<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOVE:2015:4928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T02:04:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Overijssel" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Overijssel</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-11-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 15/23 15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:4928">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:4928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-06T10:50:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOVE:2015:4928 Rechtbank Overijssel , 02-11-2015 / AWB 15/23 15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOVE:2015:4928:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening. Reconstructie straat. Sloopplannen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOVE:2015:4928:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>uitspraak</para>
  <parablock>
    <para>RECHTBANK OVERIJSSEL</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Zwolle</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AWB 15/23 15</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1. [verzoeker sub 1 en verzoeker sub 2] ,</emphasis>
  </para>
  <para>
    <emphasis role="bold">2. [verzoeker sub 3] ,</emphasis>
  </para>
  <para>
    <emphasis role="bold">3. [verzoekers sub 4, 5 en 6] ,</emphasis>
  </para>
  <para>
    <emphasis role="bold">4. [verzoeker sub 7] ,</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>allen wonende te Deventer,</para>
    <para>verzoekers,</para>
    <para>gemachtigde: M.M. Geuzendarn,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van Deventer, verweerder</title>
    <para>gemachtigde: mr. A.M.M. Hutten-Bekemeier.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Als derde-partij heeft in de zaak geding deelgenomen: de gemeente Deventer.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Procesverloop</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 21 oktober 1015 heeft verweerder besloten de reeds op 13 oktober 2015</para>
      <para>aan de derde-partij verleende omgevingsvergunning voor de reconstructie van de openbare weg</para>
      <para>Pothoofd te Deventer, terstond in werking te laten treden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben zowel tegen het besluit van 13 en 27 oktober 2015 bezwaar gemaakt.</para>
      <para>Daarnaast hebben zij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te</para>
      <para>treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2015. [verzoeker sub 2]</para>
      <para>is in persoon verschenen, bijgestaan door gemachtigde, voornoemd en [O] .</para>
      <para>Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en mw. [W]</para>
      <para> . De derde partij heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] en</para>
      <para>
        [B] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan,</para>
    <parablock>
      <para>indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die</para>
      <para>bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien</para>
      <para>onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de</para>
      <para>voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel)</para>
      <para>bodemgeding niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verweerder acht de reconstructie van het Pothoofd noodzakelijk om verkeerstechnische en veiligheidsredenen. De riolering en de verhardingen zijn op en moeten vernieuwd</para>
    <parablock>
      <para>worden. Na het vervangen van de riolering wordt de weg ook ingericht. In de rijbaan wordt</para>
      <para>in de huidige fase ruimte gereserveerd voor de aanleg van een afslagstrook. Deze strook</para>
      <para>wordt definitief ingericht wanneer in het Sluiskwartier een tijdelijk parkeerterrein wordt</para>
      <para>aangelegd en de aanliggende panden zijn gesloopt (binnen circa twee jaar). Het aanleggen</para>
      <para>van een trottoir wordt vanuit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk geacht, omdat er anders</para>
      <para>geen goede en veilige ontsluiting is vanuit de nog aanwezige woningen en andere panden.</para>
      <para>Indien het trottoir ter plaatste van de huidige voortuinen niet wordt doorgetrokken heeft dat</para>
      <para>tot effect dat de bewoners vanuit hun tuin direct op het fietspad staan en ook andere</para>
      <para>voetgangers zullen dan voor een deel over de weg c.q. het fietspad moeten lopen, hetgeen</para>
      <para>volgens verweerder zeer onwenselijk is en tot verkeersonveilige situaties leidt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De werkzaamheden vinden plaats in een gebied waarvoor de volgende bestemmingsplannen</para>
      <para>gelden:-</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Bestemmingsplan “Sluiskwartier”</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bestemmingsplan “Buitengracht —Oost”.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft vastgesteld dat het aanleggen van een trottoir in strijd moet worden geacht</para>
      <para>met de artikelen 3.1. en artikel 12.1 van het bestemmingsplan “Sluiskwartier”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Op grond van artikel 21, lid 1 onder b van dit bestemmingsplan kan worden afgeweken</para>
    <parablock>
      <para>van de bestemmingsregels en worden toegestaan dat het beloop of profiel van wegen in</para>
      <para>geringe mate worden aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of-intensiteit daartoe</para>
      <para>aanleiding geven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met toepassing van dit artikel heeft verweerder de gevraagde omgevingsvergunning</para>
      <para>verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Bij besluit van 21 oktober 2015 heeft verweerder besloten deze omgevingsvergunning</para>
    <parablock>
      <para>terstond in werking te doen treden. Verweerder heeft daarbij overwogen dat bij de besluit-</para>
      <para>vorming tot vergunningverlening is nagelaten om met toepassing van artikel 6:2 van de Wet</para>
      <para>algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de omgevingsvergunning terstond na</para>
      <para>bekendmaking in werking te laten treden. Verweerder heeft alsnog besloten gebruik te</para>
      <para>maken van deze bevoegdheid, gelet op de zwaarwegende belangen die zijn aangedragen bij</para>
      <para>een zo spoedig mogelijke uitvoering van het project.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Verzoekers hebben, kort samengevat, aangevoerd dat de gemeente Deventer binnen een</para>
    <parablock>
      <para>maand zal komen met een realistische visie over het gehele gebied “Het Sluiskwartier”,</para>
      <para>waaronder het Pothoofd. Daarbij zal de gemeente Deventer tot een besluit komen over nut en</para>
      <para>noodzaak omtrent de huidige (sloop-)plannen van het Pothoofd. Verzoekers hebben verder</para>
      <para>aangevoerd dat verweerder artikel 21 van de planregels heeft gebruikt voor een ander doel</para>
      <para>dan in dit artikellid beschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan:</para>
    <para>degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter is gebleken dat zowel [verzoeker sub 1 en verzoeker sub 2] als [verzoekers sub 4, 5 en 6] gebruikers zijn</para>
      <para>van de woning [adres 1] en het recht om deze woning te gebruiken ontlenen aan een</para>
      <para>bruikleenovereenkomst, zonder daarvoor een vergoeding verschuldigd te zijn en zonder recht</para>
      <para>te hebben op de gebruikelijke huurbescherming. [verzoeker sub 3] is huurder is van het</para>
      <para>appartement op de eerste etage van het [adres 2] en ontleent het recht dit pand te</para>
      <para>gebruiken aan een gesloten huurovereenkomst voor woonruimte. Tenslotte is [verzoeker sub 7]</para>
      <para>huurder van (kantoor)ruimte op het [adres 3] en ontleent dit recht aan een gesloten</para>
      <para>huurovereenkomst voor kantoorruimte, die hem het recht geeft het pand als bedrijfsruimte te</para>
      <para>gebruiken voor uitsluitend opslag- en werkruimte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Gelet op de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is de voorzieningenrechter van</para>
    <parablock>
      <para>oordeel dat in het kader van de onderhavige procedure niet op voorhand kan worden gesteld</para>
      <para>dat (alle) verzoekers slechts een afgeleid belang hebben bij de door verweerder verleende</para>
      <para>omgevingsvergunning. Verzoekers kunnen derhalve in het door hun gezamenlijk ingediende</para>
      <para>verzoek om voorlopig voorziening worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. De vraag of er aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen zal verder, gelet</para>
    <parablock>
      <para>op het korte tijdsverloop, uitsluitend worden beantwoord aan de hand van de uitkomst van</para>
      <para>een belangenafweging. In dat verband heeft de voorzieningenrechter het volgende</para>
      <para>overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Zoals gezegd ontlenen [verzoeker sub 1 en verzoeker sub 2] en [verzoekers sub 4, 5 en 6] hun recht op bewoning aan een bruikleenover-</para>
    <parablock>
      <para>eenkomst, waarin zij contractueel zijn gewezen op de plannen tot herontwikkeling van de</para>
      <para>locatie en het tijdelijk karakter van hun hieraan gekoppelde gebruik om niet. Verder is</para>
      <para>
        [verzoeker sub 7] in paragraaf 8.1. van de gesloten “huurovereenkomst kantoorruimte” er</para>
      <para>uitdrukkelijk op gewezen dat hij er mee bekend is en het feit accepteert dat de te sluiten</para>
      <para>huurovereenkomst een tijdelijk karakter heeft door het feit dat het gehuurde deel uitmaakt</para>
      <para>van een gebiedsontwikkelingsplan en het object in dit kader in de toekomst gesloopt zal</para>
      <para>worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder is de voorzieningenrechter gebleken dat ter hoogte van het pand, waar [verzoeker sub 3]</para>
      <para>een appartement huurt, al een trottoir aanwezig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding om aan te nemen dat verzoekers door de</para>
      <para>geplande reconstructie in betekenende mate geen gebruik meer kunnen maken van hun</para>
      <para>woon- dan wel werkplek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. In het kader van genoemde belangenafweging acht de voorzieningenrechter verder van</para>
    <parablock>
      <para>belang dat verweerder uitvoerig heeft toegelicht dat de reconstructie noodzakelijk is om</para>
      <para>verkeerstechnische- en veiligheidsredenen. Na de uitvoering van de werkzaamheden is de</para>
      <para>veiligheid van de weginrichting verbeterd en zijn de riolering en verhardingsmaterialen</para>
      <para>vernieuwd. Dat er ruimte is gereserveerd voor de aanleg van een afslagstrook doet niets af</para>
      <para>aan de noodzakelijkheid van de reconstructie. Ter zitting hebben de gemachtigden van</para>
      <para>vergunninghouder toegelicht dat een schorsing van de verleende vergunning desastreus zou</para>
      <para>zijn, omdat eind 2015 het financieringsprogramma van de provincie Overijssel vervalt,</para>
      <para>waaruit een belangrijk deel van de reconstructie wordt gefinancierd. Verder dienen de</para>
      <para>werkzaamheden voortvarend te worden opgepakt in verband met de nu al aanwezige</para>
      <para>verkeersoverlast en de kans op hoog water en vorst in de winter van 2015 en het voorjaar van</para>
      <para>2016.</para>
      <para>Daarbij is aangegeven dat het Pothoofd in Deventer een belangrijke verkeersader vormt,</para>
      <para>die voor een zo kort mogelijke periode afgesloten dient te zijn voor het verkeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij tekent de voorzieningenrechter verder aan, dat zij de omstandigheid dat is voorzien in een</para>
      <para>reservering voor een afslagstrook, in het licht van het uitvoeringskader “Ondertussen in het</para>
      <para>Sluiskwartier”, zoals dat op 28 januari 2015 door de raad van Deventer is vastgesteld, niet</para>
      <para>voorbarig acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat de herinrichting van het Pothoofd opnieuw op de politieke agenda is gezet, brengt de</para>
      <para>voorzieningenrechter evenmin tot een ander oordeel nu, zoals gezegd, verweerder voldoende</para>
      <para>heeft onderbouwd dat reconstructie van het Pothoofd (mede) noodzakelijk is om</para>
      <para>verkeerstechnische en veiligheidsredenen, ook los van de mogelijke sloop van genoemde</para>
      <para>Pothoofdpanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. De voorzieningenrechter wijst op grond van al het voorgaande het verzoek om</para>
    <para>voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <para>13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Hardonk-Prins, voorzieningenrechter, in aanwezigheid</para>
      <para>van C. Kuiper, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 november 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>