<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:2563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-24T10:57:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/234256 / KG ZA 19-171</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:2563">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:2563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-24T10:41:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:2563 Rechtbank Overijssel , 15-07-2019 / C/08/234256 / KG ZA 19-171</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:2563:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gebiedsverbod</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:2563:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b7d0c50f-f7f0-4a3c-a9aa-5a9c34ad728a" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e6a7afb8-5f09-4bfe-8928-4abae9b99517" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/08/234256 / KG ZA 19-171 (pm)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 15 juli 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. M.A. Knobben te Nijverdal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding, betekend op 1 juli 2019, met acht producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling gehouden op 11 juli 2019,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tijdens de behandeling tegen [gedaagde] verleende verstek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [gedaagde] hebben een affectieve relatie gehad. Zij hebben een zoon, [X] , geboren op [geboortedatum] 2015 (hierna te noemen: [X] ). Het gezag over [X] berust bij [eiseres] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] en [gedaagde] hebben samengewoond in [woonplaats 2] van maart 2015 tot januari 2016. Daarna is [eiseres] met [X] in [woonplaats 1] gaan wonen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In januari 2017 heeft [eiseres] aangifte gedaan van bedreiging en belediging door [gedaagde] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [X] is onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming Overijssel. Stichting Jeugdbescherming Overijssel heeft op 15 maart 2019 een verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling met een jaar ingediend bij deze rechtbank. [eiseres] heeft met dat verzoek ingestemd. Op 4 juli 2019 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden van het verzoekschrift van [gedaagde] tot vaststelling van een omgangsregeling. [gedaagde] is niet op die zitting verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Er is al geruime tijd geen omgang tussen [gedaagde] en [X] .</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] vordert -samengevat- om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. [gedaagde] te verbieden gedurende een periode van twaalf maanden na dit vonnis, zich te begeven naar of op te houden binnen een straal van 500 meter rondom [eiseres] en [X] ;</para>
        <para>II. [gedaagde] te verbieden gedurende een periode van twaalf maanden na dit vonnis zich te bevinden in de [wijk] in [woonplaats 1] ;</para>
        <para>III. [eiseres] te machtigen om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van deze veroordelingen te bewerkstelligen;</para>
        <para>IV. [gedaagde] te verbieden gedurende een periode van één jaar na dit vonnis -anders dan via zijn advocaat of een medewerker van Stichting Jeugdbescherming Overijssel- direct of indirect, persoonlijk, schriftelijk, telefonisch, per e-mail of anderszins contact op te nemen met [eiseres] ;</para>
        <para>V. [gedaagde] te verbieden zich gedurende één jaar via (sociale) media, internetfora of op andere publieke wijze negatief of diskwalificerend uit te laten over [eiseres] ;</para>
        <para>VI. alle voornoemde veroordelingen op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- voor iedere keer dat [gedaagde] zich daaraan niet houdt, met een maximum van € 25.000,--;</para>
        <para>VII. kosten rechtens.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] legt -samengevat- aan haar vorderingen ten grondslag dat zij de relatie met [gedaagde] , die zich heeft gekenmerkt door fysiek en verbaal geweld, heeft beëindigd. Voor [X] was die relatie geen gewenste situatie om in op te groeien. Desondanks probeert [gedaagde] op alle mogelijke manieren contact met [eiseres] te onderhouden. Deze pogingen grijpen diep in op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] . Op 2 en 3 juni 2019 heeft [gedaagde] [eiseres] tientallen keren gebeld, zelfs midden in de nacht. </para>
        <para>Op 5 juni 2019 is er een incident geweest met [gedaagde] bij de woning van [eiseres] , waarover contact is geweest met de politie. [eiseres] heeft [gedaagde] op 7 juni 2019 een brief gestuurd waarin zij aangeeft dat zij geen contact meer met [gedaagde] wil. Uit de reactie daarop van [gedaagde] kan echter worden afgeleid dat hij dit niet serieus neemt. [gedaagde] blijft niet alleen contact met [eiseres] opnemen, maar ook met haar vrienden. Zo heeft hij op 17 juni 2019 de auto van [eiseres] zien staan bij een vriendin en heeft hij kort daarna een bericht naar deze vriendin gestuurd. [gedaagde] is bovendien niet op het stopgesprek (onderdeel van het protocol stalking) geweest bij de politie op 14 juni 2019. Dit  vergroot de zorgen bij [eiseres] . Het contact met [X] zal moeten verlopen via Stichting Jeugdbescherming Overijssel. [eiseres] is bereid daaraan mee te werken. [eiseres] heeft gegronde vrees dat [gedaagde] haar op indirecte wijze beledigt of bedreigt. Daarom wordt ook een (sociale) media verbod gevorderd, aldus steeds [eiseres] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert zowel een gebiedsverbod als een contact- en (sociale) mediaverbod. De voorzieningenrechter acht, op grond van de onweersproken stellingen van [eiseres] , de toelichting van jeugdbeschermer [Z] op de zitting, en de bij dagvaarding overgelegde stukken, aannemelijk dat [gedaagde] op een ontoelaatbare wijze inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] . Het gevorderde komt de voorzieningenrechter dan ook niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het gevorderde onder I zal worden afgewezen, omdat dit niet uitvoerbaar is. [eiseres] en [X] bevinden zich immers niet steeds op dezelfde plek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het gevorderde gebiedsverbod onder II zal worden toegewezen met betrekking tot het gebied dat omsloten wordt door de volgende straten: [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] , [adres 4] , [adres 5] , [adres 6] , [adres 7] en de [adres 8] , zoals aangegeven op de kaart die aan dit vonnis is gehecht. De straten waarbinnen (en dus niet waarop) het verbod voor [gedaagde] zal gelden, zijn gearceerd op de betreffende kaart. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter begrijpt de vordering onder III aldus, dat met </para>
        <para>“deze veroordelingen” bedoeld wordt de vorderingen onder I en II. Omdat de vordering onder I wordt afgewezen, zal [eiseres] alleen worden gemachtigd om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van het onder II gevorderde gebiedsverbod te bewerkstelligen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Aangezien partijen ex-partners zijn, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verbiedt [gedaagde] om zich gedurende een periode van één jaar na de datum van dit vonnis te bevinden in de [wijk] in [woonplaats 1] , zulks met betrekking tot het gebied dat omsloten wordt door de volgende straten: [adres 1] , [adres 1] , [adres 1] , [adres 4] , [adres 5] , [adres 6] , [adres 7] en de [adres 8] , zoals weergegeven op de aan dit vonnis gehechte kaart,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>machtigt [eiseres] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien [gedaagde] het onder 5.1. van dit vonnis bepaalde verbod overtreedt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verbiedt [gedaagde] om gedurende een periode van één jaar na de datum van dit vonnis -anders dan via zijn advocaat of een medewerker van Stichting Jeugdbescherming Overijssel- direct of indirect, persoonlijk, schriftelijk, telefonisch, per e-mail of anderszins contact op te nemen met [eiseres] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verbiedt [gedaagde] om zich gedurende een periode van één jaar na de datum van  dit vonnis via (sociale) media, internetfora of op andere publieke wijze negatief of diskwalificerend uit te laten over [eiseres] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 1.000,-- voor iedere keer dat hij niet aan één van de onderdelen 5.1. en/of 5.3. en/of 5.4. van dit vonnis voldoet, tot een maximum van € 25.000,-- is bereikt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. K.J. Haarhuis en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2019.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>