<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2018:2159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-12T18:09:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6707972 \ CV EXPL  18-1097</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:2159">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:2159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-12T18:09:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2018:2159 Rechtbank Overijssel , 12-06-2018 / 6707972 \ CV EXPL  18-1097</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2018:2159:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kantonrechter veroordeelt gedaagde tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan eiser.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2018:2159:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 6707972 \ CV EXPL  18-1097 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 12 juni 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, h.o.d.n. <emphasis role="bold">Fotopersbureau Steenwyck</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: D.J.H. Dijkstra, verbonden aan Aveon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,</para>
      <para>verschenen in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 1 maart 2018</para>
      <para>- het verzoek van [gedaagde] dat strekt tot doorhaling van de procedure</para>
      <para>- de conclusie van repliek, tevens akte vermindering van eis;</para>
      <para>- de conclusie van dupliek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling daarvan</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft, zonder de daarvoor benodigde toestemming van [eiser] , een auteursrechtelijk beschermde foto van [eiser] openbaar gemaakt op zijn ( [gedaagde] ) eigen website. Hij is daarop aansprakelijke gesteld per brief van 7 februari 2018. In die brief maakt [eiser] aanspraak op een vergoeding voor het gebruik van de foto ter hoogte van € 215,00, vermeerderd met de kosten voor juridische bijstand, tezamen € 398,85. Aanvankelijk heeft [gedaagde] te kennen gegeven de vergoeding te betalen, maar bij brief van 14 februari 2018 heeft [gedaagde] aansprakelijkheid toch van de hand gewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is gedagvaard op 1 maart 2018 tegen de rolzitting van 13 maart 2018. [gedaagde] is door [eiser] met een begeleidende brief erover geïnformeerd dat de zaak voor deze datum kan worden afgehandeld door een bedrag van € 704,46 te voldoen, bestaande uit de hoofdsom van € 215,00, vermeerderd met de kosten voor rechtsbijstand, de kosten van de dagvaarding en het salaris gemachtigde volgens het liquidatietarief sector kanton. [gedaagde] heeft op 3 april 2018 een bedrag van € 704,46 aan [eiser] betaald, door het over te maken naar de derdengeldrekening van diens gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat de hoofdsom, die [eiser] bij dagvaarding van [gedaagde] heeft gevorderd, een bedrag van € 398,45, vermeerderd met rente en juridische kosten ter hoogte van € 121,80, eerst is voldaan na het uitbrengen van de dagvaarding én na het uitroepen van de zaak. Gelet op de uitroeping van de zaak, is aan [eiser] griffierecht in rekening gebracht (artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft verzocht de procedure in te trekken. Hij verliest daarbij uit het oog dat alleen de eisende partij een dergelijk verzoek kan doen of dat partijen een gezamenlijk verzoek daartoe kunnen doen. Bovendien had hij de vordering en de proceskosten niet volledig voldaan. Wat resteert is het griffierecht ter hoogte van € 226,00. [gedaagde] heeft in zijn conclusie van dupliek erkend dat hij betaling daarvan verschuldigd is. Gelet op de betaling van de hoofdsom zal de kantonrechter niet meer ingaan op de stelling, die is opgeworpen in de conclusie van dupliek, dat [eiser] onterechte juridische kosten in rekening heeft gebracht voor de reactie op zijn brief van 14 februari 2018. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van het griffierecht. De kantonrechter ziet geen aanleiding om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van het salaris gemachtigde, dat gepaard gaat met de indiening van de conclusie van repliek, gelet op de summiere inhoud daarvan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [eiser] een bedrag van € 226,00; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.O.M. van Aerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2018. (CT)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>