<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2016:1555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-03T09:00:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/184146 / KG ZA 16-98</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBOVE:2016:1381" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2016:1381</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:1555">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:1555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-03T09:00:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2016:1555 Rechtbank Overijssel , 28-04-2016 / C/08/184146 / KG ZA 16-98</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2016:1555:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvulling vonnis in kort geding. Artikel 32 Rv. Buitengerechtelijke kosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2016:1555:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fc425c7e-9762-49f1-b757-5e5ae6859c6a" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="483aa999-065e-44ba-a253-c27e9863309b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/08/184146 / KG ZA 16-98</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Aanvullend vonnis van 28 april 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. R.W. Hoevers te Enschede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>verschenen in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot aanvulling </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 15 april 2015 heeft mr. Hoevers namens [eiser] de voorzieningenrechter verzocht om aanvulling van het op 13 april 2016 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de voorzieningenrechter alsnog beslist op de vordering van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen de buitengerechtelijke kosten ad € 1.815,00 aan hem te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. [gedaagde] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van een verzuim als bedoeld in artikel 32 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). In het petitum van de dagvaarding is door [eiser] gevorderd om [gedaagde] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 1.815,--. Bij het vonnis van 13 april 2016 heeft de voorzieningenrechter [gedaagde]  - kort gezegd - veroordeeld tot betaling van een geldsom (vermeerderd met wettelijke rente) aan eiser. Daarnaast is [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft echter niet geoordeeld over de vordering inzake de buitengerechtelijke kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ten aanzien van de door [eiser] gevorderde veroordeling van [gedaagde] in de buitengerechtelijke kosten overweegt de voorzieningenrechter thans alsnog als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat rapport Voorwerk II van toepassing is, maar met toetsing van de omvang van de kosten aan de wettelijke tarieven in plaats van aan de tarieven van Voorwerk II nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Een en ander resulteert in een (op de voet van artikel 6:96 lid 2 sub c van het Burgerlijk Wetboek) bedrag van € 1.542,75 inclusief BTW. Dit bedrag zal worden toegewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Vermeld vonnis van 13 april 2016 zal mitsdien op de volgende wijze worden aangevuld</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat na het dictumonderdeel 4.1. respectievelijk 4.3. (na hernummering dictumonderdeel 4.4.) van het op 13 april 2016 tussen [eiser] en [gedaagde] gewezen vonnis dient te worden toegevoegd: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“4.2.	veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de buitengerechtelijke kosten ad <?linebreak?>€ 1.542,75 (vijftienhonderd tweeënveertig euro en vijfenzeventig eurocent),”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>de dictumonderdelen 4.2. en 4.3. van voornoemd vonnis worden hierdoor  4.3. en 4.4.,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“4.5.	wijst af het meer of anders gevorderde.”  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 28 april 2016 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 13 april 2016,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 13 april 2016 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2016.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>