<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2015:835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T08:22:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-02-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/955930-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:835">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-17T13:21:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2015:835 Rechtbank Overijssel , 17-02-2015 / 08/955930-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2015:835:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte wordt er van verdacht dat hij ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige kleindochter. </para>
      <para />
      <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2015:835:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Overijssel</bridgehead>
    <para>Afdeling Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 08/955930-13</para>
      <para>Datum vonnis: 17 februari 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1952 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in [woonplaats], [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van </para>
      <para>3 februari 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw </para>
      <para>mr. D. Greven, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige kleindochter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 15 juli 2012 tot 1 februari 2013 te</para>
      <para>
        [plaats] meermalen, althans éénmaaal, ontucht heeft gepleegd met zijn</para>
      <para>minderjarige kleindochter, en/of de aan zijn zorg en/of waakzaamheid</para>
      <para>toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer], geboren op [geboortedag] 2002,</para>
      <para>bestaande die ontucht (telkens) hierin dat hij, verdachte,</para>
    </parablock>
    <para>- in de borst(en) van die [slachtoffer] heeft geknepen en/of de borst(en) van die</para>
    <para>
      [slachtoffer] heeft betast en/of bevoeld en/of aangeraakt en/of</para>
    <para>- de hand(en) van die [slachtoffer] heeft gepakt en/of om en /of op zijn,</para>
    <parablock>
      <para>verdachtes, penis heeft gelegd en/of (vervolgens) strelende en/of op en neer</para>
      <para>gaande bewegingen heeft gemaakt en/of</para>
    </parablock>
    <para>- de vagina, althans schaamstreek, van die [slachtoffer] (al dan niet over de</para>
    <para>kleding heen) heeft bevoeld en/of betast;</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van de door hem in voorarrest doorgebrachte tijd. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">4. De voorvragen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De standpunten van de officier van justitie en de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen is, nu de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en voldoende ondersteuning vindt in de verklaringen van moeder, getuige [getuige 1], getuige [getuige 2] en deels ook in de verklaring van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De raadsvrouw heeft daartoe primair aangevoerd dat de verklaring van aangeefster onvoldoende ondersteund wordt door andere bewijsmiddelen. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is een bewezenverklaring niet naar de eisen van de wet met redenen omkleed als die slechts berust op de verklaring van aangever en de overige bewijsmiddelen onvoldoende steun geven aan die verklaring. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat, indien de rechtbank van oordeel is dat voldoende wettig bewijs in het dossier aanwezig is, dit bewijs niet overtuigend is. Er zijn gegronde redenen om te twijfelen aan de aangifte en de verklaringen van moeder en getuige [getuige 3]. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsoverwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat de verklaring van aangeefster weinig gedetailleerd herinneringen van haar weergeeft ten aanzien van de logeerpartijen bij verdachte in 2012/2013. Naast deze verklaring van aangeefster, bestaat het bewijs in het dossier voornamelijk uit <emphasis role="italic">de auditu</emphasis> verklaringen die allemaal zijn te herleiden tot één bron, te weten aangeefster. Bewijs ter ondersteuning of bevestiging van de door aangeefster gedane mededelingen omtrent de feiten die door verdachte zouden zijn gepleegd, ontbreekt, dan wel is onvoldoende aanwezig in het gebezigde bewijsmateriaal</para>
        <para>Gelet hierop is de rechtbank met de raadsvrouw van oordeel dat op grond van het dossier onvoldoende wettig bewijs voorhanden is om tot bewezenverklaring van het aan verdachte tenlastegelegde feit te kunnen komen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De conclusie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>- verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. B.W.M. Hendriks en </para>
      <para>mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>