<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2018:1663</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-17T11:36:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6593622 \ CV EXPL  18-285</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:1663">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:1663</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-17T11:07:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2018:1663 Rechtbank Overijssel , 24-04-2018 / 6593622 \ CV EXPL  18-285</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2018:1663:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot betaling van nota (€ 47,65 inclusief BTW) voor uitgevoerde werkzaamheden. Verweer faalt wegens onvoldoende onderbouwing. Vordering toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2018:1663:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 6593622 \ CV EXPL  18-285 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 24 april 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [X], h.o.d.n. AUTOBEDRIJF [X]</emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eisende partij, hierna te noemen [X],</para>
      <para>gemachtigde: M.F.M. Bunnik,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Y]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde partij, hierna te noemen [Y],</para>
      <para>verschenen in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 18 januari 2018</para>
      <para>- de conclusie van antwoord</para>
      <para>- de conclusie van repliek</para>
      <para>- de conclusie van dupliek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [X] heeft aan [Y] een factuur doen toekomen, waarop onder meer is vermeld:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Factuurnummer	: 17000447</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Factuurdatum	: 14-08-2017</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omschrijving		(…)	Bedrag</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Apk voorkeuring</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Werkplaatstarief		(…) 	39,38</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Te betalen	€ 47,65</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [X] vordert veroordeling van [Y] tot betaling van een bedrag van € 47,65 vermeerderd met wettelijke rente (tot aan 10 januari 2018 berekend op een bedrag van € 1,41) en buitengerechtelijke incassokosten van € 40,= onder veroordeling van [Y] in de kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [X] legt aan de vordering ten grondslag dat [Y] zijn auto voor een keuring in het kader van de APK bij het autobedrijf van [X] heeft gebracht. In verband daarmee heeft [X] werkzaamheden verricht (de zogenaamde voorkeuring), waarvoor zij de factuur van 14 augustus 2017 (ten bedrage van € 47,65 inclusief BTW) aan [Y] heeft doen toekomen. Nadien is [Y] aangemaand om tot betaling over te gaan. Desondanks is betaling uitgebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [Y] heeft verweer gevoerd. Volgens [Y] is de auto niet voor een voorkeuring naar [X] gebracht, maar ging het slechts om de APK keuring zelf. De auto is door [X] afgekeurd. [Y] voert aan dat hem op de factuur van [X] een te hoog bedrag in rekening is gebracht. Daarom is hij niet tot betaling overgegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [Y] heeft niet betwist dat hij zijn auto bij [X] heeft gebracht. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat dit feit tussen partijen vaststaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [X] heeft blijkens zijn toelichting op de vordering een zogenaamde voorkeuring in rekening gebracht, om daarmee in eerste instantie onnodige kosten voor de klant, in dit geval [Y], te vermijden. Uit het verweer begrijpt de kantonrechter dat de auto door [X] niet goedgekeurd kon worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [Y] betwist dat hij een voorkeuring heeft laten uitvoeren. Volgens [Y] had hij al een voorkeuring laten uitvoeren door zijn neef en heeft hij vervolgens met [A], een medewerker van [X], afgesproken dat de auto bij [X] gekeurd zou worden. Over die afspraak zouden berichten zijn verzonden via WhatsApp. Deze berichten staan echter niet meer in zijn telefoon. Ander bewijs is door [Y] niet aangeboden. Al met al levert dit een onvoldoende betwisting op van de door [X] gestelde afspraak. Daarbij betrekt de kantonrechter dat het in ieder geval de bedoeling was van [Y] om een keuring uit te laten voeren. Voorts heeft [Y] weliswaar aangevoerd dat een voorkeuring duurder zou zijn dan een APK keuring, maar hij heeft dit niet voorzien van enige onderbouwing. De stelling van [X] dat bij een APK keuring sprake zou zijn van kosten ten bedrage van € 62,=, een hoger bedrag dan de gevorderde hoofdsom, heeft [Y] niet betwist. Evenmin heeft hij betwist dat de gefactureerde werkzaamheden zijn verricht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Dit betekent dat de gevorderde hoofdsom van € 47,65 moet worden toegewezen. In verband met de vertraging in de betaling is tevens de wettelijke rente daarover, op basis van artikel 6:119 BW, toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [X] heeft een bedrag van € 40,= voor vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Deze kosten zijn toewijsbaar nu de incassokosten zijn aangezegd op de door de wet in artikel 6:96 lid 6 BW voorgeschreven wijze en [X] voor de hoogte van de kosten is uitgegaan van de staffel uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Als in het ongelijk gestelde partij dient [Y] te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op € 83,99 voor explootkosten, € 79,= voor griffierecht en € 60,= voor salaris gemachtigde. Dat is samen een bedrag van € 222,99.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [Y] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [X] te voldoen de som van € 89,06 vermeerderd met de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW) over € 47,65 vanaf 10 januari 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [Y] in de kosten van deze procedure tot aan deze uitspraak aan de zijde van [X] begroot op € 222,99;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>