<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2018:1446</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-16T14:45:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 17 _ 1929</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2019:2847" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2019:2847, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:1446">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:1446</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-16T14:43:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2018:1446 Rechtbank Overijssel , 30-04-2018 / AWB - 17 _ 1929</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2018:1446:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bezwaar tegen het intrekken van toestemming voor het gebruik van het stadhuis voor door eiser te geven cursussen terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard;</para>
        <para>plaatsen van emailbericht op gemeentelijke website verder aan te merken als een feitelijke handeling; bezwaar tegen de plaatsing terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2018:1446:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 17/1929</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij emailbericht van 13 oktober 2016 heeft de raadsgriffier van de gemeente Oldenzaal eiser meegedeeld dat de toestemming voor het gebruik van het stadhuis voor door eiser te geven resterende cursussen op 9 november 2016, 7 december 2016 en 11 januari 2017 is komen te vervallen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het emailbericht van eiser van 20 februari 2017 is geplaatst op de gemeentelijke website bij de stukken van de raadsvergadering van 27 maart 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiser niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 februari 2018.</para>
      <para>Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door E. Slot en M. Sijbrandij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <para>1. Bij brief van 13 oktober 2016 heeft de raadsgriffier eiser meegedeeld dat in overleg met het presidium eiser wordt bericht dat het gebruik van het stadhuis voor de door eiser te geven cursus Leergang &amp; Dialoog voor de resterende data (9 november 2016, 7 december 2016 en 11 januari 2017) is vervallen omdat er geen direct gemeentelijk belang is en de cursus niet door of namens de gemeente wordt georganiseerd. </para>
    <para>In de brief is verder vermeld dat eiser op 5 oktober 2016 gebruik heeft gemaakt van het stadhuis door in overleg met een raadslid van D’66 via de raadsgriffier de vergaderruimten te reserveren onder vermelding dat dit een reservering is namens D’66. Deze reservering is echter buiten de D’66-fractie tot stand gekomen en komt om die reden te vervallen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij mailbericht 20 februari 2017 heeft eiser de leden van de gemeenteraad Oldenzaal meegedeeld dat door feitelijk handelen van de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders de raadsleden medeverantwoordelijk zijn gemaakt in een dossier betreffend onbehoorlijk bestuur. Bij het mailbericht is alle eerdere correspondentie gevoegd (onderliggende stukken van het klachtendossier van eiser tegen de gemeente Oldenzaal).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit mailbericht is geplaatst op de gemeentelijke website bij de agenda van de raadsvergadering van 27 maart 2017 onder ingekomen stukken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 25 maart 2017 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen het openbaar maken van confidentiële documenten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de op 8 juni 2017 gehouden hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat het bezwaar zich tevens richt tegen het niet mogen gebruiken van ruimten in het stadhuis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiser tegen de brief van 13 oktober 2016 en tegen het online zetten en daarmee openbaar maken van eisers brief van 20 februari 2017 niet-ontvankelijk verklaard. Volgens verweerder zijn eisers bezwaren niet gericht tegen besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb bepaalt dat onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 8:1 van de Awb bepaalt dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 7:1, eerste lid, van de Awb bepaalt dat degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen bezwaar dient te maken, tenzij er sprake is van een van de in dat artikel genoemde gevallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.	<emphasis role="italic">Het intrekken van toestemming voor gebruik stadhuis</emphasis></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op grond van de onderliggende stukken en het verhandelde ter zitting vast dat de beslissing om de mondeling gegeven toestemming voor het gebruik van het stadhuis voor door eiser te geven resterende cursussen op 9 november 2016, 7 december 2016 en 11 januari 2017 geen publiekrechtelijke grondslag heeft.</para>
        <para>De (ingetrokken) toestemming zag, zo is ter zitting gebleken, op het gebruik van de raadszaal en 2 fractiekamers. Daarop is anders dan eiser stelt de Regeling gebruik stadhuishal niet van toepassing, omdat deze Regeling uitsluitend van toepassing is op de stadhuishal. Overigens</para>
        <para>is de betreffende Regeling ook niet als een publiekrechtelijke grondslag aan te merken. De Regeling bevat “huisregels” voor de stadhuishal en ziet daarmee op een bevoegdheid die krachtens het burgerlijk recht ook door niet-bestuursorganen kan worden gehanteerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Hieruit volgt dat verweerder eisers bezwaar tegen het intrekken van toestemming </para>
        <para>voor het gebruik van het stadhuis voor door eiser te geven cursussen terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.	<emphasis role="italic">Het plaatsen van eisers emailbericht van 20 februari 2017 op de agenda voor de raadsvergadering. </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat het plaatsen van eisers emailbericht op de gemeentelijke website bij de agenda van de raadsvergadering van 27 maart 2017 onder ingekomen stukken als een feitelijke handeling aan te merken is. Van een schriftelijke beslissing met een publiekrechtelijke grondslag is geen sprake.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Verweerder heeft het bezwaar tegen de plaatsing van zijn emailbericht op de raadsagenda terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para />
      <para>5. Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
      <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. van Lochem, rechter, in aanwezigheid van mr.  A. Landstra, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier								rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>