<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2017:2228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-31T12:52:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/770027-16 en 08/770052-17 (P) (gevoegd ter terechtzitting)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:2228">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:2228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-31T12:47:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2017:2228 Rechtbank Overijssel , 31-05-2017 / 08/770027-16 en 08/770052-17 (P) (gevoegd ter terechtzitting)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2017:2228:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De meervoudige strafkamer van de rechtbank Overijssel vindt het noodzakelijk dat er aanvullend onderzoek wordt gedaan naar een zedendelict in een trein tussen Zwolle en Nijmegen op 6 mei 2015. Dit is nodig om goed te kunnen beoordelen wat er in de trein is gebeurd. Tussenvonnis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2017:2228:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtbank Overijssel </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 08/770027-16 en 08/770052-17 (P) (gevoegd ter terechtzitting)</para>
      <para>Datum tussenvonnis: 31 mei 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tussenvonnis van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 1994 in [geboorteplaats 1] (Spanje) ,</para>
      <para>				wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 mei 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 17 mei 2017 heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 08/770027-16 en 08/770052-17 tegen verdachte aangebrachte zaken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. C.Y. Huang en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. H.G.J. Ligtenberg, advocaat te Utrecht, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Overweging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek in deze zaak niet volledig is geweest. Er is aanvullend onderzoek nodig alvorens tot een gedegen eindoordeel kan worden gekomen en daartoe zal het onderzoek worden heropend. </para>
      <para>De primaire verdenking jegens verdachte in de zaak met parketnummer 08/770027 bestaat erin dat hij [slachtoffer] zou hebben gedwongen tot het ondergaan van diverse seksuele handelingen. Verdachte heeft deze ‘dwang’ ontkend. De officier van justitie heeft op dit punt tot vrijspraak gerequireerd. De rechtbank hecht er - uiteraard - aan dat ook inzake dit (ernstige) aspect recht wordt gedaan. Mede gelet op hetgeen door en namens verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting thans naar voren is gebracht, acht de rechtbank het noodzakelijk dat [slachtoffer] aanvullend wordt gehoord.</para>
      <para>Daarnaast dient een deskundige te worden benoemd die de rechtbank kan voorlichten over de vraag hoe het feit dat blijkens het fysieke onderzoek bij [slachtoffer] op 8 mei 2015 geen letsel is aangetroffen, zich verhoudt tot haar verklaringen over het tussen haar en verdachte voorgevallene. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de deskundige ook kennis kan nemen van het nadere verhoor van [slachtoffer] , zodat dit onderzoek pas na afloop van dat verhoor plaats kan hebben. </para>
      <para>Op de voet van artikel 316, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering zal de rechtbank de jongste rechter aanwijzen als rechter-commissaris die het verhoor van [slachtoffer] zal afnemen en vorenbedoelde deskundige zal benoemen en/of horen. </para>
      <para>Genoemd artikel verlangt dat zowel de verdediging als de officier van justitie met deze aanwijzing instemmen. De rechtbank houdt het ervoor dat zij bedoelde instemming verlenen, tenzij zij binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis – derhalve uiterlijk op 14 juni 2017 – schriftelijk aan de voorzitter van de meervoudige kamer kenbaar hebben gemaakt dat niet te doen. Als blijkt dat instemming niet wordt gegeven, dan zal het nadere onderzoek worden opgedragen en uitgevoerd door een niet verder bij de zaak betrokken rechter-commissaris van het kabinet rechter-commissaris. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast zal de rechtbank de officier van justitie opdragen om, mede in het licht van het door de verdediging daarover gevoerde verweer, nader te laten onderzoeken en relateren wat de betekenis is van de historische gegevens zoals weergegeven op pagina 296 van het dossier en hoe de aldaar gegeven informatie (waaronder ook de daarop aangegeven tijdseenheden) moet worden geïnterpreteerd. Daarbij is in ieder geval van belang het antwoord op de vraag of het inkomend dan wel uitgaand bel-, berichten-, of dataverkeer betreft en of, en zo ja wanneer, verdachte daarbij actief handelingen heeft moeten verrichten met zijn telefoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook wordt de officier van justitie opgedragen een onderbouwd(e) tijdpad en route van verdachte en van [slachtoffer] te laten opstellen, waarbij in ieder geval wordt onderzocht en geverbaliseerd op welke tijden de trein waarin verdachte en [slachtoffer] zouden hebben gereisd op de verschillende stations aankwam en vertrok en vanaf welk perron deze trein vanuit Zwolle (richting Nijmegen) vertrok. Daarbij dienen ook te worden betrokken de historische gegevens zoals die op pagina 296 van het dossier zijn weergegeven en de diverse whatsapp gesprekken die tussen (de telefoon van) verdachte en [slachtoffer] en getuige [getuige] vlak voor en tijdens de bewuste treinreis zijn gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vordering gevangenneming</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 17 mei 2017 heeft de officier van justitie (onder meer) de gevangenneming van verdachte gevorderd. De rechtbank ziet, gelet op de huidige stand van het onderzoek, geen aanleiding deze vordering toe te wijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">heropening onderzoek ter terechtzitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heropent het onderzoek ter terechtzitting;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">nader onderzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat als getuige door de rechter-commissaris wordt gehoord [slachtoffer] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] ;</para>
    <para>- bepaalt dat door de rechter-commissaris een deskundige wordt benoemd teneinde na het verhoor van [slachtoffer] te rapporteren over de vraag of en in hoeverre het ontbreken van letsel bij [slachtoffer] blijkens het onderzoek van 8 mei 2015 verenigbaar is met de in de verklaringen van [slachtoffer] geschetste gang van zaken;</para>
    <para>- wijst de jongste rechter, mr. V.P.K. van Rosmalen, aan als rechter-commissaris die met de hierboven omschreven onderzoekshandelingen zal worden belast;</para>
    <para>- bepaalt dat de verdediging en de officier van justitie uiterlijk op <emphasis role="bold">14 juni 2017 </emphasis>schriftelijk aan de voorzitter van de meervoudige kamer kenbaar kunnen maken dat zij met vorenbedoelde aanwijzing niet instemmen, in welk geval de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank de betreffende onderzoekshandelingen zal uitvoeren; </para>
    <para>- draagt de officier van justitie op het hiervoor omschreven aanvullend onderzoek te doen laten verrichten naar de treinreis die door verdachte gemaakt zou zijn in relatie tot de diverse telefoon- en zendmastgegevens en daarbij een tijdpad aan te geven en daarvan proces-verbaal te laten opmaken;</para>
    <para>- bepaalt dat de officier van justitie aanvullend proces-verbaal doet opmaken over de </para>
    <para>aard en betekenis van de historische gegevens, zoals die op pagina 296 van het dossier zijn opgenomen;</para>
    <para>- stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris respectievelijk de officier van justitie, zodat deze het nadere onderzoek kunnen (laten) verrichten;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vordering gevangenneming</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- </emphasis>wijst de vordering tot gevangenneming af;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">schorsing onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- schorst het onderzoek tot een in overleg met de officier van justitie en de raadsman en de benadeelde partij nader te bepalen tijdstip;</para>
    <para>- beveelt de oproeping van verdachte, met afschrift aan diens raadsman, om op de nader te bepalen terechtzitting te verschijnen. De rechtbank beveelt dat de verdachte alsdan <emphasis role="bold">in persoon zal verschijnen</emphasis> en gelast daartoe de <emphasis role="bold">medebrenging van verdachte</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit tussenvonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. W. Foppen en </para>
      <para>mr. V.P.K. van Rosmalen, rechters, in tegenwoordigheid van D.D. Drost, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2017. De griffier is buiten staat dit tussenvonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>