<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2017:4058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-31T15:30:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08.760216-16 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:4058">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:4058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-31T15:29:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2017:4058 Rechtbank Overijssel , 31-10-2017 / 08.760216-16 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2017:4058:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank spreekt een man vrij van een poging tot het medeplegen van (schuld)witwassen. De man was betrokken bij het omwisselen van 100.000 euro aan contact geld, in coupures van 500 euro naar coupures van maximaal 50 euro. Aangezien de biljetten van 500 euro die hij had ontvangen vals bleken te zijn, zou het in deze situatie nooit tot witwassen hebben kunnen komen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2017:4058:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtbank Overijssel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht </para>
      <para>Meervoudige kamer <?linebreak?></para>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08.760216-16 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 31 oktober 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">			[verdachte]</emphasis>,</para>
      <para>			geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 27 februari 2017 (van de politierechter), 13 juni 2017 en 17 oktober 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. T. Feuth en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J.W. Stegeman, advocaat te Almelo, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een poging tot het medeplegen van (schuld)witwassen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 05 juni 2014, te Amsterdam en/of te Zwolle en/of te Emmen 
en/of te Nunspeet, althans (telkens) te Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een hoeveelheid geld en/of euro 160.000,--, 
althans euro 110.000,--, althans (een) geldbedrag(en), te verwerven en/of voorhanden te hebben en/of van voornoemd(e) voorwerp(en) 
gebruik te maken, terwijl hij/zij wist(en) dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk, 
onmiddellijk of middellijk (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf, (immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- meermalen, althans eenmaal, contact gezocht en/of opgenomen en/of afspraken 
gemaakt en/of een ontmoeting in persoon heeft georganiseerd met een persoon 
( [naam 1] ) en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met genoemde persoon ( [naam 1] ) afgesproken dat een hoeveelheid 
geld (110.000,--, bestaande uit grote coupures, afkomstig van die [naam 1] ) door verdachte zou worden omgezet en/of gewisseld en/of geruild in 
een hoeveelheid geld ( 100.000,--, bestaande uit kleine coupures, afkomstig 
van [verdachte] ) en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een hoeveelheid geld ( 100.000,--) beschikbaar gesteld en/of voorhanden 
gehad en/of overgedragen aan één of meer andere personen (zijnde 
medeverdachten van die [naam 1] ) (te weten [naam 2] en/of [naam 3] ), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen volgen, subsidiair, ter zake dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 05 juni 2014, te Amsterdam en/of te Zwolle en/of te Emmen 
en/of te Nunspeet, althans (telkens) te Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een hoeveelheid geld en/of euro 160.000,--, 
althans euro 110.000,--, althans (een) geldbedrag(en), te verwerven en/of voorhanden te hebben en/of van voornoemd(e) voorwerp(en) 
gebruik te maken, terwijl hij/zij redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) 
geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk (mede) afkomstig was/waren 
uit enig misdrijf,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- meermalen, althans eenmaal, contact gezocht en/of opgenomen en/of afspraken 
gemaakt en/of een ontmoeting in persoon heeft georganiseerd met een persoon 
( [naam 1] ) en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met genoemde persoon ( [naam 1] ) afgesproken dat een hoeveelheid 
geld (110.000,--, bestaande uit grote coupures, afkomstig van die [naam 1] ) door verdachte zou worden omgezet en/of gewisseld en/of geruild in 
een hoeveelheid geld ( 100.000,--, bestaande uit kleine coupures, afkomstig 
van [verdachte] ) en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een hoeveelheid geld ( 100.000,--) beschikbaar gesteld en/of voorhanden 
gehad en/of overgedragen aan één of meer andere personen (zijnde 
medeverdachten van die [naam 1] ) (te weten [naam 2] en/of [naam 3] ) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</emphasis>
    </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.</para>
        <para>Volgens de officier van justitie heeft verdachte grote coupures van misdrijf afkomstig geld tegen kleine coupures geld willen wisselen, waarvoor hij een vergoeding zou krijgen. Verdachte heeft daarbij niet voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Verdachte heeft een omzettingshandeling willen plegen. Verdachte had het doel het geld van “de koper” plus de commissie daarover te verwerven en voorhanden te hebben. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit omdat er geen (overtuigend) bewijs is. Hij heeft daartoe, kort en zakelijk samengevat, aangevoerd dat niet is gebleken dat het om te wisselen geld een criminele achtergrond heeft.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte dient van het primair en subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.</para>
        <para>De rechtbank overweegt dat de kern van de transactie waarbij verdachte betrokken is geweest het omwisselen van een bedrag van € 100.000,- behelsde in coupures van € 500,- naar hetzelfde bedrag in coupures van maximaal € 50,-. Aangezien de biljetten van € 500,- die verdachte bij deze transactie heeft ontvangen vals bleken te zijn, zou het, in deze transactie en met deze biljetten, nooit tot witwassen hebben kunnen komen. Daarom komt de rechtbank tot de conclusie dat, wat er ook zij van de bedoelingen van de verdachte, derhalve sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging zodat enkel al om die reden niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De conclusie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. F. van der Maden en mr. V.P.K. van Rosmalen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.W. de Boer als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>