<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2018:3751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-10T15:41:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">212156/HAZA 17-583</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:3751">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:3751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-10T15:40:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2018:3751 Rechtbank Overijssel , 15-08-2018 / 212156/HAZA 17-583</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2018:3751:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schorsing schadestaatprocedure in verband met hoger beroep in hoofdgeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2018:3751:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 212156/HAZA 17-583</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 15 augustus 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>advocaat: mr. I. Mercanoglu te Almelo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>advocaat: mr. U. [gedaagde] te Hengelo Ov.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding</para>
      <para>- de conclusie van antwoord</para>
      <para>- de conclusie van repliek</para>
      <para>- de conclusie van dupliek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is advocaat. Zij heeft [eiseres] bijgestaan in een echtscheidingsprocedure tegen haar ex-echtgenoot de heer [X] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de echtscheidingsprocedure zijn sieraden die zich bevonden in een kluis bij de SNS bank aan [eiseres] toebedeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 28 oktober 2009 heeft [gedaagde] aan Gerechtsdeurwaarder Vanhommerig opgedragen de inhoud van de kluis, waarop [eiseres] beslag had laten leggen, af te geven aan [X] . De deurwaarder heeft die opdracht uitgevoerd. Uit zijn proces-verbaal van constatering blijkt dat hij aan [X] heeft afgegeven:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">vijf plastic insteekhoesjes met daarin diverse munten;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een zilveren aansteker;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een zakmes, met kunststof handvat;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een mini sierpistooltje;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een zakmes;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">vier goudkleurige bedeltjes;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een zakje met daarin 2 ringen en een aantal munten;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een gouden armbandje;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een gouden ketting met hangertje;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een armband et daarin een ring met briljantjes/zirkoontjes;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een leeg sieradendoosje;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een doosje met daarin een halsketting, twee oorhangers en twee bedeltjes;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een doosje met daarin drie oorknopjes en twee ringetjes;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een zilveren munt, herdenkingstientje;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een leeg zakje van Keppels;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">een papiertje/briefje met daarop een tekst in een vreemde, voor mij onbekende, taal; (…)”</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij vonnis van 29 november 2017 heeft de rechtbank geoordeeld dat [gedaagde] een beroepsfout heeft gemaakt door de inhoud van de kluis niet aan [eiseres] maar aan [X] af te laten geven. De rechtbank heeft [gedaagde] veroordeeld om aan [eiseres] te vergoeden de schade die zij, [eiseres] , heeft geleden en lijdt als gevolg van de beroepsfout, nader op te maken bij staat. Het vonnis is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 29 november 2017.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft op 19 december 2017 een schadestaat aan [gedaagde] laten betekenen. Zij vordert de veroordeling van [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad tot betaling van een schadevergoeding van € 16.913,55 inclusief vergoeding wegens buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente, en tot betaling van de werkelijke proceskosten en nakosten van [eiseres] , eveneens te vermeerderen met wettelijke rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vraagt primair [eiseres] niet-ontvankelijk te verklaren dan wel haar vordering af te wijzen en subsidiair om aanhouding van de zaak in afwachting van de uitspraak in hoger beroep.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In een schadestaatprocedure zoals deze is er sprake van de tenuitvoerlegging van het vonnis in het hoofdgeding, in dit geval het vonnis van 29 november 2017. Die tenuitvoerlegging begon met de betekening aan [gedaagde] van de schadestaat. De procedure verloopt verder als een gewone procedure in eerste aanleg. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het hoofdgeding en de schadestaatprocedure zijn afzonderlijke procedures. Het vonnis van 29 november 2017 waarin gedaagde is veroordeeld tot vergoeden van schade op te maken bij staat is dus een eindvonnis waartegen binnen de appeltermijn hoger beroep moet worden ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft hoger beroep ingesteld. De rechtbank begrijpt dat op 15 mei 2018 een regiezitting van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft plaatsgevonden. Van een eindarrest is kennelijk nog geen sprake. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Door het hoger beroep wordt de tenuitvoerlegging van het niet uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van 29 november 2017 geschorst en dus ook de schadestaatprocedure. Immers, het oordeel in hoger beroep moet worden afgewacht voordat de omvang van de schade kan worden vastgesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De rechtbank zal deze procedure dus schorsen. Nadat het hof eindarrest heeft gewezen, kunnen partijen de zaak weer op de rol laten plaatsen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Schorst de procedure en plaatst de zaak op de parkeerrol van woensdag 3 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2018. (UvH)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>