<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2018:561</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-25T11:30:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/996040-16 ontneming</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:561">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:561</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-22T15:56:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2018:561 Rechtbank Overijssel , 22-02-2018 / 08/996040-16 ontneming</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2018:561:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming. Echtpaar dat is veroordeeld voor het uitbuiten van een 32-jarige man moet ruim 400.000 euro aan de Staat aan het geld dat zij illegaal hebben verdiend met deze uitbuiting. Zie ook ECLI:NL:RBOVE:2018:555 en ECLI:NL:RBOVE:2018:557</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2018:561:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/996040-16</para>
      <para>Datum vonnis: 22 februari 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] ,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1957 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 401.616,--.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 17 januari 2018, </para>
      <para>2 en 8 februari 2018. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman </para>
      <para>mr. R.J.H. van der Wal, advocaat te Hengelo, is op die terechtzittingen verschenen en op de vordering gehoord. Op de terechtzitting heeft de officier van justitie mr. E.D.I. Martens gevorderd te bepalen dat een bedrag ad € 401.616,66 wederrechtelijk verkregen is en dat dit bedrag aan de Staat moet worden betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verzocht de vordering af te wijzen nu  deze  berekening enkel gebaseerd is op de tegenstrijdige verklaringen van [slachtoffer] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van heden, 22 februari 2018<footnote-ref linkend="_a32f4795-d4a5-4f84-8eb3-95e402d27dcd" />, veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het misdrijf: mensenhandel in vereniging; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het misdrijf: medeplegen van mishandeling, meermalen gepleegd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het misdrijf: medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven, meermalen gepleegd.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank voornoemde uitspraak als uitgangspunt. Uit de voor die bewezenverklaring gebruikte bewijsmiddelen is aannemelijk geworden dat veroordeelde uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de schatting van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank het, in het kader van het onderzoek in de aan deze ontnemingsvordering ten grondslag liggende hoofdzaak opgemaakte, proces-verbaal van de Inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met daarin een berekening van het door veroordeelde verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel<footnote-ref linkend="_db093716-bbbd-452b-baee-47fec5770a1e" />, als uitgangspunt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel is berekend op basis van het voordeel uit de opbrengsten, onder aftrek van de kosten die in relatie staan tot de voltooiing van het delict. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Opbrengst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c354e8ad-99f7-4ee2-8eca-b2061a192200" depth="336" width="549" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de periode april 2007 tot en met juli 2015 verbleef [slachtoffer] bij veroordeelde en zijn echtgenote [medeverdachte] . Gelet op onderstaande feiten en omstandigheden is aannemelijk geworden dat [verdachte] en [medeverdachte] ten behoeve van [slachtoffer] voor een totaalbedrag van </para>
        <para>€ 17.500,- aan kosten hebben gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de beperkte leefomstandigheden waaronder [slachtoffer] moest leven, is in het rapport afgeweken van de geldende normbedragen betreffende kostgeld en is uitsluitend de berekening van kostgeld genomen zoals is verantwoord door de bewindvoering van </para>
        <para>
          [slachtoffer] . De rechtbank ziet geen aanleiding hiervan af te wijken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="deb6d4ab-7b39-4716-a69b-06c0c6da5433" depth="66" width="549" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dfadec2e-8549-48d3-ade0-d88279f82001" depth="274" width="447" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Opbrengst 	 € 	419.116,66 </para>
        <para>Af: Kosten 	 € 	 <emphasis role="underline"> 17.500 00 -/- </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>			 € 	401.616,66 </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €  401.616,66. De gebruikte bewijsmiddelen zijn weergegeven in de voetnoten van voornoemd strafvonnis en worden als hier herhaald en ingelast beschouwd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vaststelling van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 401.616,--. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank bepaalt dat de veroordeelde ten aanzien van dit bedrag hoofdelijk aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de [medeverdachte] betaalt, veroordeelde in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.</para>
      <para>Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 401.616,66; </para>
    <para>- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 401.616,-- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. A.M. Rikken en </para>
      <para>mr. C.C.S. Koppes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Krooshof, griffier, </para>
      <para>en is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a32f4795-d4a5-4f84-8eb3-95e402d27dcd" label="1">
    <para> Vonnis van de rechtbank Overijssel van 22 februari 2018, parketnummer 08/996040-16</para>
  </footnote>
  <footnote id="_db093716-bbbd-452b-baee-47fec5770a1e" label="2">
    <para>   Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), met procesverbaalnummer: 6640/2016-1155 van 30 september 2016, opgemaakt en ondertekend door </para>
    <para>
      [verbalisant] , als algemeen opsporingsambtenaar en rechercheur werkzaam bij de Inspectie SZW, pagina 1 t/m 1048 (3 ordners met opschrift Lure), waaronder een rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, met documentcode 6640-016-1251, opgemaakt en getekend op 14 november 2016 door </para>
    <para>
      [verbalisant] , als algemeen opsporingsambtenaar en rechercheur werkzaam bij SZW, directie opsporing, te Amsterdam (pagina 989-1011). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>