<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2017:1402</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-29T15:52:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/730225-16 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:1402">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2017:1402</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-29T15:52:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2017:1402 Rechtbank Overijssel , 29-03-2017 / 08/730225-16 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2017:1402:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Overijssel veroordeelt een 46-jarige vrouw uit Enschede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar met algemene en bijzondere voorwaarden. De vrouw heeft opzettelijk brand gesticht in haar eigen woning, waardoor gevaar voor aangrenzende woningen ontstond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2017:1402:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Overijssel</bridgehead>
    <para>Afdeling Strafrecht </para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/730225-16 (P)</para>
      <para>Datum vonnis: 29 maart 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] , [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 maart 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para>mr. E. Agelink en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. J. Klomp, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer (primair) dat verdachte brand heeft gesticht in haar woning, dan wel (subsidiair) haar woning heeft beschadigd door daarin brand te stichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 21 april 2016 te Enschede,</para>
      <para>opzettelijk brand heeft gesticht in de door haar, verdachte, gehuurde woning</para>
      <para>aan de [adres 2] , door open vuur in aanraking te brengen met in die</para>
      <para>woning hangende gordijnen en/of vitrage, althans met een brandbare stof,</para>
      <para>ten gevolge waarvan die gordijnen en/of die vitrage geheel of gedeeltelijk</para>
      <para>is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,</para>
      <para>en daarvan gemeen gevaar voor de overige goederen in die woning en/of die</para>
      <para>woning en/of voor aangrenzende woningen,</para>
      <para>in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 21 april 2016 te Enschede, opzettelijk en wederrechtelijk</para>
      <para>in de door haar, verdachte, gehuurde woning aan de [adres 2] ,</para>
      <para>gordijnen en/of vitrage in de brand heeft gestoken, waardoor brand is ontstaan</para>
      <para>en/of ten gevolge waarvan delen van die woning zwart zijn geblakend,</para>
      <para>in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Woningstichting De</para>
      <para>Woonplaats, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft</para>
      <para>vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie van justitie stelt zich op het standpunt dat op basis van verdachtes verklaringen bij de politie en rechter-commissaris, de verklaringen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en het proces-verbaal van aanhouding, het primair tenlastegelegde feit bewezen kan worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat verdachte ter zake het primair en subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken nu het opzet ontbreekt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan <footnote-ref linkend="_a989b5e3-55f8-420b-a6ae-f4dbb6467f81" />. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt daartoe het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 22 april 2016 wordt namens de woningstichting De Woonplaats aangifte gedaan van brandstichting in een woning aan de [adres 2] te Enschede op 21 april 2016. De huurder van deze woning is [verdachte] <footnote-ref linkend="_1b190b16-b370-4b45-bf89-18b9b53b6854" />.</para>
        <para>Verbalisant [verbalisant 1] heeft gerelateerd dat getuige [getuige 3] op 21 april 2016 heeft  verklaard dat hij van zijn dochter [betrokkene 1] meerdere keren, ook op 20 april, heeft gehoord dat haar buurmeisje, woonachtig in perceel [huisnummer], gedreigd had haar woning in brand te steken <footnote-ref linkend="_1437aacd-cde4-4fbc-8094-9f48250672f1" />.</para>
        <para>Getuige [getuige 1] heeft op 21 april 2016 verklaard dat hij getuige is geweest van een brand in perceel [adres 2] te Enschede. Hij en zijn vader zagen dat de gordijnen voor het raam in brand stonden, waarop zij naar binnen zijn gelopen, waar het hen lukte de brand te blussen. Zij hoorden dat de bewoonster [verdachte] , die boven in de woning was, vertelde dat ze was doorgedraaid <footnote-ref linkend="_1254fbd5-77a1-4688-9d11-cae11d0d5098" />. </para>
        <para>De getuige [getuige 2] heeft op 21 april 2016 verklaard dat haar buurvrouw [verdachte] , wonende aan de [adres 2] te Enschede, haar op 19 april 2016 heeft verteld dat zij binnenkort haar huis in de fik zou steken. Verder heeft zij verklaard dat zij vanavond om ongeveer 20.15 uur heeft gezien dat [verdachte] een stof vasthield waarmee zij voor het raam van [getuige 2] stond te zwaaien en waarbij zij schreeuwde dat zij haar woning in de fik had gestoken <footnote-ref linkend="_7c6326e0-21cf-4dfd-a635-d02ff3f9302f" />.              </para>
        <para>Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] zijn op 21 april 2016 omstreeks 20.22 uur naar de [adres 2] te Enschede gegaan. Ter plaatse zagen zij dat het een rijtjeswoning betrof en er in de woning meerdere goederen, waaronder het gordijn, deels verbrand waren. Zij hoorden dat [verdachte] zei: “Ik weet niet meer wat ik moet doen, ik wil van dit huis af, ik wil hier weg, daarom heb ik het gordijn in brand gestoken <footnote-ref linkend="_ed26c8a7-7b70-431c-9245-729e956c815b" />.</para>
        <para>Verdachte heeft op 22 april 2016 bij de politie verklaard dat zij een aansteker uit de lade van het aanrecht pakte en bij de vitrage aan het voorraam hield. Verder verklaarde zij dat er een  vlammetje kwam dat zij tegen de vitrage aan hield waarop het uiteindelijk ging branden. Het ging sneller branden dan zij verwachtte <footnote-ref linkend="_3992819e-8966-4d01-afbc-8984553ced0c" />. </para>
        <para>Verdachte heeft bij rechter-commissaris verklaard dat het klopt dat zij iets in haar woning in brand heeft gestoken <footnote-ref linkend="_04e41bfb-19aa-407b-96b9-be0495674aa0" />.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verweer van de raadsvrouw dat vrijspraak dient te volgen van de gehele tenlastelegging  nu het bestanddeel “opzettelijk” ontbreekt, wordt weerlegd door de inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen, zodat de rechtbank dit verweer verwerpt.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>zij op 21 april 2016 te Enschede, opzettelijk brand heeft gesticht in de door haar, verdachte, gehuurde woning aan de [adres 2] , door open vuur in aanraking te brengen met in die woning hangende gordijnen en/of vitrage, ten gevolge waarvan brand is ontstaan en daarvan gemeen gevaar voor de overige goederen in die woning en die</para>
        <para>woning en voor aangrenzende woningen, te duchten was;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>
      </para>
      <para>het misdrijf: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte <?linebreak?></title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het primair bewezenverklaarde feit. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals die worden genoemd in het reclasseringsrapport van 1 maart 2017. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw verzoekt bij een bewezenverklaring van het primair of subsidiair tenlastegelegde, verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals die in de reclasseringsrapportage worden genoemd. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw verdachte een taakstraf op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Brandstichting is, gelet op het gevaarzettend karakter ervan, een zeer ernstig misdrijf waardoor vaak niet alleen enorme materiële schade maar ook grote maatschappelijke onrust ontstaat. In het onderhavige geval hadden de gevolgen, met name gelet op de plaats waar de woning van verdachte is gesitueerd en het soort woning, veel ernstiger kunnen zijn dan uiteindelijk het geval is geweest. Verdachte is daar ten tijde van het plegen van feit kennelijk geheel aan voorbij gegaan. </para>
        <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf en strafmaat in belangrijke mate rekening gehouden met de ter terechtzitting gebleken persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die met name zijn verwoord in de over verdachte opgemaakte reclasseringsrapportage van 1 maart 2017 en psychologisch rapportage van drs. D.B. Wisman van 21 februari 2017.     </para>
        <para>Uit die psychologische rapportage blijkt dat er ten tijde van het bewezenverklaarde feit bij verdachte sprake was van een ziekelijke stoornis in de vorm van een verstandelijke beperking en andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met gemengde persoonlijkheidstrekken, die als chronisch gezien kunnen worden. Door de psycholoog wordt geconcludeerd dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is.</para>
        <para>Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven de bij haar aanwezige problematiek te onderkennen en gemotiveerd te zijn daar met behulp van de reclassering aan te werken. </para>
        <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat bij de strafoplegging het accent dient te liggen op de hulpverlening zoals door de reclassering voorgesteld.</para>
        <para>Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf  met na te melden bijzondere voorwaarden opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 27 Sr.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:<?linebreak?><emphasis role="italic">primair: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen voor goederen te duchten is </emphasis></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>s<emphasis role="italic">trafbaarheid verdachte</emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf </emphasis>voor de duur van<emphasis role="bold"> 4 (vier) maanden</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd,</emphasis> tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van 2 (twee) jaren</emphasis> de navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen:</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarden </emphasis>dat verdachte:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para>- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; </para>
    <para>- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden </emphasis>dat verdachte:</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich na ingang van de proeftijd zal melden bij de Jeugdbescherming en Reclassering Leger des Heils, Tubantiasingel 5 te Enschede. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gedurende de proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een GI-LdH CoVa plus training, aangeboden door het Leger des Heils of soortgelijke instelling, waarbij verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens voornoemde instelling aan verdachte zullen worden gegeven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gedurende de proeftijd, op het moment dat dit mogelijk is, in de forensische beschermd wonen afdeling van Transfore of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, zal verblijven en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zo lang de reclassering dit nodig acht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Rikken, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en</para>
      <para>mr. L.T. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a989b5e3-55f8-420b-a6ae-f4dbb6467f81" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2016196931 van 24 april 2016. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1b190b16-b370-4b45-bf89-18b9b53b6854" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 2] d.d. 22 april 2016, pagina 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1437aacd-cde4-4fbc-8094-9f48250672f1" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 21 april 2016, pagina 9. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1254fbd5-77a1-4688-9d11-cae11d0d5098" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] d.d. 21 april 2016, pagina 10.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7c6326e0-21cf-4dfd-a635-d02ff3f9302f" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2] d.d. 21 april 2016, pagina 12. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed26c8a7-7b70-431c-9245-729e956c815b" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van aanhouding van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] d.d. 21 april 2016, pagina 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3992819e-8966-4d01-afbc-8984553ced0c" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 22 april 2016, pagina 28.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_04e41bfb-19aa-407b-96b9-be0495674aa0" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van de rechter-commissaris van 22 april 2016, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>