<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2015:5805</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-10T15:24:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/08/170339 / FA RK 15-849</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Almelo</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:5805">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:5805</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-09T10:42:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2015:5805 Rechtbank Overijssel , 23-09-2015 / C/08/170339 / FA RK 15-849</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2015:5805:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank wijst af het verzoek van het meerderjarig kind tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van zijn levensonderhoud, nu het kind geacht moet worden in eigen levensonderhoud te voorzien.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2015:5805:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OVERIJSSEL</bridgehead>
    <para>Team Familierecht en Jeugdrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Almelo</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/08/170339 / FA RK 15-849 (LH)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de enkelvoudige familiekamer voor burgerlijke zaken d.d. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">23 september 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] </emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>verder te noemen: de zoon of [verzoeker] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>verzoeker, </para>
      <para>advocaat mr. B. Bentem te Enschede</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder] </emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>verder te noemen: de vader, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>advocaat mr. W.G. ten Brummelhuis te Oldenzaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de navolgende bescheiden:</para>
      <para>- het verzoek met bijlagen, binnengekomen op 14 april 2015;</para>
      <para>- het verweer, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, binnengekomen op 17 juli 2015;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para> De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 10 september 2015. Ter zitting zijn verschenen en gehoord: partijen beiden bijgestaan door hun advocaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader is gehuwd geweest met [A] . Uit dit huwelijk is op [datum] [verzoeker] geboren. Naast [verzoeker] zijn uit dit huwelijk nog drie kinderen geboren, van wie inmiddels 1 kind (jong)meerderjarig is en de andere twee nog minderjarig. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van 1 oktober 2008 heeft de rechtbank Almelo de echtscheiding uitgesproken, welke echtscheidingsbeschikking op 28 januari 2009 is ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van de rechtbank Oost-Nederland van 5 juni 2013 is de bijdrage van de vader in de kosten van levensonderhoud en studie van [verzoeker] vastgesteld op </para>
        <para>€ 197,50 per maand. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zoon verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de vader telkens bij vooruitbetaling per de eerste van de maand met een bedrag van € 335,10 dient bij te dragen in de kosten van [verzoeker] , primair met ingang van 25 december 2014, subsidiair met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift. [verzoeker] stelt in zijn verzoekschrift dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. [verzoeker] is op 25 december 2014 21 jaar geworden en heeft nog steeds behoefte aan alimentatie. Hij studeert en heeft niet voldoende inkomen om in zijn bestaan en studie te voorzien. [verzoeker] berekent zijn behoefte op </para>
      <para>€ 335,10 per maand. Hij gaat hierbij uit van de lening die hij ontvangt van € 301,27 per maand, het collegekrediet van € 158,83 per maand, verminderd met het inkomen dat hij ontvangt als trainer van [vereniging] ter hoogte van € 125,-- per maand. </para>
      <para>Ter zitting heeft [verzoeker] zich beroepen op een tweetal uitspraken en gesteld dat in dit geval sprake is van de uitzonderingssituatie dat van de vader verwacht mag worden dat hij een financiële bijdrage levert aan het afronden van de studie van [verzoeker] .  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader verzoekt de rechtbank [verzoeker] in zijn verzoek niet-ontvankelijk te verklaren dan wel dit verzoek af te wijzen. De vader stelt zich primair op het standpunt dat [verzoeker] niet, althans onvoldoende, heeft gesteld en onderbouwd dat hij niet in staat is in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Nu [verzoeker] deze behoeftigheid niet stelt, dan wel heeft nagelaten deze gespecificeerd te onderbouwen, dient [verzoeker] reeds om die reden niet ontvankelijk te worden verklaard, dan wel dient zijn verzoek te worden afgewezen. Ter zitting heeft de vader gesteld dat de lijn in de geldende jurisprudentie is dat geen behoeftigheid wordt aangenomen voor kinderen van 21 jaar en ouder, tenzij hier bijvoorbeeld  bij overeenkomst van is afgeweken. De vader heeft een aantal uitspraken aangehaald ter onderbouwing van deze stelling. Indien de rechtbank van oordeel is dat bij [verzoeker] sprake is van behoeftigheid, dan verzoekt vader de rechtbank hem op grond van 1:399 Burgerlijk Wetboek te ontslaan van zijn onderhoudsverplichting vanwege de gedragingen van [verzoeker] jegens vader. Vader stelt zich tenslotte op het standpunt dat hij over onvoldoende draagkracht beschikt om de door [verzoeker] verzochte bijdrage te kunnen voldoen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De zoon is van mening dat hij op grond van artikel 1:392 van het Burgerlijk Wetboek </para>
        <para>(BW) recht heeft op een bijdrage in de kosten van zijn studie. Hij stelt daartoe nog immer </para>
        <para>behoeftig te zijn, nu hij naast het volgen van zijn voltijd studie, het geven van trainingen en </para>
        <para>het feit dat hij zelf veel traint geen tijd over heeft om te werken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:392 lid 1 juncto lid 2 BW bestaat </para>
        <para>de verplichting tot het verstrekken van levensonderhoud van ouders aan hun kinderen van </para>
        <para>21 jaar en ouder slechts in geval van behoeftigheid van deze kinderen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Van behoeftigheid in de zin van 1:392 BW is slechts sprake wanneer iemand </para>
        <para>onvoldoende eigen middelen heeft om te voorzien in het eigen levensonderhoud en deze ook </para>
        <para>in redelijkheid niet kan verwerven. Gesteld noch gebleken is dat [verzoeker] niet in staat is door </para>
        <para>arbeid (of anderszins) in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Integendeel, [verzoeker] heeft </para>
        <para>ter zitting erkend dat hij in staat is om te werken, maar  hier in de praktijk niet aan toekomt </para>
        <para>vanwege de opleiding die hij volgt voor leraar lichamelijke opvoeding, de trainingen die hij </para>
        <para>geeft en het feit dat hij zelf veel traint. Hoewel de rechtbank het begrijpelijk vindt dat </para>
        <para>
          [verzoeker] heeft besloten een opleiding te volgen, is de rechtbank van oordeel dat dit niet tot de </para>
        <para>conclusie leidt dat de zoon niet in staat is in eigen levensonderhoud te voorzien. Dat [verzoeker] </para>
        <para>vanwege het feit dat hij voltijds een opleiding volgt geen ruime mogelijkheden heeft om </para>
        <para>naast zijn studie te werken, maakt evenmin dat hij behoeftig is in de zin van vorenbedoeld </para>
        <para>artikel. De rechtbank verwijst daartoe naar de uitspraak van de Hoge Raad van 9 september </para>
        <para>1983 (NJ 1984, 535). In deze uitspraak heeft de Hoge Raad uitdrukkelijk overwogen dat uit </para>
        <para>de geschiedenis en totstandkoming van artikel 1:392 BW blijkt dat het niet de strekking van </para>
        <para>dit artikel is ouders te verplichten hun meerderjarige kinderen, die overigens in staat zijn </para>
        <para>door arbeid in hun levensonderhoud te voorzien, door het verstrekken van een uitkering in </para>
        <para>staat te stellen tot het volgen of voltooien van een opleiding. Gelet op het bovenstaande is de </para>
        <para>rechtbank, dan ook van oordeel dat er geen sprake is van behoeftigheid van de zoon in de zin </para>
        <para>van artikel 1:392 lid 2 BW, zodat het primaire verweer van de vader slaagt.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Van een uitzonderingssituatie zoals door de zoon ter zitting is gesteld, is naar het </para>
        <para>oordeel van de rechtbank geen sprake. Niet gesteld of gebleken is dat de ouders van [verzoeker] </para>
        <para>bij overeenkomst zijn afgeweken van het wettelijk uitgangspunt van 1:392 BW of dat om </para>
        <para>andere redenen van de vader verwacht mag worden dat hij een financiële bijdrage levert aan </para>
        <para>het afronden van de studie van [verzoeker] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Nu het primaire verweer van de vader slaagt, zal het verzoek van [verzoeker] worden </para>
        <para>afgewezen en behoeft het subsidiaire en meest subsidiaire verweer geen verdere bespreking. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek van [verzoeker] af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2015 in tegenwoordigheid van G.H. Mensink-Heuver, griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>