in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk in mannelijk enkelvoud: [X] ,</para>
      <para>advocaat mr. R.H. Broeksema te Zwolle.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig zijn mr. A.M. Koene, voorzieningenrechter, en mr. M.J. Daggenvoorde, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na uitroeping van de zaak verschijnen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [A] , bijgestaan door mr. Waterman voornoemd,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [X] , bijgestaan door mr. Broeksema voornoemd.   </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De mondelinge behandeling en de schorsing </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen lichten hun standpunten nader toe. Nadien volgt een schorsing om partijen gelegenheid te bieden in onderling overleg een nadere oplossing van hun geschillen te beproeven. De voorzieningenrechter kondigt aan dat zij tijdens de schorsing erover gaat nadenken of zij na de schorsing mondeling uitspraak kan doen als na de schorsing blijkt dat partijen geen minnelijke oplossing kunnen bereiken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Na de schorsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat het bereiken van een minnelijke oplossing niet tot de mogelijkheden behoort. De voorzieningenrechter deelt mede dat zij aanstonds een mondelinge uitspraak zal doen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De mondelinge uitspraak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor de beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering sub III wordt afgewezen. [A] heeft geen belang bij deze vordering. Ter zitting is duidelijk geworden dat er geen afbraak- of verbouwplan bestaat met betrekking tot de garage. Sterker nog, Er is ter zitting door [X] verklaard voor de komende jaren geen verbouw- of afbraakplannen voor de garage te hebben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dan de vordering met betrekking tot de erfdienstbaarheid. Ook die vordering wordt afgewezen. In dagvaarding en overige processtukken ging het over een paal of palen. Ter zitting is duidelijk geworden dat die er niet komen, en anders alleen in de grond (poeren). Daaruit volgt onvoldoende een belemmering. Er komt mogelijk wel een hek. Dat maakt de beslissing niet anders omdat a) dat hek nog niet concreet aan de orde is, b) omdat [X] heeft verklaard dat ook met dat hek de doorgang 1,50 meter breed blijft, c) dat als er een slot op het hek komt [A] daarvan een sleutel krijgt en d) er een werkbare oplossing komt als [A] dat slot niet kan bedienen. [A] heeft daarom geen spoedeisend belang bij toewijzing van de vordering sub II. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de bouwstop is aannemelijk dat de delen van de aanbouw die hinder veroorzaken met betrekking tot lichtinval en uitzicht, [A] heeft zijn beroep op privacy ter zitting laten varen, al zodanig klaar zijn dat die hinder door de bouw voort te zetten niet wordt vergoot. [A] heeft ook verklaard dat het hem niet zozeer is te doen om de bouwstop, maar om de afbraak van de aanbouw, omdat de aanbouw al zijn hoogste punt heeft bereikt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afbraak van de aanbouw gaat in dit kort geding te ver. Het zou onomkeerbare gevolgen hebben. Er liggen twee deskundigenberichten die van mening verschillen over de mate van hinder. Zonder nader onderzoek, waarvoor dit kort geding zich niet leent, kan niet worden vastgesteld of de hinder van zodanige aard is dat er sprake is van onrechtmatige hinder. Dit betekent dat ook de vordering sub I zal worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als gevolg van het vorenstaande haalt ook de vordering IV het niet, waarbij het opleggen van een dwangsom is gevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook de zeer open geformuleerde vordering sub V zal worden afgewezen. Tegen de achtergrond van het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding een alternatieve voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vorderingen zullen worden afgewezen. Het gaat om de uitoefening van het ladderrecht. Het is niet aannemelijk geworden dat [A] de uitoefening van dat recht blokkeert. Er is ter zitting zelfs toegezegd door [A] dat als [X] aankondigt wanneer hij van dat recht gebruik wil maken en wat er dan gaat gebeuren, [A] dan zijn medewerking zal verlenen. [A] heeft wel zorg over wat er dan verplaatst en mogelijk afgebroken gaat worden, maar [X] heeft toegezegd dat alles in oude staat zal worden hersteld op kosten van [X] . Uit het bovenstaande volgt dat [X] geen belang heeft bij toewijzing van de vorderingen in reconventie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [X] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beslissing </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vorderingen af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [A] in de proceskosten en begroot de kosten aan de zijde van [X] tot op heden op:  </para>
    </parablock>
    <para>- griffierecht	€	297,00</para>
    <para>- salaris advocaat	-	<emphasis role="underline">980,00</emphasis></para>
    <para>totaal	€ 	1.277,00;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [A] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [A] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vorderingen af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [X] in de proceskosten en begroot de kosten aan de zijde van [A] tot op heden bepaald op € 490,00 (factor 0,5 × tarief € 980,00)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie en reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier						de voorzieningenrechter.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>