<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2016:1159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-06T15:06:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/730766-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:1159">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:1159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-06T15:04:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2016:1159 Rechtbank Overijssel , 06-04-2016 / 08/730766-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2016:1159:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft gedurende een aantal maanden aan een aanmerkelijke groep afnemers, met enige regelmaat en intensiteit, al dan niet tegen betaling, harddrugs verstrekt. De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij daarbij ook welbewust aan minderjarigen harddrugs  heeft verstrekt. </para>
      <para />
      <para>De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 12 maanden en 13 dagen, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Als bijzondere voorwaarden stelt de rechtbank onder andere een behandelplicht en een meldplicht. Naast de gevangenisstraf moet hij een taakstraf uitvoeren van 60 uren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2016:1159:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Overijssel</bridgehead>
    <para>Afdeling Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer (P): 08/730766-15   </para>
      <para>Datum vonnis: 6 april 2016   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [adres] .</para>
      <para>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 maart 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.J. van Dijck en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. P.P.J.T.M. Seelen, advocaat te Vriezenveen, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in amfetamine en XTC-pillen heeft gedeald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 maart 2015</para>
      <para>t/m 04 december 2015 te Vroomshoop, gemeente Twenterand, tezamen en in</para>
      <para>vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans</para>
      <para>eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of</para>
      <para>verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval</para>
      <para>(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelheid/-heden van een</para>
      <para>materiaal bevattende amfetamine en/of een hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende MDMA en/of MDEA en/of MDA (zgn. XTC-pillen), zijnde amfetamine</para>
      <para>en/of en/of MDMA en/of MDEA en/of MDA (telkens) een middel als bedoeld in de</para>
      <para>bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf waarvan de duur gelijk is aan de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd, alsmede een gevangenisstraf van tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals die staan vermeld in het door de reclassering opgemaakte rapport van 4 februari 2016. Daarnaast vordert de officier van justitie een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis en - voor zover aan de orde - teruggave van de in beslag genomen goederen aan verdachte.   </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken.</para>
      <para>De redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zijn vervat in wettige bewijsmiddelen. Wanneer wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie eenheid Oost Nederland met registratienummer PL0600-2015485620 van 14 december 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde personen opgemaakt proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsoverwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Evenals de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte de  tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Nu verdachte die feiten heeft bekend en door de raadsman geen vrijspraak is bepleit, zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>het proces-verbaal van de terechtzitting van 23 maart 2016, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. </para>
        <para>de processen-verbaal van verhoor van de getuigen:</para>
        <para>
          [getuige 1] van 10 augustus 2015, pagina’s 19 t/m 23;</para>
        <para>
          [getuige 2] van 24 september 2015, pagina’s 26 t/m 35;</para>
        <para>
          [getuige 3] van 1 oktober 2015, pagina’s 37en 38 en 25 november 2015, pagina’s 66 t/m 71;  </para>
        <para>
          [getuige 4] van 2 oktober 2015, pagina’s 41 t/m 46.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, met bijlagen, van 7 december 2015, pagina’s 90 t/m 95.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De conclusie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>hij in de periode van 11 maart 2015 t/m 4 december 2015 te Vroomshoop, gemeente Twenterand, meermalen opzettelijk heeft verkocht en verstrekt en vervoerd, </para>
        <para>hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en hoeveelheden van een materiaal</para>
        <para>bevattende MDMA en/of MDEA en/of MDA (zgn. XTC-pillen), zijnde amfetamine</para>
        <para>en MDMA en MDEA en MDA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende</para>
        <para>lijst I.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van de verdachte <?linebreak?></title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De op te leggen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De gronden voor een straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft gedurende een aantal maanden aan een aanmerkelijke groep afnemers, met enige regelmaat en intensiteit, al dan niet tegen betaling, harddrugs vertrekt. De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij daarbij ook welbewust aan minderjarigen harddrugs  heeft verstrekt. Verdachte is daarbij geheel voorbij gegaan aan de geestelijke en lichamelijke gevolgen voor de gebruikers. Eerdere veroordelingen ter zake overtreding van de Opiumwet en de in die veroordelingen gelegen waarschuwingen hebben verdachte er niet van weerhouden andermaal dergelijke feiten plegen. Naar het oordeel van de rechtbank dient het plegen van feiten als de onderhavige in principe ontmoedigd te worden met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van langere duur. Gelet echter op de ter terechtzitting gebleken persoonlijke omstandigheden, zoals die onder andere zijn verwoord in de omtrent verdachte opgemaakte rapportage van 4 februari 2016, dient, naar het oordeel de rechtbank, bij de afdoening van de zaak de nadruk te liggen op een behandeling van verdachte. Verdachte heeft aangeven het kwalijke en strafwaardige van zijn handelen in te zien en bereid te zijn zijn leven een andere wending te geven en mee te willen werken aan een behandeling gericht op zijn drugs- en gokverslaving. </para>
        <para>Verder heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf laten meewegen dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat verdachte bij zijn handelwijze een winstoogmerk heeft gehad en hij bovendien ook al door middel van een elektronisch controlemiddel enige tijd aan een vorm van vrijheidsbeneming is blootgesteld. Alles afwegende zal aan verdachte naast een taakstraf, een vrijheidsstraf worden opgelegd waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf met na te melden voorwaarden opleggen, teneinde een toezicht en behandeling van verdachte mogelijk te maken en hem ervan te weerhouden zich in de toekomst andermaal aan feiten als deze schuldig te maken.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De inbeslaggenomen voorwerpen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de twee onder verdachte in beslag genomen telefoontoestellen dienen te worden teruggegeven aan verdachte.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 57 en 91 Sr.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vrijspraak/bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:<?linebreak?><emphasis role="italic">     opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven   </emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">     verbod, meermalen gepleegd. </bridgehead>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden en dertien (13) dagen, waarvan tien (10) maanden voorwaardelijk </emphasis>met een<emphasis role="bold"> proeftijd van drie jaren</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:<?linebreak?>- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;<?linebreak?>- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; </para>
    <para>- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarde</emphasis> dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet al zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd en gedurende een door de reclassering Nederland te bepalen periode te melden bij deze instelling, zo frequent als deze instelling dat gedurende deze periode nodig acht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarde</emphasis> dat de veroordeelde gedurende de proeftijd de Cognitieve Vaardigheidstraining (COVA) zal volgen en afronden; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarde</emphasis> dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal laten behandelen voor zijn gokgedrag en drugsgebruik bij JusTact of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal dienen te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarde</emphasis> dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal onthouden van drugsgebruik zolang de reclassering dat nodig acht, waarbij hij wordt verplicht mee te werken aan controles, zoals urinecontroles; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarde</emphasis> dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig zal zijn op het verblijfadres, thans [adres] te [woonplaats] . Daarbij heeft hij op doordeweekse dagen een aaneengesloten blok van 12 uur ter invulling van zijn dagbesteding. In de weekenden heeft veroordeelde 4 uur per dag vrij te besteden. Wanneer veroordeelde op doordeweekse dagen geen dagbesteding heeft, heeft hij 2 uur vrij te besteden. De precieze tijdstippen worden vooraf vastgesteld door de reclassering, in overleg met veroordeelde en afhankelijk van de dagbesteding. Een ander dan bovengenoemd adres is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Het openbaar ministerie kan op advies van de reclassering het locatiegebod laten vervallen of de genoemde bloktijden wijzigen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para> Het locatiegebod wordt ter beoordeling van de reclassering, gedurende een periode    </para>
      <para> van maximaal één jaar, gecontroleerd door middel van een elektronisch controlemiddel; </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>draagt de reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tevens tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van    </para>
    <para> onbetaalde arbeid <emphasis role="bold">van zestig (60) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">30 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de teruggave aan verdachte van twee telefoontoestellen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">opheffing bevel voorlopige hechtenis  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aksu, voorzitter, mr. G. van Eerden en mr. J. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 april 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>