<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2017:1913</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-04T17:21:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/730200-16 (P), 02/249080-15 (TUL)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:1913">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:1913</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-04T17:20:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2017:1913 Rechtbank Overijssel , 04-05-2017 / 08/730200-16 (P), 02/249080-15 (TUL)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2017:1913:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel heeft een 37-jarige man veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur voor overtreding van een contactverbod. Daarnaast moet de man een eerder opgelegde geldboete van 500 euro betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2017:1913:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Overijssel</bridgehead>
    <para>Afdeling Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
      <para>Parketnummer: 08/730200-16 (P) en 02/249080-15 (TUL) </para>
      <para>Datum vonnis: 4 mei 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 april 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.H. de Weert en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J. Vlug, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 3 april 2016 t/m 6 april 2016 heeft gehandeld in strijd met een door de officier van justitie te Oost-Nederland gegeven gedragsaanwijzing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 april 2016 tot en met 6 april 2016, te Wesepe, gemeente Olst-Wijhe, en/althans te Kortgene, gemeente Noord-Beveland, en/althans (elders) in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 3 april 2016 gegeven door de officier van justitie te Oost-Nederland, immers heeft verdachte opzettelijk meermalen, althans eenmaal, al dan niet door middel van what’s app-berichten en/of telefoon contact opgenomen met [slachtoffer] . </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte op grond van de aangifte, het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van verbalisant [verbalisant] en de door verdachte bij de politie en ter terechtzitting afgelegde verklaring, voor het ten laste gelegde feit dient te worden veroordeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit en daartoe, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat er onvoldoende overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te komen. Nu de aangifte nauwelijks wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen is volgens de raadsman onvoldoende overtuigend gebleken dat door verdachte de gedragsaanwijzing is overtreden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. </para>
        <para>De rechtbank overweegt daartoe het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft, ondanks dat hem dit middels een gedragsaanwijzing was verboden, tussen 3 en 6 april 2016 contact opgenomen met aangeefster. De gedragsaanwijzing is op 3 april 2016 aan verdachte uitgereikt zodat hij bekend was met de inhoud. Daar komt bij dat verdachte zich, tijdens een verhoor op 3 april 2016, bereid had verklaard om aangeefster met rust te laten. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de gedragsaanwijzing heeft ontvangen en dat hij nadien, tussen 3 april 2016 en 6 april 2016, “iets heeft verstuurd” naar aangeefster “of haar heeft gebeld” omdat hij zich zorgen maakte. </para>
        <para>Dit maakt dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een hem op 3 april 2016 gegeven gedragsaanwijzing. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij in de periode van 3 april 2016 tot en met 6 april 2016, in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 3 april 2016 gegeven door de officier van justitie te Oost-Nederland, immers heeft verdachte opzettelijk meermalen, al dan niet door middel van telefoon contact opgenomen met [slachtoffer] . </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 184a van het Wetboek van strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het misdrijf: <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte <?linebreak?></title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren en een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman van verdachte heeft bepleit dat indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, zijn cliënt dient te worden veroordeeld tot een voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde een ambulante behandelverplichting. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder deze is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft, ondanks dat hem dit verboden was door middel van een gedragsaanwijzing, contact opgenomen met aangeefster. Door zo te handelen heeft verdachte (wederom) op indringende wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van aangeefster. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 30 maart 2017 en houdt bij de strafoplegging rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft daartoe kennis genomen van het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 19 april 2016. Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van een de verdachte betreffend Pro-Justitia rapport van drs. M. van Heteren, GZ-psycholoog van 11 april 2017. Uit dit rapport blijkt, zakelijk weergegeven, dat bij verdachte sprake is van een borderline persoonlijkheidsstoornis, dat hij lijdt aan en Posttraumatische stress stoornis (PTSS) en een stoornis in alcoholgebruik. Vanuit de borderline pathologie onderhoudt hij instabiele intense interpersoonlijke relaties die door de ander vaak heel anders worden beleefd. Hij is regelmatig in de war waarbij mogelijk alcohol, de zwakke borderline structuur en de PTSS een rol spelen. Het advies is om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten voor het ten laste gelegde feit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal het advies om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren volgen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat gezien de aard van het feit en rekening houdend met het gegeven dat het feit aan verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend, een taakstraf passend en geboden is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De vordering tenuitvoerlegging <?linebreak?></title>
    <para>De officier van justitie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de op 3 maart 2016 bij vonnis van de politierechter te Middelburg, voorwaardelijk opgelegde geldboete ten bedrage van € 500,00. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft om verlenging van de proeftijd verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden toegewezen. Het is gebleken dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan het plegen van nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14g, 22c, 22d, 27 Sr.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:<?linebreak?>het misdrijf: <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;</emphasis></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>s<emphasis role="italic">trafbaarheid verdachte</emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van<emphasis role="bold"> 60 (zestig) uren</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">30 dagen</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">opheffing bevel voorlopige hechtenis </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de <emphasis role="bold">tenuitvoerlegging</emphasis> van de bij vonnis van de politierechter te Middelburg van 3 maart 2016 met parketnummer 02/249080-15 voorwaardelijk opgelegde <emphasis role="bold">geldboete ten bedrage van € 500,00</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. J.H.M. Hesseling en mr. G. Edelenbos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A. de Haan-Geertsema, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Leeswijzer</emphasis>
      </para>
      <para>Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, district IJsselland, basisteam IJsselland-Zuid, met nummer PL0600-2016169871 Z. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. een schriftelijk stuk, te weten een gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast;</para>
    <para />
    <para>2. het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 april 2017, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: </para>
    <bridgehead role="italic">(…) Ik heb de betreffende gedragsaanwijzing ontvangen op 3 april 2016. Nadat ik vrij kwam heb ik iets verstuurd naar aangeefster, een kusje ofzo, óf haar gebeld. Ik deed dit omdat ik mij zorgen om haar maakte. (…) Indien ik haar heb gebeld heb ik niets gezegd en de voicemail niet ingesproken. (…);</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>