<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2016:2578</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-13T10:40:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBOVE:2016:2597</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/1709</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001941&amp;artikel=13b&amp;g=2009-07-01">Opiumwet 13b</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:2578">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:2578</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-12T16:36:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2016:2578 Rechtbank Overijssel , 12-07-2016 / 16/1709</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2016:2578:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bestuursdwang; tijdelijke sluiting woning wegens aanwezigheid harddrugs (XTC) voor verkoop, aflevering of verstrekking aan derden. Toewijzing verzoek; verzoekster dient meer tijd te worden gegund om passend tijdelijk onderdak te vinden voor haar en de bij haar verblijvende minderjarige kinderen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2016:2578:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 16/1709</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>  <emphasis role="bold">[verzoekster 1]</emphasis>, te [woonplaats] , verzoekers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.J.H. van der Wal, advocaat te Hengelo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de burgemeester van Hardenberg</emphasis>, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: A.C.A. Pullen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 4 juli 2016 heeft verweerder aan verzoeker [verzoeker] de last opgelegd dat de woning aan de [adres] te [woonplaats] met ingang van 11 juli 2016, onder toepassing van bestuursdwang, voor de duur van twee maanden wordt gesloten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juli 2016. Verzoekster [verzoekster 1] </para>
      <para>is verschenen samen met mr. Van der Wal. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door A.C.A. Pullen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoekers wonen aan de [adres] te [woonplaats] . Verzoekers hebben de zorg voor drie minderjarige kinderen, van zes, vier en één jaar oud. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op 6 mei 2016 is door een buurtbewoonster een melding gedaan bij de politie. Volgens deze melding hebben kinderen bij een bruggetje, in de buurt van de woning van verzoekers, een doos met pillen gevonden. Verzoeker [verzoeker] heeft deze doos meegenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <parablock>
        <para>Op 10 mei 2016 hebben in het kader van een groot stafrechtelijk onderzoek naar grootschalige handel in drugs in Oost Nederland diverse doorzoekingen plaatsgevonden. </para>
        <para>Ook de woning van verzoekers is doorzocht. Bij deze doorzoeking zijn in een bergplaats </para>
        <para>op de zolder van de woning drie zakken met (in totaal circa 13.000) pillen aangetroffen. Deze pillen bleken na testen XTC te bevatten. Tevens zijn een gasalarmpistool en kweekmiddelen aangetroffen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Verzoeker [verzoeker] is op 10 mei 2016 aangehouden. Hij bevindt zich in voorlopige hechtenis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <parablock>
        <para>Op 9 juni 2016 heeft de politie een bestuurlijke rapportage aan verweerder doen toekomen. In deze rapportage wordt geadviseerd om de woning aan de [adres] voor bepaalde tijd te sluiten teneinde een eind te maken aan de kennelijk faciliterende rol van </para>
        <para>deze locatie in een crimineel netwerk van drugshandel en herhaling voor de toekomst te voorkomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <parablock>
        <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan verzoeker [verzoeker] de last opgelegd </para>
        <para>dat de woning aan de [adres] te [woonplaats] met ingang van 11 juli 2016, onder toepassing van bestuursdwang, voor de duur van twee maanden wordt gesloten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <parablock>
        <para>Op 7 juli 2016 heeft verweerder het bestreden besluit in die zin gewijzigd, </para>
        <para>dat de sluiting ingaat op woensdag 13 juli 2016, om 17.00 uur.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.	Verzoekster [verzoekster 1] en de minderjarige kinderen van verzoekers worden </para>
        <para>door het bestreden besluit genoodzaakt om hun woning op korte termijn te verlaten. </para>
        <para>Van onverwijlde spoed, als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dan ook sprake.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bepaalt dat de burgemeester bevoegd is </para>
        <para>tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De in de woning aan de [adres] aangetroffen stof XTC (methyldihydromorfine; MDMA) is vermeld op lijst I bij de Opiumwet. Het is ingevolge het bepaalde in artikel 2 van de Opiumwet verboden om dit middel aanwezig te hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het door verweerder gevoerde handhavingsbeleid met betrekking tot hard- en softdrugs is neergelegd in de Nota Drugs- en coffeeshopbeleid Gemeente Hardenberg 2013 (hierna: de Nota). Hoofdstuk 5 van de Nota bevat de handhavingsrichtlijn woningen en lokalen. Bij het bepalen of aanleiding bestaat om met toepassing van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet over te gaan tot sluiting van een woning of lokaal hanteert verweerder de in paragraaf 5.5 van de Nota neergelegde handhavingsmatrix. Uitgangspunt is dat in geval van een eerste constatering van een middel dat is vermeld op lijst I bij de Opiumwet sluiting van de woning of van het lokaal tot maximaal drie maanden plaatsvindt, zonder voorafgaande waarschuwing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is in voldoende mate aannemelijk dat in de woning aan de [adres] een middel als bedoel in lijst I bij de Opiumwet aanwezig was met het oogmerk om te worden verkocht, afgeleverd of te worden verstrekt. Aangezien op 10 mei 2016 meer dan een geringe hoeveelheid drugs is aangetroffen in de woning, mag redelijkerwijs worden aangenomen dat deze deels of geheel bestemd is voor verkoop, aflevering of verstrekking aan derden. De stelling van verzoekers dat verzoeker [verzoeker] deze drugs buiten heeft gevonden, dat hij deze met het oog op de veiligheid van zijn kinderen op zolder heeft opgeborgen om later als grof vuil weg te doen zonder de politie op de hoogte te stellen van zijn vondst, kan de voorzieningenrechter er niet van overtuigen dat in dit geval geen sprake is van het voorhanden hebben van een dergelijk middel met het hiervoor omschreven doel. Verweerder was dan ook bevoegd om op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet handhavend op te treden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter mogen afgaan op de bestuurlijke rapportage van de politie van 9 juni 2016. Blijkens deze rapportage is gebruikmaking van de bevoegdheid van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet in dit geval wenselijk om een eind te maken aan de kennelijk faciliterende rol van de woning in een crimineel netwerk van drugshandel en om herhaling voor de toekomst te voorkomen. </para>
        <para>De toepassing van bestuursdwang is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter een proportionele maatregel gelet op de ernst van het geconstateerde feit en de wens om de kennelijk faciliterende rol van de woning in een crimineel netwerk van drugshandel te beëindigen. Nu er vermoedelijk sprake is van een crimineel netwerk, maakt het gegeven </para>
        <para>dat verzoeker [verzoeker] voorlopig in hechtenis zit het voorgaande niet anders.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter is evenwel van oordeel dat gelet op de omstandigheden van dit geval en gegeven punt 5.4.6 van verweerders beleid, aanleiding bestaat om, </para>
        <para>bij afweging van de betrokken belangen, een voorlopige voorziening te treffen. </para>
        <para>Hiertoe acht de voorzieningenrechter van belang dat ter zitting is gebleken dat het ondanks eigen pogingen van verzoekster en van het sociaal wijkteam van de gemeente Hardenberg nog altijd niet gelukt is om passend tijdelijk onderdak te vinden voor verzoekster [verzoekster 1] en de bij haar verblijvende minderjarige kinderen. Hiertoe dient verzoekster [verzoekster 1] meer tijd te worden gegund. Tevens dient het zesjarige kind van verzoekster in de gelegenheid te worden gesteld om tijdens de laatste week van het basisschoolonderwijs thuis te blijven wonen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om de volgende voorlopige voorziening te treffen. Het bestreden besluit zal worden geschorst tot maandag 18 juli 2016, om 17:00 uur om daarna in werking te treden.</para>
      <para />
      <para>5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.</para>
      <para />
      <para>6. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 992,-- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 496,- en een wegingsfactor 1). </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>schorst het bestreden besluit tot maandag 18 juli 2016, om 17:00 uur;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 992,--;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,-- aan verzoekers te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier								voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>