<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2016:1800</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-25T15:05:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4981400 \ CV EXPL  16-2037</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:1800">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:1800</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-25T15:04:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2016:1800 Rechtbank Overijssel , 29-04-2016 / 4981400 \ CV EXPL  16-2037</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2016:1800:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In conventie gevorderde voorschot op deel nalatenschap afgewezen. Vordering in reconventie eveneens afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2016:1800:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 4981400 \ CV EXPL  16-2037 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 29 april 2016 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [X]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen [X] , </para>
      <para>gemachtigde: mr. D.P. Kant, advocaat te Goor</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Y]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen [Y] ,</para>
      <para>gemachtigde: [Z] , wonende te [woonplaats 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De namens [X] betekende dagvaarding van 12 april 2016, waarbij [X] een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en [Y] heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Partijen hebben ter voorbereiding van de mondelinge behandeling nog producties in het geding gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De vordering is behandeld ter zitting van 20 april 2016. </para>
        <para>
          [X] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. </para>
        <para>
          [Y] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [X] heeft zijn standpunt laten toelichten door zijn gemachtigde, die daarbij gebruik heeft gemaakt van pleitaantekeningen. </para>
        <para>De gemachtigde van [Y] heeft tegen de vordering verweer gevoerd, alsmede een eis in reconventie ingesteld, en daarbij gebruik gemaakt van pleitaantekeningen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De vordering </para>
        <para>
          [X] vordert - samengevat – een voorschot van € 12.500,00 op zijn deel van de nalatenschap van wijlen de heer [A] , vader van [X] en hierna te noemen: erflater, overleden op [2003] . [X] stelt dat [Y] een bedrag van € 22.500,00 aan hem is verschuldigd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [X] voert daartoe samengevat het navolgende aan. Erflater heeft een testament opgemaakt mede inhoudende een recht van vruchtgebruik ten behoeve van [Y] .</para>
        <para>Dit recht van vruchtgebruik zou eindigen indien [Y] zou worden opgenomen in een bejaardenhuis of een verpleeginrichting. [Y] woont sinds september 2014 in een aanleunwoning die onderdeel is van een instantie die zorg verleent aan bejaarden en hen bijstaat. Beter Wonen verleent zorg aan [Y] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De woning welke deel uitmaakte van de nalatenschap is in 2015 verkocht voor een bedrag van € 135.000,00. De woning was voor de helft eigendom van [Y] , [X] en [Z] .  Door de verhuizing naar een aanleunwoning waar [Y] zorg ontvangt is het vruchtgebruik volgens het testament geëindigd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover het vruchtgebruik niet zou zijn geëindigd dan heeft [X] nog steeds recht op een zesde gedeelte van de koopsom van de woning. Immers [Y] is dan niet gerechtigd om dat bedrag te verbruiken, aangezien niet het nieuwe erfrecht van toepassing is, de artikelen 3:201 BW en 3:207 BW, maar het oude erfrecht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verweer in conventie en eis in reconventie</para>
        <para>
          [Y] concludeert - samengevat - tot afwijzing van de vordering in conventie.</para>
        <para>
          [Y] betwist dat het vruchtgebruik is geëindigd door haar verhuizing. Daartoe voert zij onder meer aan dat geen sprake is van een bejaardenhuis of een verpleeginrichting maar van een aanleunwoning en zij aldaar geen zorg ontvangt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het vruchtgebruik in het testament is zeer ruim geformuleerd en beoogt haar goed verzorgd achter te laten en haar als executeur het bezit, de macht en het beheer van de nalatenschap te geven. [Y] geniet enkel een AOW uitkering en zij heeft, ook onder het nieuwe erfrecht, het recht om het bestaande leefpatroon te kunnen voortzetten. [X] kan daarom zijn vordering thans niet van [Y] opeisen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In reconventie vordert [Y] diverse bedragen van [X] waartoe zij onder meer, samengevat, stelt dat door toedoen van [X] onnodig kosten zijn gemaakt en hij voorts ook overigens een bijdrage dient te leveren in de gemaakte kosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In conventie:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het vereiste spoedeisend belang is in deze zaak, gelet op de aard van de vordering en het daaromtrent door eiser gestelde, aanwezig.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Voorop gesteld zij dat het hier gaat om een beoordeling van een vordering en het daartegen gevoerde verweer in een kort geding procedure, welke naar haar aard beperkingen kent wat betreft de waarheidsvinding -voor bewijslevering is daarvoor in een kort geding procedure geen plaats- en de te geven beslissingen. Die beslissingen zijn slechts voorlopig van karakter. De kantonrechter dient te beoordelen of de vordering van eiser een zodanige kans van slagen heeft in een eventuele bodemprocedure dat de toewijzing daarvan als voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [X] heeft gesteld dat ingevolge de bepalingen van het testament van erflater het vruchtgebruik eindigt bij definitieve opname in een bejaardenhuis of verpleeginrichting en dat uit deze bepaling kan worden opgemaakt dat erflater heeft bedoeld dat [Y] niet langer het vruchtgebruik heeft over het gedeelte van de nalatenschap dat zij niet in eigendom heeft verkregen als zij niet meer zelfstandig, zonder ondersteuning woont. Deze stelling is door [Y] gemotiveerd betwist; zij stelt dat een aanleunwoning niet valt onder de bepaling van het testament en zij bovendien geen zorg ontvangt. Het vruchtgebruik is dus niet geëindigd door de verhuizing naar een aanleunwoning.</para>
        <para>Ook valt niet met een grote mate van zekerheid vast te stellen dat [X] , ervan uitgaande dat het vruchtgebruik niet is geëindigd, zijn vordering van [Y] kan opeisen omdat zij niet het recht heeft in vruchtgebruik gegeven zaken te verbruiken. Of en in hoeverre [Y] dit recht geniet valt niet in kort geding vast te stellen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Gelet op deze gemotiveerde betwisting valt niet met een grote mate van zekerheid vast te stellen dat in een bodemprocedure [X] in het gelijk zal worden gesteld. De vordering van [X] dient daarom te worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [X] zal als de in conventie in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de proceskosten in conventie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In reconventie:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 7.1. van het Procesreglement kort gedingen ten behoeve van kantonzaken bij de rechtbanken deelt een partij die een eis in reconventie of een incidentele vordering wenst in te stellen, de eis respectievelijk de vordering en de gronden daarvan zo spoedig mogelijk, uiterlijk 24 uur vóór de terechtzitting schriftelijk mee aan de wederpartij, aan eventuele overige partijen en aan de kantonrechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>In de onderhavige zaak heeft [Y] haar eis in reconventie niet uiterlijk 24 uur voor de zitting aan de wederpartij schriftelijk meegedeeld maar bij gelegenheid van de mondelinge behandeling zodat zij niet ontvankelijk is in haar eis in reconventie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [Y] dient als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing in kort geding</title>
    <bridgehead role="italic">In conventie:</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I	Wijst de vordering van [X] af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>II	Veroordeelt [X] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [Y] begroot op € 200,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In reconventie:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>III	Wijst de vordering van [Y] af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>IV	Veroordeelt [Y] in de proceskosten van deze procedure tot op heden aan de 	zijde van [X] begroot op € 200,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G. van Eerden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>