<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2018:1817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-28T14:12:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/955032-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:1817">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:1817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-28T14:12:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2018:1817 Rechtbank Overijssel , 28-05-2018 / 08/955032-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2018:1817:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 27-jarige vrouw tot een taakstraf van 180 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast legt de rechtbank de vrouw een ontzegging van de rijbevoegheid op voor de duur van 2 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid alcoholhoudende drank heeft de vrouw een verkeersongeval veroorzaakt, waarbij haar vriendin die naast haar in de auto zat zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2018:1817:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/955032-17</para>
      <para>Datum vonnis: 28 mei 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende in [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 mei 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para>mr. M. Hoekstra en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. S.J. Jansen, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair: </emphasis>onder invloed van alcohol een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij een ander zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair:</emphasis> als bestuurder van een auto de verkeersveiligheid in gevaar heeft gebracht;   </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2: </emphasis>
      </para>
      <para>onder invloed van alcohol een personenauto heeft bestuurd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>zij op of omstreeks 1 januari 2017 te Tilligte in de gemeente Dinkelland, als</para>
      <para>verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig</para>
      <para>(personenauto), gaande in de richting Frensdorferweg, daarmee rijdende op de</para>
      <para>weg, Gruttoweg, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, onder invloed van alcohol, althans na het gebruik van een niet onaanzienlijke hoeveelheid alcoholhoudende drank</para>
      <para>niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het verloop van die weg (de Gruttoweg) en/of in of nabij een in die weg (de Gruttoweg) gelegen, voor haar, verdachte naar links verlopende bocht met dat door haar, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto)) niet het verloop van die naar links verlopende bocht is</para>
      <para>blijven volgen en/of rechtdoor is gereden en/of tegen een gezien, haar</para>
      <para>verdachtes rijrichting in de rechter berm van die weg (de Gruttoweg) staande</para>
      <para>boom is gebotst of aangereden, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander(genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd</para>
      <para>toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening</para>
      <para>van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl verdachte verkeerde in een toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 1 januari 2017 te Tilligte in de gemeente Dinkelland, als</para>
      <para>bestuurder van een motorrijtuig  (personenauto), gaande in de richting</para>
      <para>Frensdorferweg, daarmee heeft gereden op de weg, Gruttoweg en</para>
      <para>niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten  op het</para>
      <para>verloop van die weg (de Gruttoweg) en/of in of nabij een in die weg (de Gruttoweg) gelegen, voor haar, verdachte naar links verlopende bocht met dat door haar, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto)) niet het verloop van die naar links verlopende bocht is blijven volgen en/of rechtdoor is gereden en/of tegen een  gezien, haar</para>
      <para>verdachtes rijrichting in de rechter berm van die weg (de Gruttoweg) staande</para>
      <para>boom is gebotst of aangereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>zij op of omstreeks 01 januari 2017 te Tilligte, gemeente Dinkelland, als</para>
      <para>bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na</para>
      <para>zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van</para>
      <para>verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid,</para>
      <para>aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 2,29 milligram, in elk geval</para>
      <para>hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair en 2 </para>
        <para>tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft bepleit dat verdachte van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat een enkele verkeersfout onvoldoende is voor een bewezenverklaring. Niet is komen vast te staan hoe het ongeval is ontstaan. Verdachte kan zich daaromtrent niets meer herinneren en de suggestie van de politie dat met een te hoge snelheid is gereden wordt niet door enig bewijsmiddel ondersteund. Het enige dat vast staat is dat er een verkeersongeval is geweest en dat verdachte ten tijde van dat ongeval verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank. Dat is onvoldoende voor een bewezenverklaring van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde. Niet kan immers worden uitgesloten dat er enkel een stuurfout van verdachte aan het ongeval vooraf is gegaan.    </para>
        <para>Voor het onder 2 tenlastegelegde kan volgens de raadsman een bewezenverklaring volgen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, het volgende vast.<footnote-ref linkend="_90240be4-aa5f-49ee-87b2-dba872ecc23d" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals verdachte heeft verklaard, heeft zij op 1 januari 2017 met de door haar bestuurde personenauto gereden over de Gruttoweg te Tilligte, gemeente Dinkelland, in de richting van de Frensdorferweg. Kort voordat zij is gaan rijden, had zij in een discotheek in Lattrop bier gedronken en daarna is zij samen met haar vriendin [slachtoffer] , die naast haar in de auto zat, in de richting van Tilligte gereden. Van het daarop gevolgde ongeval en de oorzaak daarvan zegt zij zich niets meer te kunnen herinneren. Op het moment dat zij bij kennis kwam, zag zij dat zij met de door haar bestuurde auto uit de bocht was gevlogen en tegen een in de berm van de Gruttoweg staande boom was gereden. Haar vriendin [slachtoffer] is ten gevolge van het ongeval gewond geraakt.<footnote-ref linkend="_8b998ce2-5e0f-40e0-b2e4-9662dbca0ef3" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een proces-verbaal aanrijding houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in </para>
        <para>dat op 1 januari 2017 te 07.09 uur op de Gruttoweg te Tilligte, gemeente Dinkelland, een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waarbij de bestuurster, zijnde verdachte, rijdende in de richting van de Frensdorferweg, met de door haar bestuurde auto in een flauwe bocht naar links tegen een in de rechter berm staande boom is gereden. Er zijn geen remsporen. Bij het ongeval heeft een inzittende, genaamd [slachtoffer] , letsel opgelopen.<footnote-ref linkend="_2ecb1175-25ea-44c4-b717-074252aea0b0" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een geneeskundige verklaring van 21 maart 2017, houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in dat [slachtoffer] een wond aan haar rechterknie heeft en op 2 januari 2017 is overgeplaatst naar het ziekenhuis MST voor een operatieve behandeling.<footnote-ref linkend="_05bd4231-1677-469b-a08b-6ff69ba506cd" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een in een proces-verbaal van bevindingen opgenomen aanvullende verklaring van die [slachtoffer] van 10 januari 2018 houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:</para>
        <para>dat haar heup was gebroken bij het ongeval;</para>
        <para>dat een zenuw in de achterbil nog steeds moet aangroeien;</para>
        <para>dat zij vanaf haar knie tot haar voet geen gevoel heeft aan de rechterzijde;</para>
        <para>dat zij nog steeds een klapvoet heeft;</para>
        <para>dat haar nek nog vast zit;</para>
        <para>dat ze al ruim een jaar thuis zit en niets kan doen;</para>
        <para>dat onbekend is of zij herstelt;</para>
        <para>dat zij door het letsel niet kan autorijden;</para>
        <para>dat het onbekend is hoe het er over een jaar uitziet en of zij dan weer kan werken.<footnote-ref linkend="_4c739899-c82a-4f77-aeb1-94f8b18d1014" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 10 januari 2017 houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in dat in het bloed van verdachte een ethanolconcentratie (bloedalcoholgehalte) is gemeten van 2,29 mg/ml.<footnote-ref linkend="_ff8cc20e-7284-4228-af3f-c7818d27a0c8" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de vraag of sprake is van 'schuld' aan een verkeersongeval in de zin van art. 6 WVW 1994 komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan van en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij komt dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte na aanzienlijk alcoholgebruik in haar auto heeft gereden. Het alcoholpromillage in haar bloed bedroeg ruim vier keer de wettelijk toegestane hoeveelheid. Zij reed laat in de nieuwjaarsnacht over een voor het openbaar verkeer openstaande weg, die niet is voorzien van wegverlichting en waar een maximumsnelheid geldt van 60 kilometer per uur. Het is een feit van algemene bekendheid dat door het gebruik van alcoholhoudende drank het waarnemingsvermogen en het reactievermogen afneemt. De rechtbank gaat er van uit dat dat bij een alcoholgehalte als dat van verdachte zeker het geval is geweest. Zij was door het alcoholgebruik niet meer tot behoorlijk besturen in staat, heeft een flauwe bocht naar links gemist en is tegen een in de rechterberm staande boom gereden. Daardoor heeft haar passagier [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel opgelopen. </para>
        <para>Al die feiten en omstandigheden tezamen leiden de rechtbank tot de conclusie dat er sprake is geweest van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en dat verdachtes verkeersgedrag kan worden aangemerkt als een gedraging die schuld - weliswaar in de lichtste vorm - in de zin van artikel 6 WVW 1994 oplevert. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van voormelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>zij op 1 januari 2017 te Tilligte in de gemeente Dinkelland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gaande in de richting Frensdorferweg, daarmee rijdende op de weg, Gruttoweg, aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, onder invloed van alcohol, niet of in onvoldoende mate heeft gelet op het verloop van de Gruttoweg en in een in de Gruttoweg gelegen, voor haar, verdachte naar links verlopende bocht met dat door haar, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet het verloop van die naar links verlopende bocht is blijven volgen en rechtdoor is gereden en tegen een gezien haar, verdachtes, rijrichting in de rechter berm van de Gruttoweg staande boom is gebotst, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, terwijl verdachte verkeerde in een toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>zij op 1 januari 2017 te Tilligte, gemeente Dinkelland, als</para>
        <para>bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na</para>
        <para>zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van</para>
        <para>verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid,</para>
        <para>aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 2,29 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en 2  meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 175 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 primair</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke geldboete of taakstraf. Tevens heeft hij matiging van de ontzegging van de rijbevoegdheid verzocht.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat zij als bestuurder van een personenauto, onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid alcoholhoudende drank, een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij haar vriendin [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Een strafoplegging, in welke vorm dan ook, zal het bij het slachtoffer ontstane leed niet ongedaan kunnen maken. Strafoplegging dient te geschieden, niet alleen met inachtneming van de gevolgen voor het slachtoffer, maar ook afgezet te worden tegen de ernst van de gemaakte verkeersfout en de mate van schuld daaraan van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als uitgangspunt voor strafbare feiten als de onderhavige hanteert het landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ter oriëntatie een gevangenisstraf van drie maanden onvoorwaardelijk en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren.</para>
        <para>Bij de vaststelling van de straffen en de hoogte ervan houdt de rechtbank er in het voordeel van verdachte rekening mee dat verdachte niet eerder ter zake van verkeersdelicten is veroordeeld en blijk heeft gegeven schuldbewust te zijn en inzicht te hebben in het strafwaardig karakter van haar gedraging. </para>
        <para>Al het voorgaande in overweging nemende acht de rechtbank, in afwijking van voormeld oriëntatiepunt, een taakstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid, beide van na te melden duur, passend en geboden. De rechtbank zal zowel de taakstraf als de ontzegging van de rijbevoegdheid gedeeltelijke voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan dit soort feiten schuldig te maken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14b, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 Sr en artikel 179 van de WVW 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 primair</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994; </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van <emphasis role="bold">180 (éénhonderd en tachtig) uren, </emphasis>subsidiair<emphasis role="bold"> 90 dagen vervangende hechtenis, </emphasis>waarvan <emphasis role="bold">40 (veertig) uren, </emphasis>subsidiair<emphasis role="bold"> 20 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk, </emphasis>met een proeftijd van<emphasis role="bold"> drie jaren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>-    <emphasis role="bold">ontzegt</emphasis> verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2 (twee) jaren,</emphasis>waarvan <emphasis role="bold">1 (één) jaar voorwaardelijk</emphasis>, met een proeftijd van <emphasis role="bold">drie jaren, </emphasis>met aftrek van de duur dat het rijbewijs ingevorderd is geweest ingevolge artikel 179 Wegenverkeerswet 1994<emphasis role="bold">. </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. den Dulk, voorzitter, mr. A.M.G. Ellenbroek en</para>
      <para>mr. E.J.M. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_90240be4-aa5f-49ee-87b2-dba872ecc23d" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [numnmer] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b998ce2-5e0f-40e0-b2e4-9662dbca0ef3" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van de terechtzitting van 14 mei 2018, onder meer inhoudende de verklaring van verdachte; </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2ecb1175-25ea-44c4-b717-074252aea0b0" label="3">
    <para> Het proces-verbaal aanrijding misdrijf van 30 januari 2017, pagina’s 20 t/m 22. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_05bd4231-1677-469b-a08b-6ff69ba506cd" label="4">
    <para> Een geneeskundige verklaring van 21 maart 2017, pagina 10.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4c739899-c82a-4f77-aeb1-94f8b18d1014" label="5">
    <para> Het proces van verbaal van bevindingen van [verbalisant] d.d. 10 januari 2018, ingekomen op 16 januari 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ff8cc20e-7284-4228-af3f-c7818d27a0c8" label="6">
    <para> Het rapport van het NFI van 10 januari 2017, pagina 6.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>