<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:2246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T00:17:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/201323 / HA ZA 17-209</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Jurisprudentie Erfrecht 2019/215</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2019/215</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:2246">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:2246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-04T13:03:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:2246 Rechtbank Overijssel , 22-05-2019 / C/08/201323 / HA ZA 17-209</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:2246:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank beveelt een verschijning van partijen voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:2246:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3ffc832c-3ba7-4aeb-804d-694f7f60323a" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="88e20545-1cd7-42e1-9162-09431ecd1690" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/08/201323 / HA ZA 17-209</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 22 mei 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschappen van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [C]
        </emphasis>,</para>
      <para>kantoorhoudende te Borne,</para>
      <para>eiser in conventie,</para>
      <para>verweerder in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. A.J.A. Assink te Enschede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [D]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiser in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. J.W. Stegeman te Almelo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de vereffenaar en [D] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 4 april 2018,</para>
      <para>- verklaring van depot van 23 april 2018, </para>
      <para>- de op 14 juni 2018 ten behoeve van de comparitie van partijen door de vereffenaar overgelegde productie 1 ,</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van comparitie van 29 juni 2018, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>akte uitlating van de vereffenaar van 3 april 2019.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Daarnaast heeft de vereffenaar op 1 april 2019 een brief aan de rechtbank gestuurd, waarin hij heeft verzocht om - ter uitvoering van de grosse van de in het proces-verbaal van 29 juni 2018 vastgelegde tussen partijen gesloten overeenkomst - het certificaat als bedoeld in artikel 53 van de verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: herschikte EEX-verordening). Bij mailbericht van 17 april 2019 heeft de rechtbank aan de vereffenaar bericht dit certificaat niet te kunnen verstrekken, omdat artikel 53 Herschikte EEX-verordening betrekking heeft op een (gerechtelijke) beslissing en niet op een tussen partijen overeengekomen schikking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eiswijziging, benoeming vereffenaar, gevorderde vereffeningskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank neemt hier over hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 4 april 2018 over het toestaan van de eiswijziging en -vermeerdering, passering standpunten over benoeming vereffenaar en afwijzing bij eindvonnis van de gevorderde vereffeningskosten. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geldleningsovereenkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het geschil over de geldleningsovereenkomst (vordering I)  hebben partijen ter comparitie van 29 juni 2018 een schikking getroffen, inhoudende - kort samengevat - dat [D] op uiterlijk 28 maart 2019 een bedrag van € 376.000,00 betaalt aan de vereffenaar. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">(Beweerdelijke) schenking</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 4 april 2018 heeft de rechtbank voor de vorderingen die zien op de (beweerdelijke) schenking beslist dat [D] binnen 3 weken na tussenvonnis de volgende stukken diende te deponeren: </para>
      <para>- de originele akte van schenking van 3 februari 2011;</para>
      <para>- de originele akten van de getekende akkoordverklaring van 31 mei 2013, </para>
      <parablock>
        <para>	12 september 2013, 27 september 2013 en 20 november 2013.</para>
        <para>Op 23 april 2018 heeft [D] deze documenten gedeponeerd bij de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Voorts heeft de rechtbank in het tussenvonnis overwogen dat een comparitie wordt gelast om partijen de gelegenheid te geven hun standpunten kenbaar te maken over de gedeponeerde schenkingsovereenkomst en akkoordverklaringen, waarbij de rechtbank ter comparitie ook andere inlichtingen over de zaak kon vragen en zou onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens konden worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter comparitie hebben partijen kenbaar gemaakt een schikking te hebben getroffen en hebben zij verzocht hiervan proces-verbaal op te laten maken, hetgeen is gebeurd ter comparitie van 29 juni 2018. In de schikking van partijen is onder andere het volgende vermeld;</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. De procedure bij de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, bekend onder zaaknummer</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">C/08/201323 / HA ZA 17/209 wordt aangehouden tot 3 april 2019. Indien op 28 maart</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2019 het bedrag ad € 376.000,00 door [D] volledig is betaald, dan trekken partijen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hun vorderingen over een weer in en doen zij daarvan dan afstand;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">8. De vereffenaar en de erfgenamen doen, op voorwaarde dat op 28 maart 2019 het bedrag</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ad € 376.000,00 door [D] is betaald, afstand van de gestelde vorderingen op [D]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> uit hoofde van de schenking ad € 200.000,00. De schenking wordt dan niet langer</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">betwist;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">9. [D] doet, op voorwaarde dat op 28 maart 2019 het bedrag ad € 376.000,00 door</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hem is betaald, en er door de erfgenamen en de vereffenaar afstand is gedaan van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vorderingen uit hoofde van de schenking, afstand van het nog niet betaalde deel van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">schenking ad € 12.197,68;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">14. Op voorwaarde dat [D] op uiterlijk 28 maart 2019 een bedrag ad € 376.000,00</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">heeft betaald aan de vereffenaar, hebben [D] enerzijds en de vereffenaar en de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">andere erfgenamen anderzijds over en weer niets meer van elkaar te vorderen en verlenen zij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">elkaar vrjjwaring en kwijting ten aanzien van de nalatenschappen van [B]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en mevrouw [C] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vanwege deze schikking heeft geen inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsgevonden ter comparitie en is de zaak verwezen naar de rolzitting van 3 april 2019 voor uitlating partijen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De vereffenaar heeft op de roldatum 3 april 2019 bij akte gesteld dat [D] het bij schikking overeengekomen bedrag van € 376.000,00 niet heeft voldaan. De vereffenaar persisteert bij zijn stellingen dat de schenking tot stand is gekomen onder misbruik van omstandigheden en dat de schenkingsovereenkomst(en) vernietigd dienen te worden en heeft tussenvonnis verzocht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [D] heeft geen akte genomen of zich anderszins uitgelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Nu de procedure wordt voortgezet wegens het niet voldoen van [D] van het in de schikking overeengekomen bedrag en op de comparitie geen inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden van het geschil over de (beweerdelijke) schenkingen, zal de rechtbank </para>
        <para>nogmaals een comparitie gelasten om partijen de gelegenheid te geven hun standpunten kenbaar te maken over de gedeponeerde schenkingsovereenkomst en akkoordverklaringen, waarbij de rechtbank ter comparitie ook andere inlichtingen over de zaak kan vragen en zal onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De rechtbank neemt hier over hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 4 april 2018 over de reconventionele vordering. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Iedere (verdere) beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. A.E. Zweers, mr. H. Bottenberg- van Ommeren en mr. A.N. Kok in het gerechtsgebouw te Almelo aan Egbert Gorterstraat 5 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de partijen dan in persoon aanwezig moeten zijn,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">woensdag 5 juni 2019</emphasis> voor het bepalen van dag en tijdstip waarop de comparitie van partijen zal plaatsvinden. Partijen hoeven niet aanwezig te zijn bij deze rolzitting. Partijen kunnen tot uiterlijk de vrijdag voordien schriftelijk 20 verhinderdata (of 40 verhinderingsdagdelen) opgeven voor de drie maanden volgend op genoemde rolzitting;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen, alsmede dat de comparitie zou kunnen worden bepaald op een niet daarvoor opgegeven dagdeel, indien partijen bij hun opgave meer dan 20 verhinderdata (of 40 verhinderingsdagdelen) hebben opgegeven;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>bepaalt dat de comparitie in beginsel niet zal worden uitgesteld nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen eventuele nadere stukken ten behoeve van de comparitie uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting aan de rechtbank en de wederpartij(en) moeten toesturen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>houdt iedere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. Kok, mr. A.E. Zweers en mr. H. Bottenberg- van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>