<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:1677</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-21T15:50:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-960038-18 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:1677">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:1677</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-21T15:50:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:1677 Rechtbank Overijssel , 21-05-2019 / 08-960038-18 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:1677:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 36-jarige man tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Ook moet de man zich houden aan de bijzondere voorwaarden, waaronder een meldplicht bij de Reclassering. Samen met twee andere mannen heeft hij een oudere man op straat van zijn koffer beroofd. Bij de beroving is gebruik gemaakt van een (nep)wapen en is het slachtoffer in zijn gezicht geslagen.</para>
      <para />
      <para>Naast de gevangenisstraf legt de rechtbank hem een taakstraf op van 240 uur en moet hij het slachtoffer een schadevergoeding betalen van 250 euro. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zie uitspraak medeverdachten:</para>
        <para>ECLI:NL:RBOVE:2019:1676</para>
        <para>ECLI:NL:RBOVE:2019:1678</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:1677:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08-960038-18 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 21 mei 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1983 te [geboortedatum] ,</para>
      <para>ingeschreven aan [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 22 januari 2019 en 7 mei 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. K.W. van Damme en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. L.R. Rommy, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er , kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> d.d. 16 februari 2018, tezamen en in vereniging een diefstal met geweld heeft gepleegd jegens [slachtoffer] en</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> in de periode van 16 februari 2018 tot en met 22 februari 2018, heeft gepoogd, tezamen en in vereniging [slachtoffer] af te dreigen met het openbaar maken van een geheim.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
      <para>1.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij, op of omstreeks 16 februari 2018 te Heerlen, althans (elders) in Nederland,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zwarte aktekoffer van het merk Samsonite, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- op korte afstand naderen van die [slachtoffer] en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (dreigend) plaatsen/zetten op het gezicht/hoofd van die [slachtoffer] van een op</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (dreigend) richten op en/of tonen aan die [slachtoffer] van een op een vuurwapen</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">gelijkend voorwerp en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (met kracht) , een of meermalen, slaan met een houten stok tegen de hand,</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">althans lichaam, van die [slachtoffer] en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (met kracht) rukken/trekken van voornoemde aktekoffer uit de hand(en) van</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">die [slachtoffer] en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (daarbij) aan die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: “Go back to the office”</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en/of “1 will shoot you”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">strekking; ten gevolge waarvan die [slachtoffer] de koffer heeft losgelaten,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij, in of omstreeks de periode van 16 februari 2018 tot en met 22 februari 2018 te</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heerlen, althans (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met openbaring van (een) geheim [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 500.000,- euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met zijn mededader(s), althans alleen, aan voornoemde [slachtoffer] het/de volgende (via Whatsapp) bericht(en) heeft verstuurd:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- “23:30 o’clock today 500.00,00 Rotterdam Central Station. No money or reaction all papers go to the police. No discussion possible! For further instructions you can call or Whatsapp me”, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</emphasis>
    </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde, primair, de niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit.</para>
      <para>De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat niet is voldaan aan het klachtvereiste genoemd in artikel 318, derde lid van het Wetboek van Stafvordering. De raadsman heeft aangevoerd dat conform het bepaalde in artikel 66 van het Wetboek van Strafrecht de klacht dient te worden gedaan binnen drie maanden nadat bij klager het strafbare feit bekend is geworden.</para>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat klager geen klacht heeft ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn en verzoekt de rechtbank, onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2018:2242 alsook ECLI:NL:RBDNG:2018:15097, het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren in de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie wel ontvankelijk is in de vervolging omdat uit de aangifte van de aangever valt af te leiden dat aangever vervolging heeft gewenst. De officier van justitie verzoekt de rechtbank het verweer te verwerpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat uit artikel 318, derde lid, Sr voortvloeit dat het misdrijf zoals dat is tenlastegelegd onder feit 2 niet wordt vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het gepleegd is. Op grond van art. 66 Sr dient een klacht gedurende drie maanden “na de dag waarop de tot klacht gerechtigde kennis heeft genomen van het gepleegde feit” te worden ingediend. Die termijn is fataal en een overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, zoals de Hoge Raad nog zeer recent heeft bevestigd (ECLI:NL:HR:2018:2242). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de klacht van aangever [slachtoffer] te laat is ingediend. Aangever heeft conform het bepaalde in artikel 66 van het Wetboek van Strafrecht op 16 februari 2018 kennis genomen van het gepleegde feit. De vervaldatum voor het indienen van een klacht was derhalve 17 mei 2018, terwijl de klacht eerst op 7 juni 2018 is ingediend. De termijn is aldus niet gehaald. De rechtbank zal het Openbaar Ministerie aldus niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde. </para>
      <para>De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>Op 16 februari 2018 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van diefstal met geweld.</para>
        <para>Hij heeft verklaard dat hij zelfstandig ondernemer is en een kantoor heeft op  [adres 2] te Heerlen. Hij heeft een internationaal consulting bedrijf genaamd [bedrijf] met voornamelijk klanten in het buitenland. </para>
        <para>Vrijdag 16 februari 2018 heeft hij de hele dag gewerkt voor een klant in  Nederland. Deze klant zou hij de volgende dag ontmoeten in  Breukelen. </para>
        <para>Op vrijdag 16 februari 2018, omstreeks 21.30 uur is hij vanuit zijn kantoor naar zijn woning gelopen. Deze afstand is ongeveer 200 meter. Hij had zijn zwarte aktekoffer op wieltjes, van het merk Samsonite, bij zich.  In deze koffer bevonden zich: </para>
        <para>•  drie klappers met stukken voor de afspraak in  Breukelen; </para>
        <para>•  een telefoon van het merk Samsung; </para>
        <para>•  een crypto telefoon voor contact met internationale klant. </para>
        <para>De aangever maakte gebruik van een wandelstok in verband met jicht. Omstreeks 21.45 uur was hij vlak bij  zijn woning toen er een man op hem afstapte. Deze man kwam via de oprit van de garage van het buurhuis op aangever aflopen. De man richtte een pistool op het gezicht van de aangever. De man sprak aangever aan in goed Engels en zei: "go back to the office" en "I will shoot you". De aangever was bang dat de man daadwerkelijk zou schieten en voelde zich bedreigd.  Op dat moment kwam een tweede man achter de aangever staan, die aan de koffer begon te trekken. Ook begonnen de twee mannen de aangever te slaan, </para>
        <para>onder andere met zijn eigen stok. Nadat aangever gevallen was heeft hij de koffer los gelaten. Aangever zag en hoorde vervolgens dat het pistool op de grond viel. De mannen zijn met de koffer weggerend. </para>
        <para>Volgens de aangever betroffen de stukken in de koffer vertrouwelijke informatie. </para>
        <para>Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben een bekennende verklaring afgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde nu de officier van justitie deze feiten wettig en overtuigend bewezen acht. Daarbij heeft hij zich onder meer gebaseerd op de aangifte van [slachtoffer] , de bekennende verklaring van verdachte en de bekennende verklaring van medeverdachte [medeverdachte] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman van verdachte heeft voor wat betreft het onder feit 1 ten laste gelegde zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het onder feit 1 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit -  conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_044e9832-b291-4111-a761-a5599443e757" />.</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] d.d. 17 februari 2018, pagina’s 57 tot en met 60.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 9 juli 2018, inhoudende een bekennende verklaring, pagina’s 410 tot en met 422.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] d.d. 5 juli 208, inhoudende een bekennende verklaring, pagina’s 301 tot en met 313.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hij, op 16 februari 2018 te Heerlen, althans (elders) in Nederland,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zwarte aktekoffer van het merk Samsonite, toebehorende aan [slachtoffer] , welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond(en) uit het:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- op korte afstand naderen van die [slachtoffer] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- (dreigend) plaatsen/zetten op het gezicht/hoofd van die [slachtoffer] van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- (dreigend) richten op en/of tonen aan die [slachtoffer] van een op een vuurwapen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gelijkend voorwerp en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- (met kracht) , een of meermalen, slaan met een houten stok tegen de hand, althans lichaam, van die [slachtoffer] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- (met kracht) rukken/trekken van voornoemde aktekoffer uit de hand(en) van die [slachtoffer] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- (daarbij) aan die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: “Go back to the office” en/of “1 will shoot you”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; ten gevolge waarvan die [slachtoffer] de koffer heeft losgelaten</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien in de bewezenverklaring taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht met een proeftijd van twee jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien de rechtbank tot een veroordeling komt heeft de raadsman een lagere straf bepleit dan door de officier van justitie ter terechtzitting is geëist.  </para>
        <para>De raadsman heeft de rechtbank verzocht ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde eerder aansluiting te zoeken bij de LOVS- oriëntatiepunten inzake straatroof dan bij beroving van een geldloper omdat een straatroof meer binnen het beeld past.</para>
        <para>Daarnaast heef de raadsman aangevoerd dat verdachte alles weer kwijtraakt als hij nogmaals een gevangenisstraf krijgt opgelegd.</para>
        <para>De raadsman heeft daarom een gevangenisstraf bepleit voor de duur van het voorarrest eventueel aangevuld met een voorwaardelijk deel of een taakstraf.    </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft samen met medeverdachte een oudere man op straat van zijn koffer beroofd. Er is bij die beroving gebruik gemaakt van een (nep)wapen en het slachtoffer is in zijn gezicht geslagen. Het slachtoffer heeft op enig moment zijn koffer afgegeven.</para>
        <para>De verdachte heeft zich kennelijk enkel laten leiden door zijn eigen financieel gewin zonder er bij stil te staan dat slachtoffers van delicten als deze nog geruime tijd kunnen lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hun is aangedaan. Blijkens de verklaring van het slachtoffer heeft hij de overval als zeer beangstigend en bedreigend ervaren.</para>
        <para>Daar komt nog bij dat dit soort delicten zorgen voor gevoelens van onveiligheid bij getuigen en bij de maatschappij. </para>
        <para>De rechtbank acht de rol die verdachte gedurende de overval heeft gehad kleiner dan die van zijn medeverdachten. Daarnaast heeft verdachte spijt betuigd en de rechtbank getoond het kwalijke van zijn handelen in te zien. Tot slot heeft verdachte volledige openheid van zaken gegeven. De rechtbank zal dit in sterke mate in het voordeel van verdachte in de strafmaat mee laten wegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft tot slot rekening gehouden met de aanvullende rapportage van de reclassering d.d. 6 mei 2019 waarin het volgende naar voren wordt gebracht.   </para>
        <para>De verdachte heeft werk en hij gaat, nadat hij zijn lopende klussen heeft afgerond, bij iemand voor een jaar aan de slag als ZZP-er. Hiermee gaat hij 35 euro bruto per uur verdienen. Verdachte heeft nog ongeveer € 17.000,- aan schulden en denkt dit zelf te kunnen regelen. </para>
        <para>Verdachte heeft kennissen in het criminele circuit. Hij wil graag een andere weg in slaan en houdt die kennissen op afstand. Verdachte overweegt om zich weer aan te sluiten bij de Jehova’s Getuigen. Sinds verdachte uit detentie is zijn er spanningen met zijn ex-vrouw rondom de omgangsregeling met zijn zoontje. De toezichthouder heeft in dit kader contact met de wijkagent en heeft overleg gehad met Veilig Thuis Rotterdam. </para>
        <para>Verdachte heeft aangegeven in het weekend alcohol te drinken en cocaïne te gebruiken. Ook zegt hij, ter ontspanning, regelmatig te blowen. Op doktersrecept gebruikt hij medicatie voor stemmingswisselingen en oxazepam. Hij heeft geen behandeling voor zijn stemmingswisselingen. </para>
        <para>Verdachte heeft aangegeven te merken dat het gebruik van cocaïne en alcohol en de combinatie ervan schadelijk is voor hem; hij stoot mensen af omdat hij brutaler, dominanter en minder vriendelijk wordt. Tevens heeft het invloed op zijn denkvermogen en het maken van adequate beslissingen. Het recidiverisico zoals eerder ingeschat is gemiddeld. Risicofactoren zijn het middelengebruik, de relatie met zijn ex-partner, de schuldenproblematiek en zijn psychische problemen. </para>
        <para>De reclassering adviseert bij een veroordeling, kort gezegd, een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden: een meldplicht; een ambulante behandeling; meewerken aan middelencontrole en een contactverbod met de medeverdachten en het slachtoffer. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de persoon van verdachte overweegt de rechtbank dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van d.d. 3 mei 2019,  niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien het voornoemde komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist.</para>
        <para>Alles afwegende, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest met daarnaast een substantieel voorwaardelijk deel en een taakstraf van maximale duur alsook een proeftijd voor de duur van drie jaren met daaraan gekoppeld het toezicht door de reclassering met de bijzondere voorwaarden zoals hiervoor benoemd, met uitzondering van de eventueel verplichtte inname van medicatie alsook het contactverbod, passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De schade van benadeelden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van </para>
        <para>€ 1.050,- [éénduizend en vijftig], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:</para>
      </parablock>
      <para>-	1 samsonite koffer t.w.v. € 150,-;</para>
      <para>-	1 crypto-telefoon t.w.v. € 500,-;</para>
      <para>-	1 mobiele telefoon t.w.v. € 100,- en </para>
      <para>- meerdere zakelijke klappers t.w.v. € 300,-.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij heeft geen immateriële schade gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting de rechtbank verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 550,- alsook de schadevergoedingsmaatregel conform artikel 36f van het Wetboek van strafrecht hoofdelijk op te leggen en de vordering voor het overige af te wijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft ter terechtzitting bepleit de benadeelde partij in zijn vordering tot een bedrag van € 300,-  niet ontvankelijk te verklaren. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de vordering ten aanzien van dat gedeelte onvoldoende is onderbouwd. Voor het overige refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten ter zake de koffer en de mobiele telefoon zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. </para>
        <para>De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 250,- te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 16 februari 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De onder de post “klappers” opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl door of namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. De benadeelde in de gelegenheid stellen de vordering alsnog nader te onderbouwen is een onevenredige belasting van het strafproces. De benadeelde partij zal om die reden voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.</para>
        <para>De vordering zal voor het overige, te weten de crypto-telefoon worden afgewezen nu naar aanleiding van de vordering is komen vast te staan dat de crypto-telefoon niet aan de benadeelde toebehoorde en hij derhalve die schade niet heeft geleden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door dit feit is toegebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27 en 36f Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk voor het onder feit 2 tenlastegelegde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>feit 1 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verenigde personen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">15 (vijftien) maanden</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van <emphasis role="bold">10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. </para>
    <para>De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 3 (drie) jaren</emphasis> de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte:</para>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis> dat verdachte:</para>
    <para>- zich gedurende de proeftijd meldt bij een nader te bepalen organisatie van Reclassering Nederland, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;</para>
    <para>- zich laat diagnosticeren en behandelen door GGZ Antes of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de Reclassering. De toezichthouder zal verdachte aanmelden. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de Reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;</para>
    <para>- meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De Reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn ademonderzoek (blaastest), urineonderzoek en bloedonderzoek.</para>
    <para>- draagt de Reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;<?linebreak?>daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:</para>
    <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    <para>- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">240 (tweehonderd en veertig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">120 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte <emphasis role="bold">hoofdelijk </emphasis>tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] (feit 1): van een bedrag van € 250,- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2018) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt <emphasis role="bold">hoofdelijk</emphasis> de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 250,-</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 5 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] , voor een deel van € 300,- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] voor een deel van  € 500,- wordt afgewezen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>-Heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter,  mr. R.M. van Vuure en</para>
      <para>mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. R.M. van Vuure en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_044e9832-b291-4111-a761-a5599443e757" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Landelijke Eenheid Dienst Landelijke Recherche met naam LEREA18002/26Teague. </para>
    <para>Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>