<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2018:2752</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-18T16:42:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/996171-16 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2018/1770 met annotatie van </rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:2752">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:2752</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-31T13:41:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2018:2752 Rechtbank Overijssel , 23-07-2018 / 08/996171-16 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2018:2752:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 66-jarige man voor belastingfraude tot een taakstraf van 120 uur en een geldboete van 25.000 euro. De man had van 2010 tot en met 2014 niet al zijn bijverdiensten in de aangiften inkomstenbelasting opgegeven. De Belastingdienst liep naar schatting iets meer dan 112.000 euro mis. Daarnaast had hij een schoonmaakster in dienst die illegaal in Nederland verbleef. De rechtbank weegt in zijn voordeel mee dat hij volledig meewerkte aan het onderzoek en alle navorderingen van de Belasting heeft betaald.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2018:2752:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer 08/996171-16 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 23 juli 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1952 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van               9 juli 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie                          mr. F.A. Demmers en van hetgeen door verdachte en diens raadsman mr. A.A. Kan, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014 heeft gedaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> een illegaal in Nederland verblijvend persoon via een overeenkomst of aanstelling arbeid heeft laten verrichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer momenten in of omstreeks de periode van 8 mei 2012 tot en </para>
      <para>met 18 maart 2016 in de gemeente Apeldoorn en/of Amsterdam en/of elders in </para>
      <para>Nederland, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als </para>
      <para>bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) </para>
      <para>voor de inkomstenbelasting over het/de jaar/jaren 2010 en/of 2011 en/of 2012 </para>
      <para>en/of 2013 en/of 2014 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk op het bij de Inspecteur der </para>
      <para>belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn en/of Amsterdam ingeleverde </para>
      <para>aangiftebiljet(ten) en/of ingediende electronische aangifte inkomstenbelasting </para>
      <para>over de/het jaar/jaren 2010 en/of 2011 en/of 2012 en/of 2013 en/of 2014, een </para>
      <para>te laag bedrag aan neveninkomsten uit binnenland en/of buitenland opgegeven </para>
      <para>en/of een te laag belastbaar bedrag opgegeven, althans (telkens) een te laag </para>
      <para>bedrag aan belasting opgegeven, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat  e weinig belasting werd geheven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 </para>
      <para>tot en met 31 december 2014 in de gemeente Amsterdam een ander, te weten </para>
      <para>mevrouw [betrokkene] , die zich wederrechtelijk toegang tot of </para>
      <para>verblijf in Nederland had verschaft, krachtens overeenkomst of aanstelling </para>
      <para>arbeid heeft doen verrichten, terwijl hij, verdachte wist, althans ernstige </para>
      <para>redenen had om te vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk was.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte is in de tenlastegelegde periode werkzaam geweest als hoogleraar psychiatrie,  gespecialiseerd in verslavingszorg. Daarnaast gaf hij diverse lezingen in binnen- en buitenland en verrichtte hij advieswerkzaamheden. </para>
        <para>Verdachte heeft over de jaren 2010 tot en met 2014 slechts een deel van zijn bijverdiensten in zijn aangiften inkomstenbelasting opgegeven als andere inkomsten uit arbeid (niet uit dienstbetrekking). Met name in het buitenland genoten bijverdiensten zijn door verdachte niet opgegeven in die aangiften.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat mevrouw [betrokkene] in de jaren 2011 tot en met 2014 tegen betaling gedurende vier uren per week schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht voor verdachte. Volgens de IND is mevrouw [betrokkene] met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid illegaal in Nederland. </para>
        <para>Verdachte heeft verklaard te weten dat mevrouw [betrokkene] illegaal in Nederland is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen wordt verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft gesteld dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen<footnote-ref linkend="_8c9e247a-3ac7-4900-8d99-6fdd6d8b062d" />:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 juli 2018;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>geschriften zijnde aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014 (DOC-008 t/m 12);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een geschrift zijnde een overzicht waarin de inkomsten over de jaren 2010 tot en met 2014 op de bankafschriften zijn opgenomen (DOC-014 t/m 14d);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een geschrift zijnde een brief van verdachte gericht aan de Belastingdienst, gedateerd </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>10 april 2016, waarbij een overzicht is gevoegd van zijn wereldwijde bijverdiensten over de jaren 2010 tot en met 2014 (DOC-004);</para>
      <para>- proces-verbaal van ambtshandeling betreffende het opvragen van informatie van de IND-ketenservicelijn (AMB-009).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij in de periode van 8 mei 2012 tot en met 18 maart 2016 in Nederland, telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de inkomstenbelasting over de jaren 2010 en 2011 en 2012 en 2013 en 2014 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft verdachte opzettelijk op de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn en/of Amsterdam ingeleverde aangiftebiljetten en/of ingediende elektronische aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2010 en 2011 en 2012 en 2013 en 2014, een te laag bedrag aan neveninkomsten uit binnenland en/of buitenland opgegeven en een te laag belastbaar bedrag opgegeven, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2014 in de gemeente Amsterdam een ander, te weten mevrouw [betrokkene] , die zich wederrechtelijk toegang tot of verblijf in Nederland had verschaft, krachtens overeenkomst of aanstelling arbeid heeft doen verrichten, terwijl hij, verdachte, wist dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk was.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in zijn verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 69 lid 2 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in artikel 197b van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. </para>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf:</para>
      <para>opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en/of onvolledig doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf:</para>
      <para>een ander, die zich wederrechtelijk toegang tot of verblijf in Nederland heeft verschaft, krachtens overeenkomst of aanstelling arbeid doen verrichten, terwijl hij weet dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van drie jaren, een taakstraf voor de duur van 240 uren en een geldboete van € 11.000,--. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft bepleit, nu verdachte volledig heeft meegewerkt aan het onderzoek en ook alle navorderingsaanslagen die hem zijn opgelegd heeft betaald, te veroordelen tot een lagere straf dan is geëist door de officier van justitie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde </para>
        <para>feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belastingfraude door opzettelijk onjuiste belastingaangiften te doen. Als gevolg hiervan heeft hij te weinig inkomstenbelasting betaald. Voor de bepaling van de hoogte van het belastingnadeel heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de berekening van de Belastingdienst (DOC-030), die uitkomt op een bedrag van in totaal € 112.782,--. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij belastingheffing zijn gewichtige gemeenschapsbelangen betrokken. Met belastingheffing wordt immers beoogd de Staat der Nederlanden geldmiddelen te verschaffen die voor de taakvervulling van de Staat noodzakelijk zijn. Verdachte heeft door zijn handelwijze deze belangen geschonden. Dergelijk strafbaar gedrag leidt er uiteindelijk toe dat bonafide belastingplichtigen meer belasting moeten betalen. Voorts is het voor een goede werking van het systeem voor de heffing van inkomstenbelasting essentieel dat uitgegaan kan worden van de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van de aangiften. Door aangiften te doen die niet stroken met de werkelijkheid wordt het systeem van de heffing van inkomstenbelasting ondergraven. </para>
        <para>Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het te werk stellen van een illegaal in Nederland verblijvend persoon.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de afweging welke straf aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting zoals vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die in geval van een benadelingsbedrag dat ligt tussen € 70.000,-- en € 125.000,-- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf tot negen maanden, dan wel de combinatie van een taakstraf met een voorwaardelijke gevangenisstraf vermelden. </para>
        <para>Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de bewezenverklaarde feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte is niet eerder veroordeeld voor een vergelijkbaar strafbaar feit. De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij volledig heeft meegewerkt aan het strafrechtelijk onderzoek en dat hij de navorderingsaanslagen, die hem door de Belastingdienst zijn opgelegd, volledig heeft betaald. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat een taakstraf van 120 uren en een geldboete van € 25.000,-- een passende straf vormen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De inbeslaggenomen voorwerpen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de onder hem in beslag genomen  administratie, voor zover deze nog niet aan hem teruggegeven is. </para>
        <para>De nog niet teruggegeven administratie is niet vatbaar voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering verzet zich niet tegen teruggave.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust </para>
      <para>deze beslissing op de artikelen 22c, 22d, 23, 24c en 57 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf:</para>
      <para>opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en/of onvolledig doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf:</para>
      <para>een ander, die zich wederrechtelijk toegang tot of verblijf in Nederland heeft verschaft, krachtens overeenkomst of aanstelling arbeid doen verrichten, terwijl hij weet dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk is;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">120 uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">60 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling van <emphasis role="bold">een geldboete van € 25.000,-- (vijfentwintig duizend euro)</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat bij niet volledige betaling en verhaal van de geldboete <emphasis role="bold">vervangende                     </emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="bold">     hechtenis </emphasis>zal worden toegepast voor de duur van<emphasis role="bold"> 160 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de inbeslaggenomen voorwerpen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de teruggave van de in beslag genomen administratie aan verdachte.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en                         mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Schreurs is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8c9e247a-3ac7-4900-8d99-6fdd6d8b062d" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD met nummer 600584. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>