<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2019:1563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-09T14:28:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/770013-19 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:1563">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2019:1563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-09T14:28:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2019:1563 Rechtbank Overijssel , 09-05-2019 / 08/770013-19 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2019:1563:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 36-jarige man is voor een poging overval met vuurwapen op een tankstation in Enschede veroordeeld tot 21 maanden cel, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. De man verklaarde dat hij het tankstation wilde overvallen om cocaïne te kopen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2019:1563:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/770013-19 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 9 mei 2019 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de BRP en verblijvende in de P.I. Almelo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 april 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. C.Y. Huang en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw mr. P.S. Wibbelink, </para>
      <para>advocaat in Borne, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> een poging tot afpersing dan wel tot diefstal met geweld;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> het voorhanden hebben van een vuurwapen en gas- en knalpatronen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. primair</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 17 januari 2019, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de gemeente Enschede, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een persoon, genaamd [slachtoffer] (in/tijdens zijn functie van/als </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verkoopmedewerker bij (tankstation) [tankstation] , gelegen aan de [adres] ), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">te dwingen tot de afgifte van (een) geld(bedrag) en/of (een) goed(eren), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (tankstation) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [tankstation] , gelegen aan de [adres] , </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-zich voorzien van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">naar/in (de shop van) voornoemd tankstation te begeven en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-(vervolgens) (de loop van) het pistool, althans een op een vuurwapen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gelijkend voorwerp, door de (zogenaamde) schuiflade van de </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(kassa)balie/ruimte (waarachter voornoemde [slachtoffer] op dat moment stond) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">te steken, althans het pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorwerp in de schuiflade van de (kassa)balie/ruimte te leggen (waarna die [slachtoffer] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> (met veel kracht) die schuiflade heeft terug-/dicht geduwd), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. subsidiair</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 17 januari 2019, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de gemeente Enschede, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(een) geld(bedrag) en/of (een) goed(eren), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">dat/die geheel of ten dele toebehoorde aan (tankstation) [tankstation] , </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gelegen aan de [adres] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">weg te nemen in/uit (de shop van) voornoemd tankstation, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een persoon, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">genaamd [slachtoffer] (in/tijdens zijn functie van/als verkoopmedewerker </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van/bij voornoemd tankstation), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-zich voorzien van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">naar/in (de shop van) voornoemd tankstation heeft begeven en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-(vervolgens) (de loop van) het pistool, althans een op een vuurwapen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gelijkend voorwerp, door de (zogenaamde) schuiflade van de (kassa)balie/ruimte </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(waarachter voornoemde [slachtoffer] op dat moment stond) heeft gestoken, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">althans het pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">schuiflade van de (kassa)balie/ruimte heeft gelegd (waarna die [slachtoffer] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(met veel kracht) die schuiflade heeft terug-/dicht geduwd), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 17 januari 2019 en/of 18 januari 2019, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de gemeente Enschede,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">te weten een gaspistool (merk Walther) (model P99) (kaliber 9mm P.A.K.), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">munitie van categorie III, te weten: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- 4 gaspatronen (merk PTS) (kaliber 9mm PA.CS) en/of </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- 6 knalpatronen (merk GECO en RWS) (kaliber 9mm P.A.K.), voorhanden heeft gehad.</emphasis>
    </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 tenlastegelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_e7b24970-dc60-4306-848e-a39bd72007bd" />:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 25 april 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] namens [tankstation] Enschede van 20 januari 2019 (pagina’s 9-12);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het (afzonderlijk opgemaakte) proces-verbaal onderzoek wapen van 31 januari 2019, met nummer PL0600-2019026848-36.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan met dien verstande dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. primair</para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op 17 januari 2019 in de gemeente Enschede, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld een persoon, genaamd [slachtoffer] (in/tijdens zijn functie van/als verkoopmedewerker bij tankstation [tankstation] , gelegen aan de [adres] ), </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [tankstation] , gelegen aan de [adres] :</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- zich voorzien van een pistool naar/in de shop van voornoemd tankstation heeft begeven en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- vervolgens het pistool in de schuiflade van de (kassa)balie heeft gelegd (waarna die [slachtoffer] (met veel kracht) die schuiflade heeft dicht geduwd), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>2</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op 17 januari 2019 en 18 januari 2019 in de gemeente Enschede een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool (merk Walther, model P99, kaliber 9mm P.A.K.), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">munitie van categorie III, te weten: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 4 gaspatronen (merk PTS, kaliber 9mm PA.CS) en </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 6 knalpatronen (merk GECO en RWS, kaliber 9mm P.A.K.), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorhanden heeft gehad.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 317 juncto 45 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en artikel 55 van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 primair</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf:</para>
      <para>poging tot afpersing;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>ten aanzien van het vuurwapen het misdrijf:</para>
      <para>handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie</para>
      <para>en </para>
      <para>ten aanzien van de munitie het misdrijf:</para>
      <para>handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, waarbij de bijzondere voorwaarden worden gesteld zoals genoemd in het reclasseringsrapport.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw verzoekt de rechtbank aan te sluiten bij de uitspraak van de Rechtbank Zutphen (ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ3840) en verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, waarbij de bijzondere voorwaarden worden gesteld zoals genoemd in het reclasseringsrapport.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing en het in het bezit hebben van een vuurwapen en munitie. Hij heeft onder invloed van cocaïne, alcohol en weed thuis een wapen gepakt en is daarmee naar een tankstation gefietst. Daar heeft hij een medewerker proberen af te persen door zijn vuurwapen in de kassalade te leggen. Door het kordate handelen van die medewerker is het bij een poging gebleven. Verdachte heeft verklaard dat hij de overval wilde plegen om cocaïne te kunnen kopen. Hij heeft verklaard spijt te hebben van zijn daad. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zijn eigen belangen voorop heeft gesteld en niet heeft nagedacht over de mogelijk schadelijke gevolgen voor de medewerker van het tankstation.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft rechtbank de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Voor een overval op een benzinestation, met licht geweld/bedreiging, geldt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaren. Voor een overval op een benzinestation met ander geweld dan licht geweld/bedreiging, geldt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren. Het gebruik van een wapen door verdachte in deze zaak wordt door de rechtbank qua geweldgebruik beoordeeld als vallend tussen genoemde categorieën. Omdat in dit geval sprake is van een poging, zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden als uitgangspunt nemen. Verdachte heeft daarnaast dit wapen en munitie ook voorhanden gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van </para>
        <para>26 maart 2019. Hieruit blijkt dat verdachte op 21 februari 2018 een transactie heeft gekregen wegens een winkeldiefstal. Afgezien daarvan is verdachte niet eerder veroordeeld wegens het plegen van (gewelddadige) vermogensdelicten. In een verder verleden is verdachte wel voor verboden wapenbezit veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder blijkt dat verdachte op 16 april 2018 verplicht reclasseringscontact opgelegd heeft gekregen voor feiten die verband hielden met zijn verslaving, zoals de reclassering schrijft in het reclasseringsadvies. Met dat reclasseringsadvies, van 2 april 2019, houdt de rechtbank ook rekening. Verdachte stond ten tijde van het delict onder toezicht van Tactus Verslavingszorg. Hoewel het toezicht aanvankelijk niet altijd positief verliep, leek het de weken voor het delict beter te gaan met verdachte. Zijn ambulante behandeling was opgestart en verdachte had passende dagbesteding gevonden. Verdachte zelf zegt dat zijn cocaïneverslaving meer op de voorgrond stond dan iedereen dacht. Verdachte wil nu iedere vorm van behandeling aanpakken om van zijn verslavingen af te komen. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld, gelet op de nog onbehandelde verslavingsproblematiek. Zij adviseert de rechtbank een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, klinische opname, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een harddrugsverbod. Verdachte heeft, ook ter terechtzitting, gezegd daarvoor gemotiveerd te zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan een deel voorwaardelijk kan zijn. Bij het bepalen van de duur van het onvoorwaardelijke gedeelte van de straf heeft de rechtbank zwaar getild aan het feit dat verdachte een wapen heeft meegenomen en gebruikt bij de poging tot afpersing. Daarom zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 21 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. Zij zal tevens de voorwaarden stellen zoals die zijn geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van de medicatieverplichting.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 57 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 primair </emphasis>het misdrijf: <emphasis role="bold">poging tot afpersing</emphasis>;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 ten aanzien van het vuurwapen </emphasis>het misdrijf: <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 ten aanzien van de munitie </emphasis>het misdrijf: <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">21 (eenentwintig) maanden</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van <emphasis role="bold">8 (acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter 	kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de veroordeelde voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 3 (drie) jaren</emphasis> de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat de veroordeelde:</para>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis> dat de veroordeelde:</para>
    <para>- zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig vindt;</para>
    <para>- zich laat opnemen in een nog nader te bepalen forensische instelling of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt maximaal twaalf maanden of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing;</para>
    <para>- zich (aansluitend aan de klinische opname) ambulant laat behandelen door Justact of een soortgelijke instelling, ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit gedurende de proeftijd noodzakelijk acht. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Indien sprake is van een terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat de veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;</para>
    <para>-	( aansluitend aan de klinische opname) verblijft in een nader te bepalen instelling of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;</para>
    <para>- geen harddrugs gebruikt en meewerkt aan controles op dit verbod. De controles geschieden aan de hand van urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd;</para>
    <para>- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;<?linebreak?>daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de veroordeelde:</para>
    <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    <para>- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. A.M. Rikken en </para>
      <para>mr. C.C.S. Bordenga-Koppes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e7b24970-dc60-4306-848e-a39bd72007bd" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit in de regel pagina’s uit het dossier van de politie regionale eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2019026848, onderzoek ANKARA / ON2R019007. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>