<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2018:175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-19T14:20:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/730279-17 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:175">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-19T14:19:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2018:175 Rechtbank Overijssel , 19-01-2018 / 08/730279-17 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2018:175:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 50-jarige vrouw wordt vrijgesproken van het doen van valse aangiftes en het afleggen van valse verklaringen. Alles afwegende is naar het oordeel van de rechtbank onduidelijk wat er exact heeft plaatsgevonden op 23 februari 2012. Aldus is niet komen vast te staan dat de aangifte van verdachte (en haar daarop volgende verklaring onder ede bij de rechter-commissaris) opzettelijk in strijd met de waarheid is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2018:175:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Afdeling Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/730279-17 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 19 januari 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">		[verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>		geboren op [geboortedatum] 1967 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>		wonende aan de [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van </para>
      <para>5 januari 2018. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van officier van justitie mr. W.S. Koorn, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman, mr. A. Allersma, advocaat te Groningen, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: </para>
      <para>feit 1: op 23 februari 2012 een valse aangifte (van mishandeling door [naam] ) heeft gedaan;</para>
      <para>feit 2: op 26 september 2012 onder ede een valse verklaring heeft afgelegd (over voornoemde mishandeling);</para>
      <para>feit 3: op 24 september 2014 een valse aangifte (van vernieling door [naam] ) heeft gedaan;</para>
      <para>feit 4: op 11 januari 2016 onder ede een valse verklaring heeft afgelegd (over voornoemde vernieling).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 23 februari 2012 te Vriezenveen, gemeente Twenterand,</para>
      <para>aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit</para>
      <para>niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van [verbalisant]</para>
      <para> , te weten een (buitengewoon) opsporingsambtenaar bij/van de politie,</para>
      <para>Regiopolitie Twente opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van</para>
      <para>mishandeling (gepleegd door [naam] ) (parketnummer: 08-431145-12);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>zij op of omstreeks 26 september 2012 te Almelo</para>
      <para>in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vorderde</para>
      <para>en/of daaraan rechtsgevolgen verbond, te weten bij de rechter-commissaris te</para>
      <para>Almelo op 26 september 2012, mondeling en/of schriftelijk persoonlijk of door</para>
      <para>een bijzondere daartoe gemachtigde opzettelijk een valse verklaring onder ede</para>
      <para>heeft afgelegd, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- " Ik voelde dat ik vrij hard bij mijn schouder werd gepakt en [naam] draaide</para>
    <para>   mij om en stompte mij op mijn buik" en/of</para>
    <para>- " Ik sla je dood, en hij pakte mij bij de keel" en/of</para>
    <para>- " Hij spuugde in mijn gezicht terwijl hij sprak";</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>zij op of omstreeks 24 september 2014 te Vriezenveen, gemeente Twenterand,</para>
      <para>aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit</para>
      <para>niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van [verbalisant]</para>
      <para> , te weten een opsporingsambtenaar (hoofdagent) bij/van de politie,</para>
      <para>Regiopolitie Twente opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van</para>
      <para>vernieling (van haar, verdachtes, (personen)auto) (parketnummer: 08-237439-14);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>zij op of omstreeks 11 januari 2016 te Almelo</para>
      <para>in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vorderde</para>
      <para>en/of daaraan rechtsgevolgen verbond, te weten bij de rechter-commissaris te</para>
      <para>Almelo, rechtbank Overijssel op 11 januari 2016 mondeling en/of schriftelijk</para>
      <para>persoonlijk of door een bijzondere daartoe gemachtigde opzettelijk een valse</para>
      <para>verklaring onder ede heeft afgelegd, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- " Ik heb aangifte gedaan tegen [naam] van beschadiging van mijn auto. Ik heb</para>
    <parablock>
      <para>   in mijn aangifte de waarheid verteld, absoluut. Ik blijf mijn aangifte"</para>
      <para>   en/of</para>
    </parablock>
    <para>- " Ik hoorde toen het geluid alsof je met je nagels over een schoolbord gaat"</para>
    <para>   en/of</para>
    <para>- " Ik kwam bij mijn auto en toen zag ik de krassen al, van achter naar voren.</para>
    <para>   De krullen hingen er nog aan." en/of</para>
    <para>- " Die staan ook op twee foto's die ik gemaakt heb. Ik heb die foto's aan de</para>
    <para>   politie gemaild" en/of</para>
    <para>- " Op de vraag of er nog meer krassen op de auto zaten antwoord ik: ja, [naam]</para>
    <para>   heeft al eerder krassen op de auto gemaakt."</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De vrijspraakoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat gelet op de verklaring van aangever [naam] , de verklaringen van getuige [getuige 1] bij de politie en bij de rechter-commissaris en de verklaring van getuige [getuige 2] bij de rechter-commissaris is komen vast te staan dat de mishandeling waarvan verdachte aangifte heeft gedaan niet heeft plaatsgevonden en dat aldus sprake is van een valse aangifte. Vervolgens heeft verdachte bij de rechter-commissaris onder ede een valse verklaring afgelegd, door te verklaren over deze beweerde mishandeling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het onder 3 en onder 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie gevorderd verdachte vrij te spreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft bepleit verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde. Verdachte ontkent het ten laste gelegde ten stelligste en er is aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de getuigen, nu zij op het moment van de door hen afgelegde verklaringen in de directe omgeving van aangever woonden en niet kan worden uitgesloten dat zij door aangever zijn beïnvloed. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt om tot een bewezenverklaring van het onder 1 en onder 2 aan verdachte ten laste gelegde te kunnen komen. Dit oordeel berust op het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het dossier komt naar voren dat er in 2012 sprake is geweest van een verstoorde verstandverhouding tussen meerdere buurtbewoners, waaronder tussen verdachte en aangever. Ten aanzien van een incident op 23 februari 2012 is door aangever verklaard dat er geen sprake is geweest van enige geweldshandeling van hem naar verdachte. Evenals in haar verhoor bij de politie heeft verdachte ook ter terechtzitting verklaard dat zij daadwerkelijk door aangever is mishandeld. Getuige [getuige 1] heeft in zijn verhoor bij de rechter-commissaris onder meer verklaard dat aangever verdachte niet heeft aangeraakt. [getuige 1] verklaart zicht te hebben gehad op de situatie vanaf het moment dat hij hoorde schreeuwen, dat verdachte en aangever toen een meter uit elkaar stonden en dat hij hen niet naar elkaar heeft zien lopen. Getuige [getuige 2] heeft wel een geweldshandeling van aangever naar verdachte waargenomen. Zij heeft in haar verhoor bij de rechter-commissaris immers verklaard dat zij zag dat aangever met zijn borstkas tegen verdachte aanbotste. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is naar het oordeel van de rechtbank onduidelijk wat er exact heeft plaatsgevonden op 23 februari 2012. Aldus is niet komen vast te staan dat de aangifte van verdachte (en haar daarop volgende verklaring onder ede bij de rechter-commissaris) opzettelijk in strijd met de waarheid is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 3 en onder 4 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan en zal haar hiervan vrijspreken. Nu de officier van justitie dit ook heeft gevorderd en dit eveneens is bepleit door de raadsman, zal dit oordeel niet nader worden gemotiveerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. E.J.M. Bos en mr. S.H. Peper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2018. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>