<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2016:5314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-22T12:43:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">184731 FT RK 435/16 en 184733 FT RK 436/16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:5314">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:5314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-22T12:32:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2016:5314 Rechtbank Overijssel , 21-11-2016 / 184731 FT RK 435/16 en 184733 FT RK 436/16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2016:5314:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoeken schuldsanering. Drie keer niet ter zitting verschenen voor behandeling verzoekschriften.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2016:5314:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Team Toezicht</para>
      <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekestnummers:  184731 FT RK 435/16 en 184733 FT RK 436/16  </para>
      <para>Uitspraakdatum: 21 november 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken op de verzoeken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] ,</bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] ,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster] ,</bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] , </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verder [verzoeker] en [verzoekster] te noemen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 15 juni 2015 heeft de rechtbank een moratorium, inhoudende een verbod tot ontruiming van de woning van [verzoeker] en [verzoekster] , tot 30 november 2015, toegewezen. Op 14 maart 2016 heeft de rechtbank [verzoeker] en [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaard in de, met het verzoek tot het uitspreken van een moratorium ingediende, verzoeken tot toepassing van de wettelijke schuldsanering (schuldsanering), omdat het minnelijk traject nog niet was afgerond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] en [verzoekster] zijn naar aanleiding van nieuwe verzoeken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, die begin april 2016 door de rechtbank zijn ontvangen, op 10 juni 2016 opgeroepen voor de zitting van 1 augustus 2016. [verzoeker] en [verzoekster] hebben voorafgaande aan de zitting telefonisch gemeld dat zij in verband met het overlijden van de stiefmoeder van [verzoekster] niet op de zitting van 1 augustus 2016 aanwezig kunnen zijn. [verzoeker] en [verzoekster] zijn vervolgens opgeroepen voor de zitting van 19 september 2016. Kort voor </para>
      <para>19 september 2016 hebben [verzoeker] en [verzoekster] bericht dat [verzoeker] is opgenomen op de Paaz-afdeling en dat zij wederom niet ter zitting kunnen verschijnen. [verzoeker] en [verzoekster] zijn daarop opgeroepen voor de zitting van 14 november 2016, alwaar zij, zonder bericht van afwezigheid, niet zijn verschenen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] en [verzoekster] zijn samenwonend. Volgens het verzoekschrift van [verzoeker] bedraagt zijn totale schuldenlast € 31.306,54. Volgens het verzoekschrift van [verzoekster] bedraagt haar totale schuldenlast € 27.208,--. Er is sprake van een gezamenlijke schuld van € 4.234,98 uit 2014 aan Beter Wonen. Volgens de verzoekschriften met bijlagen hebben [verzoeker] en [verzoekster] zich reeds in 2006 gemeld bij een schuldhulpverleningsbureau, maar is gebleken dat dit een malafide bureau is. In 2013 heeft [verzoeker] een burnout gekregen en [verzoekster] een hernia, waarna [verzoeker] en [verzoekster] hun financiële zaken ‘links hebben laten liggen’. [verzoeker] is vervolgens akkoord gegaan met ontslag bij zijn toenmalige werkgever en heeft een ontslagvergoeding ontvangen waarmee schulden zijn afgelost. [verzoeker] en [verzoekster] zijn er vanuit gegaan dat alle schulden waren afgelost, maar in november 2014 heeft de politie zich bij [verzoeker] en [verzoekster] gemeld om [verzoeker] te gijzelen in verband met openstaande CJIB-boetes. Om de boetes te kunnen betalen heeft [verzoeker] geld geleend en kon de huur niet worden betaald.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de oproepbrieven voor de zittingen, waarvan de eerste op 10 juni 2016 is verstuurd, is [verzoeker] en [verzoekster] telkens opgedragen uiterlijk een week voor de zitting, waarvoor ze werden opgeroepen, een BKR-toets van beiden, die niet ouder is dan een jaar, aan te leveren en om een specificatie van de belastingschulden van [verzoekster] over te leggen. Tot op heden heeft de rechtbank de opgevraagde stukken niet ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De overwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de verzoeken van [verzoeker] en [verzoekster] moeten worden afgewezen. [verzoeker] en [verzoekster] hebben immers door drie keer niet ter zitting te verschijnen, waarbij ze op de laatste zitting zonder bericht van afwezigheid niet zijn verschenen, niet aannemelijk gemaakt dat zij te goeder trouw zijn geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop de verzoekschriften zijn ingediend. Ook hebben [verzoeker] en [verzoekster] door niet ter zitting te verschijnen niet aannemelijk gemaakt dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zullen nakomen en zich zullen inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat [verzoeker] en [verzoekster] door op 14 november 2016, zonder bericht van afwezigheid, niet ter zitting te verschijnen en dientengevolge niet te verklaren, nu reeds hun inlichtingenplicht niet zijn nagekomen. De rechtbank heeft bij haar oordeel om de verzoeken af te wijzen betrokken dat [verzoeker] en [verzoekster] vanaf het moment dat ze begin april 2016 de verzoeken hebben ingediend, drie keer in de gelegenheid zijn gesteld om deze verzoeken ter zitting toe te lichten en zij van deze mogelijkheid drie keer geen gebruik hebben gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	wijst de verzoeken af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen door mr. M.M. Verhoeven, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare </para>
      <para>terechtzitting van 21 november 2016 in tegenwoordigheid van de griffier<footnote-ref linkend="_7c042d4f-f1b8-4a61-b4c2-3cad024e9c13" />.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_7c042d4f-f1b8-4a61-b4c2-3cad024e9c13" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">De schuldenaren hebben gedurende </emphasis>
      <emphasis role="underline italic">acht dagen na de dag van deze uitspraak</emphasis>
      <emphasis role="italic"> het recht van hoger beroep. Het hoger beroep kan uitsluitend worden ingesteld bij door een advocaat ondertekend verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het Gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen (art. 292 lid 3 en 361 Fw.).  </emphasis>
    </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>