<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2018:415</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-13T15:22:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/770171-17 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:415">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:415</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-13T15:21:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2018:415 Rechtbank Overijssel , 13-02-2018 / 08/770171-17 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2018:415:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 21-jarige man uit Zwolle tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en algemene en bijzondere voorwaarden voor ontucht met een minderjarig meisje. Daarnaast moet de man een bedrag van 1500 euro aan schadevergoeding betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2018:415:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Afdeling Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/770171-17 (P) </para>
      <para>Datum vonnis: 13 februari 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 1997 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 januari 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Zwartjes en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. J. Rump, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een 12-jarig meisje. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2016 tot 3 november 2016 in de gemeente Zwolle, met [slachtoffer] geboren op 15 februari 2004, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het duwen/drukken/brengen/houden en/of laten nemen van zijn verdachtes penis in de mond van die [slachtoffer] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 16 november 2016 doet [naam] namens haar 12-jarige dochter aangifte wegens seksueel misbruik. Nadat moeder twee weken eerder de tablet van haar dochter heeft afgepakt, ziet zij gesprekken tussen haar dochter en ‘ [verdachte] ’, die later [verdachte] blijkt te zijn. In deze gesprekken wordt continu gesproken over seksueel contact. Wanneer moeder haar dochter met deze bevindingen confronteert, vertelt zij dat [verdachte] alsmaar seks met haar wilde en haar bovendien één keer heeft gedwongen tot orale seks. Dit alles heeft plaatsgevonden tussen 1 augustus 2016 en woensdag 2 november 2016 in Zwolle. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw stelt zich eveneens op het standpunt dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_1a29ee9f-1418-466a-b35b-cf8e834d4d05" />:</para>
      </parablock>
      <para>- het proces-verbaal van de terechtzitting van 30 januari 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte;</para>
      <para>- het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [slachtoffer] d.d. 16 november 2016 (p. 10-12);</para>
      <para>- het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 15 december 2016 (p. 17-21).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij in de periode van 1 augustus 2016 tot 3 november 2016 in de gemeente Zwolle, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2004, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het duwen, drukken, brengen, houden en laten nemen van zijn verdachtes penis in de mond van die [slachtoffer] .</emphasis>
        </para>
        <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Omdat blijkt dat verdachte open staat voor hulp, stelt de officier van justitie in repliek de volgende bijzondere voorwaarden voor in het kader van de voorwaardelijk op te leggen straf: een meldplicht bij de reclassering, meewerken aan het verkrijgen van een zinvolle dagbesteding, inzicht geven in zijn financiën en sociaal netwerk en, indien nodig, meewerken aan een psychosociaal onderzoek en aan een eventueel daaruit volgende ambulante behandeling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw verzoekt de rechtbank om een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest en daarnaast een forse taakstraf te combineren met een voorwaardelijke straf, met oplegging van reclasseringstoezicht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft ontuchtige handelingen gepleegd met een meisje dat tijdens het plegen van het bewezenverklaarde 12 jaar oud was. Verdachte had door het leeftijdsverschil tussen hemzelf en het slachtoffer een zeker overwicht op haar. Ondanks dat verdachte wist dat het slachtoffer slechts 12 jaar oud was, koos hij er toch voor om haar lichamelijke integriteit ernstig te schenden ten behoeve van zijn eigen lustbeleving. Door dit handelen heeft hij een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Uit het voegingsformulier komt naar voren dat het slachtoffer door het handelen van verdachte psychische gevolgen heeft ondervonden. Zo voelde zij schaamte dat dit haar was overkomen en is het voor haar meermalen niet mogelijk geweest om thuis te blijven wonen. In eerste instantie heeft zij haar moeder niets durven te vertellen over het voorval uit angst haar daarmee te belasten. Doordat haar moeder het bij toeval heeft ontdekt, is het ruim acht maanden later alsnog uitgekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft gelet op het uittreksel justitiële documentatie van verdachte, gedateerd 28 december 2017. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 28 november 2017. De rechtbank concludeert daaruit dat verdachte, net als op de terechtzitting het geval was, geen openheid van zaken geeft en evenmin verantwoording neemt voor zijn daad. Zijn spijtbetuiging komt dan ook weinig oprecht over op de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zonder afbreuk te doen aan de ernst van het feit acht de rechtbank, gelet op alle omstandigheden, de eis van de officier van justitie te zwaar. Uit het onderzoek ter terechtzitting is immers gebleken dat enige relevante documentatie ontbreekt, dat het kennelijk gaat om een eenmalige situatie en dat verdachte vrijwillig hulp heeft gezocht bij [instelling] en zich dus kennelijk bewust is van zijn problematiek. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren passend is. Deze deels voorwaardelijke straf moet verdachte er niet alleen van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen, maar maakt het voor de rechtbank ook mogelijk om bijzondere voorwaarden op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De schade van benadeelden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer] , wonende te Zwolle, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om immateriële schadevergoeding te betalen tot een bedrag van € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vordert dat de vordering van de benadeelde partij integraal wordt toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw acht de vordering van de benadeelde partij integraal toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro), te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door dit feit is toegebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22b en 27 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">10 (tien) maanden</emphasis>; </para>
    <para>- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter 	kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 3 (drie) jaren</emphasis> de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarden</emphasis> dat verdachte:</para>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; </para>
    <para>- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis> dat verdachte:</para>
    <para>- zich gedurende de proeftijd op eerste uitnodiging meldt bij Reclassering Nederland, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;</para>
    <para>- zich houdt aan aanwijzingen van de reclassering, ook als dat een ambulante behandeling inhoudt of een andere vorm van begeleiding;</para>
    <para>- zich inzet voor het realiseren en behouden van een passende en door de reclassering goedgekeurde dagbesteding;</para>
    <para>- openheid van zaken aan de reclassering geeft op alle leefgebieden, waaronder ook wordt verstaan het geven van inzicht in zijn financiën en sociaal netwerk;</para>
    <para>- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis>, wonende te Zwolle, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro)</emphasis>, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat het strafbare feit is gepleegd;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;</para>
    <para>- legt de <emphasis role="bold">maatregel</emphasis> op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro)</emphasis>, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat het strafbare feit is gepleegd ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van <emphasis role="bold">25 dagen</emphasis> zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;</para>
    <para>- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. H.R. Schimmel en mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1a29ee9f-1418-466a-b35b-cf8e834d4d05" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>