<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2018:2109</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-20T13:50:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6424358 CV EXPL 17-6815</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:2109">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:2109</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-20T13:50:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2018:2109 Rechtbank Overijssel , 12-06-2018 / 6424358 CV EXPL 17-6815</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2018:2109:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eisende partij is onder bewind gesteld en de procedure had daarom niet door hem aanhangig mogen worden gemaakt, maar door zijn bewindvoerder. De bewindvoerder kan alsnog de positie van eisende partij overnemen. Verwijzing naar HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:147.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2018:2109:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</emphasis>
    <?linebreak?>
  </para>
  <para>Team kanton en handelsrecht</para>
  <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Zaaknr.	: 6424358 CV EXPL 17-6815</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Datum	: 12 juni 2018</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Vonnis in de hoofdzaak van: </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiser 1]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [plaats 1] ,</para>
    <para>eiser,</para>
    <para>verder te noemen [eiser 1] ,</para>
    <para>gemachtigde mr. J. Bouter, toegevoegd onder nummer 4KU5987,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [gedaagde 1]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [plaats 2] ,</para>
    <para>gedaagde,</para>
    <para>in persoon procederend,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [plaats 2] , </para>
    <para>gedaagde,</para>
    <para>gemachtigde mr. [A] .</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Vonnis in het incident in de zaak van: </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiser in incident]
      </emphasis>,</para>
    <para>in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [eiser 1] ,</para>
    <para>zaakdoende te [plaats 3] ,</para>
    <para>eiser,</para>
    <para>verder te noemen [eiser in incident] ,</para>
    <para>gemachtigde mr. J. Bouter,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verweerder 1 in incident]
      </emphasis> </para>
    <para>wonende te [plaats 1] ,</para>
    <para>verweerder,</para>
    <para>verder te noemen [verweerder 1 in incident] ,</para>
    <para>gemachtigde mr. J. Bouter, toegevoegd onder nummer 4KU5987,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verweerder 2 in incident ]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [plaats 2] ,</para>
    <para>verweerder,</para>
    <para>in persoon procederend,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">[verweerder 3 in incident ]</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [plaats 2] , </para>
    <para>verweerder,</para>
    <para>gemachtigde mr. [A] .</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Verloop van de procedure</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>– dagvaarding van 19 oktober 2017</para>
    <para>– conclusie van antwoord</para>
    <para>– tussenvonnis van 5 december 2017</para>
    <para>– conclusie van repliek in de hoofdzaak/conclusie van eis in het incident tot voeging</para>
    <para>– conclusie van dupliek in de hoofdzaak/conclusie van antwoord in het incident tot voeging.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Geschil in de hoofdzaak</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [eiser 1] vordert:</para>
  </parablock>
  <para />
  <paragroup>
    <parablock>
      <para>I.	</para>
      <para>primair: te verklaren voor recht dat de overeenkomst d.d. 21 september 2012 op 23 oktober 2012 buitengerechtelijk is  vernietigd;</para>
      <para>subsidiair: de overeenkomst d.d. 21 september 2012 te vernietigen nu deze tot stand is gekomen op basis van dwaling, bedrog, dan wel misbruik van omstandigheden;</para>
    </parablock>
    <para />
  </paragroup>
  <paragroup>
    <parablock>
      <para>II.	</para>
      <para>primair: gedaagden hoofdelijk, des dat de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen  tot betaling binnen twee weken na het in dezen te wijzen vonnis van een bedrag ad € 14.000 nu dit onverschuldigd aan gedaagde(n) is betaald;</para>
      <para>subsidiair: gedaagden hoofdelijk, des dat de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling binnen twee weken na het in deze te wijzen vonnis van een bedrag ad € 14.000, nu gedaagde(n) ten laste van [eiser 1] ongerechtvaardigd wordt verrijkt door behoud van dit bedrag;</para>
    </parablock>
    <para />
  </paragroup>
  <paragroup>
    <parablock>
      <para>III.	</para>
      <para>te verklaren voor recht dat de [gedaagde 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser 1] en [gedaagde 1] te veroordelen tot betaling binnen twee weken na het in dezen te wijzen vonnis van een bedrag ad € 14.000 in verband met de door de [gedaagde 1] gepleegde onrechtmatige daad veroorzaakte schade van [eiser 1] ;</para>
    </parablock>
    <para />
  </paragroup>
  <paragroup>
    <parablock>
      <para>IV.	</para>
      <para>gedaagden hoofdelijk, des dat de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling  binnen  twee  weken  na  het  in  dezen  te  wijzen vonnis van een bedrag ad € 915 wegens buitengerechtelijke incassokosten,  subsidiair  een  bedrag  zoals  door U, Edelachtbare  Heer/Vrouwe  Kantonrechter, te bepalen;</para>
    </parablock>
    <para />
  </paragroup>
  <paragroup>
    <parablock>
      <para>V.	</para>
      <para>de onder I-III genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der onderhavige dagvaarding;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VI.</para>
      <para>gedaagden te veroordelen in de kosten van het geding, vermeerderd met € 100 nakosten en met de wettelijke rente indien het bedrag van de proceskostenveroordeling niet binnen veertien dagen is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagden hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser 1] in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Geschil in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verweerder 1 in incident] vordert primair dat zijn bewindvoerder, [eiser in incident] , de positie van eisende partij overneemt. </para>
      <para>Subsidiair vordert [eiser in incident] dat hij zich aan de kant van [verweerder 1 in incident] zal mogen voegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagden hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [verweerder 1 in incident] en [eiser in incident] in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beoordeling in de hoofdzaak en in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het volgende staat vast.</para>
    <para>Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2016 zijn [X] en [Y] , handelend onder de naam [Z] Beheer, tot opvolgend bewindvoerders benoemd, nadat eerder, op 6 september 2013, de goederen van [eiser 1] onder bewind waren gesteld als bedoeld in art. 1:431 BW.</para>
    <para />
    <para>2. Dit leidde ertoe dat [eiser 1] niet zelf in rechte kan optreden. Hij wordt immers door zijn bewindvoerder(s) in en buiten rechte vertegenwoordigd (art. 1:441 BW).</para>
    <para />
    <para>3. In het arrest HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:147 staat onder meer het volgende: <emphasis role="italic">Ingeval een procedure aanhangig is gemaakt door iemand die procesonbekwaam is, kan de wettelijk vertegenwoordiger de procedure ‘overnemen’. Deze treedt dan als formele procespartij in de plaats van de vertegenwoordigde</emphasis>. De zaak betrof een eisende partij die in Spanje onder curatele (‘tutela’) was gesteld. Vergelijk HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:</para>
    <para>525 in het geval degene wiens goederen onder bewind zijn gesteld als gedaagde optreedt.</para>
    <para>4. <?linebreak?>Toepassing van deze regel leidt ertoe dat de bewindvoerder(s) van [eiser 1] diens positie als formele procespartij kan (kunnen) overnemen in die zin, dat de procedure voortaan op naam van de bewindvoerder(s) wordt gevoerd. </para>
    <para />
    <para>5. Uit art. 1:437 lid 2 BW volgt dat één bewindvoerder de werkzaamheden kan verrichten die tot het bewind horen, tenzij de kantonrechter anders heeft bepaald. Daarvan is ten aanzien van de bewindvoering over de goederen van [eiser 1] niet gebleken. Anders dan gedaagden hebben gesteld is het dus niet nodig dat beide bewindvoerders de positie van [eiser 1] als procespartij overnemen. </para>
    <para />
    <para>6. De gemachtigde van [eiser 1] heeft gesteld dat de bewindvoerder [eiser in incident] de procedure tegen gedaagden wil voortzetten. Uit de conclusie van repliek volgt, dat deze gemachtigde ook optreedt als gemachtigde van deze bewindvoerder  Dat deze bewindvoerder is verbonden aan [Z] Beheer <emphasis role="italic">B.V.</emphasis> zoals is gesteld, moet wel een misverstand zijn. </para>
    <para />
    <para>7. In het vervolg van de procedure zal, gelet op wat hiervoor is overwogen, in plaats van [eiser 1] de [eiser in incident] als eisende partij worden aangemerkt, uiteraard in diens hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [eiser 1] . </para>
    <para />
    <para>8. Bij deze stand van zaken kan de incidentele vordering van [eiser in incident] tot voeging buiten bespreking worden gelaten. Hij heeft daarbij immers geen belang meer. De vordering zal worden afgewezen. De proceskosten in het incident zullen worden gecompenseerd.</para>
    <para />
    <para>9. De kantonrechter had aanvankelijk een comparitie van partijen gelast, welke door omstandigheden niet is doorgegaan. Partijen hebben vervolgens doorgeprocedeerd over de (ambtshalve) opgeworpen vraag welke betekenis de onderbewindstelling voor de positie van [verweerder 1 in incident] als eisende partij heeft. </para>
    <para />
    <para>10. De kantonrechter zal, nu daarover duidelijkheid is verkregen, weer een comparitie van partijen gelasten ten einde het geschil met partijen te bespreken en eventueel een schikking te beproeven.</para>
    <para />
    <para>11. In verband hiermee zal de zaak naar de rolzitting van dinsdag 26 juni 2018 worden verwezen. Partijen kunnen hun verhinderdata in de periode tot en met oktober 2018 opgeven. Daarna zullen de datum en het tijdstip van de comparitie worden bepaald.</para>
    <para />
    <para>12. De agenda van de comparitie ziet er voorlopig als volgt uit:</para>
    <para />
    <para>1. Presentie.</para>
    <para>2. Vaststelling inhoud dossier.</para>
    <para>3. Bespreking van het geschil aan de hand van door de rechter te stellen vragen.</para>
    <para>4. Nadere toelichting, indien nog nodig, door partijen en/of hun gemachtigden.</para>
    <para>5. Bespreking van bereidheid van partijen tot schikking en eventueel schorsing van de zitting voor overleg tussen partijen.</para>
    <para>6. Ingeval van een schikking: vastlegging van de gemaakte afspraken. </para>
    <para>7. Ingeval van doorprocederen: eventueel mondeling tussenvonnis of eindvonnis, dan wel afspraken maken over de verdere gang van zaken en over het proces-verbaal van de zitting.</para>
    <para>8. Sluiting.</para>
    <para />
    <para>13. Elke andere beslissing dan hierna genoemd, zal worden aangehouden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de hoofdzaak:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. gelast een comparitie van partijen voor het verschaffen van inlichtingen en eventueel het beproeven van een schikking;</para>
    <para />
    <para>2. bepaalt dat de comparitie dient te worden bijgewoond door – in elk geval – [eiser 1] , [eiser in incident] en [gedaagde 1] ;</para>
    <para />
    <para>3. verwijst de zaak voor de opgave van de verhinderdata tot en met oktober 2018 naar de rolzitting van <emphasis role="bold">dinsdag 26 juni 2018 te 09.30</emphasis>, waarna de datum en het tijdstip van de comparitie zullen worden vastgesteld;</para>
    <para />
    <para>4. bepaalt dat stukken ten minste één week voor de comparitie aan de kantonrechter en de wederpartij toegestuurd dienen te worden;</para>
    <para />
    <para>5. houdt elke andere beslissing aan;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. bepaalt dat de procedure aan de kant van [verweerder 1 in incident] vanaf heden wordt voortgezet door  [eiser in incident] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [verweerder 1 in incident] , kantoorhoudende te [plaats 3] aan [adres] ;</para>
    <para />
    <para>7. wijst de vordering tot voeging af;</para>
    <para />
    <para>8. compenseert de proceskosten aldus, dat beide partijen de eigen kosten dragen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </paragroup>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>