<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:1676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-21T15:51:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-960012-18 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:1676">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:1676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-21T15:50:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:1676 Rechtbank Overijssel , 21-05-2019 / 08-960012-18 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:1676:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 36-jarige man tot een gevangenisstraf van 3 jaar. Samen met twee andere mannen heeft hij een oudere man op straat van zijn koffer beroofd. Bij de beroving is gebruik gemaakt van een (nep)wapen en is het slachtoffer in zijn gezicht geslagen. Ook moet hij het slachtoffer een schadevergoeding betalen van 250 euro. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zie uitspraak medeverdachten:</para>
        <para>ECLI:NL:RBOVE:2019:1677</para>
        <para>ECLI:NL:RBOVE:2019:1678</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:1676:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08-960012-18 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 21 mei 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 22 januari 2019 en 7 mei 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. K.W. van Damme en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J.E.W. Luiten, advocaat te Maastricht, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er , kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
      <para>feit 1: d.d. 16 februari 2018, primair tezamen en in vereniging een diefstal met geweld heeft gepleegd jegens [slachtoffer] en subsidiair die diefstal met geweld bij zijn medeverdachten heeft uitgelokt;</para>
      <para>feit 2: in de periode van 16 februari 2018 tot en met 22 februari 2018, heeft gepoogd, tezamen en in vereniging [slachtoffer] af te dreigen met het openbaar maken van een geheim. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. primair</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij, op of omstreeks 16 februari 2018 te Heerlen, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zwarte aktekoffer van het merk Samsonite, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om hij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- op korte afstand naderen van die [slachtoffer] en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (dreigend) plaatsen/zetten op het gezicht/hoofd van die [slachtoffer] van een op</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (dreigend) richten op en/of tonen aan die [slachtoffer] van een op een vuurwapen</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">gelijkend voorwerp en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (met kracht) , een of meermalen, slaan met een houten stok tegen de hand, althans lichaam, van die [slachtoffer] en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (met kracht) rukken/trekken van voornoemde aktekoffer uit de hand(en) van die [slachtoffer] en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (daarbij) aan die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: “Go back to the office” en/of “1 will shoot you”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; ten gevolge waarvan die [slachtoffer] de koffer heeft losgelaten,</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>1. subsidiair</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ter zake dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 16 februari 2018 te Heerlen, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een zwarte aktekoffer met inhoud van het merk Samsonite, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat die voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] opzettelijk gewelddadig en dreigend </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- die [slachtoffer] op korte afstand heeft/hebben genaderd en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- op/tegen het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben geplaatst/gezet en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben gericht op en/of</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">getoond aan die [slachtoffer] en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (met kracht) , een of meermalen, die [slachtoffer] met een houten stok tegen de hand, althans lichaam, heeft/hebben geslagen en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (met kracht) de voornoemde aktekoffer uit de hand(en) van die [slachtoffer] heeft/hebben gerukt/getrokken en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (daarbij) aan die [slachtoffer] heeft/hebben toegevoegd de woorden: “Go back to the office”” en/of “1 will shoot you”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten gevolge waarvan die [slachtoffer] de koffer heeft losgelaten; welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 15 februari 2018 tot en met 16 februari 2018 te Heerlen, althans (elders) in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften, en door het verschaffen van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gelegenheid en inlichtingen, welke opzettelijke uitlokking hieruit heeft bestaan dat verdachte voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] :</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- heeft verzocht tot het plegen van een diefstal met geweld, en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- informatie heeft verstrekt dat voornoemde [slachtoffer] regelmatig grote hoeveelhe(i)d(en) geld aanwezig heeft, en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- in gelegenheid heeft gesteld die [slachtoffer] te overvallen door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] ,</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">een of meermalen, naar de woning van die [slachtoffer] te rijden, en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een geldbedrag c.q. een evenredig gedeelte van de buit in het vooruitzicht te stellen;</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij, in of omstreeks de periode van 16 februari 2018 tot en met 22 februari 2018 te Heerlen, althans (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met openbaring van (een) geheim [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 500.000,- euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met zijn mededader(s) , althans alleen, aan voornoemde [slachtoffer] het/de volgende (via Wliatsapp) bericht(en) heeft verstuurd:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- “23:30 o’clock today 500.00,00 Rotterdam Central Station. No money or reaction all papers go to the police. No discussion possiblel For further instructions you can cail or Wliatsapp me”, en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- inhoudende een of meer afbeeldingen van de auto en/of (privé-ingang van de) woning van voornoemde [slachtoffer] ; en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- foto’s van documenten die zich in de zwarte aktekoffer bevonden; en/of</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">een of meerdere keren die [slachtoffer] heeft gebeld, waarbij er in het Engels (en dreigend) werd gesproken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het onder feit 2 tenlastegelegde</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde, de niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit.</para>
      <para>De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat niet is voldaan aan het klachtvereiste genoemd in artikel 318, derde lid van het Wetboek van Stafvordering. De raadsman heeft aangevoerd dat conform het bepaalde in artikel 66 van het Wetboek van Strafrecht de klacht dient te worden gedaan binnen drie maanden nadat bij klager het strafbare feit bekend is geworden.</para>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat klager geen klacht heeft ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn en verzoekt de rechtbank, onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2018:2242 alsook ECLI:NL:RBDNG:2018:15097, het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren in de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie wel ontvankelijk is in de vervolging omdat uit de aangifte van de aangever valt af te leiden dat aangever vervolging heeft gewenst. De officier van justitie verzoekt de rechtbank het verweer te verwerpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat uit artikel 318, derde lid, Sr voortvloeit dat het misdrijf zoals dat is tenlastegelegd onder feit 2 niet wordt vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het gepleegd is. Op grond van art. 66 Sr dient een klacht gedurende drie maanden “na de dag waarop de tot klacht gerechtigde kennis heeft genomen van het gepleegde feit” te worden ingediend. Die termijn is fataal en een overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, zoals de Hoge Raad nog zeer recent heeft bevestigd (ECLI:NL:HR:2018:2242). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de klacht van aangever [slachtoffer] te laat is ingediend. Aangever heeft conform het bepaalde in artikel 66 van het Wetboek van Strafrecht op 16 februari 2018 kennis genomen van het gepleegde feit. De vervaldatum voor het indienen van een klacht was derhalve 17 mei 2018, terwijl de klacht eerst op 7 juni 2018 is ingediend. De termijn is aldus niet gehaald. De rechtbank zal het Openbaar Ministerie aldus niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging voor wat het onder 1 tenlastegelegde betreft, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Feit 1</para>
        <para>Op 16 februari 2018 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van een diefstal met geweld.</para>
        <para>Hij heeft verklaard dat hij zelfstandig ondernemer is en een kantoor heeft op [adres 2] te Heerlen. Hij heeft een internationaal consulting bedrijf genaamd [bedrijf] met voornamelijk klanten in het buitenland. </para>
        <para>Vrijdag 16 februari 2018 heeft hij de hele dag gewerkt voor een klant in Nederland. Deze klant zou hij de volgende dag ontmoeten in Breukelen. </para>
        <para>Op vrijdag 16 februari 2018, omstreeks 21.30 uur is hij vanuit zijn kantoor naar zijn woning gelopen. Deze afstand is ongeveer 200 meter. Hij had zijn zwarte aktekoffer op wieltjes, van het merk Samsonite, bij zich. In deze koffer bevonden zich: </para>
        <para>•  drie klappers met stukken voor de afspraak in  Breukelen; </para>
        <para>•  een telefoon van het merk Samsung; </para>
        <para>•  een crypto telefoon voor contact met de internationale klant. </para>
        <para>De aangever maakte gebruik van een wandelstok in verband met jicht. Omstreeks 21.45 uur was hij vlak bij  zijn woning toen er een man op hem afstapte. Deze man kwam via de oprit van de garage van het buurhuis op aangever aflopen. De man richtte een pistool op het gezicht van de aangever. De man sprak aangever aan in goed Engels en zei: "go back to the office" en "I will shoot you". De aangever was bang dat de man daadwerkelijk zou schieten en voelde zich bedreigd. Op dat moment kwam een tweede man achter de aangever staan, die aan de koffer begon te trekken. Ook begonnen de twee mannen de aangever te slaan, </para>
        <para>onder andere met zijn eigen stok. Nadat aangever gevallen was heeft hij de koffer los gelaten. Aangever zag en hoorde vervolgens dat het pistool op de grond viel. De mannen zijn met de koffer weggerend. </para>
        <para>Volgens de aangever betroffen de stukken in de koffer vertrouwelijke informatie. </para>
        <para>De medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben een bekennende verklaring afgelegd.</para>
        <para>Zij hebben tevens verklaard dat het idee om [slachtoffer] te beroven van verdachte afkomstig was en dat zij samen met verdachte en nog een ander naar het huis van [slachtoffer] zijn gereden. Nadat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] het slachtoffer hadden beroofd hebben zij, naar eigen zeggen, de koffer aan verdachte  overhandigd waarna verdachte de papieren uit de koffer haalde. Daarna zijn zij weg gereden.</para>
        <para>Verdachte heeft de beschuldigingen ontkend en heeft verklaard dat de opdrachtgever van het slachtoffer van hem “af wil” en dat hij daarom ten onrechte wordt beschuldigd van de beroving.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld voor het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde nu de officier van justitie deze feiten wettig en overtuigend bewezen acht. Daarbij heeft hij zich onder meer gebaseerd op de aangifte van [slachtoffer] , de bekennende verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] alsook op de verklaring van getuige [getuige] .  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde bewijsuitsluiting van de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bepleit op basis van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.</para>
        <para>De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de medeverdachten zich als getuige hebben beroepen op hun verschoningsrecht waardoor het ondervragingsrecht is geschonden nu de raadsman de getuigen niet effectief heeft kunnen ondervragen. Naar de mening van de raadsman is onvoldoende steunbewijs in het dossier aanwezig en is aldus sprake van ‘sole en decisive evidence’. Met bewijsuitsluiting van de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen. De raadsman heeft aldus vrijspraak bepleit van het onder 1 tenlastegelegde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsuitsluiting conform artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
        <para>Artikel 359a Sv luidt:</para>
      </parablock>
      <para>1. De rechtbank kan, indien blijkt dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld en de rechtsgevolgen hiervan niet uit de wet blijken, bepalen dat:</para>
      <para>a. de hoogte van de straf in verhouding tot de ernst van het verzuim, zal worden verlaagd, indien het door het verzuim veroorzaakte nadeel langs deze weg kan worden gecompenseerd;</para>
      <para>b. de resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn verkregen, niet mogen bijdragen aan het bewijs van het tenlastegelegde feit;</para>
      <para>c. het openbaar ministerie niet ontvankelijk is, indien door het verzuim geen sprake kan zijn van een behandeling van de zaak die aan de beginselen van een behoorlijke procesorde voldoet.</para>
      <para>2. Bij de toepassing van het eerste lid, houdt de rechtbank rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt vervolgens dat volgens vaste jurisprudentie bewijsuitsluiting als een in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen wordt toegepast. Daarvoor is alleen plaats wanneer een belangrijk strafvorderlijk voorschrift, waarbij gedacht moet worden aan voorschriften die de grondrechten raken, in aanzienlijke mate is geschonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat een dergelijk geval zich niet voordoet. </para>
        <para>De raadsman is in de gelegenheid gesteld de verdachten ter terechtzitting als getuige te horen. De getuigen (medeverdachten) waarop de raadsman doelt hebben zich echter, net als de cliënt van de raadsman, beroepen op hun wettelijk verschoningsrecht. Beslissend is dan of de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Dit steunbewijs dient betrekking te hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaringen die door de verdachte zijn betwist. Met andere woorden dient de rechtbank te beoordelen of er sprake van is dat de belastende verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ten aanzien van verdachte ‘sole and desicive’ zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. </para>
        <para>Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat verdachte deelnam aan de overval in die zin, dat verdachte samen met nog een ander, in de auto heeft zitten wachten tot dat de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de overval hadden gepleegd.</para>
        <para>Medeverdachte [medeverdachte 1] bevestigt de verklaring van [medeverdachte 2] met uitzondering van de identiteit van degenen die in de auto zaten te wachten. [medeverdachte 1] heeft het over meneer X die de tipgever zou zijn geweest.</para>
        <para>
          [medeverdachte 2] heeft tevens verklaard dat zij de koffer na de overval aan verdachte hebben overhandigd. </para>
        <para>In de koffer zaten naast een aantal papieren  2 telefoons, te weten een crypto-telefoon en een andere mobiele telefoon met imei-nummer [nummer 1] .</para>
        <para>Uit de historische verkeersgegevens van het IMEI-nummer kan worden opgemaakt dat deze telefoon tot en met 5 januari 2018 in gebruik was bij aangever [slachtoffer] . Deze mobiele telefoon is later aangetroffen bij [getuige] .  </para>
        <para>
          [getuige] heeft verklaard dat hij die betreffende telefoon van verdachte heeft gekregen in het weekend van 24 op 25 februari 2018 en dat verdachte het simkaartje heeft verwisseld. </para>
        <para>Daarnaast blijkt uit het dossier dat de gestolen telefoon reist op 17 februari 2018 en 19 februari 2018 met verdachte mee. Daarna wordt de gestolen telefoon wordt door verdachte aan [getuige] overhandigd </para>
        <para>De telefoons van verdachte en [getuige] stralen op 24 februari 2018 dezelfde </para>
        <para>telefoonpalen aan tussen ongeveer 13:00 uur en 17:00 uur. </para>
        <para>Deze telefoons/telefoonnummers bevonden zich die dag onder andere in Beek en Donk. Barendrecht en  Rotterdam. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts overweegt de rechtbank dat op 13 maart 2018 tijdens een doorzoeking in de woning van verdachte een briefje is aangetroffen met daarop de gegevens van de Skype-accounts van aangever, de vrouw van aangever en van een oud medewerkster alsook een door [slachtoffer] geschreven telefoonnummer. Aangever heeft verklaard dat het briefje hoogstwaarschijnlijk in de gestolen koffer heeft gezeten en herkent zijn handschrift. </para>
        <para>Tot slot overweegt de rechtbank dat uit het dossier valt op te maken dat rond de tijd dat de gewapende overval plaatsvond, tussen 21:30 uur en 22:00 uur, de telefoonnummers in gebruik bij verdachte, en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geen telefoonmasten aan hebben gestraald. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat, gelet op het voorgaande, sprake is van voldoende steunbewijs met betrekking tot de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Aldus kan ten aanzien van hun verklaringen niet gesproken worden van ‘sole and desicive evidence’.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is aldus van oordeel dat niet tot de conclusie kan worden gekomen dat een belangrijk strafvorderderlijk voorschrift in aanzienlijke mate is geschonden. De rechtbank verwerpt het verweer. Bewijsuitsluiting is niet aan de orde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het dossier valt naar het oordeel van de rechtbank op te maken dat de telefoon uit de gestolen koffer door verdachte aan [getuige] is gegeven en het papiertje met Skype-gegevens bij verdachte in huis is aangetroffen. Daarnaast bevat het dossier de belastende verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dat verdachte de overval heeft medegepleegd.</para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank valt verder niet uit het dossier op te maken dat aangever [slachtoffer] en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] belang hebben gehad bij het belastend verklaren over verdachte omdat de medeverdachten met die verklaring tevens zichzelf hebben geïncrimineerd. </para>
        <para>Daarnaast bevat het dossier telefoongegevens waaruit valt op te maken dat de telefoons van zowel verdachte als de medeverdachten op het tijdstip van de overval geen enkele mast aanstraalden. De rechtbank trekt daaruit de conclusie dat de telefoons op dat moment waarschijnlijk waren uitgeschakeld. Dit wordt ook door medeverdachte [medeverdachte 2] bevestigd.</para>
        <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel verdachte de overval niet in persoon gepleegd heeft, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met zijn medeverdachten tot het plegen van de diefstal met geweld. Verdachte heeft het plan van de overval bedacht en informatie verstrekt aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] omtrent het beoogde slachtoffer en de mogelijke buit. Verdachte heeft [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op de plaats delict gebracht en aan [medeverdachte 2] het (nep)wapen verstrekt. Voorts heeft verdachte direct na de overval de buit in handen gekregen. De rechtbank is aldus van oordeel dat sprake is van ‘ medeplegen’, zodat het primair tenlastegelegde bewezen kan worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. primair</para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hij, op 16 februari 2018 te Heerlen, althans (elders) in Nederland,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zwarte aktekoffer van het merk Samsonite, toebehorende aan [slachtoffer] , welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond(en) uit het:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- op korte afstand naderen van die [slachtoffer] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- (dreigend) plaatsen/zetten op het gezicht/hoofd van die [slachtoffer] van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- (dreigend) richten op en/of tonen aan die [slachtoffer] van een op een vuurwapen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gelijkend voorwerp en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- (met kracht) , een of meermalen, slaan met een houten stok tegen de hand, althans lichaam, van die [slachtoffer] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- (met kracht) rukken/trekken van voornoemde aktekoffer uit de hand(en) van die [slachtoffer] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- (daarbij) aan die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: “Go back to the office” en/of “1 will shoot you”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; ten gevolge waarvan die [slachtoffer] de koffer heeft losgelaten.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien in de bewezenverklaring taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>feit 1 primair</para>
      <para>het misdrijf:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren onvoorwaardelijk met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft, indien de rechtbank tot een veroordeling komt, een onvoorwaardelijk strafdeel bepleit gelijk aan de periode die zijn cliënt in voorarrest heeft doorgebracht bepleit met een eventueel voorwaardelijk strafdeel van substantiële duur, al dan niet aangevuld met een taakstraf.</para>
        <para>De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat in positieve zin dient te worden meegewogen dat er geen sprake is van ernstig letsel bij het slachtoffer, dat zijn cliënt nagenoeg een blanco strafblad heeft en dat terugplaatsing in detentie geen preventief strafdoel dient.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte is medepleger van een beroving waarbij zijn mededaders een oudere man op straat van zijn koffer hebben beroofd. Er is bij die beroving gebruik gemaakt van een (nep)wapen en het slachtoffer is in zijn gezicht geslagen. Het slachtoffer heeft op enig moment zijn koffer afgegeven. Terwijl verdachte in de auto zat te wachten hebben zijn medeverdachten de koffer buitgemaakt en aan verdachte overhandigd. </para>
        <para>De rol van verdachte was volgens de rechtbank een meer leidende dan de rol van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Hun rol ziet de rechtbank meer als uitvoerend. </para>
        <para>De verdachte heeft zich kennelijk enkel laten leiden door zijn eigen financieel gewin zonder er bij stil te staan dat slachtoffers van delicten als deze nog geruime tijd kunnen lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hun is aangedaan. Blijkens de verklaring van het slachtoffer zoals bij de politie afgelegd heeft hij de overval als zeer beangstigend en bedreigend ervaren.</para>
        <para>Daar komt nog bij dat dit soort delicten zorgen voor gevoelens van onveiligheid bij eventuele getuigen en bij de maatschappij in zijn geheel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt vervolgens dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven en  eveneens niet aanwezig is geweest bij de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de persoon van verdachte overweegt de rechtbank dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van d.d. 3 mei 2019, niet eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De schade van benadeelden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van </para>
        <para>€ 1.050,- [éénduizend en vijftig], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:</para>
      </parablock>
      <para>-	1 samsonite koffer t.w.v. € 150,-;</para>
      <para>-	1 crypto-telefoon t.w.v. € 500,-;</para>
      <para>-	1 mobiele telefoon t.w.v. € 100,- en </para>
      <para>- meerdere zakelijke klappers t.w.v. € 300,-.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij heeft geen immateriële schade gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting de rechtbank verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 550,- alsook de schadevergoedingsmaatregel conform artikel 36f van het Wetboek van strafrecht hoofdelijk op te leggen en de vordering voor het overige af te wijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft ter terechtzitting bepleit de vordering van de benadeelde partij af te wijzen voor wat betreft de posten inzake de koffer; de mobiele telefoon en de klappers nu de posten volgens de raadsman onvoldoende zijn onderbouwd.</para>
        <para>De raadsman heeft verzocht de post inzake de crypto-telefoon af te wijzen nu deze schade niet door benadeelde is geleden omdat die telefoon niet aan benadeelde toebehoorde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten ter zake de koffer en de mobiele telefoon zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. </para>
        <para>De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 250,- te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 16 februari 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De onder de post “klappers” opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl door of namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Het alsnog in de gelegenheid stellen de vordering te onderbouwen is een onevenredige belasting van het strafproces. De benadeelde partij zal om die reden voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.</para>
        <para>De vordering zal voor het overige, te weten de crypto-telefoon worden afgewezen nu naar aanleiding van de vordering is komen vast te staan dat de crypto-telefoon niet aan de benadeelde toebehoorde en hij derhalve die schade niet heeft geleden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door dit feit is toegebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27 en 36f Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk voor het onder feit 2 tenlastegelegde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>feit 1 primair</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verenigde personen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1  bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">3 (drie) jaren</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte <emphasis role="bold">hoofdelijk </emphasis>tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] (feit 1): van een bedrag van € 250,- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2018) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt <emphasis role="bold">hoofdelijk</emphasis> de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 250,-</emphasis> te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 5 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] , voor een deel van € 300,- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] voor een deel van  € 500,- wordt afgewezen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter en mr. R.M. van Vuure en</para>
      <para>mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. R.M. van Vuure en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Leeswijzer</emphasis>
      </para>
      <para>Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Landelijke Eenheid Dienst Landelijke Recherche met nummer: LEREA18002/26TEAGUE. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="underline">Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] d.d. 17 februari 2018, pagina’s 57 tot en met 60.</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>(..)</para>
      <para>Ik  ben  zelfstandig  ondernemer  en  heb  een  kantoor  op  [adres 2]  te Heerlen.</para>
      <para>(..)</para>
      <para>Vandaag  vrijdag  16  februari  2018,  omstreeks  09:00  uur,  ben  ik  naar  mijn  kantoor  gegaan om  te  werken. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>Omdat  ik  dus  vroeg  op  moest  omdat  ik  met  de  trein  naar  Breukelen  wilde,  ben  ik  op vrijdag  16  februari  2018,  omstreeks  21:30  uur,  vanuit  kantoor  naar  mijn  woning </para>
      <para>gelopen. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>Ik  had  mijn  aktekoffer  op  wielen  bij  mij.  Dit  betrof  een  zwart kleurig  koffer  op </para>
      <para>wielen  het  merk  Samsonite,  vervaardigd  van  nep  leder.  Hierin  had  ik  drie  klappers </para>
      <para>zitten  met  stukken  omtrent  de  afspraak  welke  ik  morgen  in  Breukelen  had.  Verder </para>
      <para>in  mijn  koffer  een  tweede  telefoon  van  mij  van  het  merk  Samsung  en  een  krypto </para>
      <para>telefoon. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>Toen  ik  op  vrijdag  16  februari  20  8,  ik  denk  rond  :45  uur,  nagenoeg  bij  mijn  woning was  zag  ik  een  man  mij  afstappen. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>Ik  zag  dat  deze  man  over  de  oprit  van  deze garage  naar  mij  toe  gelopen  kwam.  Ik  zag  dat  deze  mij  direct  een  pistool  op  mijn gelaat  richtte.  Ik  schrok  hier  hevig  van  en  draaide  mijn  hoofd  even  weg.  man  sprak direct  in  de  Engelse  taal  tegen  mij  en  zei:  "go  back  the  office".  Ik  vond  dat  deze persoon  een  zeer  goede  Engelse  uitspraak  had.  Ik  spreek  zelf  zeer  goed  Engels  en  hoor wel  of  iemand  met  een  accent  spreekt.  Ik  zei  dat  ik  niet  terug  naar  kantoor  wilde waarna  ik  hoorde  deze  man  zei:  "I  will  shoot  you". </para>
      <para>(..)</para>
      <para>Ik  zag  inmiddels  dat  een  tweede  man  er bij  was  gekomen  en  achter  mij  ging  staan.  Deze man  zei  verder  niets. Op  een  gegeven  moment  begon  de  tweede  aan  mijn  koffer  te  trekken  maar  ik  hield  deze stevig  vast.  Waarschijnlijk  omdat  ze  het  koffer  niet  los  kregen  begonnen  beiden mannen  mij  te  slaan  en  te  duwen.  k  voelde  dat  de  tweede  man  mijn  wandelstok  afpakte en hiermee  begon  te  slaan.  Ik  voelde  en  zag  dat  beide  mannen  mij  vastpakten  waardoor ik  het  evenwicht  verloor  en  op  de  grond  viel.  Ik  voelde  dat  de  tweede  man  mij  met kracht  op  mijn  linkerhand  sloeg  met  de  wandelstok,  kennelijk  mijn  aktekoffer  los te krijgen. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>Ik  kon  mijn  koffer  niet  meer  vasthouden  en  ik  zag  dat  een  van  deze  mannen  koffer </para>
      <para>pakte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="underline">Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 juli 2018, inhoudende een bekennende verklaring, pagina’s 410 tot en met 422.</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>(..)</para>
      <para>V:  Wij hebben van uw advocaat begrepen dat u een verklaring wilt afleggen; wat wilt u</para>
      <para>verklaren? </para>
      <para>A:  Ik wil  verklaren dat ik een aandeel heb gehad aan de straatroof. Dat ik daarbij betrokken</para>
      <para>ben.  Ik ben de persoon die jullie verdenken.  </para>
      <para>(..)</para>
      <para>De overval of straatroof, hoe jullie het ook noemen, daar ben  ik voor gevraagd door [medeverdachte 2] </para>
      <para> . Ik ben daar op ingegaan.  Ik had drie maanden huurachterstand en  ik zag geen</para>
      <para>andere oplossing meer voor.  Ik heb er dus 'ja'  op  gezegd. Er waren nog twee personen bij </para>
      <para>die ik graag niet bij namen wil noemen. De tas die we hebben open gemaakt, de koffer die</para>
      <para>we hebben meegenomen.</para>
      <para>(..)</para>
      <para>V: Wie waren er allemaal betrokken bij de overval? </para>
      <para>A:  Er waren  nog twee anderen bij die als tipgever hebben gediend of als ik weet niet wat. Ik</para>
      <para>ben er later pas bij gekomen. Er waren nog twee andere mensen bij  in  de auto maar die </para>
      <para>namen wil  ik niet noemen.  Ik kan van hieruit geen represailles voorkomen.   </para>
      <para>(..)</para>
      <para>V: Hoe is  de overval precies gegaan? </para>
      <para>A: Ik zal  vertellen hoe het gegaan is.  [slachtoffer] kwam  het huis uit.  [medeverdachte 1] en  ik zijn </para>
      <para>achter hem aangelopen . [medeverdachte 1] trok een pistool of een wapen en  op reactie daarvan sloeg </para>
      <para>die man [medeverdachte 1] met de wandelstok. [medeverdachte 1] pakte de wandelstok af waarop ik de koffer </para>
      <para>pakte.  Hierna zijn wij weggerend. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>V: Wat stond er tegenover? </para>
      <para>A: Er zou  25.000 euro aanwezig. Dat is  mij gezegd. Hoe het met de verdeling zat daar </para>
      <para>hebben we het niet precies over gehad. Dat lijkt me ook wel  logisch. Ik had geld  nodig en  </para>
      <para>daarom deed  ik mee. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>V: Wat gebeurde er precies nadat het licht in  dat gebouw uit ging? </para>
      <para>A:  [medeverdachte 1] en ik liepen weg van de woning. We liepen weg van het adres; ongeveer een </para>
      <para>metertje of 20  30. [medeverdachte 1] nam  het voortouw. [medeverdachte 1] liep achter [slachtoffer] aan en  ik </para>
      <para>achter [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] liep op [slachtoffer] af en trok het pistool. Volgens mij zei  hij nog </para>
      <para>wat en hij gebaarde dat hij terug moest naar het kantoor. [slachtoffer] was er niet van </para>
      <para>onder de indruk en wilde niet meegaan. Hij probeerde [medeverdachte 1] te slaan met zijn wandelstok. </para>
      <para>
        [medeverdachte 1] pakte de wandelstok af en sloeg hem  terug. [medeverdachte 1] laat zich niet slaan.  Er is  niet </para>
      <para>bewust geweld gebruikt maar [slachtoffer] zette hiertoe aan door [medeverdachte 1] te willen slaan </para>
      <para>met de stok. Het doel was om  de tas te  pakken.  Ik probeerde deze los te  rukken maar </para>
      <para>
        [slachtoffer] had deze stevig beet.  In  de verklaring staat dat [medeverdachte 1] hem  op zijn hand </para>
      <para>sloeg. Dit weet ik zelf niet meer. [slachtoffer] liet de koffer los. Hierna zijn we </para>
      <para>weggerend. Dit ging over in lopen. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>V:  Wat is er bij  de overval weggenomen? </para>
      <para>A:  Twee telefoons,  de koffer en twee multomappen met documenten. Alles zat in  de </para>
      <para>koffer.</para>
      <para>(..)</para>
      <para>V: Waarom  hebben jullie precies deze man overvallen? </para>
      <para>A: Schijnbaar zou  er geld liggen. Er had geld moeten liggen. De dingen die ik heb gehoord, </para>
      <para>heb ik van [medeverdachte 1] gehoord. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>V:  Waar waren de andere twee personen? </para>
      <para>A:  Die zaten  in  de auto. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>V:  Wat is  er met de inhoud gebeurd? </para>
      <para>A: Dat weet ik ook niet. </para>
      <para>V:  Ik vind  het bijzonder; je geeft aan dat het koffertje mee gaat de auto in . Wat is er </para>
      <para>gebeurd met het koffertje op  het moment dat jullie weggingen. </para>
      <para>A:  Die is  met meneer X mee gegaan . Meneer X is één van de twee andere personen. </para>
      <para>(..)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="underline">Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 5 juli 208, inhoudende een bekennende verklaring, pagina’s 301 tot en met 313.</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>(..)</para>
      <para>Deze klus kwam van [verdachte] ; als die echt [verdachte] heet. Ik kende hem  alleen als [verdachte] . Hij stond in  mijn telefoon als [bijnaam verdachte] . Ik kan  hem als volgt omschrijven: </para>
      <para>(..)</para>
      <para>Het was een goede prater.  Ook had hij een hele dure Rolex om. Een echte Yachtmaster van 25.000 euro. </para>
      <para>In februari zei hij: 'we gaan die 'ouwe' binnen halen. Wil je dat voor mij  doen. Ik vroeg hem </para>
      <para>wat ik dan moest doen. Hij vertelde mij: 'er is een man in  Heerlen die werkt voor een man waarvoor ik gewerkt heb.  (..)</para>
      <para>Wij zetten je in de buurt af en dan neem je een pistool mee. Dan ga je  naar boven.  Het touwtje hangt  uit de brievenbus. En boven is zijn vrouw. Deze zit in een rolstoel. Als je dan het pistool op haar hoofd zet dan gaat hij je alles geven. Honderd procent zeker.</para>
      <para>(..)</para>
      <para>Ik zei:  'weet je wat,  morgen om acht uur in  Barendrecht. Gaan we  naar Heerlen  doe ik het'. Daarom waren die drie telefoons ook uit. Ik had  met die maat van  me  'het is  heel simpel, we doen niks, we hoeven niemand pijn te doen. We gaan naar boven toe en  het is </para>
      <para>We waren om  half 11/11  uur in  Heerlen. We wilden het touwtje open trekken, dat hij de trap afliep. Die vriend van mij  de andere kant op en we  zeiden niets meer. Maar het moest </para>
      <para>We zagen dat hij de deur uit liep. Deed de deur op slot. In  rechterhand had hij een koffer.  Ik keek die maat van mij aan die aan de andere kant stond.  Ik schudde ja. </para>
      <para>
        [verdachte] had  gezegd: 'dit is zijn kantoor en  naast het kantoor staat een wit huis, dat is zijn  huis. Dus hij  loopt een stukje en gaat dan naar binnen toe: Dus hij kwam zijn pand  uit en  hij  rechtsaf of linksaf en  huis  Hij stak de straat over en hij liep 100 meter van zijn kantoortje af.  Ik deed een teken naar die maat van  me van: 'ik aan de voorkant, jij aan de achterkant'. Ik pakte dat ding uit mijn zak en  ik kwam aanlopen. Ik zei:  'hallo [slachtoffer] '. [slachtoffer] he.  Ik ben echt eerlijk. Ik zei: ' [slachtoffer] ' en ik zette hem op  hoofd. Het was gewoon een  balletjes pistool.  Ik zette hem op zijn hoofd en  hij schrok nog geen eens. Nou, als je een man van 73 bent en  ik zet dat ding op je hoofd, nou,  dan weet ik wel zeker dat je door je knieën  Ik zette dat ding op zijn hoofd en  ik vroeg hem, alles in  het Engels: 'I  want your suitcase'.  Ik had met mijn vriend ook afgesproken dat we alles in het Engels deden. </para>
      <para>Waarom we alles in  het  komt zo wel.  Eerst het verhaal.  En  hij had een wandelstok bij </para>
      <para>zich.  zei één keer in  het Duits 'hilfe'  [slachtoffer]  is een Duitser. Hij wilde mij met die </para>
      <para>wandelstok slaan.  Dus ik  hem een tik met het vuurwapen, heel zachtjes en niet hard, en  wilde slaan en  ik pakte zijn wandelstok.  Ik  hem twee keer met die wandelstok. Niet eens hard,  maar gewoon een ferme tik. Die maat van mij pakte de koffer, trok aan die koffer,  maar hij liet die koffer niet los. Wat doe je dan? Dan  je hem een klap op  klauw. Dan laat je zeker los.  Ik sloeg op vingers en  liet die koffer los en wij  lopen. We renden geen eens weg, we liepen gewoon. Die man riep  nog geen eens hard:  hilfe'.  </para>
      <para>(..)</para>
      <para>Die [verdachte] wist echt alles. In die koffer zat heel de bedrijfsvoering van 14 bedrijven. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>We hadden het gedaan.  Ik had die stok weggegooid en  [verdachte] kwam  hier, met  </para>
      <para>die Hagenees, aangereden. We waren met z'n vieren. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>We reden weg, we keken heel de weg of we niet gevolgd werden en bij Eindhoven gingen we eraf. (..) We maakten de koffer open. Gewoon een  grote koffer We haalden de papieren eruit. Ik had  handschoenen aan. (..) Wij dachten echt dat er geld in zat. [verdachte] pakte die spullen aan en stond te kijken.  Hij zei:  we worden miljonair'.</para>
      <para>(..)</para>
      <para>De papieren lagen niet in huis bij [medeverdachte 1] . In de koffer zat een witte telefoon en een telefoon, ik had nog nooit van  het merk gehoord, geen Blackberry met een zware code erop. We hadden eerst beide telefoons aan [verdachte] meegegeven. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>We zouden met z'n vieren, dus die [naam] , [verdachte] ik en [medeverdachte 1] alles splitsen.</para>
      <para>(..)</para>
      <para>We hadden heel die  die koffer, de inhoud aan [verdachte] gegeven. </para>
      <para>(..)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="underline">Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 26 maart 2018, pagina’s 446 tot en met 448.</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>(..)</para>
      <para>V: Op 24 en 25 februari 2018 is  de Simkaart die bij uw telefoonnummer [nummer 2] hoort, in de gestolen telefoon gestopt.  U heeft dus die gestolen telefoon in handen gehad. Het gaat om een Samsung Galaxy Grand Neo.  Wat is  uw reactie hierop? </para>
      <para>A:  Daar sta  ik versteld van.  Ik  leen  niemand mijn telefoon  uit; ook niet mijn simkaart. Ik kan er verder geen antwoord op geven. </para>
      <para>V: Bent u dat weekend misschien uw telefoon kwijt geweest of dat u hem uitgeleend heeft? </para>
      <para>A:  Ik heb een  paar keer afgesproken met een vriend,  daar hoor ik  ook al  een  tijdje niets meer van, die heeft ook wel  een  paar keer in  mijn telefoon  lopen  rotzooien. </para>
      <para>(..)</para>
      <para>A:  Hij heeft mij wel een andere telefoon aangeboden. Ik ben  alleen atechnisch. Deze telefoon  heb ik overigens wel boven liggen. Maar is  die persoon dan ook aangehouden? Ik kan  wel vertellen wie deze persoon is. Dat is [verdachte] . </para>
      <para>(..)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="underline">Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 26 maart 2018, pagina’s 449 tot en met 455.</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>(..)</para>
      <para>V:  U gaf aan dat u de telefoon via een vriend,  u noemde hem [verdachte] , hebt gekregen. Leg nog eens wanneer u die telefoon voor het eerst zag en waarom [verdachte] die telefoon aan u liet zien. </para>
      <para>A:  Een paar dagen ervoor liet hij al  doorschemeren dat hij een andere telefoon voor mij heeft. Die telefoon van mij vond hij oud en niet modern. Die zaterdag van dat weekend had  hij die telefoon bij zich.  Op dat moment heeft hij allerlei dingen met die telefoon gedaan en  is  mijn sim kaart erin geweest.  Hij heeft toen allerlei dingen ingesteld zoals wachtwoorden. Zodat ik met die witte telefoon zou  kunnen bellen. Hij was toen bij mij. </para>
      <para>(..)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="underline">Proces-verbaal van bevindingen inzake telefoongegevens d.d. 15 mei 2018, pagina’s 178 tot en met 183.</emphasis></para>
    <para>Proces-verbaal inzake imei-nummer en histogegevens voor wat betreft het aanstralen van masten.</para>
    <para> <emphasis role="underline">Proces-verbaal van bevindingen inzake in beslag genomen briefje met Skype-gegevens alsook de herkenning daarvan door [slachtoffer] , d.d. 21 maart 2018, pagina 125.</emphasis></para>
    <para />
    <para />
    <para> <emphasis role="underline">Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 april 2018, pagina 157.</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>(..)</para>
      <para>De gestolen telefoon reist op 17-02-2018 en  19-02-2018 met [verdachte] mee. </para>
      <para>De gestolen telefoon wordt  door [verdachte] aan [getuige] overhandigd </para>
      <para>De  van [verdachte] en  [getuige] op 24-02-2018 dezelfde </para>
      <para>telefoonpalen aanstraalden tussen ongeveer 13:00 uur en 17:00 uur. </para>
      <para>Deze telefoons/telefoonnummers zich die dag onder andere in Beek en Donk. Barendrecht </para>
      <para>en  Rotterdam bevonden. </para>
      <para>(..)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>