<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2017:3615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-21T15:12:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/770081-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:3615">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:3615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-21T15:12:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2017:3615 Rechtbank Overijssel , 21-09-2017 / 08/770081-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2017:3615:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Rechtbank Overijssel veroordeelt een 65-jarige man uit Kampen tot een  gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 3 jaar wegens aanranding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2017:3615:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Overijssel</bridgehead>
    <para>Afdeling Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
      <para>Parketnummer 08/770081-17 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 21 september 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1952 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [woonplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 september 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Zwartjes en van wat door verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 1 februari 2017 [slachtoffer] onzedelijk heeft betast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 01 februari 2017 te Kampen, [slachtoffer] , door geweld en/of andere feitelijkheden, heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, door die [slachtoffer] op onverhoedse wijze en/of in het voorbijgaan, (over de kleding heen) te wrijven over en/of te betasten en/of aan te raken aan haar vagina, althans schaamstreek en/of anus, althans billen</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangifte in combinatie met de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte stelt zich niet schuldig te hebben gemaakt aan het ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. </para>
        <para>De rechtbank overweegt daartoe het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft bij de politie en ter zitting bekend dat hij op 1 februari 2017 in [café] in Kampen is geweest. Volgens aangeefster is verdachte die avond, na kort met haar te hebben gesproken, achter haar gaan zitten. Toen aangeefster ging staan om haar broek goed te doen, zou verdachte haar vagina en anus over haar broek heen hebben betast. </para>
        <para>De aangifte wordt op meerdere punten ondersteund door de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij zag dat toen aangeefster even opstond, verdachte opzettelijk met zijn hand tussen de benen/billen van aangeefster ging en dat hij aangeefster vervolgens hoorde zeggen: ‘Dat is niet normaal, daar moet je van afblijven, ik kan je wel een hengst verkopen’, of woorden van gelijke strekking. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij op 1 februari 2017 omstreeks 19:00 uur werkzaam was in de kroeg. Over het voorval heeft zij verklaard dat ze op een gegeven moment zag dat verdachte zijn arm uitstak in de richting van aangeefster waarna aangeefster van haar kruk afsprong en zei: ‘Wat doe je nu. Ben je gek geworden’, of woorden van gelijke strekking. Toen ze vervolgens in hun richting liep, hoorde de getuige dat aangeefster tegen de man zei: ‘Je kunt mij niet zomaar bij mijn kruis pakken’. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, te weten het betasten van de vagina en anus van aangeefster. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op 1 februari 2017 te Kampen, [slachtoffer] , door andere feitelijkheden, heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, door die [slachtoffer] op onverhoedse wijze, (over de kleding heen) te betasten aan haar vagina en anus</emphasis>. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">feitelijke aanranding van de eerbaarheid.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met een proeftijd van 3 jaren, mede gelet op artikel 22b Sr. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij door zijn lichamelijke gesteldheid niet in staat is een werkstraf uit te voeren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft aangeefster in een café, op een zeer onverhoedse manier, onzedelijk betast. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij door zo te handelen op een indringende wijze inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster. Overigens valt deze inbreuk niet te kwalificeren als ‘ernstige inbreuk’ zoals bedoeld in artikel 22b Sr. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met het feit dat uit een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 7 augustus 2017 blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke feiten met justitie in aanraking is gekomen. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het gegeven dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte een contra-indicatie opleveren voor de oplegging van een werkstraf, zoals ook volgt uit het op 18 augustus 2017 opgemaakte advies van Reclassering Nederland. Omdat een andere strafmodaliteit in de vorm van een boete gezien de ernst van het bewezenverklaarde feit niet passend is, is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een gevangenisstraf aan de orde is. Zij zal deze vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte in voorwaardelijke vorm en met een lange proeftijd opleggen, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken is naar het oordeel van de rechtbank passend. </para>
        <para>Hoewel het reclasseringsrapport blijk geeft van een situatie rondom verdachte die zich laat samenvatten met de term ‘maatschappelijke teloorgang’, zal de rechtbank geen bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf verbinden, gezien verdachtes weigerachtige houding op dat punt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b en 14c Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
    <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: <emphasis role="bold">feitelijke aanranding van de eerbaarheid; </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) weken met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht;</emphasis></para>
    <para>- bepaalt dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    <para>- kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 3 (drie) jaren</emphasis> de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte:</para>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzitter, mr. G.H. Meijer en mr. S. Taalman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A. de Haan-Geertsema, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 september 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Leeswijzer</emphasis>
      </para>
      <para>Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland, team Tactische Recherche, afdeling Zeden, met nummer PLO600- [dossiernummer] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. het proces-verbaal van aangifte van 1 februari 2017, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 6-14): </para>
    <bridgehead role="italic">(…) Ik wil aangifte doen. (…) Ik ben van voren naar achteren in mijn kruis betast in [café] aan de [adres] te Kampen op 1 februari 2017 rond 19:00 uur. (…) Ik ging staan en trok mijn broek omhoog (…) Op het moment dat ik weer wilde gaan zitten voelde ik opeens de duim van deze man. (…) hij ging van mijn vagina tot aan mijn anus, iets verder nog over mijn broek heen. (…) Het was heel hard ik voel het nog steeds. (…);</bridgehead>
    <para />
    <para>2. het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 1 februari 2017, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 15-16):</para>
    <bridgehead role="italic">(…) Op woensdag 1 februari 2017 omstreeks 19:00 zat ik in de kroeg [café] te Kampen. Ik zag dat een vrouw even van de barkruk af ging. (…) Ik zag dat [verdachte] zijn arm uitstrekte en met zijn hand helemaal tussen de benen va de vrouw ging. Hij ging met de hand tussen haar billen. (…);</bridgehead>
    <para />
    <para>3. het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 1 februari 2017, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 17-18):</para>
    <bridgehead role="italic">(…) Op woensdag 1 februari 2017 omstreeks 19:00 uur was ik werkzaam bij café [café] te Kampen. (…) Ik zag dat de man zijn arm uitstak in de richting van mevrouw [slachtoffer] . (…);</bridgehead>
    <para />
    <para>4. het proces-verbaal van de terechtzitting van 7 september 2017, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: </para>
    <bridgehead role="italic">(…) Het klopt dat ik op 1 februari 2017 omstreeks 19:00 in café “ [café] ” te Kampen ben geweest. (…). </bridgehead>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>