<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2018:758</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-13T14:40:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6625695 \ CV EXPL  18-478</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:758">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:758</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-13T14:39:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2018:758 Rechtbank Overijssel , 06-03-2018 / 6625695 \ CV EXPL  18-478</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2018:758:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Invorderingskosten naast buitengerechtelijke kosten worden afgewezen, artikel 6:96 BW biedt daarvoor geen grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2018:758:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 6625695 \ CV EXPL  18-478 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 6 maart 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht <emphasis role="bold">HMG Benelux GMBH</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Zeven, Duitsland,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen HMG,</para>
      <para>gemachtigde: mr.drs. J.J.F.M. Konings,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de commanditaire vennootschap Sportsglass C.V.,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde 2] ,</emphasis></para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen Sportsglass,</para>
      <para>verschenen bij gedaagde sub 2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding</para>
      <para>- de conclusie van antwoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>HMG vordert - samengevat - veroordeling van Sportsglass tot betaling van een bedrag van € 326,03, bestaande uit een hoofdsom van € 203,91 wegens een onbetaalde factuur, € 25,32 wegens wettelijke handelsrente, € 56,80 wegens incassokosten inclusief btw en € 40,00 wegens interne invorderingskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Sportsglass voert verweer tegen de invorderingskosten en de extra kosten ten gevolge van het dagvaarden. Voor het overige erkent zij de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Sportsglass heeft de gevorderde hoofdsom erkend, zodat deze met inbegrip van de meegevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>HMG maakt voorts aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten is in het geval van een handelsovereenkomst zonder aanmaning verschuldigd vanaf de dag volgende op de dag waarop de wettelijke of overeengekomen uiterste dag van betaling is verstreken, zo is vastgelegd in artikel 6:96, vierde lid, BW, en bedraagt <emphasis role="italic">ten minste</emphasis> € 40,00. HMG hoeft niet aan te tonen dat zij daadwerkelijk incassokosten heeft gemaakt. Het gevorderde bedrag van € 56,80 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. De gevorderde (extra) invorderingskosten ad € 40,00 zullen worden afgewezen, omdat die kosten geacht worden te zijn begrepen in voornoemde buitengerechtelijke incassokosten. Anders dan HMG kennelijk betoogt, biedt artikel 6:96 BW geen grondslag voor het naast elkaar vorderen van dergelijke kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Al met al betekent dit dat een bedrag van (€ 203,91 + 25,32 + 56,80=) € 286,03 zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter zal Sportsglass als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordelen. Aangezien Sportsglass met de betaling van de hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten in gebreke is gebleven, is HMG terecht overgegaan tot deze procedure en dient Sportsglass de daarmee gepaard gaande kosten te vergoeden. De proceskosten worden tot op heden aan de zijde van HMG begroot op € 267,20:</para>
        <para> €   60,00 voor salaris gemachtigde </para>
        <para> €   88,20 voor explootkosten</para>
        <para> € 119,00 voor griffierecht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt Sportsglass aan HMG te betalen een bedrag van € 286,03, te</para>
        <para>vermeerderen met de wettelijke rente over € 203,91 vanaf 8 januari 2018 tot de dag van</para>
        <para>algehele voldoening;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Sportsglass in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van HMG begroot op € 267,20;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>