<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2016:673</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-26T14:07:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/181652 / KG ZA 16-28</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:673">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:673</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-26T14:06:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2016:673 Rechtbank Overijssel , 18-02-2016 / C/08/181652 / KG ZA 16-28</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2016:673:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Afwijzing vordering tot opheffen beslag.</para>
        <para>Gevorderd is opheffing van executoriaal beslag, terwijl conservatoir beslag ligt. De voorzieningenrechter kan niet ultra petitum gaan en niet mee toewijzen dan is gevorderd. </para>
        <para>Artikel 23 Rv.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2016:673:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c3e113b8-84d3-433f-9c02-e05e7cf321c1" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8d27170d-0d89-4517-964d-40ba8e17ebfa" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/08/181652 / KG ZA 16-28</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 18 februari 2016 (fs)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. A. Gerards te Oldenzaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">LOOZE EXPEDITIE B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Oldenzaal,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. J.G.M. Stassen te Enschede.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en Looze genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de producties 1 tot en met 22 en de toelichting daarop aan de zijde van Looze</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van [eiser]</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van Looze.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het vonnis wordt heden bij vervroeging uitgesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Looze is een expeditiebedrijf. [eiser] was bij Looze in dienst als expeditiemedewerker, tot hij op staande voet is ontslagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Looze beschuldigt [eiser] ervan dat hij zichzelf bedragen die aan Looze zouden behoren toe te komen, heeft toegeëigend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 3 december 2015 heeft Looze verlof verzocht en gekregen om conservatoir beslag ten laste van [eiser] te leggen op de woning van [eiser] en zijn echtgenote aan [adres] te [plaats] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Looze heeft conservatoir beslag laten leggen op de woning van [eiser] en zijn echtgenote.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert - samengevat - bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. het door Looze onder [eiser] uit krachte van de grosse van het vonnis (lees: de beschikking) van 3 december 2015 van deze rechtbank op 3 december 2014 gelegde executoriale beslag onroerende zaak nietig te verklaren dan wel op te heffen en/of te laten vervallen;</para>
        <para>II. op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag of dagdeel dat Looze in gebreke blijft aan het in dezen te wijzen vonnis te voldoen;</para>
        <para>III. Looze op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag te verbieden ten laste van [eiser] nieuwe conservatoire beslagen te leggen;</para>
        <para>IV. veroordeling van Looze in de kosten van dit geding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Looze voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Gelet op de aard van de vordering is er sprake van een spoedeisend belang. [eiser] is ontvankelijk in zijn vorderingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat de [eiser] onder I. van het petitum de opheffing vordert van het op 14 december 2015 gelegde executoriale beslag onroerende zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter beslist over wat partijen hebben gevorderd (vergelijk artikel 23 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De voorzieningenrechter is gebonden aan het petitum, met dien verstande dat zij niet méér mag toewijzen dan gevorderd: de voorzieningenrechter mag niet ultra petitum gaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Hoewel geen beslagstukken zijn overgelegd, zodat de voorzieningenrechter daaraan geen informatie kan ontlenen, leidt de voorzieningenrechter uit de omstandigheid dat onder 2. van de dagvaarding sprake is van een conservatoir beslag onroerende zaak en dat in III. van het petitum wordt gevorderd Looze te verbieden ten laste van [eiser] nieuwe conservatoire beslagen te leggen, af dat [eiser] heeft beoogd te vorderen de opheffing van het gelegde conservatoire beslag. Dat er conservatoir beslag is gelegd op de woning van [eiser] en zijn echtgenote wordt door Looze ook niet betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De mogelijkheden van de voorzieningenrechter om het petitum uit te leggen zijn, zo volgt uit hetgeen hierboven bij 4.3. is overwogen, beperkt. Tegen deze achtergrond bezien mag de voorzieningenrechter de vordering van [eiser] onder I. niet opvatten als een vordering tot het opheffen van een gelegd conservatoir beslag. Dit leidt ertoe dat het onder I. en II. van het petitum gevorderde zal worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Ervan uitgaande dat er inderdaad conservatoir beslag is gelegd op de woning van [eiser] en zijn echtgenote, zal dit beslag vooralsnog worden gehandhaafd, althans het zal niet naar aanleiding van dit vonnis opgeheven worden. Gelet daarop is van een situatie waarin Looze zich genoodzaakt zou zien opnieuw conservatoir beslag te leggen op dit moment geen sprake. Hieruit volgt dat het onder III. van het petitum gevorderde eveneens zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Looze worden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht	€ 	619,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	816,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 	1.435,00</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Looze tot op heden begroot op € 1.435,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Zweers en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>18 februari 2016.<footnote-ref linkend="_b376a27b-78b8-4617-a9e2-290403583879" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_b376a27b-78b8-4617-a9e2-290403583879" label="1">
    <para>type: </para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>